Iedere school voor ieder Rotterdams kind toegankelijkGroepen met onderwijsachterstand zijn een probleem van alle tijden, maar in Rotterdam is het probleem duidelijk gerelateerd aan een jarenlang te vrijblijvend immigratiebeleid. Bij het wegwerken van taalachterstand is Nederlandse les het enige recept. Er moet een toelatingstoets voor taalvaardigheid komen voor kinderen die naar het basisonderwijs gaan. Kinderen die de toets niet halen, gaan eerst naar een aparte taalklas, waarna ze gelijk op kunnen gaan met de groep. Zo is gegarandeerd dat alle kinderen die op de basisschool komen Nederlands spreken.
Godsdienstonderwijs is een zaak voor ouders en kerken, maar niet voor scholen. Die hebben als taak om kinderen kennis en vaardigheden bij te brengen waarmee ze verder kunnen in de maatschappij. Leefbaar Rotterdam wil dat Den Haag artikel 23 van de grondwet afschaft. In het huidige onderwijssysteem is het openbaar onderwijs verplicht alles en iedereen te accepteren, terwijl christelijke scholen wel leerlingen mogen weigeren. Dat leidt tot onwenselijke concentraties van onderwijsachterstand. Ook op islamitische scholen bevinden zich voor het merendeel achterstandsleerlingen. Om die reden vindt Leefbaar Rotterdam dat er voorlopig geen nieuwe islamitische scholen bij moeten komen. Het is een slechte zaak als groepen op ideologische gronden van elkaar gescheiden worden gehouden. Het zal nog wel even duren voordat artikel 23 afgeschaft is. Leefbaar Rotterdam vindt daarom dat iedere Rotterdamse school voor ieder Rotterdammers kind toegankelijk moet zijn.
Rotterdamse scholen moeten de jeugd die kennis en vaardigheden bijbrengen die nodig zijn om in de kennissamenleving een goede boterham te verdienen. Dat betekent vooral bij het beroepsonderwijs dat opleidingen echt tot banen moeten opleiden. En dat de grootste werkgever van onze stad, het midden- en kleinbedrijf, zich ook met de inhoud van die opleidingen moet bemoeien. De behoefte van werkgevers staat centraal. Dat houdt in dat ROC’s de instroom drastisch moeten beperken van die opleidingen waar de arbeidsmarkt vrijwel geen behoefte aan heeft. Als dat niet gebeurt, lopen we het risico dat we een hele generatie jongeren opleiden om op hun achttiende met pensioen te gaan en levenslang van een uitkering afhankelijk te zijn.
Scholen beconcurreren elkaar nu op leerlingenaantallen. Men stelt dure pr-medewerkers aan om ouders en kinderen met flitsende folders te lokken. Scholen lijken zich wel te willen onderscheiden met wie de meeste ‘leuke dingen’ doet voor leerlingen. Maar het gaat bij de vorming van jonge mensen natuurlijk niet alleen om de schoolreisjes en de buitenschoolse activiteiten. Leefbaar Rotterdam vindt dat scholen moeten worden afgerekend op het bereiken van resultaten, bijvoorbeeld op wie het meest succesvol de grootste hoeveelheid leerlingen naar banen weet toe te leiden.
Meer dan kennisoverdracht
Naast kennisoverdracht is het zeker zo belangrijk dat het onderwijs jonge mensen vormt tot burgers die kunnen omgaan met hun maatschappelijke verantwoordelijkheden. Het is van groot belang voor het voortbestaan van onze samenleving dat zaken als vrijheid van meningsuiting, tolerantie voor andersdenkenden, gelijkheid van man en vrouw geen loze begrippen worden. Onze scholen spelen een hoofdrol bij het helpen van jongeren om inhoud te geven aan deze begrippen. Zonder burgers met een democratische gezindheid kan een democratie natuurlijk nooit functioneren.
