Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


Integratie - van debat naar praktijk

Rotterdam, 31 mei 2011.

Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van mevrouw A.G. Fähmel (Leefbaar Rotterdam) over Integratie van debat naar praktijk.

Aan de Gemeenteraad.

Op 15 april 2011 stelde het raadslid mevrouw A.G. Fähmel (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over Integratie van debat naar praktijk.

Inleidend wordt gesteld:
“In een artikel in het AD Rotterdams Dagblad geeft wethouder Louwes aan dat zij van mening is dat de tijd van debatteren over integratie zoals ingezet door het stadsbestuur met Leefbaar Rotterdam voorbij is. Volgens de wethouder is er “al zoveel gedaan” en is Rotterdam “nu toe aan minder ideologie en meer praktijk. Daar heeft de Rotterdamse samenleving de meeste behoefte aan”.

Leefbaar Rotterdam heeft in haar collegeperiode en de jaren daarna juist de nadruk gelegd op praktijk zoals in bijvoorbeeld de Rotterdamse Burgerschapscode van januari 2006. Daarom bevreemdt het de fractie van Leefbaar Rotterdam dat het college meent dat er teveel ingezet is op de ideologische kant van het integratievraagstuk.”

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Vraag 1:
a. Wat is volgens het college in de afgelopen jaren de ideologie in het
integratiedebat geweest?
b. Heeft het college deze ideologie in zijn beleid betreffende integratie omarmd?
c. Als dit het geval is, waaraan kan dit afgemeten worden?
Als dit niet het geval is, waarom is deze ideologie niet terug te zien in beleid?

Antwoord:
a. De ideologie in het integratiedebat in de afgelopen jaren was gericht op het creëren van een gemeenschappelijk beeld. De investering was daarnaast gericht op identificatie en het spreken van de Nederlandse taal.
Echter, om samen met elkaar te kunnen leven moeten Rotterdammers meer met elkaar doen. Samenleven is uiteindelijk geven en nemen en vraagt ook om een
praktische aanpak waarin het opheffen van belemmeringen tot participatie centraal
staat.
b. De afgelopen jaren is er een behoorlijke vooruitgang geboekt in Rotterdam, zowel op
het gebied van veiligheid als op sociaal- en integratiebeleid. In ons collegeprogramma
“Werken aan talent en ondernemen” hebben wij aangegeven dat wij het goede uit de
voorgaande collegeperiodes willen behouden en dat we de stad voortvarend verder
willen ontwikkelen.
c.  De ideologie heeft zich altijd vertaald naar praktische invulling van beleid. Met name in de maatregelen die ons college heeft genomen op het gebied van participatie, taal en inburgering. “Wij willen dat meer Rotterdammers de Nederlandse taal beheersen
en daardoor kunnen werken of een opleiding kunnen volgen. We onderschrijven de
integratienota van Van der Laan: we gaan ervan uit dat alle Rotterdammers gelijkwaardig zijn, dat integratie van twee kanten moet komen, en dat van nieuwkomers een extra inspanning verwacht mag worden om zich aan te passen aan de Nederlandse samenleving. Wij nemen deel aan het maatschappelijk debat
hierover.”

Vraag 2:
a. Hoe ziet het college deze verschuiving naar de praktijk voor zich?
b. Kan het college dit illustreren met voorbeelden en deze toelichten?
c. Wanneer kunnen we deze nieuwe inzichten en voorbeelden verwachten?

Antwoord:
a. Wij richten ons op het samenbrengen van burgers en organisaties om concrete
stappen te zetten.
Stappen die gekoppeld zijn aan de vraagstukken die in onze stad spelen, zoals
bevordering van de Nederlandse taal. Wij willen uitgaan van dat wat werkt, niet
eindeloos praten, maar inspireren, energie vrijmaken en het Rotterdammers zelf
laten doen.
b. In onze brieven van resp. 11 mei en 17 mei 2011: de brief over onze visie op Van der Laan en de brief waarin wij u hebben geïnformeerd over onze integratieaanpak “Mee(R)doen: Rotterdammers in actie” hebben wij onze opvatting over integratie gegeven. Het leidende principe van onze aanpak is dat we niet gaan ‘voogden en preken’; we gaan geen taken en rollen op ons nemen die bij de Rotterdammers zelf horen. Inwoners zijn zelf verantwoordelijk voor het ontwikkelen van hun eigen talent. 
Doe je nu nog niet mee dan moet je in actie komen. Dit is de toon en inhoud van de
boodschap; we zijn de vrijblijvendheid voorbij.
c. Aan het eind van deze collegeperiode in 2014 is Rotterdam economisch sterker
geworden; een bedrijvige stad waarin mensen werken, vrijwilligerswerk verrichten of
een opleiding volgen en beter samenleven.

Dan wordt gesteld:
“De tijd van dialogen is voorbij volgens dit college.”

Vraag 3:
a. Is het college dan ook van mening dat de tegenstellingen tussen
bevolkingsgroepen voorbij is en dat alle burgers van Rotterdam nu open staan
voor elkaar en elkaar accepteren?
Zo ja, kan het college dit toelichten?
Zo nee, waarop baseert het college dan de mening dat dialoog niet meer nodig
is?

Antwoord:
Wij onderkennen dat gelet op de grote diversiteit in achtergrond en levensstijlen de tegenstellingen tussen bevolkingsgroepen niet voorbij zijn. Er is onmiskenbaar veel aandacht voor het ongemak. Wij onderkennen ook dat niet alle burgers van Rotterdam nu open staan voor acceptatie van elkaar. Het is niet moeilijk om tegenstellingen in beeld te brengen; tegengestelde belangen, standpunten en uitingen.
Moeilijker en minder in beeld zijn de pogingen om niet in tegenstellingen te denken maar in overeenkomsten. Om met elkaar hieraan te werken is betrokkenheid en actie met en door Rotterdammers van cruciaal belang.
Dialogen kunnen daartoe een instrument zijn. Niet blijven hangen in het benoemen van tegenstellingen maar zoeken naar datgene wat verbindt en naar oplossingen voor concrete belemmeringen, dat is de koers die dit college kiest.

Vervolgens wordt gesteld:
“Rotterdam kent een verscheidenheid aan organisaties dat zich bezighoudt met de interculturele dialoog. Deze ontvangen al jaren lang subsidies van de gemeente.”

Vraag 4:
Is het college voornemens de subsidie aan deze organisaties met onmiddellijke ingang te beëindigen?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee.
Er zijn slechts enkele gesubsidieerde instellingen die hun activiteiten beperken tot de interculturele dialoog, te weten “Welkom in Rotterdam”, een instelling die zich vooral richt op laagdrempelige ontmoeting tussen oude en nieuwe Rotterdammers en de “Stichting in Dialoog” die de jaarlijkse Dag van de Dialoog organiseert. Andere organisaties die betrokken zijn geweest bij het Dialoogprogramma verrichten daarnaast andere werkzaamheden.
Wel hebben wij recent een nieuwe beleidsregel, “Burgerschapsbeleid: kiezen voor talent”, vastgesteld. Hiermee worden scherper dan in het verleden keuzes gemaakt, waarbij wij vooral inzetten op emancipatie, discriminatiebestrijding, de kracht van diversiteit en nonformele educatie.
Een formele overweging is tot slot dat subsidies, als er sprake is van een meerjarige subsidierelatie, op grond van de Subsidieverordening Rotterdam 2005 en de Algemene wet bestuursrecht niet met onmiddellijke ingang beëindigd kunnen worden.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

De secretaris,
A.H.P. van Gils

De burgemeester,
A. Aboutaleb