
mei 17, 2012
mei 09, 2012
april 26, 2012
april 20, 2012
april 12, 2012
april 06, 2012
maart 29, 2012
maart 24, 2012
maart 12, 2012
maart 03, 2012
februari 26, 2012
februari 22, 2012
februari 16, 2012
februari 09, 2012
februari 05, 2012
januari 29, 2012
januari 25, 2012
januari 19, 2012
januari 12, 2012
december 22, 2011
december 14, 2011
december 08, 2011
november 30, 2011
november 23, 2011
november 13, 2011
november 03, 2011
oktober 28, 2011
oktober 23, 2011
oktober 16, 2011
oktober 13, 2011
september 29, 2011
september 15, 2011
september 08, 2011
september 01, 2011
augustus 25, 2011
Bram Peper was burgemeester van Rotterdam van 1982 tot en met 1998. Van 1998 tot en met 2000 was hij minister van Binnenlandse Zaken. In oktober 2010 verscheen Pepers biografie "Bram Peper. Man van contrasten".Er zijn in de tussentijd allerlei hulpstructuren bedacht om de maatschappelijke ontwikkeling van schaalvergroting en meer mobiliteit (en dus minder plaatsgebondenheid) op te vangen. Gemeenten kregen de mogelijkheid via zgn. gemeenschappelijke regelingen samen te werken op terreinen waarvoor de gemeentelijke schaal te klein was(muziekschool, vuilophaal, bedrijfsterreinen, enz… enz…) Later – in de jaren negentig van de voorbije eeuw – werden rond grootstedelijke gebieden regionale besturen gevormd, die een belangrijke rol speelden bij het inrichten van nieuwe woongebieden (Vinex) en het stroomlijnen van het openbaar vervoer, om maar enkele belangrijke taken te noemen. In diezelfde tijd werd b.v. ook de politie geregionaliseerd in 25 politieregio’s, inclusief een speciale dienst voor de regio-overschrijdende, dus nationale taken (verkeer, criminaliteitsbestrijding). Dat werd het Korps Landelijke Politie Diensten(KLPD). Daarmee kwam een einde aan het verschil tussen gemeentepolitie (in gemeenten van meer dan 25.000 inwoners, later 40.000) en de Rijkspolitie, die vooral – naast enkele nationale taken – op het platteland werkte(plattelandspolitie). De Rijkspolitie viel onder de Minister van Justitie, voor de gemeentepolitie was de uiteindelijk verantwoordelijke de Minister van Binnenlandse Zaken. Die reorganisatie bracht met zich mee (Politiewet 1994) dat alle politiediensten onder Binnenlandse Zaken kwamen te vallen. Uiteraard mede aangestuurd – voor zover het de strafrechtelijke kant van de handhaving van de rechtsorde betreft – door de Minister van Justitie via het onder hem vallende Openbaar Ministerie. Intussen werden ook de rampenbestrijding en de (grootschalige) brandweeractiviteiten op regionale schaal georganiseerd, waarbij zoveel mogelijk aansluiting werd gezocht bij de regionale schaal van de politie.
Het enige constante dat men na de oorlog kan constateren is dat gemeenten – met vallen en opstaan – in aantal aanzienlijk zijn teruggebracht. Zo’n vijftig jaar geleden kende Nederland nog ruim 1000 gemeenten, nu zijn het rond 400. Ik heb dat proces – ook toen ik korte tijd Minister van Binnenlandse Zaken was(1998-2000) – altijd gesteund, omdat ik als principieel voorstander van een stevige decentralisatie in een sterk gecentraliseerd bestuurd land als het onze, de centralisten het argument uit handen wilde nemen dat decentralisatie niet mogelijk was, omdat de meeste gemeenten te klein waren om nieuwe taken op zich te nemen. Want daar hadden zij wel een punt. Daardoor kon het gebeuren dat in het kabinet Kok II (1998-2002) – ik zat er bij en keek er naar! – de jeugdzorg op het niveau van de provincie werd georganiseerd. Redelijk bespottelijk, omdat de jeugd zich daadwerkelijk in gemeenten ophoudt en niet in de provincie. Die dure weeffout is(wordt) inmiddels hersteld.
