Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 22, 2012
Markt in Rozenburg (n.n.b)

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


Tariq Ramadan II

De fractie van Leefbaar Rotterdam heeft nog een aantal aanvullende vragen naar aanleiding van de beantwoording van het college op onze schriftelijke vragen die op 27 december 2006 door raadslid Reijkersz zijn gesteld aangaande het boek van Caroline Fourest over de heer Tariq Ramadan.

Met de beantwoording van het college zijn wij onvoldoende gerustgesteld over de juistheid van de keuze voor het aanstellen van de heer Ramadan als bijzonder hoogleraar om de integratie van Rotterdamse moslims te bevorderen.

In het licht van de bespreking, behandeling en vaststelling van het integratiebeleid 2006 – 2010, verzoeken wij u om de onderstaande aanvullende schriftelijke vragen te beantwoorden vóór 15 februari 2007.

In het NRC Handelsblad van 22 januari 2007 wordt geconcludeerd dat de heer Ramadan slechts een impuls kan geven op het terrein van moderniseren van de interpretatie van koranteksten. Dit overigens ook naar zijn eigen zeggen. De beweging om de islam van binnenuit te moderniseren en te verlichten is niet iets wat Ramadan op gang zou kunnen/ willen brengen. Of hij nu ‘wolf in schaapskleren’ of’ bruggenbouwer’ is vooralsnog onduidelijk. Wel begint vast te staan dat hij geenszins liberaal of verlicht is, en dat lijkt ons een reden om hem geen vooraanstaande rol te geven. U komt echter tot een andere conclusie, daarom hebben wij de volgende vragen

Hieronder volgen haar vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
Waaruit is de behoefte ontstaan voor de leerstoel voor een bijzonder hoogleraar?

Antwoord:
Voor de goede orde wijzen wij er op dat de heer Tariq Ramadan geen bijzonder hoogleraar is, maar gasthoogleraar (visiting professor).
De behoefte voor een dergelijke leerstoel kent meerdere motieven. Allereerst speelt een rol dat wij met deze leerstoel de focus op grootstedelijke vraagstukken bij de Erasmusuniversiteit verder hebben willen versterken.
De ambitie daarbij is dat de heer Tariq Ramadan niet alleen lezingen verzorgt voor studenten van meerdere faculteiten bij de EUR , maar ook colleges verzorgt voor niet-EUR-studenten.
Voorts speelt een rol dat dergelijke leerstoelen al in meerdere Nederlandse universiteitssteden bestaan (Amsterdam, Nijmegen, Tilburg enz), niet in de laatste plaats om te bevestigen dat kennis en inzicht in maatschappelijke processen een sense of urgency behoeven.
Uiteraard speelt ook een rol dat wij de samenwerking met de EUR –middels deze leerstoel- willen versterken.

Vraag 2:
Wat is het doel van het college met de aanstelling van Ramadan in het licht van integratie?

Antwoord:
Te lang heeft het discours rond integratie zich beperkt tot structurele integratie dat grotendeels samenvalt met het klassieke achterstandsbeleid op het gebied van onderwijs, volkshuisvesting, werkgelegenheid en ook wel volksgezondheid. Pas na de eeuwwisseling drong het besef goed door dat de culturele dimensie van integratie langdurig was genegeerd en dat er een inhaalslag moest worden gemaakt. Met de leerstoel “Identiteit en Burgerschap” wordt daar aan bijgedragen.

Vraag 3:
Welke beweging binnen de Rotterdamse moslimsgemeenschap dient de heer Ramadan op gang te brengen?

Antwoord:
Het is niet onze ambitie dat de heer Ramadan uitsluitend bij “de” Rotterdamse moslimgemeenschap een beweging op gang brengt. Onze ambitie is dat de heer Ramadan vele geledingen in de Rotterdamse samenleving weet aan te spreken en om aldus voeding te geven aan de dialoog.

Vraag 4:
Wat is de exacte opdracht die de heer Ramadan heeft meegekregen?

Antwoord:
Op deze vraag valt op dit moment nog geen definitief antwoord te geven omdat (zie ook ons antwoord op vraag 1) de werkzaamheden van de heer Tariq Ramadan moeten worden ingepast in meerdere faculteiten, andere Nederlandse universiteiten en de openstelling van colleges voor niet-EUR-studenten. Daarnaast is bij de EUR de betrokkenheid van de heer Tariq Ramadan bij wetenschappelijk onderzoek nog niet uitgekristalliseerd, al laat het zich aanzien dat de EUR uit eigen middelen budgetten zal versterken en dat verbindingen worden gelegd met de faculteiten Bedrijfskunde, Wijsbegeerte en Geneeskunde. Ook de rol van de heer Tariq Ramadan bij lopend onderzoek staat nog niet definitief vast.

Vraag 5:
Hoe wordt bewaakt dat er geen schade wordt aangericht/ dat de kloof in het debat over samenlevingsvraagstukken niet alleen groter wordt?

