Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


melden bij vermoeden van mishandeling van kinderen bij Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK

Inleidend stelt mevrouw van den Anker:

“Leefbaar Rotterdam was zeer content met het bericht in NRC-Handelsblad van 30 september 2006 jongstleden, waarin melding werd gemaakt van de uitkomst van een onderzoek door de Inspectie voor de Gezondheidszorg naar het functioneren van een consultatiebureau en een Rotterdamse huisarts inzake het overlijden van baby Melanie. Uit het onderzoek dat in opdracht van het Openbaar Ministerie (OM) is uitgevoerd, is gebleken dat zowel het consultatiebureau als de huisarts vermoedens hadden van mishandeling. Zij hadden deze vermoedens moeten melden bij het Advies en Meldpunt Kindermishandeling (AMK), zo concludeert de Inspectie.

Leefbaar Rotterdam vindt het een goede zaak dat het OM de rol, betrokkenheid en eventuele medeverantwoordelijkheid van consultatiebureau en arts in strafrechtelijke zin onderzoekt. Dit gebeurt niet vaak en hiermee toont het OM niet alleen lef, maar ook dat zij gevoelig is voor de maatschappelijke en politieke discussie over de rol en (mede)verantwoordelijkheid van artsen (en andere medisch specialisten zoals bijvoorbeeld psychiaters) in geval zij kennis dragen van strafbare feiten waaronder kindermishandeling, kindermoord en huiselijk geweld kunnen worden begrepen.

Onze fractie hoopt dan ook dat de rechtbank zich gaat uitspreken over deze zaak waarbij de betrokken medici als verdachten in de zin van art 27 Sv. worden gehoord, vervolgd en berecht opdat jurisprudentie wordt opgebouwd. Deze jurisprudentie is hard nodig omdat de meeste medici zich afzonderlijk, maar ook bij monde van hun beroepsgroep, negatief uitspreken over hun rol en (mede)verantwoordelijkheid bij kindermishandeling, kindermoord, huiselijk geweld, meisjesbesnijdenis etc. Veel medici stellen zich op het standpunt dat wanneer zij kennis dragen van mogelijk strafbare feiten het beter is deze kennis onder het mom van medisch beroepsgeheim voor zich te houden. Veel medici stellen de vertrouwensrelatie met de patiënt/cliënt boven de wettelijke plicht om strafbare feiten onverwijld te melden aan de politie of het AMK. “Mensen komen dan niet meer of sowieso niet naar de dokter toe”, is een argument dat doorgaans door artsen wordt aangedragen. De gangbare praktijk tot nu toe is dat artsen zelf een afweging mogen maken af ze melden of niet, waarbij achteraf niet standaard in strafrechtelijke zin wordt getoetst of het handelen van de arts de toets der kritiek kan doorstaan. Gelukkig moeten artsen steeds vaker voor het medisch tuchtrecht verantwoording afleggen over hun handelen, maar ook dit gebeurt niet in alle gevallen, omdat het geen standaard procedure is om in geval van kindermishandeling, kindermoord, huiselijk geweld etc. na te gaan bij behandelde (huis)artsen en psychiaters of men kennis droeg van deze strafbare feiten of althans hiervan vermoedens had.

Leefbaar Rotterdam erkent de spagaat in de juridische positie van artsen tussen enerzijds de plicht om (vermoedens van) strafbare feiten te melden en anderzijds de eed die men heeft afgelegd om medische gegevens geheim te houden.

Echter Melanie is niet het enige en eerste slachtoffer van kindermishandeling (of huiselijk geweld) waarbij achteraf bleek dat artsen van de kindermishandeling en het geweld op de hoogte waren zonder dit te melden bij het AMK. Overigens is het informeren van het AMK geen garantie dat dodelijke slachtoffers uitblijven, maar het informeren van deze instantie is in ieder geval een stap in de goede richting.