Veel scholen zijn, gedwongen door Haagse regelgeving, anonieme leerfabrieken geworden. De menselijke maat is er voor zowel leraar als leerling volkomen zoek. De grote eenheden ontmoedigen het aangaan van binding en bevorderen een cultuur van vermijding en afzijdigheid. Anonimiteit belemmert leerlingen in hun persoonlijke ontwikkeling. Hierdoor hebben te veel leerlingen zorg of correctie nodig en zijn de uitgaven in de preventieve, curatieve en repressieve sfeer onnodig hoog. Leefbaar Rotterdam wil kleinere scholen met maximaal 600 leerlingen. Daar verzuipen ze niet in de anonimiteit. Waarden en normen zijn er effectiever over te dragen en daardoor veroorzaken jongeren minder overlast. Leerlingen ontwikkelen zich op kleine scholen zowel sociaal als cognitief beter. Hierdoor stijgt het opleidingsniveau van de jeugd en hebben de jongeren van nu meer kans op een goede carrière in de kenniseconomie van morgen.
Op dit moment probeert de gemeente door dubbele wachtlijsten de samenstelling van scholen een afspiegeling van de wijk te laten zijn. Daarnaast zijn er ‘vriendsschapsscholen’; leerlingen van een ‘zwarte’ school bezoeken een ‘witte’ school en andersom. Dit zet geen zoden aan de dijk, want het is gebaseerd op vrijwillige deelname van scholen en dat is veel te vrijblijvend. Leefbaar Rotterdam wil de huidige generatie leerlingen natuurlijk niet afschrijven. Om de integratie van de Rotterdamse jeugd te bevorderen wil Leefbaar Rotterdam dat scholen er verplicht aan deelnemen. Het mag niet zo zijn dat ouders in achterstandswijken die aangepakt worden alleen maar de keus hebben uit zwarte scholen.
Het is belangrijk om de jeugd te leren hoe cruciaal het is dat we in Rotterdam mét elkaar leven en niet langs elkaar heen. Om die reden pleit Leefbaar Rotterdam voor een sociale stage voor de jeugd vanaf tien jaar en een sociale dienstplicht voor iedereen die achttien wordt. Diegenen die daarna geen vervolgopleiding volgen of geen baan vinden, krijgen een verlenging van die sociale dienstplicht.
Grote groepen kinderen verlaten de basisschool met een grote taalachterstand en halen die op de middelbare school nooit meer in. Voor die kinderen is extra Nederlandse les de enige remedie. Natuurlijk is het nuttig om moeders van jonge kinderen Nederlandse les te geven, maar het is niet erg realistisch om te verwachten dat ze dan ook thuis Nederlands zullen spreken. Leefbaar Rotterdam is fel tegen de flauwekul om met middelen voor de bestrijding van onderwijsachterstand kinderen les te geven in bijvoorbeeld Arabisch of Turks.
Het enige wat kinderen met een taalachterstand echt helpt, is vergroting van het aantal uren waarin ze in een Nederlandse taalomgeving zijn. In feite moet al het geld voor achterstandsbestrijding daaraan besteed worden. Het is te gek voor woorden dat er nu scholen zijn die ‘verslaafd’ zijn aan achterstandsleerlingen omdat ze daar extra geld voor ontvangen, terwijl niemand kijkt of die scholen met dat geld ook feitelijk achterstanden wegwerken.
Het is overigens opvallend dat er bij van oorsprong Surinaamse en Chinese kinderen veel minder achterstand voorkomt dan bij kinderen met een islamitische achtergrond. Er lijkt een verband te zijn met de mate waarin die gemeenschappen op de westerse samenleving georiënteerd zijn.
