
Een dag eerder had wethouder Schrijer vriend en vijand verbaasd met zijn optreden in de commissie. Waar in de weken ervoor de wethouder met geen tien paarden te bewegen was tot enige zelfkritiek, laat staan excuses, ging hij nu voortdurend diep door het stof. Ja, hij was fout geweest. Ja, de informatie aan de raad had tekort geschoten. Ja, het zou niet meer gebeuren. En ja, hij rekende het zichzelf aan.
Schrijer sprak met zelfvertrouwen en was overtuigend. Hoewel ik van de oppositie ben, en het mij heel veel waard is dat dit college zo snel mogelijk opdoekt, moest ook ik bekennen dat Schrijer het spel op woensdag goed speelde. Ik heb hem daar ook een compliment voor gegeven.
Op woensdagavond heeft Schrijer overleg gehad met zijn collega wethouders. Dat de kameraadschap onder de huidige wethouders niet al te groot is, was al een understatement. Iedereen is met zijn eigen toko bezig (als ik het maar goed doe) en van enige saamhorigheid of collegialiteit is slechts in beperkte mate sprake. Maar de lek naar de Telegraaf die resulteerde in de kop: “Schrijer onder vuur collega wethouders” uitgerekend op de dag dat Schrijer zijn zwaarste politieke debat ooit moest gaan voeren, is regelrechte karaktermoord. (Hoewel Schrijer zelf opmerkte dat het lek niet uit het college kwam, is dit dus mijn interpretatie. Is het niet direct dan wel indirect)
Toen Schrijer ‘s ochtends de krant las, moet de schrik hem om het hart zijn geslagen. Hoe gaat de raad hier straks in het debat op reageren? Het maakte hem onzeker en timide in het raadsdebat. Waar hij op woensdag met een rechte rug excuses maakte, was hij op donderdag geen schim van de man die het politieke spel tot in de haarvaten beheerst.
Het verleidde de fractievoorzitter van de PvdA ertoe fijntjes op te merken dat het “de PvdA wel was opgevallen dat het excuus van Schrijer gisteren (in de commissie) royaler en vlotter werd uitgesproken dan vandaag. Laten we het maar op de zenuwen bij de wethouder houden”. Waar de verder vlakke collega Tempel (CDA) zich bij aansloot.
Al met al beleefde Schrijer de zwartste week uit zijn lange politieke geschiedenis. Begonnen als dagelijks bestuurder in de deelgemeente Charlois. Daar stond hij te boek als de rechtsbuiten van de PvdA door zijn (voor PvdA begrippen) felle taal over integratiekwesties.
In 2006 werd hij wethouder in het college PvdA-VVD-CDA-GroenLinks en groeide hij lopende de periode uit tot één van de steunpilaren van het college.
In 2009 streed hij samen met Hamit Karakus om het lijsttrekkersschap bij de PvdA voor de verkiezingen van 2010. Hij won nipt, al moet het voor hem pijnlijk geweest zijn dat mensen als Kriens en Van Heemst openlijk hun steun uitspraken voor Karakus. Ook bij de vasstelling van de kandidatenlijst liep Schrijer schade op. Hij zette van Heemst en Moti op 7 en 8 op de kandidatenlijst. Bij de uiteindelijke vaststelling van de lijst eiste, en kreeg, Van Heemst een hogere positie voor Moti en hemzelf en kwamen zij op 4 en 5. Het gaf al aan dat het leiderschap van Schrijer binnen de PvdA niet onomstreden was.
Bij de zo chaotisch verlopen verkiezingen van maart 2010 verloor de PvdA meer dan 30.000 stemmen (4 zetels) en werd (officieel) nipt groter dan Leefbaar Rotterdam. Schrijer bleef volharden in zijn weigering om samen met Leefbaar Rotterdam de stad te gaan besturen, ondanks (grote?) druk van PvdA’ers van buiten Rotterdam.
Schrijer formeerde samen met haven topman Hans Smits een coalitie van PvdA-VVD-D66 en CDA en eiste tevens het loco-burgemeesterschap voor hemzelf op ten koste van collega Kriens, iets wat door sommige PvdA ‘ers openlijk afgekeurd werd.
