Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 22, 2012
Markt in Rozenburg (n.n.b)

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


opleiding Urban Dance Culture aan het Thorbecke Lyceum

Op 25 januari 2007 heeft de heer Pastors een aantal schriftelijke vragen ingediend m.b.t. de opleiding Urban Dance Culture aan het Thorbecke Lyceum te Rotterdam. Deze vragen heeft hij als volgt toegelicht:

“Het Thorbeckelyceum in Rotterdam start een opleiding Urban Dance Culture. De opleiding sluit aan bij de moderne jongerencultuur en heeft vier pijlers: muziek, beweging, vormgeving en taal. Jongeren worden opgeleid in: ‘dj-ing, turntablism (?), breakdance, clowning, free running, graffiti (!), poetryslam en gaming.’
Volgens Leefbaar Rotterdam is dit geen kennis waarmee jonge mensen in Rotterdam een basis leggen voor hun toekomst. Achter dit initiatief zit niet de gedachte om jongeren met wat leuke vakken erbij te verleiden en ze ondertussen een goede beroepsopleiding te laten volgen. Volgens coördinator Henk Visscher zou het mooi zijn “als deze jongeren op de Willem de Kooning Academie terechtkomen”. Dit lijkt ons misleiding; hier is een school aan het woord die over de rug van de toekomst van deze jongeren het leerlingenaantal probeert te verhogen. Dit is een opleiding die opleidt tot werkloosheid en behoud van achterstandsposities. Bovendien is het de zoveelste pretopleiding in Rotterdam die gericht is op zang, dans, circus, muziek of cultuur.

Voor het Rotterdamse gemeentebestuur ligt er een belangrijke opdracht om de jongeren in deze stad succesvol de toekomst in te helpen. Het economisch tij zit mee; er is voldoende werk en een tekort aan technisch, dienstverlenend personeel. Met name naar vakkundig opgeleide vmbo’ers zal veel vraag ontstaan. De roep in dit verband om ambachtsscholen is veel gehoord, zowel in de landelijke als de gemeentelijke politiek. Sommige Rotterdamse scholen lijken zich hier echter weinig van aan te trekken en voor de makkelijk weg te kiezen. Met name allochtone jongeren zullen hier de dupe van worden.

Volgens Leefbaar Rotterdam betekent ‘meedoen’ dat nieuwkomers een basis leggen voor hun toekomst; oftewel kennis en vaardigheden opdoen en de vaardigheid om die actueel te houden gedurende hun werkzame leven. ‘Meedoen’ betekent niet dat de overheid op haar hurken moet gaan zitten en opleidingen moet aanbieden die op dit moment vooral bij allochtone Rotterdamse jongeren in de mode zijn, maar geen perspectief bieden op een aantrekkelijke arbeidsmarktpositie op de lange termijn. In de jaren zestig was er geen hippie-opleiding, in de jaren zeventig kon je nergens je diploma halen als disco-fan of punker, in de jaren tachtig gold hetzelfde voor new wave. Waarom moet de Rotterdamse jeugd nu wel opgeleid worden tot urban culture artiest?

De enige verklaring die wij kunnen vinden is dat er in tegenstelling tot de genoemde perioden nu scholen zijn die misbruik maken van de gelegenheid. Dat is nergens voor nodig, dat is zelfs minachting voor allochtonen, dat is jongeren in hun achterstandspositie koesteren. En dat is tot slot de hoon over je afroepen van diezelfde allochtonen en in het integratieproces een stap terug zetten. Leefbaar Rotterdam wil graag samen met allochtone ouders in het geweer komen degen dit soort stigmatiserende nep-opleidingen die opleiden tot werkloosheid.
Leefbaar Rotterdam wil graag weten hoe het College hier tegenaan kijkt en hoopt dan ook op een spoedige beantwoording van de volgende vragen:”

Vraag 1:
Wat vindt het college van de aansluiting van de Urban Culture-opleiding op de arbeidsmarkt?

Antwoord:
De Highschool Urban Culture is een reguliere onderbouw voor voortgezet onderwijs met extra leerlingactiviteiten op genoemde gebieden. Deze activiteiten worden in dit geval begeleid door de SKVR. Na de onderbouw vervolgen de leerlingen hun opleiding in de reguliere bovenbouwklassen van vmbo, havo en vwo. De aansluiting op arbeidsmarkt van deze opleiding is dus tenminste gelijk aan die van de andere reguliere vmbo, havo en vwo opleidingen.

Wel is hier sprake van een uitgebreider cultureel onderwijsaanbod voor leerlingen met specifieke talenten. Dit sluit aan bij het streven van ons college om niet alleen achterstanden te bestrijden, maar ook aanwezige talenten een impuls te geven. Om dezelfde reden kent het Thorbecke Lyceum ook een Highschool Sport en een afdeling Kunst en Cultuur, waarin zij workshops aanbieden in samenwerking met de Willem de Kooning Academie. Daarmee worden ook doorlopende leerlijnen gestimuleerd.

