Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 22, 2012
Markt in Rozenburg (n.n.b)

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


wenselijkheid en noodzakelijkheid van spreiding binnen en buiten de gemeente Rotterdam

Op 14 december 2006 stelde het raadslid, mevrouw drs. M.J.J. van den Anker (Leefbaar Rotterdam), ons college schriftelijke vragen over de wenselijkheid en noodzakelijkheid van spreiding binnen en buiten de gemeente Rotterdam van voorzieningen, alsmede over de juistheid van de taakstelling per deelgemeente.

Inleidend stelt mevrouw Van den Anker:

“Vooruitlopend op de door het college beloofde onderbouwing van het spreidingsplan maatschappelijke opvang voor het einde van dit jaar waarop de taakstelling per deelgemeente is gebaseerd, heeft de fractie van Leefbaar Rotterdam een aantal vragen.

Uw brief van 21 november en onze eerdere beraadslagingen in de commissie vormen hiertoe de aanleiding. De bijlage (gedateerd 19 oktober 2006) zoals die is meegeleverd, heeft blijkens uw brief de basis gevormd voor de door het college genomen beslissing over de opgelegde taakstelling per deelgemeente. Tijdens de politieke besprekingen in de commissie is een raadsbreed verzoek aan u gericht om de raad van informatie te voorzien opdat de raad tot een (politiek)oordeel kan komen over de wenselijkheid en noodzakelijkheid van spreiding binnen en buiten de gemeente Rotterdam van voorzieningen alsmede over de ‘juistheid’ van de taakstelling per deelgemeente. De informatie die er op dit moment ligt, stelt de raad niet in staat om tot dit oordeel te kunnen komen.”

Alvorens deze vragen te beantwoorden, hechten wij eraan, gelet ook op de inleiding, een toelichting te geven op het gevoerde proces en de huidige stand van zaken.

Medio 2006 zijn met de deelgemeenten, waaronder in dit verband ook de wijkraad Pernis en de Centrumraad, de uitgangspunten bepaald voor de zoektocht naar locaties en panden voor voorzieningen die voortvloeien uit het Plan van Aanpak Maatschappelijke Opvang. Tot die uitgangspunten behoort dat de regie over die zoektocht ligt bij de deelgemeenten. De zoektocht zou in een korte periode moeten plaatsvinden: zij zou aanvangen in september en in december tot resultaten moeten leiden.
In het bestuurlijk overleg van wethouder Volksgezondheid, Welzijn en Maatschappelijk Opvang en de portefeuillehouders van deelgemeenten van 13 december jl. is de balans opgemaakt. Deelgemeenten hebben zeer serieus inhoud gegeven aan de gemeenschappelijke opdracht. Samen met corporaties en stedelijke diensten is energiek gezocht naar mogelijkheden. Dat heeft nog niet over de hele linie tot eindresultaat geleid, maar dat ligt wel in het verschiet.
Concreet hebben twee deelgemeenten (Delfshaven en Hoek van Holland) met het verzilveren van een zich voordoende kans al aan de taakstelling voldaan. Daar wordt een voorziening gerealiseerd. Bij een behoorlijk aantal deelgemeenten is de shortlist gereed of in afronding. Wel zijn in een aantal gevallen de relevante adviezen m.b.t. de locaties nog niet compleet.
In een drietal deelgemeenten is de zoektocht nog niet uitgemond in voldoende locaties.

Op basis van deze balans, hebben stadsbestuur en deelgemeenten de volgende besluiten genomen over de afronding van de zoektocht en de uitlijning van het verdere proces:
- een bescheiden verlenging en opschaling (portefeuillehouder en projectleider) van de zoektocht in enkele gevallen;
- het proces van advisering waar nodig snel af te ronden;
- waar er concrete in 2007 te gebruiken locaties zijn de koppeling te maken tussen locatie, functie en zorgaanbieder (mede op basis van de AWBZ-offertes voor 2007 die in januari worden beschikt) en de locatie dus nu verder in te vullen;
- deelgemeenten in die gevallen de gelegenheid te geven met wijkpartners en omwonenden rond een voorziene locatie te overleggen (bewoners moeten niet uit de media met de publicatie van het programma horen dat er om de hoek een voorziening wordt gerealiseerd);
- het programma naar buiten te brengen als deze stappen zijn gezet: eind februari/begin maart.

