Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 22, 2012
Markt in Rozenburg (n.n.b)

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


Onderzoek BOOR

Rotterdam, 13 december 2011.

Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid A.S. Mosch (Leefbaar Rotterdam) over onderzoek BOOR.

Aan de Gemeenteraad.

Op 21 november 2011 stelt het raadslid A.S. Mosch (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over onderzoek BOOR

Inleidend wordt gesteld:

Nu er weer aanhoudingen zijn verricht en wij van uw kant nog geen informatie naar de raad hebben zien komen over tussentijdse bevindingen vanuit de gemeentelijke (niet-strafrechtelijke) verantwoordelijkheid, stellen wij u met spoed de volgende vragen. Wij verzoeken u deze vragen binnen een maand te beantwoorden.

De vragen bestaan uit de volgende onderdelen:
- het onder druk zetten van aannemers door verdachten in de afgelopen maanden;
- gebrek aan maatregelen BOOR sinds 12 juli 2011;
- de door BOOR voorgenomen fusie van Prosco met SROL;
- uw eigen inzet tot heden.

De verdachte medewerkers van BOOR en haar onderhoudsstichting Prosco (zowel degenen die al aangehouden zijn als degenen die in onze ogen nog aangehouden moeten worden) vertellen in horeca-gelegenheden dat zij vanaf januari weer in functie zijn. Ook geven zij aan dat aannemers die dan nog zaken willen doen op het gebied van onderwijsgebouwen maar beter niet met Justitie kunnen praten. Aannemers worden op deze wijze geïntimideerd en onder druk gezet.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Voorafgaande aan de beantwoording maken wij de volgende aantekeningen:
- Het fraudeonderzoek van de recherche valt onder de verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie(OM). Alle verwijzingen naar mogelijke strafbaar gedrag of naar verdachte wijzen van handelen, moeten o.i. leiden tot meldingen bij het OM en vallen niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente. De Stichting BOOR is als werkgever verantwoordelijk voor haar personeel.

- Op 1 januari 2008 is de uitvoering van het openbaar onderwijs verzelfstandigd door de oprichting van de stichtingen BOOR en Prosco. Het onderwijspersoneel is overgedragen aan de Stichting BOOR. De administratieve taken zijn overgedragen aan Stichting Prosco die deze in opdracht van Stichting BOOR uitvoert. Voor de verzelfstandiging vielen deze activiteiten onder de verantwoordelijkheid van de dienst Openbaar Onderwijs (dOO) in opdracht van de Bestuurscommissie Openbaar Onderwijs(BOOR). Feitelijk was er sprake van interne verzelfstandiging, waarbij de dienst zoveel mogelijk als volwaardig schoolbestuur functioneerde. De gemeente was eindverantwoordelijk.
- Sinds de externe verzelfstandiging in 2008 valt Stichting BOOR onder de deelnemingen van de gemeente. Er is sprake van een publiek en een financieel belang. Dat geldt niet voor Stichting Prosco. De activiteiten van Stichting Prosco zijn in 2008 feitelijk geprivatiseerd. Dit betekent dat de gemeente geen bevoegdheden en verantwoordelijkheden heeft ten aanzien van Prosco. 
Het bestuur van de Stichting BOOR is tevens bestuur van de Stichting Prosco.
- Als gevolg van de verzelfstandiging valt de aanpak van de fraude primair onder de verantwoordelijkheid van het bestuur van Stichting BOOR. Het bestuur van BOOR bestaat uit het College van Bestuur (verantwoordelijk voor de uitvoering) en het Algemeen Bestuur (verantwoordelijk voor het interne toezicht op de kwaliteit van het onderwijs en de bedrijfsvoering). Tezamen vormen zij het Bestuur.
- De verantwoordelijkheid van de gemeente is vanaf 2008 (dus ook voor de aanpak van de nu ontdekte fraude) beperkt tot het externe toezicht op de bedrijfsvoering (begroting en rekening en ingrijpen bij taakverwaarlozing) en benoeming bestuursleden. Daarnaast is de gemeente voor 2008 verantwoordelijk geweest voor het openbaar onderwijs; de fraude voor zover die betrekking heeft op die periode raakt aan de gemeentelijke verantwoordelijkheid.
Formeel heeft de gemeente geen bevoegdheid om onderzoek bij de Stichting te doen. Wel kan de Gemeente de Stichting verzoeken daaraan mee te werken.