In Rotterdam zijn helaas nog veel ouders die hun kinderen niet op een goede, evenwichtige manier kunnen opvoeden. Waar het gaat om misstanden als verwaarlozing en mishandeling, zijn er instanties als kinderbescherming en jeugdzorg. Helaas hebben dat soort instanties maar al te vaak hun aandacht primair gericht op institutionele, bureaucratische belangen in plaats van op de belangen van de jeugd. Het beleid en handelen van jeugdzorg moet direct aansluiten op de gemeentelijke actieprogramma’s die zich met onze jongeren bemoeien. Anders is het water naar de zee dragen.
Veel ouders zijn niet in staat hun kinderen die bagage mee te geven die ze nodig hebben voor een optimale ontwikkeling. Steeds meer verschuift de opvoedtaak van ouders richting scholen. Het is opvallend dat de taalvaardigheid van leerlingen in de onderbouw van het basisonderwijs gelijke tred houdt. In de bovenbouw lopen veel leerlingen een taalachterstand op, doordat de leerstof in de bovenbouw veel abstracter is. De ontwikkeling van het abstraherend vermogen van achterstandsleerlingen is achtergebleven en daardoor hebben zij moeite om complexe teksten te behappen. In het belang van de leerling is het nodig de ontwikkeling van het abstracte denkvermogen van kinderen al in een zo vroeg mogelijk stadium te prikkelen. Dit kan door jongeren ingrediënten aan te reiken die hun thuisomgeving veelal kan bieden.
Iedere leerplichtige Rotterdammer gaat naar school
In Rotterdam bestaan heel wat zogenaamde Brede Scholen. De bedoeling daarvan is dat ze de sociale ontwikkelingskansen van kinderen vergroten. In de Brede School komen de basisschool, de peuterspeelzaal, de kinderopvang, het welzijnswerk en sportverenigingen samen. Een echte Brede School moet dan ook het centrum van een wijk zijn. Het is een buurthuis nieuwe stijl dat van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat open is waar kinderen minstens veertig uur per week kunnen doorbrengen. In de praktijk echter is vrijblijvendheid troef en gebruiken Brede Scholen belastinggeld om wat vaker ‘leuke dingen’ met leerlingen te doen. Er is zelfs al sprake van Brede Scholen Nieuwe Stijl, maar ook die worden niet op geleverde prestaties afgerekend.
Als het aan Leefbaar Rotterdam ligt, krijgen Brede Scholen alleen subsidie als ze zich laten afrekenen op resultaten. Het begrip Brede School moet echt ergens voor staan. Op een Brede School is geen wapenbezit, zijn er minder ruzies tussen leerlingen en wordt er minder gespijbeld. Uiteindelijk moet een Brede school zorgen dat kinderen zich beter ontwikkelen en betere leerprestaties leveren.
Rotterdam kent schrikbarend veel jongeren die zonder diploma de school verlaten. Er is een direct verband tussen spijbelgedrag en voortijdig school verlaten. Het is belangrijk om verantwoordelijkheden en verplichtingen duidelijk te benoemen. Ouders zijn de eerstverantwoordelijken voor de opleiding van hun kinderen. Nemen ouders die verantwoordelijkheid niet, dan moeten ze worden gekort op de kinderbijslag. Scholen hebben de plicht schoolverzuim direct aan Leerplicht te melden. Scholen die dat niet doen, uit angst voor een slechte naam of uit concurrentie-overwegingen, moeten sancties opgelegd krijgen.
Het klinkt als een open deur, maar dat is het helaas niet. Leerplichtambtenaren moeten datgene doen waarvoor zij zijn aangesteld en waartoe zij als enige de bevoegdheid hebben: het handhaven van de Wet op de leerplicht. Veel te vaak schuiven zij nu aan bij de vergadertafels van social teams, counselors, schoolmaatschappelijkwerkers en andere hulpverleners.
Er zijn te veel kinderen die hun eigen glazen ingooien. Als het aan Leefbaar Rotterdam ligt, is het voor hen niet langer vrijheid blijheid. Spijbelaars moeten niet alleen door de bureaucratische molen van leerplichtambtenaren, maar ook stadswachten, politieagenten, tramcontroleurs en gewone burgers moeten hen aanspreken. Als er geen verlengde leerplicht voor alle voortijdige schoolverlaters komt, zitten ze straks tot hun 65e in een bijstandsuitkering.
