Rotterdam, 28 juni 2011.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van de raadsleden M. Heijmen (PvdA) en drs. ing. R.A.C.J. Simons (Leefbaar Rotterdam) over de wietpas in Rotterdam.
Aan de Gemeenteraad.
Op 30 mei 2011 stelden de raadsleden M. Heijmen (PvdA) en drs. ing. R.A.C.J. Simons (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over de wietpas in Rotterdam.
Inleidend wordt gesteld:
“Geacht college,
Vrijdag 27 mei jl. heeft minister Opstelten de contouren van de zgn. wietpas wereldkundig gemaakt.
Zo is bijvoorbeeld het aantal personen dat per coffeeshop een wietpas kan verkrijgen geraamd. Tezelfdertijd heeft de minister verklaard geen problemen te zien waar gemeenten in het land zich tegenstander hebben verklaard van de pas.
Bij de eerste berichten over de introductie van een wietpas hebben de PvdA en Leefbaar Rotterdam aangegeven tegen de wietpas te zijn. Partijen vrezen de bevordering van straathandel met alle gevolgen van dien.
Naar aanleiding van de op 24 november jl. gestelde schriftelijke vragen door het raadslid Sörensen van Leefbaar Rotterdam over het pasjessysteem voor coffeeshops zei het college dat het college de “voor- en nadelen van een dergelijk pasjessysteem nog niet precies (kon) overzien, maar zodra de maatregel is afgekondigd zal de burgemeester er samen met politie en Openbaar Ministerie nauwlettend op toezien dat invoering van een pasjessysteem in Rotterdam niet leidt tot ongewenste neveneffecten.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Wat vindt de burgemeester, nu de maatregel is aangekondigd, van het invoeren van een pasjessysteem voor coffeeshops?
Antwoord:
Ons college deelt de zorg van de ministers aangaande de drugsproblematiek en onderschrijft de algemene lijn die de ministers in de brief Drugsbeleid uitdragen dat cannabisgebruik onder jongeren teruggedrongen moet worden en overlast moet worden beperkt. Inmiddels weten wij dat de werkzame stoffen in cannabis veel schade aan kunnen richten aan het (puber)brein en kunnen leiden tot psychosociale problemen resulterend in onder andere schooluitval. Dit is vorig jaar reeds onderstreept in de raadsbrief d.d. 14 december 2010 waarin het college aangeeft zich onder andere zorgen te maken over het gebruik van softdrugs op ROC’s. Het college onderschrijft de aangekondigde maatregelen die de uitgangspunten van het Rotterdamse coffeeshopbeleid ondersteunen. Het aangescherpte afstandscriterium wordt derhalve gesteund.
Het college betwijfelt of het voorgenomen pasjessysteem voor coffeeshops bijdraagt aan de uitgangspunten van het Rotterdamse coffeeshopbeleid. Zo kent de gemeente Rotterdam heden ten dage weinig tot geen drugstoerisme en lijkt handhaving op het pasjessysteem moeilijk uitvoerbaar. Verder stelt het college vast dat gefaseerde invoering van het pasjessysteem zoals de ministers aankondigen, kan leiden tot een aanzuigende werking op en overlast rondom de Rotterdamse coffeeshops. Daarnaast acht het college het onjuist dat de regering het plafond van het maximaal aantal leden per coffeeshop gaat bepalen, gezien het feit dat alleen op lokaal niveau inzicht bestaat over het totaal aantal gebruikers versus het aantal coffeeshops. Een dergelijk plafond zou ten minste lokaal bepaald moeten worden. In de aankondigingsbrief mist het college verder maatregelen ter aanscherping van het Overlast criterium binnen de AHOJG-criteria om overlast (van concentraties) van coffeeshops tegen te gaan (AHOJG-criteria: het is voor coffeeshops verboden om te Afficheren, Harddrugs te verhandelen, Overlast te veroorzaken, Jeugdigen onder 18 jaar in de coffeeshop toe te laten of aan hen te verkopen en Grote hoeveelheden te verhandelen). Over de verdere uitwerking van het pasjessysteem en het Overlastcriterium treden wij derhalve nog nader in overleg met het Ministerie van Veiligheid en Justitie.
Vraag 2:
Is de burgemeester voornemens de bezwaren en zorgen van de meerderheid van de raad van Rotterdam kenbaar te maken bij de minister?
Antwoord:
Zoals in de beantwoording van vraag 1 gesteld, wordt uit de brief Drugsbeleid nog onvoldoende duidelijk of de doelstellingen van het Rotterdamse coffeeshopbeleid met de invoering van het pasjessysteem voor coffeeshops worden ondersteund. Derhalve treedt de gemeente Rotterdam in overleg met het Ministerie van Veiligheid en Justitie om meer duidelijkheid te krijgen.
Vraag 3:
Hoe gaat de burgemeester ervoor zorgen dat invoering van een pasjessysteem in Rotterdam niet leidt tot ongewenste neveneffecten?
Antwoord:
In de driehoek worden de afspraken gemaakt ten aanzien van inzet op veiligheidsaspecten door politie, Openbaar Ministerie en gemeente. Uiteraard zijn wij hierbij alert op de mogelijkheid van ongewenste neveneffecten van de aangekondigde maatregelen.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
J. Kriens, l.b.