Iedere Rotterdammer die kan werken, moet aan het werkBij het MKB ligt voor de gemeente een gouden kans om MBO’ers, HBO’ers en afgestudeerden van universiteiten te behouden voor de stad. Rotterdam moet het mogelijk maken dat zoveel mogelijk mensen ondernemer van hun eigen arbeid worden. Daarnaast moet de gemeente bedrijven stimuleren zich in Rotterdam te vestigen.
De werkloosheid in Rotterdam is veel hoger dan het landelijk gemiddelde. Terwijl er in Rotterdam vele duizenden vacatures zijn tegenover duizenden uitkeringstrekkers. Dit laat zien dat stevig beleid dat erop gericht is om zoveel mogelijk mensen aan het werk te krijgen absoluut noodzakelijk is.
Rotterdam heeft een troef in handen doordat de stad tegen de vergrijzing in verjongt. Het aantal banen in Rotterdam groeit, maar het aantal werklozen ook. Schooluitval is van dat laatste een belangrijke oorzaak. Daarbij komt dat jongeren die wel een diploma hebben, steeds meer tijd nodig hebben om een baan te vinden. Het verminderen van schooluitval is essentieel om die troef te benutten. Wie geen diploma heeft, krijgt wat Leefbaar Rotterdam betreft geen uitkering, maar gaat terug naar school. Jongeren tot 27 jaar mét een diploma, krijgen ook geen uitkering, maar gaan aan de slag. In het Westland, de zorg en de kinderopvang is werk genoeg!
Vaak vinden mensen geen baan omdat ze gekozen hebben voor een opleiding die nauwelijks kansen biedt. Op dit moment is er sprake van een ernstige mismatch op de arbeidsmarkt. Het onderwijs moet veel beter aansluiten op de behoeften van het bedrijfsleven en andere werkgevers. Daarom moeten de gemeente en het bedrijfsleven veel meer zeggenschap krijgen over het beroepsonderwijs. Leefbaar Rotterdam vindt dat er bijvoorbeeld op Heijplaat een campus moet komen met ambachtelijke opleidingen.
Daar waar het voor ondernemers moeilijk is om te investeren, moeten zij de overheid aan hun kant vinden. Dit gebeurt bijvoorbeeld in Economische Kansenzones waar de overheid ondernemerschap stimuleert op plaatsen waar het anders niet van de grond komt. Leefbaar Rotterdam wil uitbreiding van deze regeling waarbij de overheid samen met het bedrijfsleven investeringen doet. Want wie meebetaalt staat achter de uitvoering en zal er ook zelf alles aan doen om te zorgen dat het een succes wordt. Dat geldt met name voor het midden- en kleinbedrijf. Een fris en gezond winkelbestand doet wonderen voor een wijk. Het schept werkgelegenheid, brengt mensen op straat, brengt geld in de la van de ondernemer en geeft een wijk een zet in de goede richting. De onveiligste plekken van de stad, de Hotspots, zijn een stuk verbeterd. Er moet een vergelijkbare geconcentreerde aanpak komen voor de armste plekken van de stad.
Een beter ondernemersklimaat
Rotterdam is voor het bedrijfsleven nu al aantrekkelijk, maar het kan beter. Mogelijkheden creëren voor bedrijven om zich hier te vestigen is de enige manier om te zorgen dat meer Rotterdammers aan de slag kunnen. Het ondernemersklimaat valt te verbeteren door bijvoorbeeld digitale verstrekking van vergunningen en vermindering van de administratieve regellast. Daarnaast moet er ruimte zijn voor ondernemers en moeten er dus bedrijventerreinen worden ontwikkeld om het aantal banen voor Rotterdammers in de toekomst te vergroten.
De globalisering van de economie is een feit. Het onderhouden van contacten met het buitenland is voor bedrijven steeds vaker een voorwaarde voor succes. In die toenemende internationalisering kan Rotterdam een belangrijke rol spelen. Noodzakelijk is dan wel een goede internationale bereikbaarheid. Nu al heeft Rotterdam Airport een stevige positie in Nederland. Het Rotterdamse vliegveld vervoert meer passagiers dan alle andere regionale vliegvelden bij elkaar. En keer op keer krijgt het goede rapportcijfers van de passagiers! Leefbaar Rotterdam is daar trots op en wil de mogelijkheden die de luchthaven biedt nog meer benutten. Ook dat draagt bij aan een beter ondernemersklimaat.
