Volkstuinen in Rotterdam
Inleidend stelt de heer Mosch:
“De zomer is aangebroken en het is regelmatig mooi weer, hét seizoen dat men gebruik maakt van hun volkstuintje. De vraag is echter voor hoe lang, gezien de constante prijsverhogingen van 25% per jaar. Daarnaast zijn er vele klachten over de verschillende tarieven die de deelgemeenten los van elkaar opstellen voor de grondhuur en bestaat er vrees voor het sluiten van de tuinen ten behoeve van een projectontwikkelaar. Tevens zijn er klachten over het slechte onderhoud dat door de dienst Sport & Recreatie geleverd wordt”.
Met betrekking tot het volkstuinbeleid van Rotterdam heb ik de volgende vragen aan u:
Hieronder volgen zijn vragen, voorzien van onze antwoorden.
Vraag 1:
Heeft u een beeld van de achtergronden en het inkomen van de volkstuinders? Zo ja, kunt u dit beeld schetsen. Zo nee, bent u bereid hier onderzoek naar te doen?
Antwoord:
Ja; op basis van onderzoek is er sprake van een veranderend profiel van de volkstuinder. Naast de traditionele tuinders met doorgaans lagere en midden inkomens, is sprake van een nieuwe generatie, waaronder alleenstaanden met kinderen en hoger opgeleiden. Overigens is dit onderzoek wat gedateerd. De Rotterdamse Bond van Volkstuinders (RBvV) heeft in haar beleidsplan 2006 – 2010 inmiddels kenbaar gemaakt nieuw onderzoek te doen naar het actuele profiel van de Rotterdamse volkstuinder.
Vraag 2:
Bent u het met mij eens dat de volkstuinen in Rotterdam voor een deel een belangrijke sociale functie hebben die voornamelijk zorgen dat de geďsoleerde, meestal oudere, bewoners uit kleine flatjes op deze manier onder de mensen komen en toch kunnen genieten van een tuin en de buitenlucht. Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Ja, volkstuinen voorzien in een brede maatschappelijke behoefte en dragen onder meer bij aan de sociale cohesie binnen de in de verzorgingsgebieden gesitueerde wijken.
Vraag 3:
Bent u het met mij eens dat het beleid dat de deelgemeenten de prijzen vaststellen oneerlijk is tegenover de tuinders? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
In het verleden is op basis van een raadsbesluit het product “volkstuinen” onder bestuurlijke verantwoordelijkheid gebracht van de deelgemeenten. Daarmee werd de beleidsvrijheid voor het vaststellen van de huurtarieven gedecentraliseerd. Kostprijsberekening van volkstuinen, waaronder de tarifering van de grondhuur, is mede op verzoek van de vorige raadscommissie onderwerp van nadere studie. De uitkomsten van deze studie zullen mogelijk in de tweede helft van dit jaar in de overleggen met de RBvV en deelgemeenten nadere aandacht krijgen.
Vraag 4:
Kunt u aangeven wat volkstuinders per complex gemiddeld per jaar betalen voor het gebruik van hun tuin en wat de afgelopen jaren de verhogingen zijn geweest in procenten?
Antwoord:
Neen. Het bedrag dat een tuinder gemiddeld per complex op jaarbasis voor het gebruik van de tuin moet betalen, is niet exact bekend. De kosten voor het gebruik van een tuin bestaan namelijk uit diverse componenten waaronder de contributiebijdrage aan de RBvV en de volkstuinvereniging, premie voor de verzekering van de opstal, verbruik van water en energie alsmede de grondhuur (te voldoen aan de RBvV, die de percelen aan de tuinders verhuurt). De laatste component is afhankelijk van de grootte van de tuin en het geldende huurtarief. De component “grondhuur” per tuin, over het tota le areaal van circa 5.000 tuinen genomen, ligt in Rotterdam gemiddeld nog onder de € 300,-- op jaarbasis.
Vraag 5:
Zou het niet beter zijn de verenigingen te adviseren een inkomensafhankelijke huur te laten betalen, omdat er nu veel mensen met een hoger i nkomen van deze tuinen gebruik maken, die best meer kunnen betalen of over de rug van de armere oudere mensen proberen hun eigen huur laag te houden?