Leefbaar Rotterdam voelt mee met alle betrokkenen, inclusief het consultatiebureau en de huisarts, in deze verdrietige zaak, maar dringt niettemin aan op “Rotterdamse duidelijkheid over de rol en verantwoordelijkheid van medici aangaande het melden van (vermoedens van) strafbare feiten.

Onze fractie gaat er van uit dat uw college duidelijk antwoord geeft op onderstaande vragen zonder dat u zich verschuilt achter “zijn wij niet van en gaan wij niet over”. Daarvoor is dit onderwerp te politiek van aard omdat er mensen- en kinderlevens mee gemoeid zijn. Kinderen bovendien die afhankelijk zijn van onze (politieke) bescherming omdat ze van hun ouder(s) niet op aan kunnen”.

Hieronder volgen haar vragen, voorzien van onze antwoorden.

Vraag 1:
Deelt uw college de mening dat de houding en beroepscultuur van (te) veel artsen om het medisch beroepsgeheim boven de meldplicht te plaatsen, onwenselijk en ontoelaatbaar is?

Antwoord:
Wij achten het onwenselijk en ontoelaatbaar dat in het geval van kindermishandeling het beroepsgeheim boven het melden wordt geplaatst.
Overigens is het beroepsgeheim wettelijk vastgelegd maar een meldplicht niet. Wel is er een meldrecht geregeld in de Wet op de Jeugdzorg. In verband met het melden van kindermishandeling door artsen bij een Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) zijn criteria vastgelegd in de meldcode van de KNMG. Als het gaat om een vermoeden (en niet om een constatering) kan men ook anoniem consulteren bij het AMK.
Onzorgvuldigheid of nalatigheid bij het constateren van (mogelijke) kindermishandeling kan tuchtrechtelijke of eventueel zelfs strafrechtelijke gevolgen hebben (dood door schuld).

Vraag 2:
Welke Rotterdamse beleidsinstrumenten gaat u, naast discussie en dialoog, inzetten om deze houding en beroepscultuur bij medici te veranderen?

Antwoord:
Wij sturen aan op een heldere Rotterdamse aanpak van huiselijk geweld. Uitgangspunt is dat kindermishandeling een strafbaar feit is dat gemeld dient te worden.
Voor beroepsbeoefenaren (waaronder medici) dient voorop te staan dat elk vermoeden van kindermishandeling dient te worden gemeld bij het AMK, dat met dit doel op grond van de Wet op de jeugdzorg in stand wordt gehouden. Onderdelen van de Rotterdamse aanpak zijn:

1. Meldcode
Er wordt een meldcode ontwikkeld voor professionals, die ingaat op de hantering van de vertrouwensrelatie tussen cliënt en hulpverlener in geval van (vermoeden van) huiselijk geweld dan wel kindermishandeling.

2. Bespreken meldingen, sluitende aanpak
De samenwerking tussen het Advies– en Steunpunt Huiselijk Geweld (ASHG) en de Lokale Zorgnetwerken (LZN), het AMK, politie en Openbaar Ministerie wordt verder versterkt. Er komt een sluitende aanpak die snelle en effectieve vervolgacties garanderen. Afhankelijk van de beoordeling door het AMK inzake aard en ernst, mede met het oog op de effectiviteit, kan dit een zorg- of strafrechtelijke actie betreffen dan wel een combinatie. In concrete casuïstiek zal binnen die sluitende aanpak worden vastgelegd welke organisatie de verantwoordelijkheid voor de coördinatie op het verdere proces heeft, zodat duidelijk is welke organisatie kan worden aangesproken.

3. Voorlichting aan en training van professionals
De voorlichting aan en training van huisartsen en andere professionals die met kinderen werken wordt verbeterd en uitgebreid om hen alert te maken op signalen en te zorgen dat zij na signalering adequater kunnen handelen. De GGD is gestart met deze voorlichting en training.

4. Registratie van meldingen
Verbeteren en uitbreiden van de mogelijkheden om meldingen over probleemkinderen systematisch te registreren zoals nu met SISA (Stedelijk Instrument Sluitende Aanpak) gebeurt.
Binnenkort kunnen ook de hulpverleners van het JONG risicokinderen systematisch melden zonder de regels van de privacy te schenden. Binnen JONG werken Consultatiebureau Ouder en Kind, de GGD en Bureau Jeugdzorg samen.