In een concurrerende wereld is een sterke positie van het unieke industriële en logistieke Rotterdamse havengebied van groot belang. Lading komt niet langer automatisch naar Rotterdam, andere havens liggen op de loer om het over te nemen. Daarom moet de uitbreiding van de haven met de Tweede Maasvlakte zo snel mogelijk in gang gezet worden. Overslag is één ding, maar uiteindelijk gaat het erom wat je eraan verdient. Leefbaar Rotterdam blijft er om die reden op hameren dat de toegevoegde waarde veel belangrijker is dan het aantal containers dat de haven verwerkt.
In de haven zelf werken op dit moment 60.000 mensen. Met alle havengebonden activiteiten erbij gaat het om een veelvoud daarvan. Dit werknemersbestand is erg eenzijdig, want over het algemeen gaat het om autochtone mannen vanaf middelbare leeftijd. Als de havenbedrijven in de toekomst hun omzet op peil willen houden, hebben zij dus nieuwe werknemers nodig. In de praktijk heeft werken in de haven een slecht imago onder de Rotterdamse jeugd. Voor de Rotterdamse economie is het noodzakelijk dat deze beeldvorming verbetert en dat het aantrekkelijk wordt voor toekomstige werknemers om in de haven te gaan werken. Ook hier is het belangrijk dat het bedrijfsleven en het onderwijs hun krachten bundelen. De motor van de Nederlandse economie verdient immers goede monteurs.
Naast de haven is de zorgsector belangrijk in de stad. Er zijn nu 47.000 banen in ziekenhuizen en bejaardentehuizen. Bij de juiste investeringen zal deze sector alleen maar groeien. De creatieve sector groeide de afgelopen jaren het snelst. Het gaat bijvoorbeeld om architecten- en ontwerpbureaus en mode- en filmbedrijven. Het is van belang om deze groei te faciliteren om de bijbehorende werkgelegenheid verder uit te kunnen breiden.
Van hangmat naar vangnet
Mensen die niet op eigen kracht een baan kunnen vinden, verdienen een duwtje in de rug. Maar Leefbaar Rotterdam weigert grote groepen mensen als zwak of hulpbehoevend te bestempelen. Verreweg de meeste Rotterdammers zijn kansrijk en niet kansarm.
Jarenlang heeft de overheid geld dat bedoeld was om mensen aan het werk te helpen besteed aan gesubsidieerde arbeid, zonder dat er zicht was op echte banen. Leefbaar Rotterdam vindt dat de overheid niet langer werkgevers moet subsidiëren die niet van plan zijn mensen een echte kans op een echte baan te bieden.
Werkgevers die zich schuldig maken aan rassendiscriminatie moeten hard worden aangepakt. Toch misbruikt men maar al te vaak het begrip ‘discriminatie op de arbeidsmarkt’. Als een werkgever een sollicitant weigert op basis van ‘onaangepast gedrag’ heeft dat volgens Leefbaar Rotterdam per se niets met discriminatie te maken. De Rotterdamse bedrijfscultuur is in deze stad een gegeven. Wie niet de moeite neemt om zich daaraan aan te passen, is er zelf voor verantwoordelijk dat hij geen baan vindt. Zeker nieuwkomers moeten zich dat realiseren. Een man die kost wat kost zijn religieuze identiteit wil cultiveren door met een jurk aan naar een sollicitatiegesprek te gaan en daar weigert een vrouw een hand te geven, heeft wat Leefbaar Rotterdam betreft geen recht op een uitkering. Wie vrouwen geen hand geeft, hoeft hem ook niet op te houden…
Leefbaar Rotterdam vindt dat iedere Rotterdammer een zinvolle bijdrage aan de samenleving kan leveren. Uitgangspunt is dan ook dat iemand die kan werken ook moet werken. Omgekeerd geldt dat iemand die wel kan maar niet wil werken, ook geen recht op een uitkering heeft. De sociale hangmat is nu echt verleden tijd. Een uitkering wordt pas gegeven als het echt niet anders kan en zelfs dan zal er een tegenprestatie tegenover moeten staan. Uitkeringen zijn een vangnet wie wil werken, maar het nog niet lukt om aan de slag te gaan. Een uitkering is niet een startpunt van waaruit men achteroverleunend kan kijken wat er nog meer allemaal mogelijk is.
