Rotterdam, 24 april 2012.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid R. de Jong (Leefbaar Rotterdam) over obstructie Havenbedrijf inzake recreatie Maasvlakte II.
Aan de Gemeenteraad.
Op 13 januari 2012 stelde het raadslid R. de Jong (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over obstructie Havenbedrijf inzake recreatie Maasvlakte II.
Inleidend wordt gesteld:
“Vorige week ontving ik digitaal de nieuwsbrief Maasvlakte II, nr. 4 (december 2011) en deze nieuwsbrief is als bijlage bij deze schriftelijke vragen gevoegd. In deze nieuwsbrief wordt uitvoerig ingegaan op de planologie van de recreatieve zone Maasvlakte II. De nieuwsbrief is op de eerste plaats vooral een marketinginstrument en het lijkt allemaal prachtig. Echter, het lijkt ook alsof het HbR geen enkele boodschap heeft aan de uitvoering van de unaniem aangenomen motie “Geen 7 km strand zonder basisfaciliteiten”. De punten uit deze motie worden genegeerd of geheel naar eigen goeddunken uitgevoerd.
Leefbaar Rotterdam vindt het nu echt welletjes. Op zijn minst had het HbR in haar nieuwsbrief een eerlijke stand van zaken moeten geven ten aanzien van de door de gemeenteraad en het college opgelegde besluiten. In plaats daarvan lijkt het HbR te kiezen voor een verkapte politiek van obstructie.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording.
Vraag 1:
Wat vindt u van de houding van het HbR zoals onder meer blijkt uit de nieuwsbrief?
Antwoord:
Het HbR heeft die onderdelen van het plan gecommuniceerd die naar zijn inzicht zeer waarschijnlijk worden gerealiseerd. HbR heeft ervoor gekozen de onzekerheden, waarover door de gemeente nog een standpunt dan wel beslissing moet worden (in)genomen, niet mee te nemen in de nieuwsuiting naar het algemene publiek, waarop deze nieuwsbrief zich richt. Er zijn hierin geen voorbehouden gemaakt t.a.v. mogelijke standpuntbepaling dan wel besluitvorming in ons college of uw raad over de (mogelijkheden tot) uitvoering van de motie “geen 7 km strand zonder basisfaciliteiten” . Het HbR heeft niet de intentie gehad om middels deze nieuwsbrief een voorschot te nemen op de uitkomst van onze rapportage over uw eerder genoemde motie.
Vraag 2:
Waar ziet u in deze nieuwsbrief, of in andere door het HbR uitgezonden berichten, de bereidheid tot uitvoeren van opdrachten zoals door gemeenteraad en college aan het HbR gegeven?
Antwoord:
Wij onderzoeken thans in goed overleg met HbR en vertegenwoordigers van verschillende groepen (potentiële) gebruikers van het toekomstige strand de mogelijkheden om invulling te geven aan de door uw raad aanvaarde motie en met inachtneming van eerder gesloten overeenkomsten tot aanleg van MV2. Naar aanleiding van het bericht in de nieuwsbrief hebben we met HbR afgesproken dat de communicatie over het strand MV 2 voortaan in afstemming zal gaan met de gemeente.
Verder wordt het volgende gesteld:
“De vereniging Sportvisserij Zuidwest Nederland voert al jaren strijd om een trailerhelling op de Maasvlakte II. Deze strijd werd tot aan de bestuursrechter toe gevoerd omdat het HbR weigert afspraken na te komen. Zo staat in de Wbr vergunning DZH-ARN/2008.00371, d.d. 02-06-2010 artikel 3.2 lid 5 dat op de zachte zeewering een trailerhelling gerealiseerd dient te worden. Hierbij ontvangt de sportvisserij geen enkele serieuze reactie op hun legitieme verzoek dat ook nog eens door deze Wbr vergunning gesteund wordt. In aanvulling hierop is in de Tweede Kamer de motie Koppejan aangenomen waarin de overheid verzocht wordt standaard bij het ontwerp van waterstaatkundige werken, in overleg met de direct betrokken overheden en organisaties (sportvisserij en recreatie) de mogelijkheden voor sportvisserij te faciliteren.”
Vraag 3:
Bent u bereid om het HbR om opheldering te vragen en te verplichten uitvoering te geven aan de opdrachten zoals deze zijn neergelegd?
Antwoord:
Wij zijn in overleg met alle partijen. Voorstel naar aanleiding van de motie licht bij de raad voor.
Vraag 4:
Hoe ziet u de weigering om over te gaan tot aanleg van de trailerhelling in het licht van genoemde motie Koppejan?
Antwoord:
De motie verzoekt de regering standaard bij het ontwerp van waterstaatkundige werken, in overleg met direct betrokken (lokale overheden, organisaties voor sportvisserij en recreatie) de mogelijkheden voor sportvisserij te betrekken.
Vraag 5:
Bent u van mening dat deze trailerhelling op korte termijn gerealiseerd zou kunnen en moeten worden door het HbR?
Antwoord:
Een trailerhelling op de zachte zeewering is de eerstkomende 5 jaar geen optie. Als alternatief wordt de mogelijkheid onderzocht om een trailerhelling in Stellendam te gebruiken.
Vraag 6:
Welke maatregelen kunt u nemen als het HbR blijft weigeren uitvoering te geven aan, middels rechterlijke uitspraken bevestigde, volstrekt legitieme verzoeken van recreanten?
Antwoord:
Zie antwoord vraag 3.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
Ph. F. M. Raets
De burgemeester,
A. Aboutaleb