Het kabinet Rutte-Verhagen heeft het er op het terrein van het binnenlands bestuur – met verwijzing naar een veronderstelde daadkracht – niet beter op gemaakt. Zo wordt de politie geheel onder het Ministerie van Justitie gebracht in de vorm van een nationale politie, opgedeeld in tien districten. Deze Rijkspolitie zal onvermijdelijk verder weg komen te staan van het openbaar bestuur(burgemeester, gemeenteraden). Ten principale hoort de politie in het hart te zitten van het binnenlands bestuur, dat in een democratie immers hoort toe te zien op het goede verloop van de maatschappelijke en openbare orde(-ning). Die slag heeft het binnenlands bestuur bij de laatste kabinetsformatie verloren. Als men dan toch een steviger greep op de maatschappelijke ordening(openbare orde, criminaliteit) had willen verwerven, was het beter geweest één departement te maken, te weten de samenvoeging van Binnenlandse Zaken en Justitie, vergelijkbaar met wat men in het Verenigd Koninkrijk noemt: het Ministry of Home Affairs. En wat doen wij nu met de Veiligheidsregio’s, die weer een andere schaal hebben dan de nieuwe districten van de Nationale Politie. Een waarom worden de regio’s rond de grote steden afgebouwd, die nuttige werkzaamheden verrichten op b.v. het terrein van het openbaar vervoer. En waarom worden provincies kunstmatig in leven gehouden door rijkstaken daar neer te leggen. En wat te denken van de zinvolheid van een Infrastructuur Autoriteit voor de Randstad, en de samenvoeging van een drietal provincies(Noord-Holland, Utrecht, Flevoland). Dat doet mij denken aan het opvoeren van 4 landsdelen in het regeerakkoord van het kabinet Kok II; daar is nooit meer iets over vernomen, omdat het zo ondoordacht was.
Het is daarom te hopen dat veel van de voornemens van het kabinet Rutte-Verhagen zullen stuklopen: door hun eigen onlogica, door de lappendeken van de verschillende schalen waarop (een deel van) het binnenlands bestuur wordt ge(re-)organiseerd. Omdat een simpele, overzichtelijke en goedkoper binnenlands bestuur noodzakelijk is – waarvoor een tijdrovende Grondwetswijziging niet te vermijden valt -, pleit ik ervoor een commisie-Thorbecke in te stellen, waarin knappe koppen ons de weg wijzen naar een helder openbaar bestuur, met een duidelijke toewijzing van verantwoordelijkheden. Binnen een jaar kan gerapporteerd worden, omdat eigenlijk alles al eerder is bestudeerd. Het gaat nu om de goede ordening. Wat mij betreft kan volstaan worden met drie lagen: gemeenten, regio’s en het nationale niveau. Dan kan er eindelijk eens een einde komen aan het ratjetoe aan voorhanden en nieuwe constructies die verantwoordelijkheden zoek maken, waarbij in crisissituaties nooit duidelijk is wie had moeten handelen, wie verantwoordelijk is, laat staan dat volksvertegenwoordigende organen nog iets te zeggen hebben.
Hoe zat/zit het eigenlijk met “stadsprovincie(s)”?
Mooie analyse, het is wel diep triest dat na al die jaren analyseren er niets is verbeterd. Rondom het huis van Thorbecke zijn vele gammele schuurtjes gebouwd, inderdaad, zonder dat er goed is over nagedacht, het zijn allemaal ad hoc / halve oplossingen. Of met andere woorden het zijn bouwvallen.
Leefbaar Rotterdam heeft met het rapport Nederland 2.0 laten zien dat het anders kan en met Denemarken als voorbeeld- het ook daadwerkelijk te realiseren is. Tja, bestuurlijke vernieuwing strand op de ambities van benoemde bestuurders zoals Aboutaleb en Van Aartsen, met hun metropoolregio. Als je dan kijkt hoe het plan voor de metropoolregio kritiekloos wordt beschreven in een ‘kwaliteitskrant’ als de NRC, dat geeft te denken over het niveau van het journaille als het gaat over ingewikkelde bestuurlijke problemen, waarbij de belangen van de gevestigde orde voorop staan en de burgers het nakijken hebben.