Antwoord:
Neen; volkstuinverenigingen hebben daarin geen rol. Volkstuinen worden door de RBvV aan de tuinders verhuurd. Overigens kent de gemeente Rotterdam al een voorziening op basis waarvan aan minder draagkrachtige volkstuinders een tegemoetkoming op de grondhuur kan worden verleend. Van deze regeling wordt jaarlijks via de RBvV door circa 250 tuinders ge bruik gemaakt. Gemiddeld wordt op basis van deze regeling zo’n € 70,-- per tuinder uitgekeerd. Uitgaande van de gemiddelde grondhuur van € 300.-- betekent dat een reductie van ruim 22 %.
Vraag 6:
Bent u op de hoogte van het advies van de RBVV dat een verh oging van 1,6% lijdt tot een kostendekkend plaatje?
Antwoord:
Neen; indien met een kostendekkend plaatje hier wordt bedoeld een kostendekkende gemeentelijke exploitatie van volkstuinen, rekening houdend met de kosten voor het totaal genormeerde onderhoud, zou dat als een niet realistisch advies moeten worden beoordeeld.
Vraag 7:
Bent u het met mij eens dat de tuinders duidelijkheid omtrent de toekomst van hun tuin verdienen en bent u van plan dit te geven?
Antwoord:
Ja, waar mogelijk moet vooraf helderheid worden geboden over de toekomst van de volkstuincomplexen. In de nota “Tuinparken in Rotterdam; kader tuinieren 2010” van mei 2000 werd op dat punt dan ook voor de komende jaren helderheid gegeven. In deze nota staat vermeld welke volkstuincomplexen in het tijdvak 2000 – 2010 als gevolg van stedenbouwkundige ontwikkelingen dienen te worden ontmanteld of verplaatst. Als vervolg op deze kadernota is een protocol opgesteld waarin tevens de uitgangspunten zijn vastgelegd voor het vaststellen van onder meer de hoogte van de vergoedingen voor de “gedupeerde” tuinders. Dit protocol werd in 2001 ondertekend door het gemeentebestuur en de RBvV
Voor het overige zijn het de deelgemeenten, die als bevoegd bestuurder besluiten kunnen nemen over hun volkstuincomplexen. In al die gevallen zijn het de deelgemeenten die duidelijkheid verschaffen over eventuele beleidsvoornemens.
Vraag 8:
De dienst Sport & Recreatie, die verantwoordelijk is voor het onderhoud, schijnt vele klachten te ontvangen en het onderhoud niet naar behoren uitvoeren. Bent u hiervan op de hoogte en wat kunt u hier aan doen?
Antwoord:
Zoals gezegd zijn de volkstuinen in het verleden op basis van een raadsbesluit onder decentrale bestuurlijke verantwoordelijkheid gebracht. De verantwoordelijkheid voor het onderhoud behoort als gevolg daarvan niet tot de competentie van het stadsbestuur. Het onderhoud aan volkstuincomplexen wordt door Sport en Recreatie derhalve uitgevoerd in opdracht van de deelgemeenten. De dienst levert jaarlijks de plannen groot onderhoud bij de deelgemeenten in. De uitvoering van de ingediende plannen is vervolgens afhankelijk van de mate waarin de deelgemeenten de benodigde middelen beschikbaar stellen.
Vraag 9:
Wij krijgen signalen van volkstuinders, waaronder van het complex ‘De To chten’, over “mannen in pak die aantekeningen maken”. Wanneer de volkstuinders vragen wat deze mannen doen, weigeren zij hier antwoord op te geven. Kunt u ons vertellen wie deze “mannen in pak” zijn, wat zij doen en of zij in opdracht van de Gemeente en/of diensten daar waren?
Antwoord:
Neen; navraag bij de RBvV en de deelgemeente Prins Alexander heeft niets opgeleverd.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,
A.H.P. van Gils J. Kriens, l.b.
Behandelend ambtenaar: R. van der Sluis