Gezien de vermelde verantwoordelijkheden hebben wij een deel van de vragen ter beantwoording voorgelegd aan de Stichting. Waar dat van toepassing is hebben wij dat duidelijk in de beantwoording opgenomen.

Vraag 1:
Wat heeft u tot op heden gedaan om ervoor te zorgen dat verdachte aannemers geen nieuwe opdrachten krijgen van BOOR of van Prosco?

Antwoord:
Stichting BOOR laat ons weten dat zij aannemers waarmee de stichting BOOR rechtstreeks zaken doet een verklaring laat tekenen dat zij niet betrokken zijn bij strafbare feiten. Met aannemers die door het openbaar ministerie als verdacht worden aangemerkt wordt de relatie opgeschort tot uitspraak van de rechter. De opdrachtgever is altijd stichting BOOR. Stichting Prosco geeft geen opdrachten. Zie ook het antwoord op vraag 36.

Vraag 2:
Welke maatregelen gaat u treffen om te voorkomen dat aannemers die informatie achterhouden en/of aan de fraude bij BOOR hebben meegewerkt straks weer in aanmerking komen voor nieuwe opdrachten?

Antwoord:
De relatie met aannemers valt onder de verantwoordelijkheid van Stichting Boor. Boor heeft gemeld de interne procedures te hebben aangescherpt en dat met deze aannemers geen zaken meer worden gedaan..

Vraag 3:
Welke maatregelen heeft u getroffen om aannemers die willen meewerken aan uw eigen onderzoek bij BOOR en het onderzoek van Justitie niet de dupe gaan worden van hun openheid?

Antwoord:
Voor het onderzoek dat in opdracht van de gemeente wordt verricht is vooralsnog geen medewerking van aannemers nodig. Ten aanzien van strafbare feiten die gemeld worden bij het OM valt het onder de verantwoordelijkheid van het OM om wel of niet tot vervolging over te gaan..

Vraag 4:
Welke oproep zou u aan aannemers willen doen die over informatie beschikken?

Antwoord:
Er zijn twee wegen waar langs informatie kan worden verschaft. De ene is een melding bij het openbaar ministerie, de andere een melding bij het advocatenkantoor dat opdrachtgever is van twee onderzoeken die binnen BOOR lopen.

Verdachten bewerken ook aannemers om facturen te antedateren, waardoor onrechtmatige betalingen administratief worden afgedekt. Contactpersonen binnen BOOR en Prosco zouden deze facturen toevoegen aan de administratie, wellicht ook onder dreiging van verdachten dat zij binnenkort weer de plek achter hun bureau zullen innemen.

Vraag 5:
Welke maatregelen heeft BOOR getroffen om de crime scene intact te laten na 12 juli 2011?

Antwoord:
Stichting BOOR meldt ons, dat de administraties (zowel de fysieke als de elektronische) van de verdachte medewerker na de doorzoeking door het openbaar ministerie ontoegankelijk gemaakt zijn voor onbevoegden. De kamer is afgesloten en de elektronische gegevens zijn “bevroren”. Zaken die door justitie bij de doorzoeking (11 juli 2011) in beslag zijn genomen, zijn vanaf dat moment veilig gesteld. De elektronische gegevens zijn eveneens vanaf het moment van de doorzoeking “bevroren”. De werkruimte van de verdachte medewerker is begin augustus 2011 fysiek afgesloten.

Vraag 6:
Op welke wijze heeft u geborgd dat sporen binnen BOOR niet kunnen worden uitgewist?

Antwoord:
Wij hebben het bestuur van BOOR verzocht alles in het werk te stellen om het justitieel onderzoek mogelijk te maken. Daar hoort het veilig stellen van informatie bij, zie ook antwoord op vraag 5.

Vraag 7:
Hoe controleert de gemeente of offertes, opdrachten, bestekken en facturen niet met terugwerkende kracht zijn opgesteld of ingevoerd?

