Rotterdam, 15 december 2008.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid drs. A.N. Molenaar (Leefbaar Rotterdam) over Masterclass Bestuur Lokaal Kunst en Cultuur.
Aan de Gemeenteraad.
Op 17 november 2009 stelde het raadslid drs. A.N. Molenaar (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over Masterclass Bestuur Lokaal Kunst en Cultuur.
Inleidend wordt gesteld:
“In de Metro van 11 november 2009 staat een advertentie, waarin het SBAW, in opdracht van de dienst Kunst en Cultuur (dKC), vraag naar multiculturele bestuurders voor een exclusieve masterclass. In deze masterclass worden hoogopgeleiden geïntroduceerd in Raden van Besturen van Rotterdamse culturele instellingen. Het programma is sec bedoeld voor professionals met een ‘multiculturele achtergrond’.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1: Waarom komen alleen professionals met een ‘multiculturele achtergrond’ in aanmerking voor deze exclusieve masterclass en waarom nodigt u niet elke Rotterdammer uit met bestuurlijke ervaring en affiniteit met kunst en cultuur?
Antwoord:
Onze ervaring leert dat de huidige raden van toezicht van door de gemeente gesubsidieerde instellingen in de culturele sector (nog) geen afspiegeling vormen van de samenleving. Tegelijkertijd zien wij dat veel jonge mensen met een multiculturele achtergrond hoger opgeleid raken en hogere maatschappelijke functies bekleden. In de Rotterdamse stichtingbesturen en raden van toezicht zijn zij echter nog sterk ondervertegenwoordigd. Wij willen hen de mogelijkheid bieden hun kennis over het vervullen van een lidmaatschap van een bestuur of raad van toezicht én over de culturele sector te vergroten opdat zij in de komende tijd een bestuursfunctie kunnen gaan bekleden.
Vraag 2: Wat wordt bedoeld met een ‘multiculturele achtergrond’? Bedoelt u professionals uit gemengde wijken of professionals van een bepaalde etniciteit? Licht uw antwoord toe.
Antwoord:
Met ‘multiculturele achtergrond’ bedoelen wij in de eerste plaats een meervoudige etnische achtergrond, dat wil zeggen ten minste één ouder met een andere dan de Nederlandse afkomst. De argumentatie hiervoor hebben wij bij vraag 1 gegeven.
Vraag 3: Waarom worden potentiële bestuurders zonder ‘multiculturele achtergrond’ uitgesloten voor deelname aan de masterclasses? Is er hierbij sprake van uitsluiting op basis van etniciteit? zo ja, hoe verhoudt zich dit tot artikel 1 van de Grondwet?
Antwoord:
Potentiële bestuurders zonder ‘multiculturele achtergrond’ worden in ieder geval in deze eerste ronde van de masterclass uitgesloten van deelname om de door ons onder vraag 1 genoemde reden. Daarbij is in onze ogen geen sprake van uitsluiting op basis van etniciteit maar van een voorkeursbehandeling voor groepen met een multiculturele achtergrond.
Wij zijn van mening dat bij deze selectie geen sprake is van strijdigheid met art. 1 van de Grondwet. Wij wijzen in dit verband op de Algemene Wet Gelijke Behandeling die in art. 2, lid 3 stelt: ‘Het in deze wet neergelegde verbod van onderscheid geldt niet, indien het onderscheid een specifieke maatregel betreft die tot doel heeft vrouwen of personen behorende tot een bepaalde etnische of culturele minderheidsgroep een bevoorrechte positie toe te kennen teneinde feitelijke nadelen verband houdende met de gronden ras of geslacht op te heffen of te verminderen en het onderscheid in een redelijke verhouding staat tot dat doel.
Vraag 4: Bent u bereid de inhoud van deze advertentie te rectificeren?
Antwoord:
Neen.
Inleidend op vraag 5 wordt gesteld:
“Het doel van de masterclass is “de culturele diversiteit van nieuwe leden voor Raden van Besturen van culturele instellingen te stimuleren en te plaatsen.””
Vraag 5:
Wat wordt precies bedoeld met ‘de culturele diversiteit van nieuwe leden voor Raden van Besturen van culturele instellingen te stimuleren en te plaatsen’?
Antwoord:
Met het programma willen wij bevorderen dat de samenstelling van de Raden van Toezicht (dus niet de Raden van Bestuur) diverser wordt. Concreet betekent dit dat in de raden van toezicht meer leden met een cultureel verschillende achtergrond zitting hebben, waardoor deze raden van toezicht meer dan nu het geval is in etnisch en cultureel opzicht een afspiegeling vormen van de samenleving.
Vraag 6:
Wat denkt u te bereiken met een grotere culturele diversiteit bij de Raden van Besturen van culturele instellingen?
Antwoord:
Wij menen dat een grotere culturele diversiteit van de Raden van Toezicht van culturele instellingen op termijn zal leiden tot een betere aansluiting van de activiteiten van deze instellingen bij de samenstelling van de Rotterdamse bevolking.
Vervolgens stelt de heer Molenaar:
“Raden van Besturen dienen in de eerste plaats toe te zien of een organisatie efficiënt wordt bestuurd.”
Vraag 7:
Waarom selecteert u kandidaten niet op basis van hun ervaring in het efficiënt runnen van een organisatie en/of relevante bedrijfskundige of bedrijfseconomische opleiding, maar kiest u op basis van etniciteit?
Antwoord:
Etniciteit is niet het enige criterium voor de selectie van de deelnemers aan de masterclass. Zoals u hebt kunnen lezen in de advertentie gaat het om hoogopgeleide ‘professionals met bestuurlijke ervaring die graag als bestuurder willen werken bij een culturele instelling in Rotterdam’.
Dan stelt de heer Molenaar:
“De komende 10 jaar zal de overheid zich langzaam maar zeker terugtrekken als subsidiant van de culturele sector en zal meer afhankelijk worden van sponsoren en particulier initiatief (mecenaat).”
Vraag 8:
Bent u het met ons eens dat er, ongeacht de etniciteit, behoefte is aan bestuurders die particulier kapitaal voor de culturele sector kunnen aantrekken?
Antwoord:
In uw inleiding op deze vraag stelt u, dat de overheid zich de komende 10 jaar langzaam maar zeker zal terugtrekken als subsidiënt van de culturele sector en dat deze sector meer afhankelijk zal worden van sponsoren en particulier initiatief. Wij delen die veronderstelling niet: vooralsnog is er nog geen tendens waarneembaar dat de overheid zich terugtrekt als subsidiënt, ook niet in Rotterdam. Wel zijn wij met u eens dat de culturele sector behoefte heeft aan bestuurders die particulier kapitaal kunnen aantrekken, maar dat is niet de primaire taak van een bestuurder. Zijn of haar toezichthoudende rol staat voorop.
Vraag 9:
Bent u bereid, ongeacht etniciteit, actief professionals aan te trekken die door hun netwerk en/of marketing kwaliteiten in staat zijn particulier geld aan te trekken voor de cultuursector?
Antwoord:
De benoeming van leden van Raden van Toezicht en besturen voor stichtingen in de culturele sector is voorbehouden aan de Raden van Toezicht zelf.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
A. Aboutaleb