Het gevolg is dat de macht verdwijnt van de gekozen gemeentelijke volksvertegenwoordigers naar benoemde bestuurders zoals Aboutaleb, die onder de noemer verdeel en heers (voorzitters van 24 metropoolgemeenten), de grondige verbouwing van het huis van Thorbecke tegenhouden.
We kijken met z’n allen naar de Arabische ‘lente’ maar zien niet dat onze eigen democratie op lokaal, landelijk en Europees niveau langzaam en haast ongemerkt wordt uitgehold. Visie, leiderschap en durf zijn ver te zoeken, we moeten het doen met mensen die al moeite hebben om op de winkel te passen.
Voor je het weet heb je de “stadsprovincie” met commissaris van de koningin (gouverneur des konings) en -tig ongekozen maar wel uit belastinggeld bezoldigde en al dan niet nederlands sprekende (deel-)burgemeesters.
Méér benoemingen, minder inspraak en geen referenda.
Wiki: ...... In 1995 lijdt Peper een gevoelige nederlaag in het referendum over de opdeling van de stad ten gunste van een nieuw te vormen stadsprovincie. Bijna 90 procent van de stemmers verwierp het plan, waarna het wetsvoorstel stilletjes werd ingetrokken (zie ook het artikel over de geschiedenis van Rotterdam). Peper had fors ingezet op de stadsprovincie, maar de inwoners van Rotterdam dachten daar duidelijk anders over. Overigens zouden stadsprovincies nooit erg populair worden onder de bevolking, omdat elke stad of elk dorp zijn eigen identiteit wil behouden. ......
Het uitgangspunt van de stadsprovincie was: lokaal wat lokaal kan en regionaal wat regionaal moet. In 1995 was ik bestuurder van de deelgemeente Hoek van Holland (http://www.facebook.com/#!/media/set/?set=a.101995493157978.4527.100000425830101&type;=1); dit is een woongemeenschap welke op ruim 30 kilometer van de Coolsingel ligt en een eigen lokaal bestuur behoort te hebben. Helaas werd de discussie over de stadsprovincie meer geleid door sentimenten dan door argumenten.
We hebben nu een Stadsregio Rotterdam welke geen democratische controle kent en waar wel bevoegdheden liggen m.b.t. bijv. de groengebieden. Helaas ontbreekt het aan voldoende kennis en vormt het daarmee slechts een barriere tussen het lokaal en provinciaal bestuur. Met betrekking tot de Bonnenpolders kan duidelijk van een wanprestatie worden gesproken (http://www.bds.rotterdam.nl/Bestuurlijke_Informatie:7/Raadsinformatie/Gemeenteraad_2010_2014/2011/Kwartaal_1/Raadsvergadering_van_17_februari_2011/Mededeling_van_ingekomen_stukken_met_betrekking_tot_de_raad_en_de_commissies_zoals_genoemd_op_de_doorlopende_lijst_2011_week_3_t_m_6/Overige_brieven/11GR256_Van_de_heer_Vreugdenhil_een_brief_inzake_de_overdracht_van_de_regievoering_met_betrekking_tot_de_uitvoering_van_het_gebiedsontwikkelingsplan_De_Bonnen_aan_de_stadsregio_Rotterdam). Burgers, ondernemers, organisaties en instellingen moeten vertrouwen kunnen stellen in de overheid en in bestuurlijk beslissingen. Het moet mogelijk zijn de zakelijke en persoonlijke beslissingen hierop af te stemmen. Het dossier Bonnenpolders laat echter zien wat de ultieme consequenties zijn als men daadwerkelijk vertrouwen stelt in de overheid, zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid neemt en zich als partner opstelt bij het bereiken van publieke doelen en maatschappelijke resultaten (http://www.bds.rotterdam.nl/Bestuurlijke_Informatie:7/Raadsinformatie/Gemeenteraad_2010_2014/2011/Kwartaal_3/Raadsvergadering_van_8_september_2011/Mededeling_van_ingekomen_stukken_met_betrekking_tot_de_raad_en_de_commissies_zoals_genoemd_op_de_digitale_doorlopende_lijst_2011_weken_25_t_m_34/Brieven_overige/11GR2214_Van_de_heer_ing_L_W_Vreugdenhil_een_afschrift_van_een_brief_aan_deelgemeenteraad_van_Hoek_van_Holland_inzake_de_algemene_beginselen_van_behoorlijk_bestuur_en_de_uitvoering_van_het_gebiedsontwikkelingsplan_De_Bonnen).