Antwoord:
De controle op dergelijke zaken, voor zover het om het onderwijshuisvestingsbudget gaat, loopt via de Dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving en de Dienst Stadsontwikkeling. Door functiescheiding in het traject van inkoop, opdrachtverlening en betaling wordt de kans dat de door u geschetste situatie zich voordoet zo klein mogelijk gemaakt.

Vraag 8:
Hoeveel facturen zijn er sinds 12 juli 2011 door BOOR/Prosco ontvangen en/of geregistreerd met een factuurdatum van 11 juli 2011 en eerder? En hoeveel offerte-aanvragen en gunningen?

Antwoord:
Boor heeft een externe partij (Ernst &Young) opdracht gegeven om een forensisch onderzoek in te stellen. De gemeente gaat er vanuit dat het forensisch onderzoek deze gegevens zal opleveren.

Vraag 9:
Welke maatregelen heeft u getroffen om medewerkers die te goeder trouw zijn zich veilig te laten voelen en medewerkers die te kwader trouw zijn te verhinderen door te gaan met valsheid in geschrifte en vernietiging van documenten?

Antwoord:
Stichting BOOR heeft laten weten dat er slechts één medewerker verdacht is. Noch volgens het OM, noch volgens Stichting BOOR is er momenteel aanleiding te veronderstellen dat er andere medewerkers betrokken zijn bij strafbare feiten, zoals valsheid in geschrifte of het vernietigen van documenten. Het College van Bestuur zorgt voor communicatie met de medewerkers van BOOR en laat daarin nadrukkelijk blijken dat zij achter haar medewerkers staat. Voor de ‘kwade trouw’ zijn procedures aangescherpt.

Vraag 10:
Heeft BOOR intern mensen opgeroepen alle informatie die in het licht van de fraude
belangrijk kan zijn te verstrekken? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja, volgens Stichting BOOR middels een extern meldpunt bij een advocatenkantoor: (Ploum Lodder en Princen) of per fax of brief.

9/9/11 VOS/ABB-website
Verder benadrukt het CvB dat BOOR noch het Openbaar Ministerie het woord ‘miljoenenfraude’ heeft genoemd, wat de media wel hebben gedaan. De berichten over miljoenenfraude zijn volgens het college ‘speculaties van Leefbaar Rotterdam en het Algemeen Dagblad’.

12/9/11 VOS/ABB-website
Het verbaast Pastors ook dat BOOR op de eigen website meldt de benadeelde partij te zijn. ‘Op zich klopt dat natuurlijk, want de organisatie is inderdaad benadeeld. Maar waar het mij om gaat, is dat hier ofwel geen goede procedures waren, ofwel de naleving van procedures niet is gecontroleerd. Dat alles valt onder de directe verantwoordelijkheid van het College van Bestuur. Er lijkt dus niet alleen sprake van benadeling, maar ook van nalatigheid.’

Vraag 11:
Wat vindt u van de mededelingen die door BOOR aan u zijn gedaan, bezien in het licht van de ernst van de situatie?

Antwoord:
Wij hebben het contact met de Stichting BOOR al eerder dit jaar geïntensiveerd naar aanleiding van de resultaten van de bedrijfsvoering. Na het bekend worden van de fraude zijn de contacten nader geïntensiveerd. En worden wij door Boor van actuele informatie voorzien. Mede uit die informatie blijkt dat er door Boor verschillende acties zijn ingezet, zoals bijvoorbeeld het extern belegde forensische onderzoek. Uit deze acties blijkt dat Boor de ernst van de situatie onderkent.

9/9/11 website VOS/ABB:
Tevens meldt BOOR dat ten onrechte de suggestie is gewekt dat het Rotterdamse administratiekantoor Prosco, dat met BOOR in één kantoor zit, ook bij de vermeende fraude betrokken was. Volgens het CvB is bij Prosco, dat de administratie van BOOR voert, en bij BOOR een deel van de administratie van de betreffende medewerker in beslag genomen. Het onderzoek beslaat de periode 2005-2011.

Vraag 12:
Wat kan BOOR in uw ogen of volgens uw informatie bedoelen met “dat ten onrechte de suggestie is gewekt dat (..) Prosco (..) ook bij de vermeende fraude betrokken was?”