Ruim één jaar na de verkiezingen heeft wethouder Schrijer alle glans verloren. Met een gele kaart op zaak gaat hij een moeilijke tijd tegemoet. Er hangen donkere wolken boven Rotterdam in het algemeen en boven Schrijers Sociale Zaken en Werkgelegenheid in het bijzonder. Hoeveel er extra bezuinigd moet worden, is niet helemaal duidelijk (schattingen lopen uiteen tussen de 80 en 150 miljoen). Dan staat de evalauatie van het Pact op Zuid ook nog eens op de agenda, een dossier waar Schrijer ook grote risico’s loopt.
Na vandaag zal er anders en vooral kritischer worden aangekeken tegen het optreden van Dominique Schrijer. U mag eerlijk weten: er zijn weinig mensen in de Rotterdamse politiek waar ik me zo aan gestoord heb als aan wethouder Schrijer. De manier hoe hij in economische hoogtijdagen de uitstroom uit de bijstand als zijn eigen verdienste presenteerde (als het dan in crisistijd juist toeneemt ligt het wél aan de economie), de lawine aan jubelende persberichten die hij als wethouder (maar feitelijk als PvdA lijsttrekker) de laatste weken voor de verkiezingen rondstuurde, de manier hoe hij telkens weer de uitspraken van Marco Pastors over de burgemeester bewust uit zijn context haalde en zijn hautaine reactie op alle misstanden rondom de raadsverkiezingen, zorgden ervoor dat ik een hele nare smaak kreeg bij deze wethouder.
Toch had ik vandaag, gek genoeg, ook wel met hem te doen. Ik respecteer hem omdat hij een hart heeft voor de stad en de publieke zaak. Dat hij niet van mijn politieke kleur is, doet daar niets aan af. Ik weet zeker dat hij, vanuit zijn eigen politieke visie, het beste voor de stad wil.
Hij heeft geblunderd in het bijstanddossier en was op een gegeven moment nog de enige die dit niet wilde inzien. Volkomen terecht heeft hij hiervoor een motie van treunis aan zijn broek gekregen (weliswaar niet officieel maar wel officieus). Voor de politicus Schrijer vind ik dat, als zijn tegenstander, heerlijk. Vooral dankzij de werkelijk grandioze inbreng van mijn Leefbaar-collega Maarten Struijvenberg. Maar voor de mens Schrijer vond ik het raadsdebat uitermate pijnlijk. Op zulke momenten ben ik te veel mens voor de politiek. Als politicus zeg ik dus tegen Schrijer: Kijk uit, want we loeren op je. Als mens zeg ik: Sterkte de komende tijd. U zult het hard nodig hebben. De (politeke) vijanden zitten namelijk niet alleen bij Leefbaar Rotterdam volgens mij....
De lokale economie in het buitengebied van de deelgemeente Hoek van Holland zou gerevitaliseerd moeten worden. Dat is niet alleen een nobel streven, maar ook een publiek doel waaraan een lokale overheid behoort te werken. In november 2003 heeft de PvdA in de deelgemeente Hoek van Holland een motie ingediend om in het tweede kwartaal van 2004 een integrale gebiedsvisie ter besluitvorming aan de deelgemeenteraad voor te leggen. Dit alles is op een fiasco uitgelopen. Een spel van misleiding & bedrog (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=62710&type;=org) door vastgoedspeculanten werd getolereerd. De PvdA doet graag voorkomen alsof men vastgoedspeculatie wil bestrijden, maar in de Bonnenpolders kreeg de vastgoedmaffia vrij spel.
De wens om burgernabij te besturen en gebiedsgericht te werken (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=65755&type;=org) heeft in de Bonnenpolders slechts tot veel maatschappelijke -, zakelijke - en persoonlijke schade geleid. Het is altijd beter om preventief dan curatief te handelen en als bestuurder moet je juist anticiperen op toekomstige situaties. De actuele situatie in de Bonnenpolders (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=65952&type;=org) laat zien dat je niet goed bij je hoofd bent als je waarde toekent aan bestuurlijke besluiten, gemaakte afspraken, gewekte verwachtingen, uitgesproken intenties en gedane toezeggingen.
