Stop met pretpakketten en kansloze opleidingen
Inleidend stelt de heer Van der Hilst:
"Tijdens de actualiteit van donderdag 7 juni jl. heeft Leefbaar Rotterdam naar aanleiding van het krantenbericht “Scholen moeten stoppen met kansloze opleidingen”(AD, 4 juni 2007) de aandacht gevraagd voor maatschappelijk irrelevante opleidingen. In het artikel wordt bevestigd wat Leefbaar Rotterdam al zo lang zegt, dat veel leerlingen de theoretische leerweg volgen, terwijl in het bedrijfsleven vraag is naar praktisch opgeleid personeel (technische scholen en huishoudonderwijs).
Daarnaast stelde Leefbaar Rotterdam dat het schandelijk is onze jeugd fopspenen voor te houden met opleidingen als vrijetijdsmanager, semi-topmuzikant, zgn. Grease-dancer, Urban Dance Culture, dj, turntable, breakdance, clown, free run, graffiti-spuiten, poetry-slammen en gamen.
“Als het maar vooral leuk is!”
Waar het Leefbaar Rotterdam om gaat, is dat het in de stad geen jongeren met een verkeerd diploma wil hebben en dat er niet opgeleid wordt tot werklozen en bijstandgenieters.
In het krantenartikel roept staatssecretaris Aboutaleb gemeenten op om het voortouw te nemen en scholen en werkgevers uit te nodigen om in gesprek te gaan over de behoefte, dus de vraag, en het aanbod van opleidingen.
Leefbaar Rotterdam heeft daaromtrent een aantal vragen aan het college gesteld. Nu staat Leefbaar Rotterdam op het standpunt actualiteiten niet te herhalen van bijvoorbeeld schriftelijke vragen. Maar als in de eerste termijn het college geen antwoord geeft op de vragen en de voorzitter van de raad de raad dwingt zijn tweede termijn te gebruiken om de vragen uit de eerste termijn te herhalen, doet dat het debat tekort, temeer het college in de tweede termijn wederom weigert op de vragen in te gaan en deze onbeantwoord laat. De raad wordt buitenspel geplaatst, wat binnen een democratisch proces niet mag gebeuren en wat de raad ook niet mag laten gebeuren.
Omdat het college de vragen n.a.v. het krantenartikel niet heeft beantwoord, ziet Leefbaar Rotterdam zich genoodzaakt de vragen langs deze weg nogmaals te stellen.
Hieronder volgen zijn vragen, voorzien van onze antwoorden.
Vraag 1:
Wat vindt het college van deze oproep van de staatssecretaris? M.a.w. vindt het college de oproep van staatssecretaris Aboutaleb een terechte?
Antwoord:
Het college is reeds in overleg met de aanbieders van VMBO en van MBO-opleidingen in Rotterdam. In het Strategisch Beraad Onderwijs en Arbeidsmarkt ontmoeten bedrijfsleven, onderwijsinstellingen en overheid elkaar om vraag en aanbod beter op elkaar aan te laten sluiten. Per branche wordt geďnventariseerd wat de komende jaren, mede tegen de achtergrond van de vergrijzing, de opleidingsbehoefte is, aan welke praktijkcomponenten, aan welke stagevoorwaarden e.d. moet worden voldaan. De behoefte van de arbeidsmarkt is hierbij leidend.
In het voortgezet onderwijs is geen ruimte om zelf nieuwe opleidingen vorm te geven en aan te bieden. Scholen dienen te voldoen aan de wettelijke normen voor de onderscheiden opleidingen. De Inspectie voor het Onderwijs ziet daarop toe. De Highschool Urban Culture is dan ook geen nieuwe opleiding, maar een bestaande opleiding voor mavo of havo aangevuld met extra culturele activiteiten.
In het mbo is wel ruimte voor het opzetten van nieuwe differentiaties en opleidingen. Een van de voorwaarden is overleg met het bedrijfsleven hierover.Voordat een nieuwe differentiatie wordt ingericht zal de behoefte van het bedrijfsleven aan deze opleiding worden getoetst in het Strategisch Beraad Onderwijs.
Vraag 2:
Zal het college gehoor geven aan de oproep van de staatssecretaris?
a. Zo nee, waarom niet?
b. Zo ja, welke maatregelen neemt het college dan om kansloze opleidingen uit het aanbod van het beroepsonderwijs te schrappen?
Antwoord:
Met het instellen van het Strategisch Beraad Onderwijs en Arbeidsmarkt heeft het college al invulling gegeven aan de oproep tot overleg.
Vraag 3:
Is het college bereid minimaal 1x per kwartaal de raad te informeren over de stand van zaken, in ieder geval over het aantal afgeschafte kansloze opleidingen en/of pretopleidingen binnen het Rotterdamse beroepsonderwijs?
Antwoord:
Het college is niet in de positie om opleidingen te schrappen. Het heeft dan ook geen zin om hierover aan de raad te rapporteren.
Aanvullend op de inleiding stelt uw lid, de heer Van der Hilst:
“In het kader van deze actualiteit en naar aanleiding van de “beantwoordingen” van de vragen en vervolgens verwijzend naar de beantwoordingen van de schriftelijk vragen van de heer Pastors over de opleiding Urban Dance Culture op het Thorbecke Lyceum van 25 januari 2007, is op de vraag, waarom heeft het college zich destijds niet tegen die opleiding gekeerd, geen antwoord gegeven.”
Vraag 4:
Waarom heeft het college zich destijds niet gekeerd tegen de opleiding Urban Dance Culture, m.n. als het college vermeldt: “Overigens staat bij ons college aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt hoog op de agenda.”
Antwoord:
Het college heeft zich niet tegen de genoemde opleiding gekeerd, omdat de opleiding voldoet aan de wettelijke normen. De Highschool Urban Culture is een reguliere onderbouw voor voortgezet onderwijs met extra leerlingactiviteiten. Deze activiteiten worden in dit geval begeleid door de SKVR. Na de onderbouw vervolgen de leerlingen hun opleiding in de reguliere bovenbouwklassen van vmbo, havo en vwo. De aansluiting op arbeidsmarkt van deze opleiding is dus tenminste gelijk aan die van de andere reguliere vmbo, havo en vwo opleidingen.
Wij verwijzen verder naar de beantwoording van de vragen de heer Pastors van 25 januari jongstleden.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,
A.H.P. van Gils I.W. Opstelten