Toename van radicalisering van moskeeën
Inleidend stelt de heer Buijt het volgende:
“Uit diverse publicaties in verschillende media heb ik vernomen dat er sprake is van een toename van radicalisering van moskeeën. Dit uit zich onder meer in salafisme.”
Hieronder volgen zijn vragen en onze beantwoording.
Vraag 1:
Kan het college bevestigen dat zich in Rotterdam serieuze ontwikkelingen van radicalisering in sommige moskeeën voordoen? (zijn er bij voorbeeld door het vorige college opgerichte ‘informatie schakelpunt’ meldingen gedaan?)
Antwoord:
Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat zich in Rotterdamse moskeeën serieuze ontwikkelingen van radicalisering voordoen.
Vraag 2:
Zo ja: Weet het college om welke moskeeën het gaat?
Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 1.
Vraag 3:
Zo ja: Welke voornemens heeft het college om radicalisering te bestrijden?
Antwoord:
De aanpak van ons college is gericht op het vroegtijdig signaleren van radicalisering, op het verkleinen van de voedingsbodems voor het ontstaan van radicalisering en op het bestrijden van radicalisering indien zich dat daadwerkelijk voordoet. De middelen die daartoe ter beschikking staan, hangen samen met de aard en de omstandigheden van het concrete geval en kunnen bestuurlijk van aard zijn maar, indien daar aanleiding voor zou zijn, ook strafrechtelijk.
In de vergadering van de commissie Bestuur, Veiligheid & Middelen van 2 juni jl. is uw raad uitvoerig geïnformeerd over de achtergronden van de gemeentelijke aanpak van radicalisering.
Vraag 4:
Is bij het college het zogenaamde fenomeen huiskamermoskeeën bekend?
Antwoord:
Wij zijn bekend met het fenomeen huiskamermoskeeën.
Vraag 5:
In de publicaties wordt tevens gesproken over zogenaamd salafisme. Weet het college of dit ook is doorgedrongen op islamitische scholen en koranscholen?
Antwoord:
Alvorens in te gaan op de inhoud van de vraag, is het van belang vast te stellen, dat salafisme niet per definitie samenvalt met radicalisme in de zin van gewelddadig jihadisme. Zeker is dat het salafisme een streng orthodoxe stroming is binnen de soennitische islam, waarvan het gedachtegoed in de kern moeilijk verenigbaar lijkt met de beginselen van de democratische rechtsstaat. Zo kent het salafisme geen scheiding tussen kerk en staat en geen gelijkheid tussen man en vrouw. Uitingen van salafisme verdienen daarom zeker de bijzondere aandacht van de overheid.
Daarbij past wel de kanttekening dat de AIVD in haar jaarverslag over 2005 een kentering meent te bespeuren naar een meer gematigde opstelling bij de imams en bestuurders van de bij hen bekende salafistische centra. Een van de redenen is, dat het salafisme niet gebaat is bij politieke/staatkundige instabiliteit.
Er zijn geen aanwijzingen dat in islamitische scholen en koranscholen in Rotterdam sprake is van (institutioneel) salafisme. Dat zou ook niet worden geaccepteerd door de besturen van moskeeën en islamitische scholen. Daarnaast is het ook zeer waarschijnlijk dat verontruste ouders en of leerkrachten aan de bel zouden trekken. Dit sluit echter nooit ten volle uit dat er individuele moslims kunnen zijn die salafistische sympathieën hebben ontwikkeld.
Vraag 6:
Zo ja: Hoe handelt de gemeente in dit soort gevallen?
Antwoord:
Onder verwijzing naar onze antwoorden op de vragen 1 t/m 5 kan het antwoord op deze vraag niet anders dan hypothetisch zijn. De gedragslijn zou dan moeten zijn: isoleer de betreffende persoon of groepering niet al te gauw, maar poog die te betrekken bij de Rotterdamse werkelijkheid.
Vraag 7:
Kunnen ouders die merken dat hun kinderen worden blootgesteld aan salafistische invloeden dit melden bij toegankelijke instanties?
Antwoord:
Ouders die menen dat hun kinderen op school blootgesteld worden aan ongewenste invloeden van welke aard dan ook, kunnen dit melden bij de gemeente en bij de onderwijsinspectie.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,
A.H.P. van Gils J. Kriens, l.b.
Behandelend ambtenaar: L. Veringmeijer