Vraag 2:
Is het college bereid om de discussie aan te gaan met scholen die vooral focussen op het vergroten van hun eigen leerlingenbestand, ongeacht of de opleiding die zij aanbieden de toekomst van de jongeren ten goede komt?

Antwoord:
Uit de rapporten van de inspectie blijkt niet dat op enige school in Rotterdam de focus voor extra activiteitenaanbod en profilering ten koste gaat van het voorgeschreven minimumaanbod en de resultaten van leerlingen.

Overigens staat bij ons college de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt hoog op de agenda. Een goed voorbeeld daarvan is het feit dat in maart 2007 wederom, mede op instigatie van Rotterdam, de Skills Manifestatie in Ahoy wordt gehouden. En marge hiervan is de eerste vergadering gepland van het “Strategisch Beraad” waar bedrijfsleven, onderwijs en overheid elkaar ontmoeten. Per branche wordt geïnventariseerd wat de komende jaren, mede tegen de achtergrond van de vergrijzing, de opleidingsbehoefte is, aan welke praktijkcomponenten, aan welke stagevoorwaarden e.d. moet worden voldaan. De behoefte van de arbeidsmarkt is hierbij leidend.

Vraag 3:
Wil het college contact leggen met werkgevers en allochtone ouders om te bezien in hoeverre zij achter dit soort opleidingen staan?

Antwoord:
Nee. Het gaat hier om een verantwoordelijkheid van het school(bestuur) zelf. De opleiding zou start indien minimaal 25 leerlingen met interesse voor de auditie slagen. Inmiddels heeft de school besloten in verband met de geringe belangstelling het komende schooljaar niet met de opleiding te starten. Daar het hier geen beroepsopleiding betreft ligt contact met werkgevers niet voor de hand.

Vraag 4:
Begrijpt het college dat opleidingen binnen de urban culture voor allochtonen stereotyperend zijn en dat het de integratie van allochtone jongeren juist niet ten goede komt?

Antwoord:
Nee. Het Thorbecke Lyceum legt in zijn voorlichting over de Highschool Urban Culture geen relatie met allochtone leerlingen. De opleiding staat open voor alle leerlingen.
Er is geen aanleiding om te veronderstellen dat deze opleiding tot negatieve stereotypen van allochtone leerlingen zou leiden. Mocht dat overigens toch het geval blijken te zijn, zal dat ook voor het Thorbecke Lyceum een punt van aandacht zijn.

Vraag 5:
Is het college van mening dat met name allochtone jongeren zullen worden aangetrokken door deze pretopleiding? Zo nee, durft u daar met deze school een resultaatverplichting over aan te gaan?

Antwoord:
Nee. Het college neemt afstand van de kwalificatie “pretopleiding”. Integen- deel. Het gaat hier om een reguliere opleiding voortgezet onderwijs aangevuld met een plus. Er wordt van deze leerlingen meer geëist dan in een reguliere opleiding.
Rotterdam heeft samen met de schoolbesturen een beleid met betrekking tot participatie en integratie op school ingezet. Er is geen aanleiding om voor het Thorbecke Lyceum van dit beleid af te wijken.

Vraag 6:
Is het college van mening dat er onvoldoende mogelijkheden zijn in Nederland om je in zang, dans en muziek te ontwikkelen als je daar zeer bijzondere talenten voor hebt?

Antwoord:
Nee. Ook in Nederland is er een behoefte aan zang, dans en muziek. Het gaat hier bovendien om een relatief beperkt aantal leerlingen, zeker in verhouding tot de Nederlandse schaal.

Vraag 7:
Hoe gaat het college leerlingen en ouders helpen deze opleidingen te vermijden en er voor zorgen dat scholen echte vakopleidingen gaan aanbieden?

Antwoord:
Het college bevordert een open, heldere en eerlijke voorlichting over het onderwijsaanbod binnen Rotterdam.
Overigens betreft het hier een opleiding die onderdeel uitmaakt van het voortgezet onderwijs. De vakopleidingen zijn gepositioneerd in het beroepsonderwijs. De impuls om tot meer praktijkgerichte opleidingen te komen, met een betere aansluiting op de arbeidsmarkt, verloopt via het hiervoor gememoreerde Strategisch Beraad.

Vraag 8:
Hoe vordert de invoering van de ambachtsscholen in Rotterdam?

Antwoord:
Voor wat betreft het versterken van het praktijkgericht onderwijs verwijzen wij naar het hiervoor gestelde omtrent het Strategisch Beraad.


Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,


De Secretaris, De Burgemeester,


A.H.P. van Gils I.W. Opstelten