productie van softdrugs
Inleidend stelt de vragensteller:“Naar aanleiding van een kort debat tussen mij, de heer Van den Berg (d66) en de burgemeester tijdens de begrotingsraad 2006 gaf burgemeester Opstelten in harde bewoordingen aan dat alle productie van softdrugs met wortel en tak moest worden uitgeroeid. Ik vraag mij werkelijk af of dit de mening van dit college is. Vandaar ook de volgende vragen.”
Hieronder volgen de vragen voorzien van onze antwoorden.
Vraag 1:
Bent u van mening dat het beter is als consumenten van softdrugs hun softdrugs bij de coffeeshops kopen dan bij een dealer?
Antwoord:
Ja.
Vraag 2:
Deelt u de analyse dat als een coffeeshop softdrugs wil verkopen ze deze ook ergens moet inkopen?
Antwoord:
Ja.
Vraag 3:
Deelt u de analyse dat softdrugs ergens geteeld moeten worden alvorens ingekocht te kunnen worden door een coffeeshop?
Antwoord:
Ja.
Vraag 4:
Hoe en waar dient die teelt volgens u te geschieden?
Antwoord:
Het landelijk vastgestelde gedoogbeleid inzake softdrugs laat geen ruimte om lokaal te bepalen op welke wijze de teelt en/of toevoer naar coffeeshops van softdrugs dient te worden geregeld.
De Rotterdamse aanpak van hennepteelt is ingegeven door de gevaarlijke situatie die was ontstaan, waarbij de teelt van hennep in Rotterdam over het algemeen gepaard ging met brandgevaar door het vestigen van kwekerijen in woningen, waarbij illegaal stroom wordt afgetapt. Daarnaast bleek sprake te zijn van criminele netwerken die via de teelt van hennep in (veelal leegstaande) panden de stadswijken infiltreerden. Tegen die situatie moet hard worden opgetreden.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,
A.H.P. van Gils I.W. Opstelten
Behandelend ambtenaar: M. Kuiper