Interessant, Leen; verwacht jij dan van een stadsprovincie betere “democratie”, ofwel dat de opperende REGENTEN het belang van “volk” (ambteloze burgers) voor ogen zouden hebben?
Gevleugelde uitdrukking, “wat schuift dat?”
Een cynische en calculerende houding kan op alle bestuurlijke niveau’s voorkomen. Daarmee brengen we onze samenleving echter geen stap verder.
Het dossier Bonnenpolders vertoont ook elementen van een poging tot een bestuurlijk “balletje-balletje”: er wordt wat heen en weer geschoven met verantwoordelijkheden in de hoop dat de betrokken burger het spoor bijster raakt en uiteindelijk niemand zich meer verantwoordelijk voelt voor het debacle (http://www.bds.rotterdam.nl/Bestuurlijke_Informatie:7/Raadsinformatie/Ter_besluitvorming_aangeboden/Brieven_overige/11gr2795_Van_de_heer_Vreugdenhil_een_afschrift_van_een_brief_over_de_formele_en_morele_verantwoordelijkheid_van_het_gebiedsontwikkelingsplan_De_Bonnen). Brieven over dit dossier worden gewoon voor kennisgeving aangenomen zonder dat men er iets mee doet (http://www.bds.rotterdam.nl/Bestuurlijke_Informatie:7/Raadsinformatie/Gemeenteraad_2010_2014/2011/Kwartaal_4/Raadsvergadering_van_13_oktober_2011/Mededeling_van_ingekomen_stukken_met_betrekking_tot_de_raad_en_de_commissies_zoals_genoemd_op_de_digitale_doorlopende_lijst_2011_weken_38_en_39_Agendapunt_4A_Tweeminutendebat_Frontlijnaanpak/Brieven_Overige/11GR2605_Van_de_heer_Vreugdenhil_een_afschrift_van_een_brief_aan_wethouder_Van_Huffelen_over_het_gebied_De_Bonnen). Ook Leefbaar Rotterdam heeft zich tot op heden hier schuldig aan gemaakt.
De Stadsregio Rotterdam is nu een bestuurslaag die niet rechtstreeks is gekozen, maar waar wel allerlei bevoegdheden worden neergelegd die zich onttrekken aan een rechtstreekse democratische controle. Het is mijn ervaring dat men op het gebied van “Groen” een deskundigheid voorwend die in de praktijk niet aanwezig blijkt te zijn. De portefeuillehouder “Groen” van de Stadsregio Rotterdam is niet direct gekozen en hoeft ook niet direct verantwoording af te leggen over het falen in de Groenzone Maasmond. Voor velen in de gemeenteraad van Rotterdam is de Groenzone Maasmond “ver van hun bed”. Pas als je als agrarisch ondernemer met een koe op de stoep van het stadhuis gaat staan krijg je aandacht.
