Rotterdam, 20 september 2011.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw A.G. Fähmel-van der Werf (Leefbaar Rotterdam) over de uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep (CRvB) omtrent inburgering van Turken.
Aan de Gemeenteraad.
Op 17 augustus 2011 stelde het raadslid mevrouw A.G. Fähmel-van der Werf (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over de uitspraak van de Centrale Raad voor Beroep (RvB) omtrent inburgering van Turken.
Inleidend wordt gesteld:
“Op 16 augustus 2011 heeft de Centrale Raad van Beroep in Utrecht bepaald dat in Nederland Turkse immigranten met een verblijfsvergunning niet verplicht kunnen worden een inburgeringcursus te volgen. De Centrale Raad voor Beroep bevestigt op basis van internationale verdragen dat er geen onderscheid gemaakt kan worden tussen Turken en EU- onderdanen. In navolging hierop heeft de Amsterdamse Wethouder André van Es een oproep gedaan aan Turkse Amsterdammers, om alsnog een vrijwillige inburgeringcursus te doen. De praktijk in Amsterdam heeft namelijk uitgewezen dat in het bijzonder veel vrouwen blij zijn met deze kans om hun huis uit te komen.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Bent u het met deze oproep om vrijwillig een inburgeringscursus te doen eens? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Ja, ons college acht het van belang dat Turken in Rotterdam de Nederlandse taal goed beheersen. De periode voorafgaand aan de uitspraak door de CRvB zijn Turken opgeroepen door het Centraal Inburgerings Loket en gestimuleerd om vrijwillig een inburgeringstraject te volgen.
Vraag 2:
Bent u, in navolging van Amsterdam ook bereid ook zo’n oproep te doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Ja, ons college zal elke mogelijkheid aangrijpen om Turken te stimuleren om vrijwillig in te burgeren. Wij concentreren ons specifiek op de groep ouders/opvoeders van jonge kinderen die al eerder een oproep hebben gekregen, maar geen gebruik hebben gemaakt van het aanbod. Deze groep krijgt opnieuw een oproep om in het belang van hun kinderen toch vrijwillig deel te nemen aan een inburgeringstraject.
Mevrouw Fähmel-van der Werf stelt daarnaast het volgende:
“In de aangenomen motie van Leefbaar Rotterdam “Inburgeringsplichtigen en verborgen vrouwen” d.d. januari 2007, wordt het gemeentebestuur opgedragen om voor inburgeringscursussen actief op zoek te gaan naar ‘verborgen vrouwen’ met de toevoeging dat ook vrouwen met kinderen op de middelbare school prioriteit krijgen.”
Vraag 3:
Welke mogelijkheden ziet u verder om deze groep Turkse vrouwen, die soms letterlijk het huis niet uit mogen of durven, te bereiken?
Antwoord:
In het Programma Taaloffensief is één van de prioritaire doelgroepen ouders/opvoeders van jonge kinderen. Dit houdt in dat activiteiten gericht op het ontwikkelen van taal zich met name op deze doelgroep zullen richten. Daarnaast heeft de gemeente een aantal maatschappelijke organisaties de opdracht gegeven inburgeraars te werven onder moeilijk bereikbare groepen. Onder deze organisaties zijn het Platform Buitenlanders Rijnmond (PBR), SPIOR en LOV. Ons college acht deze organisaties op dit moment goed in staat om deze groepen, waaronder geïsoleerde Turkse vrouwen, te bereiken.
Vraag 4:
Ziet u, net als wij, de meerwaarde van zo’n cursus juist voor die groep Turkse vrouwen met schoolgaande kinderen?
Antwoord:
Ons college ziet de meerwaarde van het stimuleren van alle ouders/opvoeders om te werken aan de ontwikkeling van hun beheersing van de Nederlandse taal. Zie hiervoor ook het antwoord op de vorige vraag. Om deze reden worden vrouwen met schoolgaande kinderen, door samenwerking met Rotterdamse peuter- en basisscholen en het aanbieden van trajecten op deze scholen, extra gestimuleerd om deel te nemen aan een inburgeringstraject.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
A. Aboutaleb