Antwoord:
Mededelingen van het openbaar ministerie geven het bestuur van de Stichting BOOR geen aanleiding te veronderstellen dat stichting BOOR of andere medewerkers van de Stichting bij fraude betrokken zijn. Eén medewerker van Boor is aangemerkt als verdachte.
Uitdrukkelijk is door het openbaar ministerie medegedeeld dat de stichting BOOR en de stichting Prosco als zodanig geen verdachte zijn.

Op de website van Prosco zagen wij op 10 oktober dat Prosco aankondigt te fuseren met een stichting genaamd SROL, “al 45 jaar een betrouwbare partner in onderwijs.” SROL opereert als fullservice dienstverlener voor onderwijsinstellingen in de gemeenten Heerlen en Alkmaar.

Vraag 13:
Was u op de hoogte van de voorgenomen fusie en zo ja sinds wanneer?

Antwoord:
Ja, de Stichting heeft ons per brief van 10 september daarvan op de hoogte gesteld.

Vraag 14:
Hoe en door wie bent u daar over geïnformeerd?

Antwoord:
De brief die wij hebben ontvangen is van het Bestuur van de Stichting Prosco.

Vraag 15:
Welke reactie of antwoord heeft u gegeven en op welk moment?

Antwoord:
Wij hebben dit bericht voor kennisgeving aangenomen.
De fusie is een logische vervolgstap op de afspraken die bij de verzelfstandiging gemaakt zijn over het verder op afstand zetten van stichting Prosco.

Vraag 16:
Welke bevoegdheden hebben het CvB van BOOR en de directie van Prosco ten aanzien van fusies met andere organisaties, en welke bevoegdheden heeft het Algemeen Bestuur, het gemeentebestuur en eventuele andere toezichthouders?

Antwoord:
De leden van het CvB van BOOR en de leden van het Algemeen Bestuur van BOOR vormen samen het bestuur van Stichting Prosco. Hierdoor is sprake van een personele unie van het bestuur van beide Stichtingen. In de statuten van Prosco is opgenomen dat de verantwoordelijkheid voor een fusiebesluit valt onder de bevoegdheid van de directeur van Prosco en dat het bestuur ter zake een goedkeuringsrecht heeft. Prosco voert opdrachten uit van de Stichting BOOR op contractuele basis. De gemeente en het CvB van BOOR (als zodanig) hebben bij de organisatie Prosco geen bevoegdheden. 

Vraag 17:
Welke juridische mogelijkheden biedt een fusie van Prosco met SROL aan de Gemeente Rotterdam en BOOR om afspraken te herzien of werkzaamheden aan schoolgebouwen door anderen dan Boor of Prosco te laten verrichten?

Antwoord:
De gemeente doet geen zaken met Stichting Prosco. De Stichting BOOR heeft bevestigd dat de Stichting Prosco slechts een administratiekantoor is en laat het geen werkzaamheden uitvoeren. Opdrachten voor werkzaamheden aan aannemers worden verstrekt door Stichting BOOR, al dan niet met behulp van externe tussenpersonen.

Vraag 18:
Waarom moet Prosco op dit moment, terwijl het strafrechtelijk onderzoek eigenlijk nog maar net begonnen is, gaan fuseren?

Antwoord:
Stichting Prosco is geen partij in het strafrechtelijk onderzoek.

Vraag 19:
Welke andere fusie- of samenwerkingsmogelijkheden zijn onderzocht?

Antwoord:
Stichting BOOR meldt dat er verschillende varianten zijn onderzocht. Op grond van kwalitatieve en financiële voordelen heeft Prosco gekozen voor deze variant.

Vraag 20:
Waarom is deze beslissing genomen en wat is het belang voor het onderwijs in Rotterdam?

Antwoord:
Stichting BOOR is van mening dat door de samenwerking de kwaliteit van de dienstverlening aan het scholenveld zal toenemen.

Vraag 21:
Hoe kan SROL bij Prosco het bij een fusie vereiste boekenonderzoek doen nu Justitie een deel van de administratie in beslag genomen heeft?