Het is inmiddels ruim 5 jaar geleden dat er een bestuurlijk besluit viel over de toekomst van de Bonnenpolders en de daarin aanwezige ondernemers en burgers; we kunnen constateren dat er tot op heden niets is uitgevoerd (http://www.bds.rotterdam.nl/Bestuurlijke_Informatie:7/Raadsinformatie/Gemeenteraad_2010_2014/2011/Kwartaal_4/Raadsvergadering_van_13_oktober_2011/Mededeling_van_ingekomen_stukken_met_betrekking_tot_de_raad_en_de_commissies_zoals_genoemd_op_de_digitale_doorlopende_lijst_2011_weken_38_en_39_Agendapunt_4A_Tweeminutendebat_Frontlijnaanpak/Brieven_Overige/11gr2572_Brief_van_ing_L_W_Vreugdenhil_inzake_1e_lustrum_bestuurlijk_besluit_Gebiedsontwikkelplan_De_Bonnen). Volksvertegenwoordigers hebben een controlerende functie, maar de meesten doen er het zwijgen toe.
Prof Peper heeft volkomen gelijk en het is jammer dat hij Nederland 2.0 van Andre Krouwel en Leefbaar Rotterdam niet heeft gelezen, want zijn stuk is prima maar moet op de site van zijn eigen partij gezet worden. Wij zijn al een stuk verder.
Leuk is het feit dat Willem en Leen verwijzen naar de stadsprovincie.
Het enige goede dat uit die hele operatie is overgebleven is het referendum. De bevolking heeft het laatste woord! Zo hoort het.
Er zijn toen fouten gemaakt kunnen we achteraf (makkelijk dus) stellen.
a. Het sentiment bij de burgers is onderschat. Bij een bestuurlijke vernieuwing dus altijd blijven benadrukken dat het “eigene” van een stad, dorp of gebied wordt gewaarborgd en onderschat de bevolking en lokaal chauvinisme niet.
b. Vooruitlopend op de stadsprovincie zijn toe al enkele maatregelen genomen zoals het oprichten van de Rijnmondraad en het opsplitsen van Rotterdam in deelgemeenten. Het gevolg is geweest dat we er twee lagen bijkregen na het afwijzen van de stadsprovincie in de vorm van de stadsregio Rotterdam en de deelraden. De les lijkt duidelijk. Bereidt een verandering voor, maar ga over tot besluitvorming na een goedkeuring.
c. De lobby van de provincie, die zich plotseling met een bestuurlijke concurrent zag geconfronteerd is onderschat. Dit is moeilijk te pareren omdat het zo onzichtbaar is. Het beste is het derhalve de provincie langzaam maar zeker “uit te kleden” en zo heel duidelijk overbodig te maken. Sommige provinciën kunnen overigens gezien het inwoneraantal naadloos overgaan in een regio. Zeeland, Friesland, Groningen en Drente b.v.
Verder is natuurlijk duidelijk dat in ons land het belang van kleine groepen te zwaar weegt. Naast politie en veiligheidsregio’s hebben we natuurlijk ook een gerechtelijke lappen deken. Laat die allen toch samenvallen in sterke grote gemeenten, die we regio’s kunnen noemen. Dan heb ik het niet over de waterschappen, K v K’s. recreatieschappen. Niets valt samen!
Donner heeft op aanraden van de PVV een begin gemaakt met opheffen van de deelraden. De stadsregio Rotterdam heeft zichzelf min of meer opgeheven en dat is waarschijnlijk de reden dat er nu met stadsregio den Haag een samenwerkingsverband wordt gezocht. Dat verband is er natuurlijk al en het heet provincie Zuid-Holland. Het onderzoek dat de burgemeesters !!(dus niet de gemeenteraden: Hoezo democratie?) doen toont het onvermogen van de provincie aan.
Probleem bij alle pogingen tot verandering is nl. de besluitvorming binnen de bestaande regenteske partijen. Het is voor apparatsjiks carrière technisch niet mogelijk om een voorstel tot sanering te doen. Op vergaderingen komt slechts een klein percentage van de leden edoch altijd leden wiens belang in het geding is. Gevolg is dat een minieme minderheid het landsbelang kan dwarsbomen. Wouter Bos, die altruïstische (werkt slechts VIER dagen!) ex. fractievoorzitter van de peveda zei het al: Ons congres vindt het (niet) afschaffen van de waterschappen belangrijker dan de problemen in de oude wijken.
Jammer dat hij het alleen constateerde en er niets aan deed. Significant denk ik.
