Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 22, 2012
Markt in Rozenburg (n.n.b)

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


Vervolgvragen gebruik dienstauto leden B en W

Rotterdam, 21 februari 2012.

Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van raadslid J.L. Ton (Leefbaar Rotterdam) over het gebruik van dienstauto’s door leden B en W.

Aan de Gemeenteraad.

Op 24 augustus 2011 stelde raadslid J.L. Ton (Leefbaar Rotterdam) ons college schriftelijke vragen over het gebruik van dienstauto’s door leden B en W.

Inleidend wordt gesteld:
Onlangs is de beantwoording van de schriftelijke vragen van Jolanda Ton inzake ‘Gebruik dienstauto leden B en W’ ontvangen. Onduidelijk is waarom er kort achter elkaar twee verschillende versies van de beantwoording zijn verzonden.
Het handboek College 2007 is vastgesteld in 2007 en was van kracht tot 2 maart 2010. Het handboek College 2010 was van kracht van 2 maart 2010 tot 14 juli 2010. De versie daarna is van kracht geweest tot 31 mei 2011. In de beantwoording van de schriftelijke vragen ‘Gebruik dienstauto leden B en W’ wordt echter alleen verwezen naar het handboek College 2010.
Sinds 1 juni 2010 mogen collegeleden ritten maken met de dienstauto voor campagneactiviteiten. Voor deze datum was dit nog niet het geval. Voormalig wethouder Schrijer heeft in de periode van 1 januari tot 3 maart 2010, 21 ritten met een partij of campagne gerelateerd karakter gemaakt. Wethouder Karakus heeft in dezelfde periode 5 van deze ritten gemaakt.
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Wat is de reden dat er kort achter elkaar twee verschillende versies van de beantwoording van de schriftelijke vragen zijn verzonden?

Antwoord:
Per abuis is een concept-versie naar uw raad verzonden.

Vraag 2:
Waarom wordt in de beantwoording van de schriftelijke vragen onterecht verwezen naar (alleen) het handboek College 2010?

Antwoord:
Bij de beantwoording van de schriftelijke vragen is gebruik gemaakt van het ten tijde van de gestelde vragen geldende Handboek College 2010. Het is goed om te vermelden dat de handboeken, hetzij bij het aantreden van een nieuw college, hetzij bij gewijzigde regelgeving op fiscaal of rechtspositioneel gebied, worden geactualiseerd. Dit betekent dus niet dat er periodiek geheel nieuwe versies worden geschreven, de tekst wordt enkel aangepast waar dat noodzakelijk of wenselijk wordt geacht.

Vraag 3:
Hoeveel van de ritten van voormalig wethouder Schrijer en van wethouder Karakus waren partij gerelateerd en hoeveel van deze ritten waren campagne gerelateerd?

Antwoord:
De ritten waaraan u refereert waren alle zakelijke ritten. Het betroffen partijbijeenkomsten, een interview waarin zowel vragen over het ambt als campagnekwesties aan bod zijn geweest en een rit naar een partijfoto tussen twee zakelijke afspraken in.

Naar aanleiding van uw vragen hebben wij nogmaals het beleid rondom het gebruik van de dienstauto’s besproken. Hoewel de fiscale regelgeving wel ruimte biedt voor het vervoer naar campagneactiviteiten hebben wij als college, bij de vaststelling van het Handboek 2011, afgesproken geen gebruik te maken van deze mogelijkheid en dit als verbijzondering op te nemen in het Handboek College.

Vraag 4:
Wat zijn de totale kosten van de campagne ritten? Graag deze kosten specificeren..

Antwoord:
Het college van B en W heeft een begroting voor het vervoer met de dienstauto’s. Alle gemaakte ritten, inclusief de eerder genoemde ritten, vallen binnen deze begroting. Het totaal aantal gereden kilometers van de in vraag drie genoemde zakelijke ritten bedraagt bij benadering driehonderd.

Vraag 5:
Hebben leden van het college b en w de dienstauto gebruikt voor privé ritten in de periode 1 januari tot 2 maart 2010, 2 maart tot 14 juli 2010 en van 14 juli tot 31 mei 2011? Zo ja, hoeveel privé kilometers heeft elk collegelid afgelegd in elk van deze perioden?

Antwoord:
De dienstauto wordt ingezet voor ambtsgebonden zakelijke ritten. Echter, zoals aangegeven in het Handboek College, kan bij wijze van uitzondering met de dienstauto toch een rit met voor een deel privé-karakter gemaakt worden. Het is voor collegeleden fiscaal gezien toegestaan om vijfhonderd kilometer per jaar als privé te noteren. In Rotterdam is dit zodanig beperkt dat het alleen toegestaan is als blijkt dat een deel van de rit met privé-karakter van de verder overwegend zakelijke rit redelijkerwijs niet te vermijden is, of als vaststaat dat het ondoelmatig is om dat deel van de rit met een andere vorm van vervoer te maken. Voorbeelden zijn ritten van en naar zorgvoorzieningen of ritten in verband met calamiteiten rondom het gezin of familieaangelegenheden zoals een condoleance.

De gemaakte ritten worden via een controlerend systeem bijgehouden. Het huidige registratiesysteem wordt sinds 2009 gebruikt. Na een opstartfase, waarin de registratie verder is geperfectioneerd, functioneert het systeem goed en is het verantwoordingsproces scherper georganiseerd. De rittenadministratie is ter controle beschikbaar voor de belastinginspecteur. Voor het jaar 2011 kunnen wij u melden dat tot heden geen van de collegeleden ook maar in de buurt komt van de 500 km-grens. Uit de rittenadministratie blijkt dat er in het eerste halfjaar van 2011 in totaal door de acht wethouders 108,8 kilometer privé is gereden. Uiteraard is scherpte en alertheid blijvend van belang bij het organiseren en verantwoorden van ritten met de dienstauto.