Antwoord:
Het OM heeft de administratie van stichting BOOR in beslag genomen. De administratie van stichting Prosco is niet in beslag genomen.

Vraag 22:
Hoe interfereert de voorgenomen fusie met het strafrechtelijk en gemeentelijk onderzoek?

Antwoord:
Dit is niet het geval. Zie ook het antwoord op vraag 18 en 21.
Voor het gemeentelijke onderzoek zien wij de fusie ook niet als belemmering.

Vraag 23:
Wat zijn de redenen om de voorgenomen fusie niet tijdelijk op te schorten?

Antwoord:
Gezien het antwoord op de voorgaande vraag is daar geen aanleiding toe.

Vraag 24:
Hoe kan het dat de fusiepartner door wil gaan met de fusie terwijl BOOR, Prosco en leidinggevenden mogelijk claims en taak- of gevangenisstraffen te wachten staan?

Antwoord:
Het OM heeft laten weten dat slechts één medewerker van Stichting BOOR verdacht is.

Vraag 25:
Wilt u BOOR en Prosco verzoeken de voorgenomen fusies uit te stellen tot justitie de zaak rond heeft, zo nee waarom niet?

Antwoord:
Hier hebben wij geen enkele aanleiding toe. De fusie heeft voordelen voor BOOR op het gebied van administratieve dienstverlening en vanwege het beëindigen van de bestuurlijke verwevenheid tussen stichting BOOR en stichting Prosco.

Vraag 26:
Heeft u de gemeentebesturen van Alkmaar en Haarlem geïnformeerd? Zo ja, hoe hebben zij gereageerd? Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Hier hebben wij geen enkele aanleiding toe.

Inmiddels is ons ter ore gekomen dat BOOR al in 2008 signalen heeft gekregen omtrent mogelijke fraude door de betreffende medewerker van BOOR en zijn oude zakenpartner die bij de stichting Prosco was ingehuurd. Zij zouden bij de Haagse stichtingen Lucas en Laurentius eerder malversaties hebben gepleegd. BOOR heeft daar toen naar verluid onderzoek naar gedaan. Het onderzoek heeft niet tot maatregelen richting verdachten geleid, en is voor zover wij weten nog niet opgedoken.

Vraag 27:
Heeft het CvB u geïnformeerd over eerdere signalen en/of het bestaan van dit onderzoek?

Antwoord:
Ja. Het CvB meldt ons dat deze rapportage geen aanleiding gaf tot het nemen van maatregelen.

Vraag 28:
Hoe oordeelt u in het licht van dit onderzoeksrapport de stelligheid van de opmerking van het CvB van BOOR dat “ten onrechte de suggestie is gewekt?”

Antwoord:
Wij hebben geen rede om te twijfelen aan de reactie van de Stichting Boor. Bovendien zijn wij niet in het bezit van een dergelijk rapport.

Vraag 29:
Waarom heeft het CvB aan de signalen of het onderzoek geen consequenties verbonden, althans wat hebben zij u desgevraagd geantwoord?

Antwoord:
Het CvB van BOOR meldde ons dat het onderzoek van destijds niet op frauduleus handelen wees.

Vraag 30:
Is er toen of nu contact opgenomen met voornoemde Haagse stichtingen om informatie over de verdachten in te winnen?

Antwoord:
Stichting BOOR geeft aan dat er destijds en recent contact geweest. Zie ook het antwoord op vraag 28.

Tot slot nog een aantal vragen over uw contacten met BOOR:

Vraag 31:
Welke informatie heeft u van het CvB van BOOR ontvangen sinds het onderzoek begonnen is?

Antwoord:
Sinds begin dit jaar heeft de gemeente het contact tussen gemeente en Stichting BOOR geïntensiveerd. De aanleiding daarvoor was toen primair de zorg om de bedrijfsvoering. Sinds het OM-onderzoek in juli begon is dit contact benut om informatie over het onderzoek uit te wisselen. Contacten zijn er op het niveau van het College van Bestuur van Stichting BOOR en de wethouder Deelnemingen en op het niveau van het CvB en betrokken ambtenaren van de Bestuursdeinst.

