Strenger Straffen

“Strenger straffen helpt niet” is een kreet die van oorsprong vooral in de sociologie en criminologie gemeengoed is. De stelling is echter ook tot het vaste vocabulaire van rechters uitgegroeid, getuige de vele uitlatingen van onder meer de Raad voor de Rechtspraak in de media. De onderbouwing van deze stelling is echter een stuk slechter dan vaak wordt gedacht. Bewijs dat strenger straffen wel helpt, is er echter in overvloed en dat leveren de rechters zelf.

Er zijn helaas nog teveel gevallen van zware met reeds tientallen veroordelingen op hun naam hebben, die uiteindelijk een slachtoffer doodsteken of doodschieten, maar na gemiddeld zes jaar toch weer op de maatschappij worden losgelaten. In Rotterdam plukken wij daar de wrange vruchten van. Enkele voorbeelden: de schietpartij, waarbij drie doden en twee zwaargewonden vielen in café Inn & Out, spreekt in dit opzicht boekdelen. De daders waren meermaals veroordeeld voor zware misdrijven en één schutter stond ten tijde van de moordpartij zelfs nog onder elektronisch huisarrest voor een eerdere schietpartij. De man die eind jaren negentig in Rotterdamse metro op een rivaal het vuur opende en drie passanten verwondde, schoot vorig jaar ‘per ongeluk’ weer iemand dood, in de tussentijd was hij meermaals veroordeeld voor beroving, bedreiging en vuurwapenbezit. Na zijn vrijlating voor de schietpartij in de metro werd hij opgepakt voor wapenbezit, beroving en bedreiging. Geen van deze zaken leidde tot een lange gevangenisstraf. De dader die in 2009 een café-eigenaar in Zevenkamp doodschoot en drie gasten zwaargewond achterliet, was slechts twee en half jaar daarvoor veroordeeld voor het neerschieten van een vrouw.

In al deze gevallen had een gevangenisstraf van 15 jaar voor het eerste vuurwapenincident, de volgende slachtoffers voorkomen, simpelweg omdat de daders nu nog vast zouden zitten. Het is natuurlijk inhumaan en onwenselijk om voor elk vuurwapenincident standaard 15 jaar gevangenisstraf te geven. Het illustreert wel dat per definitie de stelling dat strengere straffen niet helpen om Nederland veiliger te maken, onjuist is.

Gevangenisstraf wordt in de criminologie breed gezien als iets ouderwets of zelfs verwerpelijks en, zoals wel vaker bij onderzoeken in de sociale hoek, is de wens de vader van de gedachte. Deze gedachte, verpakt als wetenschap, vindt voldoende weerklank en resulteert vervolgens in de uitspraak door de plaatsvervangend voorzitter van de raad voor de rechtspraak, Joost van Dijk, in het AD van 23 februari, over strenger straffen en die leiden tot meer veiligheid: “er zijn tal van onderzoek waaruit het tegendeel blijkt”. Hier zet de beste man de wereld op z’n kop. Zou het dan zo zijn dat minder straffen leidt tot minder criminaliteit? De onontkoombare conclusie is dan dat we helemaal niet meer moeten straffen!

Om iets te kunnen zeggen over het effect van straffen, moet wel helder zijn dat straffen primair bedoeld moeten zijn als vergelding voor een misdrijf en ter voorkoming van eigenrichting voor een misdrijf. Een ander wezenlijk belang is de bescherming van de maatschappij. Criminologen gaan uit de crimineel en kijken vooral naar recidive, een wezenlijk verschil. Als straf een gedragsverbetering kan bewerkstelligen is dat een mooie bijkomstigheid, maar criminelen opvoeden tot brave burgers en de voorkoming van recidive, is niet het hoofddoel van straf en is dit nooit geweest ook. Deze ongelijke focus op recidive is een ernstige tekortkoming van veel criminologische studies, vooral als de bevindingen ongecorrigeerd van toepassing worden verklaard op het maatschappelijke effect van strengere straffen. De verwarring is begrijpelijk, maar daarom niet minder storend zeker gezien de pedante toon die vaak wordt aangeslagen.

In de jaren zeventig werd crimineel gedrag niet gezien als afkeurenswaardige persoonlijk keuze, maar eerder als een inherent gevolg van een tekortkoming in de maatschappij. Bestraffing ter preventie of als vergelding gold als barbaars en tot overmaat van ramp ging de flower power periode van de jaren zestig hieraan vooraf. Met de massa-immigratie kwamen er honderdduizenden mensen naar Nederland die in het land van herkomst slechtere economische omstandigheden ondervonden, maar veel meer sociale controle evenals een aanzienlijk fermer optreden van ouders en autoriteiten. De gevolgen: een aantoonbare verviervoudiging van de criminaliteit van 1970 tot 1990. Dit alles bij een afnemende strafmaat en een gestaag dalende pakkans. De dalende strafmaat en pakkans (nog maar 16,6%) zorgden in elk geval niet voor dalende misdaadcijfers.

