Rotterdam, 6 juli 2010.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A.S. Mosch (Leefbaar Rotterdam) over de overlast van een restaurant voor bewoners van de Kaapstraat.
Aan de Gemeenteraad.
Op 2 juni 2010 stelde het raadslid A.S. Mosch (Leefbaar Rotterdam) ons college schriftelijke vragen inzake overlast, veroorzaakt door een restaurant aan de Paul Krugerstraat 204.
Inleidend wordt gesteld:
“Bewoners van de Kaapstraat hebben veel overlast van een restaurant dat zich sinds april heeft gevestigd aan de Paul Krugerstraat. Dit restaurant werkt met schoorstenen die gericht staan op de huizen aan de overkant van de straat. Een en ander leidt tot veel stank- en rookoverlast.
Gesprekken tussen de bewoners en restauranthouder liepen op niets uit en nu worden ze al een zestal weken aan het lijntje gehouden door de deelgemeente Feijenoord. De wijkagent is met handen gebonden en ook na een bezoek van de DCMR is er niets veranderd.
Daarbij maakt de restauranthouder geen gebruik van eigen afvalcontainers. Hierdoor puilt de voor de bewoners bedoelde afvalopslag inmiddels uit, waardoor er inmiddels meer afval buiten dan in de afvalopslag ligt. ‘Zuid’ wordt hierdoor niet de gewenste ideale woonlocatie voor Rotterdammers maar voor meeuwen, ratten en ander ongedierte.
Omdat de deelgemeente de zaken weer eens niet op een bevredigende wijze weet af te handelen, heb ik voor u de volgende vragen.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1: Wat vindt u van het feit dat een dergelijke situatie al een aantal weken voortduurt?
Antwoord:
Naar aanleiding van een klacht d.d. 13 april 2010, afkomstig van een bewoner van de Kaapstraat, over restaurant Lezzet heeft de DCMR Milieudienst Rijnmond (hierna: DCMR) op 15 april 2010 ter plaatse een controle uitgevoerd. De DCMR constateerde dat restaurant Lezzet ten aanzien van de afvoer van rookgassen, vetafscheiding en het beheer van afvalstoffen in overtreding was van het Activiteitenbesluit en de daarbij behorende Regeling (uitvoeringswetgeving van de Wet milieubeheer). Per brief van
29 april 2010 is restaurant Lezzet in de gelegenheid gesteld om binnen drie maanden de benodigde voorzieningen te treffen om de geconstateerde overtredingen ongedaan te maken.
Deze termijn van 3 maanden wordt door de DCMR overigens standaard aangehouden aangezien een overtreder altijd in de gelegenheid wordt gesteld om een einde te maken aan een overtreding. In dit geval is daar een bouwvergunning voor nodig en aangezien voor het verkrijgen van een bouwvergunning voor een afvoerkanaal een doorlooptijd van maximaal 12 weken staat, is de ondernemer een termijn van 3 maanden gegund zodat het zonder meer mogelijk is de problemen binnen deze termijn op goede en ook legale wijze op te lossen. Inmiddels heeft de eigenaar van het pand aan de Paul Krugerstraat 204 (Vestia Rotterdam Feijenoord) op 17 mei 2010 daadwerkelijk een verzoek om een bouwvergunning ingediend voor het plaatsen van een afzuigkanaal tegen de achtergevel waarop binnenkort zal worden beslist. Voor de overige niet-bouwvergunningplichtige maatregelen - het aanbrengen van een vetafscheiding en het doelmatig beheer van afvalstoffen - heeft restaurant Lezzet tot 29 juli 2010 de tijd om de benodigde voorzieningen te treffen.
Vraag 2: Waarom is er tot op heden niets aan deze situatie gedaan?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 1.
Vraag 3: Bent u met mij van mening dat van een dergelijke constructie qua schoorstenen op voorhand kon worden verwacht dat het overlast voor omwonenden zou opleveren?
Antwoord:
Bouwkundig gezien is er sprake van twee afzonderlijke bouwwerken. Het restaurant maakt deel uit van een bouwblok dat los staat van het er boven gelegen appartementengebouw. Gezien deze bijzondere combinatie van gebouwen is de afvoer van rookgassen complex. Op voorhand was daarom niet te voorzien dat de normaal toegepaste voorziening voor de afvoer van rookgassen voor deze situatie niet adequaat zou zijn. Uit de gegevens bij de melding op grond van het Activiteitenbesluit, die op 30 november 2009 aan de DCMR is gezonden, kon niet worden afgeleid dat de rookgasafvoer niet voldeed aan de minimale afvoerhoogte.
Vraag 4: Wie gaat de restauranthouder op zijn verantwoordelijkheden wijzen en naleving van regels afdwingen?
Antwoord:
De DCMR zal het dagelijks bestuur van de deelgemeente Feijenoord adviseren daadwerkelijk handhavend op te treden, indien na 29 juli 2010 blijkt dat restaurant Lezzet niet heeft voldaan aan hetgeen in de brief van 29 april 2010 is geëist.
Vraag 5: Op welke termijn verwacht u dat deze problemen zijn opgelost?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 4.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
D.J. Schrijer, l.b.