Het is nu bijan 4 jaar geleden dat er in een raadsvoorbereidende commissivergadering van de deelgemeente Hoek van Holland een presentatie van het bedrijfsplan “De Hof van Vreugde” heeft plaatsgevonden (http://www.deelraadinfo.nl/Hoek_van_Holland/_Overig_deelraad/Archief_Vergaderstukken_2003_t_m_2009/2007/commissievergaderingen/25_april_2007/agenda_2007commissie04a). Deze werd met complimenten ontvangen (http://www.deelraadinfo.nl/Hoek_van_Holland/_Overig_deelraad/Archief_Vergaderstukken_2003_t_m_2009/2007/commissievergaderingen/25_april_2007/Kort_verslag_2007commissie04n). Tot op heden wordt de uitvoering tegengewerkt door een gemeentelijke dienst. Men laat liever een gebied verpauperen en de bewoners op bijstandsniveau leven, dan dat men een maatschappelijke bijdrage wenst te leveren om deze mensen weer in hun kracht te zetten.
De situatie in de Bonnenpolders laat zien dat mensen die geen respect hebben voor wetten, regels, voorschriften en bepalingen ongestraft hun gang kunnen gaan. Daarmee maakt de overheid zichzelf ongeloofwaardig. Er is sprake van een wanprestatie bij de regievoering in de Bonnenpolders (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=64004&type;=org) en het is duidelijk dat ook hier mensen het verschil kunnen maken (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=64468&type;=org).
De gebeurtenissen in de Bonnenpolders trekken echter geen publicitaire aandacht omdat er geen sprake is van tientallen miljoenen euro´s die worden verspild. Er is echter niet veel empathie voor nodig om te beseffen wat de impact is van dit bestuurlijke debacle op de oorspronkelijke bewoners en ondernemers in de Bonnenpolders.
Inderdaad zitten de (politieke) vijanden van wethouder Schrijer niet alleen bij Leefbaar Rotterdam. Dat deze ook zitten bij zijn eigen partij is inmiddels bekend. Ook bij de Bestuursdienst en de gemeentelijke diensten zijn er lieden (ook partijgenoten!) die hem liever zien gaan, dan komen. Helaas doet men in het ambtelijk apparaat wel eens een deskundigheid voorkomen die in de praktijk niet aanwezig blijkt te zijn. Er valt een heel lijstje samen te stellen van fiasco´s. De financiële grootte van het debacle is daarbij niet altijd bepalend voor het zakelijke en persoonlijke leed dat wordt veroorzaakt.
Het ambivalente gevoel tussen “de mens” Schrijer en “de wethouder” Schrijer is natuurlijk wel herkenbaar. Het is echter ook belangrijk zich te realiseren met welk doel iemand bestuurder wil worden. Mag immers niet juist verwacht worden dat men een bestuurlijke loopbaan ambieert om een maatschappelijke bijdrage te kunnen leveren c.q. omdat men van betekenis wil zijn voor de samenleving?
Het empathisch vermogen dient dan ook primair gericht te zijn op de doelgroep. Hoeveel “pijnlijke dagen” hebben de slachtoffers van bestuurlijk wanbeleid gehad? Het zou van selectieve betrokkenheid getuigen om slechts aandacht te hebben voor de falende bestuurder.
Het dossier Bonnenpolder (http://www.bds.rotterdam.nl/Bestuurlijke_Informatie:7/Raadsinformatie/Ter_besluitvorming_aangeboden/Brieven_overige/11gr1104_Van_de_heer_Vreugdenhil_het_gebiedsontwikkelingsplan_De_Bonnen_een_drama_in_ruim_10_jaar_evaluatierapport_van_de_Stichting_de_Bonnen_over_het_initiatief_om_te_komen_tot_een_integrale_visie_op_de_Bonnenpolders_te_Hoek_van_Holla) laat zien hoeveel schade hier is veroorzaakt. Deze schade wordt voor kennisgeving aangenomen. De oorspronkelijke bewoners en ondernemers in dit Rotterdamse buitengebied zijn niet verantwoordelijk voor de genomen bestuurlijke beslissingen (http://www.bds.rotterdam.nl/Bestuurlijke_Informatie:7/Raadsinformatie/Gemeenteraad_2010_2014/2010/Kwartaal_4/Raadsvergadering_van_16_december_2010/Mededeling_van_ingekomen_stukken_met_betrekking_tot_de_raad_en_de_commissies_zoals_genoemd_op_de_doorlopende_lijst_2010_week_47_48_en_49_alsmede_agendapunt_5A_Spoeddebat_aangevraagd_door_mevrouw_Zivanovic_en_de_heer_Buijt_n_a_v_het_ove/Overige_brieven/10GR3151_Burgerbrief_over_de_bestuurlijke_besluitvorming_van_de_deelgemeente_Hoek_van_Holland_inzake_de_Bonnenpolders) en allerlei vertragingen, maar worden in hun zakelijke en persoonlijke levens wel geconfronteerd met de gevolgen hiervan. Hier is geen sprake van “pijnlijke dagen”, maar van “pijnlijke jaren”.