Meer recente ervaringen met lichtere straffen in het jeugdstrafrecht zijn ook niet bemoedigend. In de periode 2002-2006 deelden rechters aanzienlijk lagere straffen uit aan criminele jeugd. In deze periode werden aanzienlijk meer taakstraffen dan vrijheidsstraffen opgelegd: een stijging van 30%. Het gemiddelde aantal detentiedagen voor geweldmisdrijven liep enorm terug; voor geweld van 123 naar 92 dagen; voor diefstal met geweld van 129 naar 96; voor moord en doodslag van 191 naar een luttele 153 dagen. Over de gehele lijn een daling van de straffen met maar liefst twintig tot vijfentwintig procent. Deze cijfers zijn afkomstig van het Wetenschappelijk Onderzoek en Documentatie Centrum (WODC) van het ministerie van justitie. Wat hebben die lichte straffen ons opgeleverd? In de periode 2002-2006 was er een flinke toename van het aantal verdachten in de leeftijd van 12 tot en met 17 jaar van maar liefst 36%. Het geregistreerde aantal misdrijven in deze periode steeg met 24%. De toename was met name groot in de zwaardere categorie geweldsmisdrijven: +32%. Er was sprake van meer en harder geweld, zelfs dermate dat De Raad voor de Rechtspraak zei dat er sprake was van: ”toenemende hardheid en grofheid bij door jeugdigen gepleegde delicten”. De daling van de gemiddelde straf voor jeugdcriminaliteit is dus vrijwel even groot als de stijging in het aantal geregistreerde misdrijven. Lichter straffen helpt dus zeker niet.

Ondertussen zijn er wel degelijk strafrechtevaluaties die aantonen dat zwaardere straffen wel helpen. De ISD strafmaatregel voor notoire veelplegers is een gevangenisstraf in een Inrichting Stelselmatige Daders die standaard voor twee jaar wordt opgelegd. De strafmaatregel werd vooral de eerste jaren meestal als erg hard aangemerkt, maar blijkt zeer effectief in het terugdringen van criminaliteit in de grote stad. De winst zit hem vooral in het insluitingeffect: iemand die achter slot en grendel zit kan immers geen misdrijven plegen, maar er is meer. Uit een evaluatie bleek dat stelselmatige daders die de maatregel opgelegd kregen, zelf ook aangeven dat de maatregel werkt. De voormalige dieven blijven op het rechte pad omdat de angst bestaat na een misstap wéér voor twee jaar achter slot en grendel te belanden.

Een zeer goed en uitgebreid onderzoek naar het effect van strenger straffen verscheen in 2008 in Justitiële Verkenningen nr. 2. Het onderzoek “Werkt gevangenisstraf echt niet? Criminologen als struisvogels” is van twee rechtseconomen: Universitair hoofddocent rechtseconomie B. Van Velthoven en drs. G. Suurmond. Voor het onderzoek werd de beschikbare data over de ontwikkeling van de gevangenisstraf en de omvang van criminaliteit gewogen en dan blijkt al snel dat gevangenisstraf wel degelijk een negatief effect heeft op criminaliteit. Vervolgens wordt systematisch gecontroleerd voor andere relevante sociale economische en demografische ontwikkelingen en dan blijft er maar één logische conclusie over: gevangenisstraf werkt. Dit kwam al naar voren vijf jaar geleden bij meta-analyse van Amerikaans onderzoek naar het effect van gevangenisstraf. De betrokken criminologen (Pratt & Cullen 2005) wisten zich er geen raad mee wisten en weten het overduidelijke verband tussen langere straffen en minder criminaliteit vervolgens aan onjuiste variabelen, het zgn simultaneïteitsprobleem, maar dit viel buiten de scope van hun onderzoek. Men vergat te melden dat alle onderzoeken die wel corrigeerden voor dit probleem een nog groter verband vonden tussen strengere straffen en minder criminaliteit.

Criminologen en sociologen laten niet laten niet na te benadrukken dat Nederland de afgelopen jaren veiliger is geworden. Met uitzondering van de jeugdcriminaliteit en overvalcijfers, vertonen de meeste cijfers van het WODC vanaf 2002 een dalende trend (WODC spreekt van een “historisch keerpunt”) waar het gaat om veroordelingen en aangiften. Dit volgt met gepaste afstand op een stijging van de gemiddelde strafmaat. De Raad voor de Rechtspraak zegt ook dat Nederland de afgelopen jaren harder is gaan straffen en dat we in Europa qua strafmaat aan kop gaan. De stelling dat Nederland qua strafmaat een koppositie inneemt in Europa is beslist aanvechtbaar, maar feit blijft dat kennelijk de criminaliteit is afgenomen toen men strenger ging straffen. Het is zeer opmerkelijk dat de Raad voor de Rechtspraak en veel criminologen hier geen oorzakelijk verband zien. Andere wetenschappers zien dit wel.

De Raad voor de Rechtspraak gelooft er misschien niet in, maar we doen het wel. De Hoge Raad heeft gisteren het vonnis tegen de drie schutters die in Café in & Out op een verschrikkelijke manier tekeer gingen definitief bevestigd. Drie maal levenslang.