De zoektocht vindt plaats op basis van een taakstelling voor de deelgemeenten. Die taakstelling is terug te voeren op een verdeling, waarop in onze brief aan de raad van 31 augustus 2006 is ingegaan. In de verdeling zijn vijf uitgangspunten terug te vinden: 1. iedere deelgemeente doet mee (dus minimum van 1 voorziening), 2. deelgemeenten doen mee naar omvang (dus grotere deelgemeenten een hogere taakstelling), 3. rekening wordt gehouden met de belasting van het woonmilieu zoals tot uitdrukking komend in de veiligheidsindex (een sterke negatieve afwijking van het stedelijk gemiddelde leidt tot een mindering), 4. rekening wordt gehouden met het Keilewegprogramma (een tweetal deelgemeenten hebben in dat kader nog een opgave te realiseren, deze wordt dus niet kwijtgescholden, maar komt erbij) en 5. rekening wordt gehouden met de reeds aanwezige voorzieningen op het gebied van maatschappelijke opvang, openbare geestelijke gezondheidszorg en verslavingszorg.

De door uw raadslid gestelde vragen 1 en 2, hebben op het laatst genoemde element van de verdeling, betrekking. De correctie met het oog op aanwezige voorzieningen is gebaseerd op een bestaande inventarisatie van voorzieningen. Deze hebben wij voor ons doel terug gebracht tot een globale driedeling: deelgemeenten die substantieel onder het stedelijk gemiddelde zitten (dus relatief weinig voorzieningen hebben), deelgemeenten die rond het gemiddelde zitten en deelgemeenten die substantieel boven het gemiddelde zitten (dus relatief veel voorzieningen hebben: Delfshaven en Stadscentrum). In concreto hebben wij laatstgenoemden gecompenseerd, in de zin dat Delfshaven en Stadscentrum (voorzover zij al niet op het minimum van 1 voorziening zaten) een mindering kregen.
Genoemde bestaande inventarisatie van in de stad aanwezige voorzieningen wordt door het COS geactualiseerd. Die actualisatie zou overigens al beschikbaar moeten zijn, maar omdat de aanlevering van gegevens vanuit een enkele instelling stokte, komt zij begin 2007 beschikbaar.

Voor ons doel en de wijze waarop wij daarmee in de verdeling zijn omgegaan, volstaat het globale beeld. Wij kunnen ons niet voorstellen dat een preciezer beeld van waar nu welke voorzieningen in Rotterdam zijn, bij handhaving van het gehanteerde verdeelmodel, tot een andere uitkomst van de verdeling zou leiden.
We dienen ons immers ook te realiseren waar het bij deze verdeling nu eigenlijk om gaat.
Er zijn 19 voorzieningen tussen nu en 2010 in deelgemeenten onder te brengen. Alom aanvaarde uitgangspunten zijn dat iedere deelgemeente meedoet (daarmee dus al 13 verdeeld) en dat de nog openstaande Keileweg-opgave niet wegvalt (dus nog 2). Blijven er al met al vier voorzieningen over die op basis van de overige criteria (omvang deelgemeente, veiligheidsindex en aanwezige voorzieningen) dienen te worden verdeeld.
Daarnaast constateren wij dat er geen discussie meer is over de verdeling en dat in het bestuurlijk overleg van 13 december de uitgangspunten van het zoekproces zijn herbevestigd. Er is dus ook procesmatig geen aanleiding voor een andere verdeling, integendeel het heropenen van een discussie daarover zou in het proces een terugslag betekenen.

Hieronder volgend de vragen van mevrouw Van den Anker en onze beantwoording.

Vraag 1:
Vindt dit college het zelf niet gek om eerst een taakstelling op te leggen aan elke deelgemeente, wanneer, zoals nu blijkt de informatie waarop die beslissing is gebaseerd, summier en gebrekkig is en bovendien nog getoetst moet worden door het COS? Waarom heeft het college ervoor gekozen het op deze manier te doen?

Antwoord:
Het college vindt dat de verdeling gebaseerd is op goede gronden. In de inleiding hierboven zijn deze uiteengezet.

Vraag 2:
Is het college bereid om tot een andere taakstelling en spreiding binnen en buiten de gemeente Rotterdam over te gaan als blijkt dat de ‘kennis van dit moment’ waarop de eerste inventarisatie is gebaseerd niet blijkt te kloppen?

Antwoord:
Inhoudelijk en procesmatig is het onverstandig om de taakstellingen te wijzigen. De verdeling ondergaat met name wijzigingen wanneer een ander model zal worden gehanteerd (dus met andere uitgangspunten) en daartoe is geen aanleiding.

Voorts stelt mevrouw Van den Anker:

“Rotterdam is een van de 43 centrumgemeenten in Nederland die jaarlijks van het rijk miljoenen krijgt voor de maatschappelijke opvang van dak- en thuislozen. De gemeente Rotterdam plust daar al jaren zelf geld bij voor nog meer opvang en zorg. En met de door het vorige college gesloten deal met het rijk over een doorbraak in de maatschappelijke opvang, heeft de gemeente Rotterdam de komende jaren nog meer miljoenen te besteden voor en te verdelen onder de doelgroep.”