Het is inmiddels bijna een jaar geleden dat de Stichting de Bonnen een reactie (http://bds.rotterdam.nl/dsresource?objectid=199363&type;=org) heeft gegeven op het coalitieakkoord “Ruimte voor talent en ondernemen” (http://www.pvdarotterdam.nl/uploads/nieuws_bijlagen/coalitieakkoord_concept_20definitief290410.pdf).
In dit coalitieakkoord staat een fraaie alinea: “Wij staan voor een cultuur van samen doen. Enthousiasme en betrokkenheid van burgers gaan we
meer benutten. We doen een groter beroep op de verantwoordelijkheid van de Rotterdammer. Wij
willen dat het college de volledige gemeenteraad meer ruimte geeft om de kaders van beleid vast te
stellen. Hetzelfde geldt voor de inwoners, ondernemers en strategische partners. Zij krijgen via
bestaande en nieuwe instrumenten meer mogelijkheden om mee te praten bij de ontwikkeling en
uitvoering van beleid en het politieke proces en zelf bij te dragen aan de stad.”
Ook over “de ondernemende overheid” worden enige woorden gewijd:
“Bij een ondernemende overheid horen: ruimte bieden aan ondernemers, beter inspelen op de vragen
uit de markt, betere en snellere dienstverlening, 1 aanspreekpunt voor ondernemers, minder regeldruk
voor ondernemers, vereenvoudiging vergunningen en effectievere controles, meer aandacht voor
diversiteit, voortzetten van de stagemogelijkheden en verbeteren van werklocaties/woon-werk
eenheden.
We besteden extra aandacht aan de verbetering van de inrichting en uitvoering van de
gemeentelijke vastgoedorganisatie. Een zakelijke benadering van vastgoed en grondexploitatie is
mogelijk en wenselijk. Het afdekken van onrendabele toppen willen we
aanpakken. We bouwen niet voor leegstand van kantoren. We willen de
uitvoeringsstrategie van de stadsvisie uitvoeren en kiezen dus voor minder plannen, meer transparantie
en heldere keuzes en een excellent accountmanagement.”
En: “We gaan uit van zelfredzaamheid. Iedereen heeft zijn verantwoordelijkheid en de overheid speelt een
cruciale rol om mensen op die verantwoordelijkheid aan te spreken. De gemengde samenstelling van
de Rotterdamse bevolking is een gegeven. Aan deze diversiteit willen wij ruimte bieden, omdat deze
een kans biedt voor de stad. Voor discriminatie geven wij geen ruimte in de stad.
Nieuwe inzichten en verschillen leveren innovatie op, economisch en sociaal. We kennen de problemen
die in een grote en veelkleurige stad bestaan. We sluiten onze ogen niet voor problemen maar
bespreken deze en lossen ze op. Ook als het problemen betreft waar sociaal-culturele aspecten een rol
bij spelen. Dit betreft immers een samenlevingsvraagstuk.”
Inmiddels is duidelijk wat deze woorden waard zijn v.w.b. de situatie in de Bonnenpolders als buitengebied van Rotterdam. Deze Rotterdammers ziet men niet staan, zij doen niet mee en zij tellen niet mee. Men hecht heel regentesk meer waarde aan het advies van een ambtenaar dan aan de opvattingen van de oorspronkelijke bewoners en ondernemers in dit gebied. Men matigt zich een opvatting aan over de problematiek in het gebied zonder enige vak- en dossierkennis. De actuele feiten laten een groot contrast zien met het beeld dat door deze ambtenaren graag wordt neergezet. Is het niet juist aan de volksvertegenwoordigers om te controleren of de verstrekte bestuurlijke c.q. ambtelijke informatie juist is?
