Het afwijzen van de gekozen burgemeester begint het mantra van veel gevestigde orde bestuurders te worden. CDA en VVD twijfelen, de PvdA heeft, in dit geval ondanks Wouter Bos, weer een onnavolgbare positie gekozen waar de geleerden het nog niet over eens zijn, maar die grotendeels als ‘tegen’ kan worden geduid. Arm D’66, en zo onterecht deze keer.
Laat ik voorop stellen dat ook de Gekozen burgemeester geen ideaal model is. Maar wie daarnaar op zoek is, adviseer ik altijd in bed te blijven, want Het Ideaal bestaat nooit. Wat echter zou moeten gebeuren is dat het huidige model eens net zo kritisch wordt bekeken als de voorstellen van De Graaf. Dan waren er waarschijnlijk voor de Kerst nog burgemeestersverkiezingen.
Burgemeestersposten worden verdeeld door onze - zoals wij allen weten zeer democratisch en transparant ingestelde - Koningin, op advies van het ministerie van Binnenlandse Zaken. Over democratie gesproken. Een kwart van de gemeenteraadsleden behoort tot een lokale partij en het mag duidelijk zijn dat dat niet geldt voor een kwart van de burgemeesters: dat is slechts een kwart procent. Een vreemde verdeling dus, die zelden wordt gebruikt als argument in het debat. Maar ja dat wordt natuurlijk gevoerd door de landelijke partijen
Een ander punt: Het werken in het lokaal bestuur is niet aantrekkelijk. De ruimte die je van de raad krijgt om dingen te doen is minimaal - dus dat laat je na een paar keer proberen wel uit je hoofd - het aantal uren is hoog en het salaris laag.
Er wordt dus vaak slecht bestuurd, want het is niet makkelijk de 1700 wethouderszetels te vullen met goede bestuurders. Als de gekozen burgemeester wordt ingevoerd, dan hoeven er slechts 450 goede mensen op te staan. Dat scheelt. En deze mensen kiezen vervolgens hun eigen wethouders uit, die van buiten kunnen worden gehaald.
En er zijn nog meer positieve punten:
Met de gekozen burgemeester kan de onvrede van de mensen in het land over de grote politieke partijen eindelijk eens een keer worden uitgedrukt.
Daarnaast kan de burgemeester zelf zijn college samenstellen. Hij is dus niet meer alleen afhankelijk van wat coalitiepartijen naar voren schuiven. Uiteraard in overleg, maar het is de burgemeester die het bepaalt. De kans op een goed draaiend team, dat snel knopen kan doorhakken is dan vele malen groter. Ik heb het geluk in Rotterdam onderdeel uit te maken van zo’n goed draaiend team, maar wij zijn algemeen erkend de uitzondering op de regel.
Mensen hebben een gemeentebestuur om dingen voor elkaar te krijgen. Besturen is een vak geworden. De gekozen burgemeester voelt meer druk om het goed te doen, anders wordt hij niet herkozen.
De beleids- en gezagslijnen zijn helderder, de wethouders capabeler. Het is niet voor niks dat de twee bekendste voorstanders van de gekozen burgemeester, Opstelten en Leers ongekend populair zijn, ook buiten hun eigen gemeente. Het past allemaal in het plaatje: mensen in het land willen het, een echt mens aan de leiding, een aanpakker die vertrouwen uitstraalt. Iemand die zijn nek uitsteekt en afgerekend wil worden op zijn prestaties.
Als we dit vergelijken met de huidige situatie, dan zijn alle risico’s die worden genoemd toch relatief verwaarloosbaar. Wie is er nog bang voor populisme van nieuwkomers in de politiek? Volgens mij alleen de oude partijen, niet de mensen in het land. Het dualisme wordt door mevrouw Leemhuis en andere kalkoenen gebruikt als excuus om de gekozen burgemeester buiten de deur te houden. In Rotterdam werkt het dualisme prima, misschien wel omdat er veel nieuwe wethouders en veel nieuwe raadsleden zijn. De gekozen burgemeester is een logische volgende stap.
Kortom: Zoals Rotterdam durft, moet ook de Tweede kamer durven. Kies nu voor de gekozen burgemeester.
Ik wens minister de Graaf een prettige Kerst met veel kalkoen op het menu.