Rotterdam, 25 oktober 2011.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid M.J.W. Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) over de vergoeding voor een uitvaart vanuit de bijzondere bijstand.
______________________________________________________________________
Aan de Gemeenteraad.
Op 22 september 2011 stelde het raadslid M.J.W. Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over de vergoeding voor een uitvaart.
Inleidend wordt gesteld:
“In Rotterdam kunnen mensen met een laag inkomen in aanmerking komen voor bijzondere bijstand voor een uitvaart. Wanneer Rotterdamse nabestaanden geen geld hebben voor de uitvaart van een familielid en de uitvaart in Nederland plaatsvindt, kan er door de Rotterdamse sociale dienst tot 6.400 euro worden vergoed. Dit lijkt Leefbaar Rotterdam een hoog bedrag. Een verzorgde uitvaart inclusief basiszaken als aanwezigheid van familie en gebruik van de condoleanceruimte, hoeft namelijk niet veel meer te kosten dan 3.500 euro.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Waarop is het maximumbedrag van € 6.400,- gebaseerd?
Antwoord:
Het bedrag van € 6.400,- is de maximale vergoeding waarop een beroep kan worden gedaan voor de kosten van een uitvaart. Dit bedrag is gebaseerd op het maximale te vergoeden bedrag, zoals het Nibud dat in het jaar 2007 hanteerde. Het gaat om een vergoeding altijd om de werkelijk gemaakte kosten. Veelal zijn deze lager dan het maximum.
Vraag 2:
Wat vindt u van de hoogte van het maximum vergoedingsbedrag van € 6.400,-?
Antwoord:
Het bedrag van € 6.400,- is gebaseerd op de prijzen zoals het Nibud die hanteert, zonder dat dit bedrag sinds 2007 verder is geďndexeerd. Inmiddels komt het Nibud op een hoger bedrag uit.
In deze tijd van bezuinigingen en heroverwegingen is het goed om ook na de bezuinigingsronde van 1 juli 2011 de bestaande vergoedingen in de bijzondere bijstand opnieuw te bezien. Dan kunnen we bekijken of de hoogte van de (maximum) vergoedingen nog bij de huidige inzichten passen. Ook de uitvaartkosten zullen we hierbij nadrukkelijk betrekken. Zo kunnen we, met de kennis van de onderzoeksresultaten van de tweede fase van het koopkrachtonderzoek (verwacht begin 2012) zorgen dat de schaarse middelen ingezet worden voor de ondersteuning van de meest kwetsbare groepen.
Vraag 3:
Komen alleen eerstegraads familieleden in aanmerking voor deze vorm van bijzondere bijstand of ook andere familieleden?
Antwoord:
Ook andere familieleden kunnen in aanmerking komen wanneer zij aansprakelijk worden gesteld als zijnde nabestaanden en zelf de kosten niet (geheel) kunnen dragen. Zij komen in aanmerking voor bijzondere bijstand bij de gemeente waar zij woonachtig zijn.
Er geldt een onderhoudsplicht tussen ouders en kinderen. Wanneer een van deze partijen achterblijft, is die partij verplicht zorg te dragen voor de uitvaart wanneer de kosten daarvan niet (enkel) uit de nalatenschap of de afgesloten verzekering kunnen worden voldaan. De kosten van een uitvaart behoren tot de nalatenschap. Is de nalatenschap ontoereikend, dan komen de kosten ten laste van de wettelijke erfgenamen. Is er sprake van een testament, dan bepaalt het testament wie erfgenaam is, en vloeit daaruit ook de aansprakelijkheid voor de uitvaartkosten voort. Is er geen testament, dan zijn de bepalingen over erfrecht in artt. 392-396 Boek 1, BW doorslaggevend.
Is er nog sprake van een achterblijvende echtgenoot (of geregistreerde partner), dan komen de kosten van de uitvaart in principe voor zijn of haar rekening en voor die van de eventuele kinderen. Was de overledene alleenstaande (ouder), dan komen de kosten achtereenvolgens voor rekening van: de kinderen van de erflater; de ouders en broers en zusters van de erflater; de grootouders van de erflater en uiteindelijk mogelijk de overgrootouders van de erflater. (Bij het ontbreken van deze erfgenamen zijn de kinderen daarvan plaatsvervullend aangewezen.)