Sorry, de link die verwijst naar de reactie van de Stichting de Bonnen behoort te zijn: http://bds.rotterdam.nl/dsresource?objectid=199363&type;=org
Uit het verkiezingsprogramma 2010-2014 van de PvdA-Rotterdam:
“Het gemeentebestuur is er van en voor alle Rotterdammers. Ze hebben recht op goede en snelle dienstverlening. Op een stadsbestuur
dat open staat voor hun wensen en kritiek. Op dat vlak zijn belangrijke stappen gezet. Er zijn door toedoen van de PvdA
Rotterdam voorstellen gekomen om Rotterdammers op tijd te betrekken bij grote bouw- en sloopplannen. De dienstverlening
is flink verbeterd, bijvoorbeeld door de openstelling van de Stadswinkels in de avonduren en op zaterdag. De website van de
gemeente hoort tot de beste van Nederland. De PvdA Rotterdam wil een stadsbestuur dat in zijn manier van werken laat zien
dat iedere Rotterdammer telt. Het geld op de begroting is hun geld en ook daarom gaan we er zorgvuldig mee om.”
En:
“De gemeente moet een betrouwbare partner zijn van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en deelgemeenten.
Duidelijk aangeven wat er wel en wat er niet kan, wat de gemeente wil en van plan is, horen daar ook bij. Burgerparticipatie
moet serieus genomen worden, hetgeen inhoudt dat nieuwe voornemens tijdig met bewoners en andere betrokkenen worden
gecommuniceerd, en dat zo nodig bewoners in staat worden gesteld met alternatieven te komen. De samenwerking met
deelgemeenten wordt verder verbeterd en versterkt. Ook dat past in onze overtuiging dat we werken aan één Rotterdam.
Deelgemeenten zijn voor veel zaken het bestuur dat het dichtst bij de mensen staat. Ze kennen de kansen en bedreigingen
van hun straten en buurten het best. Ze zijn als eerste verantwoordelijk voor communicatie met en participatie van bewoners.
De beste mensen worden ingezet om deelgemeenten te ondersteunen.
De afgelopen vier jaar is een belangrijke stap gezet richting gebiedsgericht werken. Daarmee wordt bereikt dat Rotterdammers
in hun buurt, in hun wijk sneller resultaat zien.”
De actuele situatie in de Bonnenpolders laat zien wat het resultaat is van “gebiedsgericht werken” en “burgerparticipatie”. De actuele situatie laat ook zien hoe betrouwbaar de lokale overheid is gebleken bij de uitvoering van de unaniem aangenomen motie in november 2003, het bestuurlijke besluit inzake het gewenste scenario in december 2005 en het bestuurlijk vastgestelde Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen in september 2006.
Val de samenleving a.u.b. niet lastig met allerlei fraai geformuleerde pretenties en ambities als men niet over de bestuurlijke kwaliteit beschikt om woorden in daden om te zetten!
leen wil dan ook de gele bon uitreiken aan schrijer
Uit ervaring (http://nl.linkedin.com/pub/leen-vreugdenhil/b/972/633) weet ik hoe moeilijk het kan zijn het ambtelijk apparaat en de gemeentelijke diensten effectief en efficiënt aan te sturen om de gewenste en afgesproken maatschappelijke resultaten en publieke doelen te realiseren. Het vereist allereerst voldoende intellectueel overzicht en moreel overwicht.
Bij het hoofdstuk “gebiedsvisie” op de website van de Stichting de Bonnen staat het traject beschreven inzake het integrale gebiedsontwikkelingsproces. Het is duidelijk dat de lokale overheid hier inzake de vereiste regierol fors in gebreke is gebleven. Krijgt dit bestuurlijke falen pas aandacht als je met een koe op de stoep van het stadhuis gaat staan?
Hoe en van wie afhankelijk voor zijn informatie is een Wethouder in een grote stad .... kan het zijn dat zoëen bewust dom wordt gehouden .... ?
1. Het is überhaupt altijd onverstandig een blind vertrouwen te hebben in ambtelijke adviezen. Ook andere dossiers (Blunderput, etc.!) tonen dit aan.