5. Lobby naar het rijk
Wij voeren een lobby richting het rijk, waarin wij de voorgenomen Rotterdamse aanpak al onder de aandacht hebben gebracht.

Daarnaast verwijzen wij u naar onze brief aan u (kenmerk 06BSD12116) waarin wij in overleg met het dagelijks bestuur van de stadsregio maatregelen aankondigen gericht op verbetering van de samenwerkingsstructuur van onderwijs, jeugdzorg en gezondheidszorg.

Het ASHG heeft dit voorjaar de publiekscampagne “Meld huiselijk geweld” gevoerd. In november was er de ‘Week zonder Geweld’.

Vraag 3:
Bent u met ons van mening dat het OM in Rotterdam standaard een strafrechtelijk onderzoek moet instellen naar de rol en betrokkenheid van behandelende artsen en psychiaters in geval van kindermishandeling en kindermoord?

Antwoord:
Het besluiten tot en het verrichten van strafrechtelijk onderzoek is de verantwoordelijkheid van het OM, niet van het college. Het OM kan alleen vervolgen bij verdenking van een strafbaar feit.
De medisch officier heeft regelmatig overleg met de Inspectie voor de Gezondheidszorg, waarbij gezien de recente hoeveelheid
kindermishandelingszaken, de gewenste verbetering van het functioneren van de consultatiebureaus een steeds terugkerend punt op de agenda is.
Belangrijk aspect in deze is de meldingsbereidheid van de
consultatiebureaus en het alert zijn op kindermishandeling.
De gemeente zal bij ernstige voorvallen zelf ook onderzoek instellen naar het functioneren van de (gemeentelijke) hulpverlening.

Vraag 4 :
Zo ja, hoe kunt u ons dan garanderen dat het OM dit daadwerkelijk gaat doen?

Antwoord:
Zie het antwoord op de vorige vraag.
Overigens is kindermishandeling al onderwerp van overleg met OM en politie (driehoeksoverleg). De driehoek constateert dat aangifte doen bij de politie door beroepsbeoefenaren zelden voorkomt en niet in verhouding staat tot het aantal meldingen bij een AMK.
Dit leidt tot het oordeel dat er binnen de beroepsgroepen wat moet veranderen, zodanig dat er bij meldingen meer aangifte wordt gedaan.

Vraag 5:
Vindt u dat Rotterdamse medici in geval van (vermoedens van) kindermishandeling naast de al verplichte melding aan het AMK ook direct en onverwijld de politie moeten informeren?

Antwoord:
Als er overduidelijk sprake is van kindermishandeling en acuut moet worden ingegrepen, dienen medici dit onverwijld aan de politie te melden. Dit om de politie in staat te stellen aan de mishandeling(en) een eind te maken. Bij vermoedens kan het betrekken van de politie een goede afweging over een mogelijke strafrechtelijke procedure mogelijk maken.
In beide gevallen, dus zowel bij constatering als bij vermoedens, dienen medici naar ons oordeel ook te melden bij het AMK.
Het AMK kan bij vermoedens, afhankelijk van de inschatting van de ernst van het geval, afwegen of men een advies aan de melder geeft of een onderzoek instelt.
Bij een politieoptreden na rechtstreekse melding bij de politie is tegelijk melding bij het AMK ook belangrijk, omdat het mogelijk is dat het AMK al in een eerder stadium bij de casus betrokken is geraakt en er al een proces (al dan niet met dwang) in gang is gezet.

