Weblog van Anton Molenaar

Anton is raadslid voor Leefbaar Rotterdam en woordvoerder kunst en cultuur.

vrijdag, september 30, 2011


“Rijk maakte kunst verslaafd aan subsidie”

“Rijk maakte kunst verslaafd aan subsidie” kopte het NRC Handelsblad van 1 september jl.” Het artikel van kunsteconoom Pim van Klink sloeg in als een bom. Hij schrijft hier al 6 jaar over, maar nu is het de kop van het NRC en dan is het net als met de New York Times dus waar.

Hij betoogt dat er bij Nederlandse instellingen een enorme fixatie is ontstaan op subsidies. In 20 jaar tijd is het aantal subsidieverzoeken verviervoudigd. De laatste 10 jaar is het aantal gesubsidieerde instellingen verdubbeld. Dit heeft twee oorzaken.
Instellingen krijgen subsidie op basis van hun artistieke kwaliteit. Men noemt dit het zogenaamde ‘peer review’ systeem.  Kunstkenners besluiten achter gesloten deuren wat goed is en wat niet. Voor instellingen is dit een reden om te investeren in artistiek leiderschap, niet in zakelijk leiderschap (immers de artistiek leider brengt de subsidies binnen). Tevens heeft het geleid tot productie van veel hoogdrempelige kunst voor een klein publiek. Instellingen zijn vervolgens gaan investeren in staf die zich voortdurend bezig houdt met subsidies. Immers, op deze manier maken ze meer kans om in het nieuwe subsidieplan te komen. Krijgt men geen subsidie dan stapt men naar de rechter. Subsidie is een recht geworden.

De gevolgen zijn dat het publiek en de eigen inkomsten zijn verwaarloosd. Nederlandse instellingen hebben gemiddeld 20% eigen inkomsten, Britse 56%. Tegelijkertijd worden de instellingen door professionalisering van hun subsidiestaf duurder en duurder, of zoals Van Klink onlangs zei: “Er is een alsmaar uitdijend ‘bureaucratisch monstrum’ ontstaan”, vaak topzwaar en het verwijdert zich steeds verder van het algemene publiek. Het is dan ook geen verrassing dat er - volgens onderzoek van het NRC - onder de bevolking brede steun is voor de bezuinigingsplannen van staatssecretaris Zijlstra.

Volgens Leefbaar Rotterdam zijn er twee zaken van belang om de Kunst & Cultuur Planeet weer terug te brengen bij moeder Aarde. Allereerst zullen alle instellingen zich veel meer moeten gaan richten op eigen inkomsten, zowel via de kassa als via alternatieve financieringsbronnen. Alternatieve financieringsbronnen zijn er genoeg, van crowd funding tot sponsorcarrousel (Arjo Klamer, Pak Aan 101 ideeën, must read, heb je ‘t niet gelezen dan kun je je aanvraag wel vergeten!). Met name in Brabant en Limburg blijkt men heel inventief. Leo Pot van Theater Tilburg heeft o.a.  de Stichting Kunst & Onderneming Brabant (Kobra) opgericht. 65 ondernemers dragen 6000 euro per jaar bij. Er is zelfs een wachtlijst. In Zuid Limburg is er het kunstinitiatief KUS, een samenwerking tussen kunstenaars en voetbalclubs als MVV, Roda JC en Fortuna Sittard (dat is weer eens wat anders dan alleen maar met hooligans in het nieuws komen). Kern van de zaak is dat je met je cultuurorganisatie midden in de maatschappij moet staan. Omdat in Rotterdam culturele instellingen geleid worden door artistieke leiders, en niet door zakelijke leiders, is er nog steeds een groot gat tussen de Rotterdamse zaken wereld en sociale sfeer aan de ene kant en de kunst en cultuurwereld aan de andere. Men spreekt elkaars taal niet. Dat viel ook weer op tijdens de recente city marketing dag in Lantaren/Venster. De cultuurwereld is nu duidelijk aan zet. Men moet een echt zakelijk leider aan het roer zetten, dat past ook bij het DNA van Rotterdam! Ik ben er van overtuigd dat de zakenwereld ze dan met open armen zal ontvangen. Waarom zou het immers in Tilburg en Maastricht wel kunnen en in Rotterdam niet?