2. Het Regionaal Groenblauw Structuurplan 2 is in februari 2005 vastgesteld (http://www.stadsregio.info/Content/www.stadsregio.info/Documenten/GRO%202005-02-14%20vastgesteld%20RGSP2.pdf). Kort samengevat werd over de Bonnennpolders gemeld dat dit een eerste prioriteit heeft en dat de realisering “een makkie” zou zijn. Als men na 6 jaar nog niet tot een resultaat is gekomen, heeft men het eigen onvermogen meer dan voldoende gedemonstreerd.
3. Een bestuurder kan worden bedolven onder de informatie. Het is bij een gezonde bestuurs- en organisatiecultuur aan het ambtelijk apparaat om de relevante informatie aan te bieden. Als dat niet gebeurt, wordt de bestuurlijke besluitvorming in een bepaalde richting gemanouevreerd c.q. gemanipuleerd. Natuurlijk mag dat bestuurlijk nooit getolereerd worden. Democratisch gekozen bestuurders behoren loyaal te zijn met de mensen door wie men gekozen is; blinde loyaliteit met het ambtelijk apparaat is net als blind vertrouwen in het ambtelijk apparaat onverstandig.
Wethouders zijn toch niet meer “gekozen” meen ik me te herinneren ... ?
Ik kan mij niet voorstellen dat enig personeelschef zo dom is dat-ie een domme wethouder aanstelt .... en eigenlijk nog minder dat Hr Schrijer, behalve uiteraard zijn keuze voor een Zeer Foute Club, een soort “dom” zou zijn.
Hier rammelt toch iets, denk ik.
Zoek het motief .... wie heeft/hebben belang bij foute cijfers?
Ten tijde van de besluitvorming rondom het Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen speelde in de deelgemeente Hoek van Holland ook het bouwproject Unicum. Hierover heeft de Rekenkamer Rotterdam uiteindelijk een onderzoeksrapport (http://www.rekenkamer.rotterdam.nl/nl/publicaties/files_content/rapporten/rotterdam/Rapport_hoogte_van_Unicum.pdf) geschreven. Er wordt in het onderzoeksrapport van de Rekenkamer Rotterdam geconcludeerd dat het OBR en de dS+V ten onrechte hebben geadviseerd dat het project onomkeerbaar was en dat het dagelijks bestuur van de deelgemeente de deelgemeenteraad onjuist en onvolledig heeft geïnformeerd. De deelgemeenteraad beschikte daardoor over onvoldoende informatie om een afgewogen besluit te nemen. Deze gebeurtenissen zijn geen incident op zich, maar vormen een onderdeel van een bepaalde bestuurs- en organisatiecultuur. Het toont een bepaald moreel niveau. De Rekenkamer Rotterdam heeft het college van B&W;indertijd geadviseerd een nader onderzoek te (laten) verrichten naar de mogelijke integriteitsbreuken. De resultaten hiervan zijn nog steeds niet bekend.
de volgende klap komt er al weer aan nu is het het dividend van eneco wat tegenvalt
@willem
maar een personeelchef huurt ook niet in gebaseerd op politieke afkomst en hoe hoog iemand op een lijstje staat dat niets met kwaliteiten maar meer met wie wie kent te maken heeft
We vergeten toch niet het verkeerd uitgegeven subsidiegeld van de EU 37 miljoen dat moet worden terugbetaald.
@Henk Rotterdam: ik kan niet vinden wat je bedoelt .... misschien dit:
??
O nee, niet precies ..... kijken of het zo (bij mij) werkt:
Raar; de link is “echt” want opnieuw opgezocht met trefwoorden in zoekmachine op Net kom ik in het juiste bericht. Misschien ligt het aan mijn Linux of aan de forumsoftware .... ff proberen zonder “activeren” (dan copy/plak nodig).
Lukt niet en genoeg ruimte hier verspild .... ik vind de ingang nu wel met doorscrollen op dat Rijnmond-blad.
Moeilijke tijden voor wethouder Schrijer.
Je hebt voorspellende gaven Ronald.
"De (politeke) vijanden zitten namelijk niet alleen bij Leefbaar Rotterdam volgens mij....”
In alle bescheidenheid was dit in ieder geval een juiste inschatting Ronald S.
Gaat Sparta komend seizoen promoveren, Ronald?