Rotterdam, 23 augustus 2011.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van de raadsleden drs. R.E. Schneider (Leefbaar Rotterdam) en mevrouw J.L. Ton (Leefbaar Rotterdam) over de voortgang van de bouw van P+R Kralingse Zoom.
Aan de Gemeenteraad.
Op 26 juli 2011 stelden de raadsleden drs. R.E. Schneider (Leefbaar Rotterdam) en mevrouw J.L. Ton (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over de voortgang van de bouw van P+R Kralingse Zoom.
Inleidend wordt gesteld:
“Al een aantal maanden ligt de bouw van P+R garage Kralingse Zoom stil als gevolg van een conflict tussen de gemeente en de aannemer. Het conflict had betrekking op extra eisen waarmee de aannemer zich geconfronteerd zag en de daaropvolgende vraag of de gemeente Rotterdam hier de verantwoordelijkheid voor moest dragen in de zin van bijbetaling. De gemeente bleef van mening dat bijbetaling niet aan de orde is, waarop de aannemer de werkzaamheden stop zette.
De rechter heeft inmiddels uitspraak gedaan en geconcludeerd dat de aannemer de bouw terecht heeft stilgelegd. Deze uitspraak heeft de nodige gevolgen voor de gemeente Rotterdam en zoals de zaken er nu voor staan leidt dit tot een zoveelste gat in uw toch al wankele begroting. Leefbaar Rotterdam heeft daarom de volgende vragen:”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Hoe interpreteert u de uitspraak van de rechtbank en ziet u aanknopingspunten om in hoger beroep te gaan? Graag een toelichting
Antwoord:
Ons college is teleurgesteld over het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter. Wij hadden deze uitkomst niet verwacht en ook onze externe advocaat, die het traject vanaf het begin af aan heeft begeleid, meende dat de gemeente een goede kans op winst had. In reactie hierop staan ons twee wegen open: in hoger beroep gaan of een bodemprocedure starten. Door overschrijding van de beroepstermijn door de advocaat is de mogelijkheid van spoedappèl (hoger beroep) vervallen en zullen wij nu een bodemprocedure starten. Voor dit laatste verwijzen wij naar onze brief van 25 augustus 2011 aan uw gemeenteraad.
Het vonnis biedt kansen voor een succesvolle bodemprocedure op in ieder geval de volgende punten:
- De overweging van de voorzieningenrechter dat een voorwaardelijke bouwvergunning gelijk moet worden gesteld met het ontbreken van een bouwvergunning leent zich voor gemotiveerde betwisting, aangezien aan bouwvergunningen feitelijk altijd voorwaarden zijn verbonden.
- Met betrekking tot de constructieve sterkte van kanaalplaatvloeren is in het voorlopig oordeel onderbelicht gebleven, dat Ballast Nedam contractueel gebonden is aan haar aanbieding waarin een brandwerendheid van ten minste 90 minuten is opgenomen. Deze verbintenis staat op zichzelf en is dus niet afhankelijk van eventuele wijzigingen in wet- en regelgeving.
- Voor wat betreft het brandveiligheidsconcept had Ballast Nedam er op bedacht moeten zijn dat lokale eisen golden (te meer nu dat in de vraagspecificatie was vermeld) en dat zij zich actief had moeten laten informeren over de aard en strekking van die lokale eisen. Daar komt bij dat partijen uiteindelijk gezamenlijk een maatstaf hebben gecreëerd waar het ontwerp van Ballast Nedam volgens de Gemeente nog niet aan voldoet.
Vraag 2:
Wat zou de bouw van de garage in totaal mogen kosten volgens de oorspronkelijke businesscase en wat heeft de bouw van de garage tot nu gekost?
Antwoord:
Contractueel is voor de combinatie van design én construct € 29,5 mln excl. BTW. overeengekomen. Hiernaast is er voor € 0,5 mln excl. BTW aan meerwerk opgedragen. De totale verplichting voor deze overeenkomst bedraagt derhalve € 30,0 mln excl. BTW. Van dit bedrag is € 10,8 mln. excl. BTW daadwerkelijk betaald en is er voor € 1,9 mln excl. BTW aan facturen ontvangen, welke nog niet zijn betaald.
Naast deze kosten zijn er ook kosten voor bouw- en woonrijp maken en bijkomende kosten.
Over de opbouw van de geraamde kosten van het project en over de opbouw van de dekking wordt gerapporteerd in het kader van de monitor Grote Projecten.
Vraag 3:
Wat zijn de kosten per dag dat de garage stil ligt?
Antwoord:
Bij het stilleggen van het project zijn twee situaties te onderscheiden. De huidige situatie, een hard gegeven, waarin Ballast Nedam het terrein nog in gebruik heeft en een situatie, waarin Ballast Nedam het terrein heeft verlaten en de verder ontwikkeling afhankelijk is van het te kiezen scenario.
In de huidige situatie rijdt de ParkShuttle niet en moet de gemeente aan Connexxion de kosten (inkomstenderving) hiervoor vergoeden. De exploitatiekosten bedragen € 732.670,-- per jaar. Na aftrek van de kostenposten die variabel zijn en/of wegvallen blijft een jaar exploitatiebedrag van € 656.455,-- over. Dit is € 12.624,--- per week. Daarnaast zal met Ballast Nedam moeten worden gesproken over de kosten die zij momenteel maken voor bouwhekken en de containertunnel c.a. en zijn er personele kosten voor de gemeente. Bij elkaar moet rekening worden gehouden met circa € 25.000,-- per week.
Vraag 4:
Welke stappen gaat u nemen om de bouw van de garage weer vlot te trekken en binnen welk tijdschema volgen deze stappen en afronding?
Antwoord:
Het antwoord op deze vraag valt nog niet te geven. Wij beraden ons nu op scenario’s en de uitwerking daarvan. Wij zullen de gemeenteraad daarover ten spoedigste informeren en vooruitlopend daarop geen onomkeerbare beslissingen nemen.
Vraag 5:
Binnen welke bandbreedte moeten we de financiële gevolgen voor de gemeente plaatsen? Met andere woorden, wat is de minimale tegenvaller en wat is de maximale tegenvaller die u moet verwerken?
Antwoord:
Uitgangspunt van ons college is dat we binnen het budget tot een oplossing proberen te komen. Wij doen er alles aan om dat uitgangspunt te verwezenlijken en dit uitgangspunt is medebepalend voor het te kiezen scenario. Zie ook ons antwoord op vraag 4.
Vraag 6:
Op welk moment worden de financiële gevolgen van dit conflict in de begroting verwerkt?
Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 5.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
W. Hoogendoorn, l.s.
De burgemeester,
A. Aboutaleb