Ten tweede dient de beoordeling van de subsidieaanvragen veel breder te geschieden en niet alleen op basis van artistieke waarde. Leefbaar Rotterdam heeft daartoe een voorstel gedaan om 6 factoren te meten. Drie ‘zachte’ factoren te weten artistieke waarde, uniciteit (is het aanbod uniek in de regio) en levendige binnenstad en drie ‘harde’ factoren als behoefte/publieksbereik, ondernemerschap en economisch spin off voor Rotterdam. Bij publieksbereik gaat het er om hoe vraag en aanbod zich tot elkaar verhouden, veel aanbod en weinig vraag onder de Rotterdammers betekent een slechte score. Bij ondernemerschap gaat het niet om goede bedrijfsvoering, maar goede marketing of wel hoe serieus een instelling bezig is met zijn potentiële publiek in kaart te brengen en te verbreden en hoe serieus hij bezig is om alternatieve financieringsbronnen aan te boren. Het zal duidelijk zijn dat Leefbaar Rotterdam zeer veel waarde hecht aan de meting van die ‘harde’ factoren’.

Ik was dan ook verheugd dat dit voorstel brede steun kreeg in de commissie van Jeugd, Onderwijs, Cultuur en Sport (m.u.v. SP en GL). Rotterdam is daarmee - voor zover wij nu weten - de eerste stad die instellingen ook gaat meten op een aantal ‘harde’ waarden. Dat past prima bij het DNA van Rotterdam.

[Amsterdam stelt 3 factoren voor artistiek leiderschap, zakelijk leiderschap en publieksbereik (“aanbod toegankelijk maken voor alle Amsterdammers”) maar gaat nog niet zover om daadwerkelijk te gaan meten.]

Inmiddels is het Leefbaar voorstel opgenomen in de uitgangspuntennota van het Cultuurplan 2013-2016. Het is daarbij essentieel om rapportcijfers uit te delen om zo de inzichtelijkheid en transparantie te verhogen, anders blijft het bij een mooi verhaal over het ondernemerschap zonder een duidelijk oordeel.




Door willem1940 op 2011 09 30

Misschien een idee om “steekproefsgewijs” aan Marktkooplieden te vragen voor welke prijs een kunstobject verkoopbaar lijkt.


Door Alexander op 2011 10 23

Kunst en cultuur zijn altijd een speeltje geweest van de elite. Door het geld en de liefhebberij van rijke adel e.d. uit het verleden, die meestal voor hun persoonlijke genot opdrachten gaf aan kunstenaars als Bach en Mozart. Zonder dit systeem (waarin het verschil tussen rijken en armen bizar groot was) kenden we waarschijnlijk heel veel minder meesterwerken.

Deze elite is nu vervangen door de elite die gedeeltelijk beschikking heeft over het belastinggeld (van de inmiddels rijker geworden burger).
Hier komt over het algemeen zeer weinig talent uit voort, door de socialisering van de kunst: boodschap is belangrijker dan vaardigheid en talent.
Goed dat dit wordt aangepakt.

Kunst en cultuur zal volgens mijn overigens altijd voor een elite bestemd zijn, de meeste mensen vinden het niet of op zijn hoogst oppervlakkig interessant.


Door Mr. Miyagi op 2011 10 23

Wat kunst betreft ben ik een echte cultuur barbaar. Diegene die het nodig vinden om een echte Rembrandt in huis te hebben, dienen deze zelf aan te schaffen en uiteraard te betalen uit eigen liquide middelen .

Is het te duur? Tja, dan moet je maar wat harder werken of genoegen nemen met een beschrijving uit de vele naslagwerken.

Of het bezoeken van commerciële musea..
De entreeprijs zal wellicht iets hoger zijn, maar de echte liefhebber heeft het er toch wel voor over.


Commentaar pagina 1 van 1 paginas

Je moet geregistreerd en ingelogd zijn om commentaar te kunnen geven...
Rechts boven in de hoek kunt u dit doen.