Vraag 6:
Vindt u dat er scherpere meldingsrichtlijnen en –instructies moeten komen voor medici of volstaat wat u betreft de beleidsvrije ruimte die artsen en medisch specialisten nu hebben aangaande de volgende (strafbare) feiten;
a.huiselijk geweld;
b.meisjesbesnijdenis;
c.aanranding;
d. verkrachting;
e. (seksuele) intimidatie in de privé, werk of openbare sfeer;
f. mensenhandel (incl. loverboypraktijken)
g. gedwongen prostitutie;
h. gedwongen uithuwelijking, en
i. eergerelateerd geweld.

Antwoord:

Ja, wij zijn met u van mening dat het melden van kindermishandeling en de andere door u genoemde vormen van geweld, voor zover die strafbare feiten betreffen, aangescherpt moeten worden. Wij sturen aan op intensievere samenwerking van het ASHG met het AMK en verwijzen naar de door ons voorgestelde Rotterdamse aanpak (zie antwoord op vraag 2).

Vraag 7:
Zo nee, welke rol en verantwoordelijkheid dicht u medici dan toe wanneer zij kennis dragen of vermoedens hebben van deze (strafbare feiten)?

Antwoord:
Zie het antwoord op vraag 5 en 6.

Vraag 8:
Bent u bereid een discussiedocument over dit onderwerp, met de daarbij behorende juridische aspecten, maatschappelijke voor- en nadelen van een meldplicht voor deze beroepsgroepen voor te bereiden t.a.v. alle genoemde (strafbare) feiten, opdat wij hierover in onze gemeenteraad kunnen beraadslagen om daarna tot besluitvorming over te gaan?

Antwoord:
Wij zijn bereid de discussie met u aan te gaan op basis van een discussiedocument. Wij zetten in op de ontwikkeling van de reeds genoemde Rotterdamse aanpak.

Vraag 9:
Hoeveel medische tuchtrechtelijke en strafrechtelijke zaken met welke uitkomst zijn in Rotterdam de afgelopen 5 jaar gevoerd tegen medici die kennis droegen of vermoedens hadden van kindermishandeling, kindermoord en de onderwerpen a t/m i uit vraag 6?

Antwoord:
Navraag bij de Officier van Justitie medisch expertisecentrum leert dat er de afgelopen jaren geen artsen zijn vervolgd vanwege niet melden. De medisch-tuchtrechelijke zaken die in dit verband zijn gevoerd, zijn op één hand te tellen. Daarbij gaat het om een regionale telling.

Vraag 10:
In hoeveel procent van de gevallen uit vraag 9 is überhaupt nagegaan of behandelend artsen op de hoogte waren van de kindermishandeling?

Antwoord:
Gezien het niet bekend zijn van de juiste informatie is deze vraag niet te beantwoorden.

Vraag 11:
Hoe vaak is het de afgelopen 5 jaar voorgekomen dat het AMK de politie heeft ingeschakeld in geval van kindermishandeling op het totaal aantal bij het AMK geregistreerde/gemelde kindermishandelingen? Hoeveel daders zijn hiervan veroordeeld?

Antwoord:
Gedurende de afgelopen vijf jaar zijn hierover geen gegevens beschikbaar. In 2006 is 2 of 3 keer sprake geweest van directe aangifte bij de politie. Of dit tot veroordeling heeft geleid is bij het AMK niet bekend. Het totale aantal meldingen bedroeg in 2006 tot 1 september jl. 1105. Deze cijfers van het AMK-Rotterdam wijken niet af van de cijfers die bekend zijn van de AMK’s elders in het land. Dit betekent overigens niet dat het bij deze meldingen niet komt tot strafrechtelijke vervolging. Melders doen ook zelf aangifte bij de politie.

Vraag 12:
Kunt u aangeven of de medici in de zaak Melanie worden vervolgd?

Antwoord:
Vervolging is een verantwoordelijkheid van het OM.
Het OM begrijpt de aan de orde gestelde problematiek, maar doet ook in dit geval geen uitspraken over individuele strafzaken.
Bij de afweging over al dan niet vervolgen speelt mee dat het OM het causale verband tussen het niet melden en het overlijden moet kunnen aantonen.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,


De Secretaris, De Burgemeester,


A.H.P. van Gils I.W. Opstelten