Op veel scholen bevinden zich leerlingen die door hun gedrag een enorme druk op de schoolorganisatie leggen. Ze verzieken zowel het klimaat in de klas, in de algemene ruimte van de school en in de buurt van de school. De welwillende leerlingen hebben recht op bescherming. Zij mogen niet langer lijden onder de kleine groep kwaadwillenden. Het is dan ook van groot belang dat er een Rotterdamse tuchtschool wordt opgericht. Zo krijgen de welwillende leerlingen niet alleen de aandacht en begeleiding die ze verdienen. Het zal ook de werkdruk van docenten verminderen en de overlast rond scholen doen afnemen.
Leefbaar Rotterdam wil:
- dat het Rotterdamse Middelbaar Beroeps Onderwijs alleen opleidingen biedt waar de arbeidsmarkt behoefte aan heeft
- dat Rotterdamse scholen geen leerfabrieken zijn, maar gemeenschappen op menselijke maat met maximaal 600 leerlingen
- dat intensivering van het beleid om de integratie in het onderwijs te bevorderen
- dat geld om taalachterstanden te bestrijden alleen wordt gebruikt voor Nederlandse les
- dat Brede Scholen afgerekend worden op resultaten
- dat een Rotterdamse tuchtschool echt handen en voeten krijgt
Dames, Heren,
Op basisscholen zitten ook kinderen die gewoon moeite hebben met leren, soms bijv. alleen lezen, soms meerdere vakken. Omdat basisscholen door te grote groepen maar vaak ook door een cummulatie van andere problemen niet in staat zijn, maar ook in veel gevallen ook niet toegerust zijn en zeker de helft ook niets voor deze kinderen willen doen, stromen zij ondanks het W.S.N.S (Weer Samen Naar School, project om kinderen met alleen leerproblemen op de basisschool te houden en te voorkomen dat er onnodige uitstroom naar SMOK/LOM scholen plaavind) maar al te vaak tegen de zin van ouders of omdat ouders door scholen 1-zijdig geinformeerd worden en/of er misbruik gemaakt word van taalachterstanden, uit naar SMOK/LOM.
Kijk kinderen met gedrags/opvoedings-problemen en die op zowel op basis als SMOK/LOM onderwijs de boel terroriseren voor hun zal een tuchtschool de juiste remedie zijn, maar kinderen met alleen maar leerproblemen, die door niemand in bescherming worden genomen en die nu maar al te vaak uit laksheid onnodig uitstromen, daar behoort Leefbaar zich sterk te maken dat deze kinderen gewoon net als vroeger op de basisschool kunnen blijven, het te weinig gebruikte WSNS project behoort onverkort door basisscholen uitgevoerd te worden.
Prima con
cept. Ben het eens met Cok v.w.b. de tuchtschool. Laat deze a.u.b. bedoeld zijn om op kinderen “tucht” bij te brengen. Wat een akelig woord trouwens.
Ben van mening dat kleinere scholen maar vooral kleinere klassen zorgen voor meer betrokkenheid van docenten naar kinderen en andersom. Ook meer betrokkenheid en begrip bij leerlingen onderling.
U spreekt kinderen ouders/opvoeders. Neemt u ook het niveau en de motivatie van leerkrachte mee. Hoe wilt u dat op peil brengen en/of houden.
Een moeilijke taak is niet alleen weggelegd voor onderwijzend personeel maaar zeker ook voor de politiek die hierin naar mijn mening een voorwaardescheppende taak heeft.
Waar is de onderwijzer die prachtige verhalen kon vertellen en daarbij veel aspecten van “samenleven” meenam maar ook interesse opwekte voor de leerstof?
Dit stuk moet worden herzien de ALV heeft anders gestemd mbt Art. 23