Rotterdam, 28 juni 2011.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van de raadsleden M.G.J. van Elck (Leefbaar Rotterdam) en M.W.J. Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) over misbruik daklozenkranten.
Op 3 mei 2011 stelden de raadsleden M.G.J. van Elck en M.J.W. Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over misbruik daklozenkranten.
Inleidend wordt gesteld:
“De Telegraaf berichtte afgelopen vrijdag dat de verkoop van daklozenkranten in toenemende mate in handen is van Oost-Europeanen . Volgens het Leger des Heils zijn de nieuwe Bulgaarse en Roemeense verkopers slachtoffer van mensenhandelaren uit het land van herkomst. Nederlandse dak- en thuislozen zouden bedreigd en mishandeld worden om de betere verkoopplekken in handen te krijgen. Vervolgens brengen Oost-Europese verkopers kranten aan de man die uit een andere regio of uit België komen, waar de koper niets aan heeft. De Nederlandse dak- of thuisloze verliest zo zijn inkomsten en dagbesteding. Het Rotterdamse Straatmagazine zou overwegen te stoppen, omdat er niet meer valt op te boksen tegen de oneerlijke concurrentie.
In november 2010 stelde Leefbaar Rotterdam ook vragen over Oost-Europese straatkrantverkopers. In de onlangs ontvangen beantwoording staat niets vermeld over de wantoestanden die de Telegraaf beschrijft.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Is het bij u bekend dat dak- en thuislozen die daklozenkranten verkopen worden bedreigd en mishandeld vanwege hun verkoopplekken? En dat Oost-Europese verkopers slachtoffer zijn van georganiseerde criminaliteit? Zo ja, hoe gaat u hier tegen optreden?
Antwoord:
In onze gesprekken met het Rotterdams Straatmagazine (de dak-en thuislozenkrant) is ons gemeld dat enkele van hun verkopers aangeven bedreigd of geïntimideerd te zijn door straatkrantverkopers met een Oost-Europese achtergrond. Ook hebben wij geruchten over betaling voor verkoopplekken vernomen, maar daar hebben wij geen harde bewijzen van ontvangen. Er is bij de politie Rotterdam-Rijnmond geen aangifte gedaan van dergelijke feiten. Na overleg met de gemeente hebben het Openbaar Ministerie en de politie besloten tot het doen van een feitenonderzoek. Zodra er resultaten zijn, wordt u hierover geïnformeerd.
Vraag 2:
Bent u op de hoogte van een voornemen van het Rotterdamse Straatmagazine om te stoppen met zijn uitgave? Wat vindt u hiervan?
Antwoord:
De organisatie van het Rotterdamse Straatmagazine heeft inderdaad aangegeven te overwegen om te stoppen, o.a. vanwege een teruglopende omzet. De organisatie werkt zelfstandig en zonder financiële steun van de gemeente.
Vraag 3:
Is het bij u bekend dat winkeliers, waar de verkopers van daklozenkranten voor de deur staan, overlast ondervinden door de bedreigingen jegens Rotterdamse dak- en thuislozen? Zo ja, wat gaat u hier aan doen?
Antwoord:
Er zijn bij ons geen concrete feiten bekend over de ervaring van overlast door straatkrantverkopers bij winkeliers. Dit wordt wel meegenomen in het feitenonderzoek.
Vraag 4 wordt als volgt ingeleid:
“Het is niet zonder meer toegestaan om openbare verkoopactiviteiten te ontplooien. Dat het Rotterdamse verkopers van het Rotterdamse Straatmagazine wel toegestaan wordt om hun krant te verkopen, vindt Leefbaar Rotterdam een goede zaak. Oost-Europese verkopers zouden wat Leefbaar Rotterdam betreft deze toestemming niet moeten krijgen. Het college kan handhavend optreden tegen ongewenste vormen van verkoop van daklozenkranten.”
Vraag 4:
Wat vindt het college er van om verkoop van andere daklozenkranten dan het Rotterdamse Straatmagazine, zoals de Zelfkrant en het Straatjournaal, niet langer toe te staan in Rotterdam?
Antwoord:
De verkoop van straatkranten is toegestaan op basis van het grondwettelijke recht op vrijheid van meningsuiting. Als het feitenonderzoek leidt tot de constatering dat er sprake is van intimidatie of overlast door straatkrantverkopers, zal de gemeente met politie en OM onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om dit aan te pakken.
Tot slot stellen de vragenstellers:
“In de beantwoording van de eerder genoemde vragen stelt u dat de gemeente heeft aangeraden om alleen verkopers in te zetten die een tewerkstellingsvergunning hebben.”
Vraag 5:
Is de tewerkstellingsvergunning niet verbonden aan een specifieke werkgever en de door hem/haar verstrekte arbeidsplaats? Zo ja, vervalt de tewerkstellingsvergunning als de werknemer niet meer werkzaam bij deze werkgever is? Zo nee, wanneer vervalt een tewerkstellingsvergunning dan?
Antwoord:
Nader onderzoek heeft aangetoond dat voor de verkoop van straatkranten geen tewerkstellingsvergunning nodig is. De verkoop van straatkranten is toegestaan op basis van het grondwettelijke recht van vrijheid van meningsuiting.
Bulgaren en Roemenen hebben een tewerkstellingsvergunning nodig als zij in loondienst gaan bij een werkgever. De tewerkstellingsvergunning geldt alléén voor de werknemer en het werk waarvoor de vergunning is aangevraagd. Een tewerkstellingsvergunning is maximaal drie jaar geldig. Het UWV WERKbedrijf beslist welke tewerkstellingsvergunning wordt verstrekt en de geldigheid van de werkvergunning. Ook kan het UWV WERKbedrijf specifieke voorschriften aan een vergunning verbinden.
Vraag 6:
Bent u van mening dat het verkopen van een daklozenkrant gezien kan worden als een reden voor arbeidsmigratie?
Antwoord:
Als de verkoop van straatkranten financieel meer oplevert dan een inkomen in het land van herkomst is het voor een migrant aantrekkelijk om naar Nederland te komen. Indien de verkoop van een straatkrant echter als bron van inkomsten dient, dan zou er sprake kunnen zijn van een commerciële activiteit. Wij onderzoeken dit en komen hierop terug.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
J. Kriens, l.b.