Heel vervelend trouwens dat ik mijn toch niet al te lange reacties in tweeèn moet knippen.
ik zou zeggen maak de grote steden (4) stadsprovincies (net zoals in duitsland) en deel de rest op in 4 delen.
zet aan het hoofd van elke van de 8 een gekozen leider die tegelijk de functie van staatssecretaris krijgt op het departement van binnenlandse zaken en maak deze hoofd van de politie is zijn provincie
vanzelfsprekend krijgt deze persoon het salaris van een staatsecretaris en niet van een commissaris van de koningin (die 3x zoveel verdient)
probleem opgelost, veel overbodige lagen weg, korte lijnen van hart van de steden naar hart van regering
Maar waar moeten dan al die figuren heen die vroeger konden worden gedropt als ongekozen burgemeesters?
Het deelgemeentebestel bestaat vanaf 1972 en heeft zich langzaam uitgebreid over de hele stad. Er ligt bij het ontstaan van de deze vorm van “burgernabij bestuur” geen relatie met de stadsprovincie, maar het was eerder een gevolg van de democratiseringsgolf van de jaren ‘60/’70 waarbij mensen direct invloed wilden op de leefbaarheid van hun eigen woon- en werkomgeving.
Zelf heb ik mij nooit verbonden aan een landelijke politieke partij; wat vandaag wordt verketterd, kan morgen weer zalig worden verklaard. Wel heb ik vanaf het einde van de jaren ‘70 in verschillende functies op een pragmatische wijze een maatschappelijke bijdrage willen leveren aan het dorp waar ik geboren en getogen ben (http://www.linkedin.com/pub/leen-vreugdenhil/b/972/633). In het lokale bestuur gebeurde dat namens een lokale partij. Ik had daarbij geen enkele ambitie in een loopbaan in het openbaar bestuur. Nog steeds ben ik van mening dat er op lokaal niveau weinig onderscheid is te merken tussen christendemocratische principes, liberale beginselen of sociaaldemocratische uitgangspunten. Het zijn “de mensen” die “het verschil” kunnen maken.
De discussie over de stadsprovincie ontstond in de jaren ‘90 en werd gevoed door de behoefte aan een goed regionaal bestuur. Om de zorg voor een dominante positie van de gemeente Rotterdam weg te nemen ontstond de gedachte de gemeente Rotterdam op te splitsen. De deelgemeente Delfshaven heeft bijv. ongeveer net zoveel inwoners als de ernaast gelegen zelfstandige gemeente Schiedam. Bestuurlijke beslissingen over bijv. woningbouw of openbaar vervoer in Schiedam zullen van invloed kunnen zijn op Delfshaven en omgekeerd. Het leek dus zaak het openbaar bestuur in de regio te herschikken en een goede nieuwe taken- en bevoegdhedenverdeling te maken.
Wat resteert is de Stadsregio Rijnmond. Deze wordt niet rechtstreeks gekozen, maar neemt bijv. wel beslissingen over het Regionaal Groenblauw Structuurplan welke van verstrekkende invloed zijn op de bewoners en ondernemers in de regio. Zo regelt de provincie Zuid-Holland op tal van plaatsen in de provincie zelf de inrichting van het landelijk gebied, maar is in deze regio de stadsregio als extra bestuurslaag hier tussengevoegd. In de praktijk betekent dit een extra barrière. Daarbij is de toegevoegde waarde van het deelgemeentebestel (helaas!) ook onduidelijk geworden en heeft deze bestuurslaag zich vaak ook tot bestuurlijke blokkade i.p.v. bestuurlijke partner ontwikkeld.
