Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A.S. Mosch (Leefbaar Rotterdam) over protectiegelden op de kermis.
Aan de Gemeenteraad.
Op 30 juli 2009 stelde het raadslid A.S. Mosch (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over protectiegelden op de kermis.
Inleidend wordt gesteld:
“Met verbazing heb ik gelezen dat wij, in navolging van Amsterdam, nu ook in Rotterdam jongeren die overlast op de kermis veroorzaken, gaan belonen met een baantje. Ik hoop dat dit geen voorbode is om in de toekomst ook bij overlastgevers op de thee te gaan.
Het idee is dat deze jongeren, gelijkgezinde jongeren ervan gaan weerhouden rotzooi te trappen op de kermis omdat deze jongeren niet tegen hun ‘eigen groep’ gaan rebelleren. Hiermee bevestigt het stadsbestuur dat één bepaalde groep, op basis van onacceptabel gedrag een andere benadering verdient en alleen door mensen van gelijke afkomst gecorrigeerd kan worden. Dit is een vorm van discriminatie die, indien gebezigd door Nederlandse reljongeren, in alle toonaarden veroordeeld zou worden. Maar er is nog een belangrijke reden om niet op deze wijze allochtone overlastgevers te benaderen: het pakt op geen enkele wijze de onderliggende mentaliteit aan. Erger nog: het versterkt binnen deze groep de houding dat men zich van mensen met een andere afkomst, geslacht of religie, geen fluit hoeft aan te trekken.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1: Hoe rechtvaardigt u dit beleid ten opzicht van jongeren die geen rotzooi trappen, maar evenveel moeite hebben een inkomen en/of opleiding te krijgen?
Antwoord:
Ons college stelt zich op het standpunt dat iedere jongere naar school dient te gaan en/of werk moet hebben. Daarbij zijn wij jongeren die geen problemen veroorzaken maar wel moeite hebben met het vinden van scholing, stageplek en/of werk, even goed behulpzaam.
De inzet van kwetsbare jongeren op de Megakermis Rotterdam (8 t/m 16 augustus op het terrein bij Ahoy) is in dat perspectief succesvol. De groep heeft werkzaamheden verricht, zoals het opbouwen en afbreken van de kermis, het verrichten van serviceverlenende taken en het corrigerend aanspreken van andere jongeren als dat nodig is. Het gaat hier om jongeren zonder werk, zonder inkomen en zonder afgerond diploma. De jongeren hebben een positieve ervaring opgedaan die hen een duwtje in de rug geeft richting opleiding en/of werk. Het concept wordt overigens nu al toegepast bij verschillende Rotterdamse organisaties en evenementen en zal ook bij de Kermis die binnenkort in Overschie wordt gehouden, worden toegepast.
Vraag 2:
Waarom wordt er niet gewoon middels politie en justitie opgetreden tegen overlastgevers op de kermis?
Antwoord:
Politie en justitie zullen strafrechtelijk optreden tegen iedere overlastgever op de kermis indien daar aanleiding voor is.
Vraag 3:
Waarom kunnen problematische jeugdgroepen, in uw ogen, alleen door anderen met een gelijke etnische achtgrond gecorrigeerd worden?
Antwoord:
Wij zijn niet van mening dat problematische jeugdgroepen louter en alleen door anderen met een gelijke etnische achtergrond gecorrigeerd kunnen worden. Wij zijn wel van mening en hebben ook de ervaring dat dit een instrument is dat werkt.
Vraag 4:
Als Nederlandse reljongeren zich vergelijkbaar opstellen, gaat u deze dan op gelijke wijze benaderen?
Antwoord:
Ja.
Vraag 5:
Hoe gaat u het echte probleem, asociaal gedrag en de houding dat men zich van andere groepen niets hoeft aan te trekken, aanpakken?
Antwoord:
Voor wat betreft de aanpak van asociale jongeren zet de gemeente samen met de ketenpartners in op een meersporenbeleid: repressief, curatief en preventief. Dit beleid is o.a. terug te vinden in het in december 2007 door de gemeenteraad aangenomen actieprogramma “Ruimte bieden, door grenzen te stellen”.
Daarop vervolgt de heer Mosch zijn betoog, waarna hij tot enkele vervolgvragen komt:
“Als in Rotterdam door een bepaalde groep maar genoeg rotzooi wordt getrapt, gaan we dit belonen met leuke projectjes, buurthuizen, of in dit geval: een baan. Als dergelijk wangedrag leidt tot een beloning, dan begint dit onderhand wel erg veel op protectiegeld te lijken zoals de onderwereld ook in de horeca te werk gaat.”
Vraag 6:
In hoeveel gevallen heeft u voor deze benadering gekozen? Kunt u ons een overzicht van deze gevallen geven?
Antwoord:
Ons college deelt uw mening niet dat wangedrag wordt beloond. De jongeren op de kermis zijn gevraagd voor dit project vanwege hun behoefte aan werk en niet vanwege (bestrijding van) door hun veroorzaakte vermeende overlast. Daarnaast zijn wij van mening dat als het aanbieden van werk en/of scholing een oplossing is om de overlast van groepen en/of personen te doen stoppen, dit instrument gehanteerd kan worden. Inmiddels is de kermis afgelopen en kunnen we concluderen dat dit project een succes is geweest. We zijn daarom voornemens om deze aanpak ook bij andere gelegenheden toe te passen.
Vraag 7:
Wat is nog het onderscheid met criminele groepen die horecazaken protectiegelden afpersen om ‘herrie’ in de tent of erger te voorkomen?
Antwoord:
Volgens het college bestaat er een fundamenteel onderscheid tussen overlastgevende groepen jongeren en criminele organisaties. In dat laatste geval betreft het structurele samenwerkingsverbanden met het oogmerk (criminele) activiteiten te ontplooien, gericht op financieel gewin. Ons college betreurt dat raadslid A.S. Mosch een succesvolle aanpak waarbij jongeren een kans op een baantje krijgen, in verband brengt met de suggestie dat het zou gaan om protectiegelden.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
W. Hoogendoorn, l.s.
De burgemeester,
A. Aboutaleb