Antwoord:
Wij hebben geen aanwijzing dat de heer Ramadan er op uit is om de kloof in de samenleving te vergroten. Wij kennen hem als iemand die met respect spreekt over mensen/groepen met andere waardenoriëntaties.

Vraag 6:
Hoe worden we op de hoogte gehouden van waar Ramadan mee bezig is?

Antwoord:
Middels periodieke verslaglegging.

Vraag 7:
Welke resultaten dient de heer Ramadan te boeken en hoe gaat u hem of de EUR hierop afrekenen?

Antwoord:
Ongetwijfeld ten overvloed wijzen wij er op dat de EUR een eigen verantwoordelijkheid heeft waar het gaat om het beoordelen en het bewaken van onderzoeks- en onderwijsactiviteiten van het wetenschappelijk personeel dat aan de instelling is verbonden.

Vraag 8:
Op welke wijze heeft de raad invloed of kan de raad invloed uitoefenen op de onderzoeken die worden uitgevoerd?

Antwoord:
Zoals uit onze beantwoording van vraag 4 al naar voren is gekomen, wordt aan een onderzoeksprogramma gewerkt. Voor dit onderzoeksprogramma wordt een begeleidingscommissie ingesteld, waarin (uiteraard) de gemeente vertegenwoordigd is. Onze opdracht aan deze gemeentelijke vertegenwoordiging is om de beleidsrelevantie te bewaken en op in te spelen op de onderzoeksbehoefte zoals die bijvoorbeeld uit de onderzoeksparagraaf van de nota “Rotterdam: stad van goud”spreekt.

Naar aanleiding van citaten van Ramadan uit het eerder genoemde artikel in het NRC willen we ook een aantal vragen stellen over het profiel van de heer Ramadan die volgens het college bij uitstek geschikt is om een prominente rol te spelen in het debat over samenlevingsvraagstukken.

Ramadan geeft namelijk aan dat homo's in het westen nu eenmaal bestaan, dat je in het westen woont en dus de westerse wet als moslim wonend in het westen dient te respecteren. Dit is weliswaar een moderne interpretatie van de koran, maar wij vragen ons af of het ook betekent dat Ramadan islamitische ouders er op zal aanspreken dat zij hun kinderen opvoeden met de norm dat zij de weg van eigen seksuele geaardheid mogen volgen en homo's niet mogen discrimineren, ook als dat homo's zijn in eigen kring. Islamitische vrouwen moeten volgens Ramadan een sluier dragen, behalve als het bij wet verboden is of als ze daardoor een opleiding of baan riskeren mis te lopen.

Vraag 9:
Wat betekent de rol van Ramadan in de praktijk als het gaat om individuele vrijheid gunnen aan vrouwen en homo’s?

Antwoord:
De gedragslijn van de heer Ramadan is dat hij geen “bindende” adviezen geeft over maatschappelijke vraagstukken. Consequent schetst hij opvattingen die in het verleden hebben geheerst en die in het heden spelen. De keuze daaruit laat hij uiteindelijk over aan ieders individuele verantwoordelijkheid.
Aangezien deze vraag eerder centraal stond in de schriftelijke vragen die de heer Victor Reijkersz (Leefbaar Rotterdam) op 27 december 2006 stelde naar aanleiding van het boek “frère Tariq”van Carroline Fourest, zijn wij voornemens om een reactie aan de heer Tariq Ramadan te vragen. .

Vraag 10:
En hoe wordt gecontroleerd dat hij in dezen niet een dubbel interpreteerbare of voor sommige (moslim)doelgroepen zelfs schadelijke boodschap propageert (bijvoorbeeld: homo zijn is een westers verschijnsel waar je respect voor hebt, maar moslimhomo’s bestaan niet of het is niet acceptabel dat vrouwen niet gesluierd zijn om andere dan de door hem genoemde redenen)?

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 9.

Vraag 10b:
Welke maatschappelijke thema’s moet de aangestelde bijzonder hoogleraar, volgens het college, op zijn prioriteitenlijst zetten?

Antwoord:
In beginsel zijn dat alle thema’s die met burgerschap en identiteit, waarbij emancipatie –afgetekend- voorop dient te staan.

Hoewel onze fractie het ook eens is met sommige van Ramadans uitspraken 1 (in ons initiatiefvoorstel hebben we er een aantal van overgenomen), kunnen we constateren dat hij conservatieve ideeën erop na houdt en dubbele uitspraken doet. Dit schept onduidelijkheid en dat is niet wenselijk, gezien de belangrijke positie die hij heeft gekregen in het intellectuele discours over de plaats, positie, reikwijdte en strekking van de Islam in onze samenleving.

Vraag 11:
Overigens vragen wij ons af of het college uitvoering gaat geven aan de voorstellen die Leefbaar Rotterdam doet in het initiatiefvoorstel over de gewenste rol van moskeeën in onze samenleving.

Antwoord:
Zie onze brief van 5 februari jl. aan uw Raad.


Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,


De Secretaris, De Burgemeester,

A.H.P. van Gils J. Kriens, l.b.