@willem
ideaal zou zijn als ze gaan werken en hun eigen broek ophouden, nu is dat voor een flink deel lastig want wat moet een politicoloog (die opleiding moeten ze snel wegbezuinigen) nu in de echte wereld
de oplossing zou zijn om ze in een pool te doen (nee niet 1 met water) en in te zetten voor allerlei klussen, van schoonmaken van de stad, helpen bij werkzaamheden die voor overlast bezorgen, leerplichtcontroles, dat soort dingen
@Pantera: nee, zulke oplossingen beschouw ik als “onnatuurlijk”; herinner mij nog veel te goed met hoeveel inspanning en goede wil mijnerzijds ik als 14-jarige MULO-scholier in vacantietijd totaal mislukte als plukker van bonen en aardbeien.
als 14 jarige mag en moet je eigenlijk ook wel eens mislukken
als hoogopgeleide beleidsmedewerker (ik vind het woord medewerker eigenlijk niet correct ze werken niet mee ze sturen aan) niet, of beter gezegd er is een goede redenen waarom deze types daar zitten
maar het stadhuis is toch geen sociale werkplaats
Pantera, ik bedoel: geen mensen inzetten op klussen die ze nooit kunnen “rooien”, letterlijk & figuurlijk. Bijvoorbeeld een onhandige schoonmaker loopt alleen maar in de weg, helemaal rampzalig als er teamwerk vereist wordt.
ik zie dat er ook weer een parkeerramp aankomt verplicht 1000 parkeerplaatsen op zuid bouwen, ondergronds ja dat is nog nooit fout gelopen
Ondergronds parkeren beneden de zeespiegel lijkt mij best wel griezelig.
Waarom geen meerlagen-parkeerflats met wentelbaan?
Terug naar het onderwerp. Ik vind de volgende opmerking van een zekere John Goring, oud-VVD-fractievoorzitter en stadsdeelbestuurder in Amsterdam, wel interessant:
’Ik ben niet louter negatief over de stadsdelen. Uit ervaring weet ik als ex-stadsdeelbestuurder dat een democratische controle, die dicht bij de uitvoerende ambtenaren staat, zeker z’n voordelen heeft. Ambtenaren zijn uit zichzelf lang niet altijd genegen om orders vanuit de politiek op te volgen. Als de politieke bestuurders - na de opheffing van stadsdelen - heel ver van de uitvoering komen te zitten, lopen burgers nog meer kans op confrontaties met ’eigenzinnige’ ambtenaren. Ik zie een stadhuis-wethouder zich namelijk echt niet bekommeren om de impasse bij de herprofilering van een straat in Amsterdam west. Om deze reden ben ik geen voorstander van het opheffen van stadsdelen, maar wel voor mìnder stadsdelen. Het mogen er een stuk of 5 à 6 worden.’
Hiermee lijkt mij de kern van het probleem geraakt. Met het deelgemeentebestel is een poging gedaan het bestuur dichter bij de burgers te brengen. In de praktijk heeft het zich helaas ontwikkeld tot een extra barrière. In plaats van loyaal te zijn aan de eigen inwoners, ondernemers, organisaties en instellingen volgt men slaafs allerlei ambtelijke adviezen op of dictaten van partijgenoten in het centrale stadsbestuur. In de taken- en bevoegdhedenverdeling tussen centraal en lokaal bestuur kan het deelgemeentebestuur daadwerkelijk als complementair bestuur een belangrijke taak vervullen. Het vraagt competente en integere lokale bestuurders met een juiste loyaliteit.
Een deelgemeentebestuur - hoe slecht het ook kan zijn - is in ieder geval democratisch gekozen. De samenstelling van het algemeen bestuur van de Stadsregio Rotterdam is indirect tot stand gekomen. Er mogen ernstige vraagtekens worden geplaatst bij het democratisch gehalte van genomen besluiten. Een portefeuillehouder is eveneens burgemeester van een gemeente uit de regio. Wie controleert hem in zijn of haar functie als portefeuillehouder?
@willem omdat dat niet mooi is om te zienb,.,,,
Hoezo? De laatste keer dat in in R kwam dacht ik dat er allang parkeerflats tussen stonden.
Ff kijken of dit plaatje door de forum-software heen komt:
http://www.skylinecity.info/fotos/panorama_mini/sk_0082k.jpg
de locatie zal een issue zijn, al die high end gebouwen die er staan die mensen willen geen parkeertoren voor de deur