Vraag 32:
Zat hierbij informatie over tenminste één opdracht gegeven aan één aannemer die zich op internet presenteert als partner van twee andere aannemers, die alle drie als enige op dezelfde opdracht hebben ingeschreven en gevestigd zijn op hetzelfde adres?

Deze informatie is binnen BOOR bekend.

Antwoord:
Over lopend onderzoek kan ik geen mededelingen doen. Stichting BOOR doet geen zaken met partijen van wie bekend is dat zij op onrechtmatige wijze handelen.

Vraag 33:
In hoeverre voelt u zich volledig geïnformeerd door BOOR?

Antwoord:
Wij laten ons regelmatig op de hoogte stellen door BOOR. Naar onze indruk informeert het bestuur ons openhartig en volledig

Vraag 34:
Hoe vaak heeft u met het CvB om de tafel gezeten in het kader van de fraude na 12 juli 2011?

Antwoord:
De wethouder Deelnemingen heeft ca. 5x met (de voorzitter van) het College van Bestuur om de tafel gezeten, op ambtelijk niveau gaat het om zeker meer dan 10 ontmoetingen. Daarnaast is sprake van veelvuldig telefonisch contact.

Vraag 35:
Welke maatregelen heeft het CvB genomen tot heden om dit soort fraude in de toekomst te voorkomen?

Antwoord:
De Stichting BOOR heeft onderzoeken gestart (in- en extern) om het functioneren van de administratieve procedures te onderzoeken en waar nodig, in overleg met de accountant, voorstellen voor aanpassing van deze procedures te doen. De opdrachtverlening verloopt via advocatenkantoor Ploum Lodder Princen. De interne procedures zijn ook met onmiddellijke ingang in juli verscherpt.

Vraag 36:
Wat is er veranderd in de aanbestedingsprocedure na 12 juli 2011?

Antwoord:
Stichting BOOR meldt ons, dat door de Stichting streng wordt toegezien op de naleving van de procedures. De procedures zijn aangescherpt in die zin dat bij overeenkomsten een aantal extra eisen op het gebied van integriteit is vastgelegd, die als ontbindende voorwaarden in de overeenkomst worden opgenomen.

De algemene inkoopvoorwaarden van stichting BOOR zijn gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Deze voorwaarden sluiten aan bij de inkoopvoorwaarden van de gemeente Rotterdam. Voor het overige wordt bij aanbestedingen gehandeld overeenkomstig de nota inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente Rotterdam (november 2005) en het Aanbestedingsreglement voor werken (2005).

Vraag 37:
Hoe beoordeelt u de kwaliteit van de procedures en het toezicht op naleving ervan door het CvB?

Antwoord:
Sinds de inval door het OM in juli 2011 zijn interne procedures verscherpt.
De zorgen omtrent de bedrijfsvoering hebben het College er al eerder toe gebracht een Evaluatie-onderzoek te doen naar de verzelfstandiging. Dit onderzoek is nog niet afgerond. Het in opdracht van de gemeente door de ASR verrichte onderzoek bevat voldoende aanleiding tot verdere versteviging van de bedrijfsvoering.
Het college heeft het Algemeen Bestuur gevraagd om een plan van aanpak voor te leggen ter verbetering van deze bedrijfsvoering. Om de voortgang te bewaken, heeft het college het Algemeen Bestuur verzocht om tweemaandelijkse rapportages.

Vraag 38:
Hoe vaak heeft u contact met het Algemeen Bestuur van BOOR gehad, wat is daarbij aan de orde gekomen en wat is er afgesproken?

Antwoord:
Naar aanleiding van onze zorgen over de bedrijfsvoering hebben wij het algemene bestuur in mei jl. al uitgenodigd. Van een fraudeonderzoek was toen nog geen sprake. In december 2011 heeft overleg plaatsgevonden tussen wethouder Deelnemingen en de voorzitter van het algemeen bestuur van BOOR. Op 13 december daarop volgend heeft de wethouder met het voltallig bestuur van BOOR gesproken over mogelijke vervolgstappen. Accent daarbij heeft telkenmale gelegen op het versterken van de bedrijfsvoering en op het toezicht dat daarop moet plaatsvinden.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

De secretaris,
A.H.P. van Gils

De burgemeester,
A. Aboutaleb