Nabestaanden die een uitvaart (moeten) regelen kunnen dan eventueel bijzondere bijstand aanvragen voor het deel van de kosten waar zij aansprakelijk voor zijn, wanneer zij deze niet (geheel) kunnen dragen. Hierbij is een draagkrachtberekening van toepassing.
Pas wanneer er niemand is die een uitvaart kan regelen, dan is de Wet op de lijkbezorging (Wol) van toepassing. Hierbij moet men denken aan situaties waarbij er geen nabestaanden zijn.
Vraag 4:
Wordt het vergoedingsbedrag uitgekeerd aan de nabestaanden of aan de uitvaartondernemer?
Antwoord:
In het overgrote deel van de gevallen wordt via een pro forma offerte het bedrag direct aan de uitvaartondernemer voldaan. Soms wordt het vergoedingsbedrag uitgekeerd op basis van een reeds door de burger voorgeschoten (voldane) factuur van een uitvaartonderneming.
Vervolgens wordt gesteld:
“Om in aanmerking te komen voor enige vorm van bijzondere bijstand, moet de ontvanger hiervan de kosten op geen enkele andere manier vergoed kunnen krijgen.
De Wet op de Lijkbezorging stelt dat iedere gemeente in Nederland de plicht heeft om de uitvaart te bekostigen van mensen van wie de nabestaanden niet in staat zijn om de uitvaart te betalen. Als bijvoorbeeld iemand in Groningen overlijdt en de Rotterdamse familie geen geld heeft voor de uitvaart, dan is de gemeente Groningen wettelijk verplicht om de uitvaart te betalen. Andersom geldt dit ook; in zo’n geval zal de gemeente Rotterdam de uitvaart betalen.”
Vraag 5:
Wanneer de gemeente Rotterdam wegens de Wet op de lijkbezorging verplicht is om de uitvaart te betalen van iemand die in Rotterdam is overleden, welk bedrag stelt de gemeente Rotterdam daar dan maximaal voor beschikbaar?
Antwoord:
Rotterdam heeft geen maximum geformuleerd voor een uitvaart in het kader van de Wol. Er is wel sprake van een speciaal afgesproken Wol-tarief, dat aanzienlijk lager ligt dan een bedrag bij een ‘normale’ uitvaart. Gemiddeld ligt het bedrag dat met een Wol-uitvaart is gemoeid tussen de € 2.500,- en € 2.800,-. Dit heeft te maken met de specifieke omstandigheden van het geval en de daaraan gerelateerde kosten, zoals de noodzaak van een tijdelijke preservatie van het lichaam van de overledene in het mortuarium.
Vraag 6:
Waarop is dat bedrag gebaseerd?
Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 5.
Vraag 7:
Waarom kent de gemeente Rotterdam überhaupt een vergoeding voor uitvaartkosten in de bijzondere bijstand, gegeven het feit dat alle gemeenten in Nederland wettelijk verplicht zijn uitvaartkosten voor hun rekening te nemen wanneer familieleden hier niet toe in staat zijn?
Antwoord:
De Wol is niet van toepassing in het geval wanneer nabestaanden niet in staat zijn om de uitvaart te betalen. Daarvoor bestaat de mogelijkheid van individuele bijzondere bijstand (voor uitvaartkosten). De Wol is alleen maar van toepassing als er geen nabestaanden zijn.
Vraag 8:
Vindt u het een goed idee om deze vorm van bijzondere bijstand af te schaffen en zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Gezien het onderscheid tussen het doel van de Wol en dat van de verlening van bijzondere bijstand voor uitvaartkosten, lijkt dit ons geen goed idee. Wel vinden wij het in deze tijd van bezuinigingen en heroverwegingen passend om het maximale vergoedingsbedrag met betrekking tot bijzondere bijstand voor de uitvaartkosten nog eens goed tegen het licht te houden.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris, De burgemeester,
A.H.P. van Gils A. Aboutaleb