Vraag 6:
Kunt u de raad de rittenstatus van de collegeleden doen toekomen?

Antwoord:
Nee, vanuit privacy- en veiligheidsoverwegingen verstrekken wij geen rittenstatussen van de collegeleden.

Vraag 7:
Bent u van mening dat de gemeentesecretaris zijn controlerende functie op de juiste wijze heeft vervult? Zo nee, waarom niet? Zo ja, licht uw antwoord toe.

Antwoord:
Ja. Zoals ook aangegeven in de beantwoording van 2 augustus jl. zijn er afspraken gemaakt omtrent het gebruik van de dienstauto’s. Indien er twijfel bij de chauffeur of planner bestaat over een bepaalde bestemming wordt deze direct aan de gemeentesecretaris voorgelegd. Indien nodig sluit de gemeentesecretaris de rit kort met de betrokken wethouder. Bovendien licht de gemeentesecretaris in een persoonlijk gesprek met elke nieuwe wethouder het Handboek College toe en is afgesproken dat de gemeentesecretaris ook voor het college het aanspreekpunt is voor vragen of onduidelijkheden omtrent het Handboek College. Bovendien worden de betrokkenen periodiek bijgepraat over het Handboek College.

Vraag 7 (tweede maal 7 in uw brief):
Waarom heeft het college een eigen handboek als er landelijk, provinciaal en lokaal een algemeen geldende handreiking en een model gedragscode is?

Antwoord:
U stelt dat de Handreiking algemeen geldend is. Voorzover daarmee bedoeld wordt dat deze wordt aangeboden aan alle onderdelen van de openbare sector dan klopt dat. Wordt met uw opmerking gedoeld op algemeen verbindend dan klopt dat niet. Het doel van de handreiking (een productie van VNG, IPO, UvW en ministerie van BZK) is volgens de site van het Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector: Deze handreiking is bedoeld om politieke ambtsdragers bij gemeenten, provincies en waterschappen te stimuleren en ondersteunen bij hun inspanningen om de bestuurlijke integriteit te versterken.

Met enige regelmaat verschijnt er een actualisering bijvoorbeeld omdat gewijzigde regelgeving op fiscaal of rechtspositioneel gebied daartoe aanleiding geeft. De openbare sector en dus ook de gemeente Rotterdam wordt op een adequate wijze van de ontwikkelingen op de hoogte gebracht. Echter, de naam zegt het al, het is een handreiking. Het is gericht op de gehele openbare sector, waaronder zeer grote en zeer kleine gemeenten. Verbijzondering naar de specifieke situatie van een onderdeel van de openbare sector is vereist. Het Handboek College is die verbijzondering voor Rotterdam en geeft de wijze weer waarop het college binnen de door de gemeenteraad gestelde kaders praktische invulling voor het eigen college wenst te geven aan de onderwerpen die in de Handreiking aan de orde komen. De kaders vastgesteld door uw Raad, zijn de Gedragscode burgemeester en wethouders en de Verordening voorzieningen collegeleden.

Het Handboek College is overigens goed te vergelijken met het Handboek Raadsleden. In dat handboek wordt specifiek voor de leden van de gemeenteraad van Rotterdam voor identieke onderwerpen invulling gegeven voor de specifieke Rotterdamse situatie. Het bevat dan ook tal van praktische, administratieve afspraken en procedures.

Vraag 8:
Verschilt de handreiking uit 2010 met het handboek College 2010 en zo ja, op welke punten?

Antwoord:
Ja. Het kan gezien het antwoord op de vorige vraag niet anders dan dat het Handboek in letterlijke zin verschilt van de Handreiking, maar het Handboek College en de Handreiking liggen in lijn met elkaar en bevatten geen tegenstrijdigheden. Het Handboek College is een noodzakelijk concretere uitwerking naar een praktische invulling voor Rotterdam. Bij deze concretisering wordt rekening gehouden met het door uw Raad gestelde kader.

Het Handboek 2010 en de Handreiking 2010 verhouden zich met betrekking tot het gebruik van de dienstauto als volgt tot elkaar. De Handreiking gaat in het hoofdstuk ‘Voorzieningen politieke ambtsdragers’ onder bestuurskosten in op de dienstauto. In algemene termen wordt aangegeven dat de dienstauto bestemd is voor het zakelijk belang van de gemeente en niet voor privé-gebruik.

Zoals eerder aangegeven volstaat de tekst van de Handreiking door zijn algemeenheid niet voor directe toepassing, maar biedt het de gemeente wel een overzicht van afwegingspunten bij de inzet van dienstauto’s. Zo is in het Handboek 2010 in de hoofdstukken 12.1 tot en met 12.4 uitgebreid ingegaan op de Rotterdamse praktijk inzake de beschikbaarheid van dienstauto’s. In het Handboek is, mede vanwege de door uw Raad vastgestelde Verordening voorzieningen collegeleden, bijvoorbeeld opgenomen dat in Rotterdam géén dienstauto beschikbaar is voor niet-ambtsgebonden dienstreizen. Hiernaast is de Handreiking een leidraad bij bijvoorbeeld de aanschaf van dienstauto’s. Dit is van groot belang in de praktijk, maar een concretere uitwerking in het Handboek is niet nodig.

In april 2011 is een nieuwe versie van de Handreiking verschenen. In de binnenkort verschijnende geactualiseerde versie van het Handboek College, versie 2012, wordt de nieuwe Handreiking als belangrijke bron gebruikt. 

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

De secretaris,
A.H.P. van Gils

De burgemeester,
Ing. A. Aboutaleb