Vraag 3:
Kunt u in de definitieve onderbouwing van het spreidingsplan ook een overzicht geven van de voorzieningen in de randgemeenten die tot de centrumgemeente behoren waar de gemeente Rotterdam ook onderdeel van uitmaakt?

Antwoord:
In de aan uw Raad verzonden brieven van 3 juli 2006 en 31 augustus 2006 is aangegeven dat het onze intentie is om 7 voorzieningen buiten Rotterdam te realiseren en 19 (aanvankelijk 23) in Rotterdam.
Met de gemeenten die deel uitmaken van het centrumgemeentegebied Rotterdam zijn gesprekken gevoerd over de realisering van voorzieningen op hun grondgebied. Deze gesprekken lopen voor de resterende opgave nog door en zullen in het eerste kwartaal 2007 worden afgerond.
Tot dusverre zijn buiten de stad Rotterdam de volgende voorzieningen gerealiseerd of in de steiger gezet. In sommige gevallen groeien zij in fasen uit tot het aangegeven aantal bedden, het jaartal geeft de start aan.
- Hummelo Time out voorziening 10 plaatsen (2006)
- Midden Drenthe Duurzaam Verblijf 60 plaatsen (2007)
- Albrandswaard Woon Zorg Werkvoorziening 48 plaatsen (2007)
- Albrandswaard Woon Zorg Werkvoorziening 58 plaatsen (2008)
- Vlaardingen Sociaal Pension 30 plaatsen (2008)

Ten aanzien van de in de randgemeenten reeds aanwezige voorzieningen, wijzen wij erop dat met name Capelle aan den IJssel (verwante) voorzieningen heeft, namelijk van Bouman GGZ en Bavo RNO-groep, terwijl in Albrandswaard de hoofdvestiging van Delta Psychiatrisch Centrum gevestigd is. Voor zover bekend zijn in Krimpen aan den IJssel, Barendrecht en Ridderkerk geen woon- of verblijfsvoorzieningen voor deze doelgroep van dak- en thuislozen aanwezig.

Vraag 4:
Welke mogelijkheden, naast praten en tot commitment komen, kan en wil het college aanwenden om meer voorzieningen te realiseren in deze randgemeenten?

Antwoord:
De middelen zijn: goed overleg, het aanspreken op regionaal commitment en financiering vanuit de middelen van het Plan van Aanpak MO. Op basis van de registratie van Centraal Onthaal kan in 2007 worden nagegaan waar de wortels van de zich in Rotterdam meldende dak- en thuislozen liggen. Op basis hiervan zou een traject van teruggeleiding naar de plaats van herkomst kunnen worden ingezet en op die manier het stimuleren van een voorziening in de randgemeente kunnen worden onderbouwd.

Verder stelt mevrouw Van Den Anker:

“Daar de spreiding en taakstelling op dit moment alleen is gebaseerd op de variabele/wegingsformule ‘aantal inwoners op het aantal MOVZ en GGZ instellingen’, vragen wij het college om de volgende variabalen eveneens op te nemen en mee te laten wegen bij de bepaling van het aantal en soort voorzieningen binnen en buiten de gemeente Rotterdam:
1) Aantal patiënten/ cliënten per deelgemeente
2) Aantal kamers met woonbegeleiding per deelgemeente
3) Aantal door zorginstellingen gehuurde kamers en woningen waar hun patiënten ‘gewoon’ wonen.
4) Aantal overlastklachten per deelgemeente
5) Een wegingsmodel om de geschatte overlast per voorziening te bepalen (een dagopvang met gebruiksruimte voor dubbeldiagnose patiënten is wat anders dan een begeleid wonen project met 24 uurs beveiliging en weer wat anders dan een huis met vier kamers waarin semi-zelfstandig wordt gewoond).“

Vraag 5:
Is het college bereid deze variabelen op te nemen en mee te laten wegen bij de bepaling van het aantal en soort voorzieningen binnen en buiten de gemeente Rotterdam?

Antwoord:
Zoals aangegeven in onze beantwoording van de vragen 1, 2 en 3 gaan wij uit van andere uitgangspunten voor de verdeling van de voorzieningen binnen Rotterdam en voor de invulling van het buitenstedelijke aandeel. Er zijn geen aanleidingen om deze uitgangspunten te wijzigen.


Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,


De Secretaris, De Burgemeester,


A.H.P. van Gils I.W. Opstelten

Behandelend ambtenaar: A. de Jong