Betaald parkeren mag nooit een melkkoe zijn
Goed openbaar vervoer is van vitaal belang voor de Rotterdamse economie en het welzijn van de Rotterdammers. Winkelcentra en belangrijke voorzieningen moeten altijd bereikbaar zijn met het openbaar vervoer. De kosten van het openbaar vervoer worden voor ongeveer 65% betaald door alle burgers via de belastingen, de overige 35% door de inkomsten uit kaartverkoop. Alle burgers die mee betalen, hebben recht op waar voor hun geld. Het Rotterdamse openbaar vervoer moet daarom aantrekkelijk zijn voor alle inwoners van de stad en de regio. Na het succes van het terugbrengen van de conducteur op de tram, wil Leefbaar Rotterdam de veiligheid in het openbaar vervoer verder verbeteren door te zorgen voor toezichthouders in elk metrorijtuig.
Leefbaar Rotterdam wil dat er meer park & ride plaatsen komen op strategische plekken aan de rand van de stad. Rotterdammers uit randgemeenten parkeren er en nemen vandaar een snelle bus, tram of metro.
De aandacht die Stadstoezicht nu besteedt aan parkeercontrole is buiten alle proporties. In veel woonwijken moet overdag voor parkeren betaald worden, terwijl er dan genoeg vrije parkeerplaatsen zijn. ’s Avonds is parkeren gratis, maar is er geen plek te vinden. Dit is niet aan Rotterdammers uit te leggen. Leefbaar Rotterdam vindt dat bewoners in hun eigen wijk gratis moeten kunnen parkeren. Betaald parkeren mag nooit een melkkoe van de gemeente zijn. Rotterdammers moeten zelf kunnen bepalen of er in hun wijk betaald parkeren moet zijn of niet.
Het beleid ten aanzien van verkeersdrempels is een andere bron van ergernis van veel Rotterdammers. Als politie, brandweer of een ambulance vanwege verkeersdrempels te laat komt, klopt er iets niet. Natuurlijk zijn verkeersdrempels nuttig als ze de veiligheid verhogen en met 30 kilometerzones is ook niets mis. Leefbaar Rotterdam heeft ook hier als uitgangspunt dat bewoners zelf moeten kunnen bepalen waar in hun buurt verkeersdrempels zijn.
Leefbaar Rotterdam wil:
- uitbreiding van de Economische Kansenzones
- aanleg en ontwikkeling van bedrijventerreinen
- vermindering van de regellast voor ondernemers
- versterking van Rotterdam Airport
- geen uitkering zonder tegenprestatie
- koppelingen tussen bedrijfsleven en opleidingen
- dat bewoners gratis in hun eigen wijk kunnen parkeren
- meer park & ride plaatsen
- toezichthouders op de metro
Leefbaar Rotterdam moet zich eerst realiseren waarom de bedrijvigheid in de afgelopen vijfentwintig jaar alsmaar verminderd in Rotterdam. Dan een beleid uitzetten lijkt mij verstandiger.
Het heeft mijns inziens zeker iets te maken met de dominante positie van de ambtenaren in Rotterdam. Zij hebben de helegenheid gekregen van de politiek, om een klimaat te scheppen dat tegengesteld is aan dat wat ondernemingen nodog hebben.
De politiek vraagt aan haar ambtenaren wat de problemen zijn, welke oplossingen er zijn, en wat het beste alternatief is. Dat wordt vervolgens overgenomen en uitvevoerd door dezelfde ambtenaren.
De bedrijven waarover het gaat, worden niet in staat gesteld net zo intensief met de politiek te communiceren als de ambtenaren. Bedrijven kunnen alleen met de abmtenaren overleggen, de politici zijn onbereikbaar.
Is het mogelijk aan het einde v.d hoofdstukken duidelijk in procenten/targets omschreven, neer te zetten wat Leefbaar wil.
Bijv.;
*Hoeveel jongeren minder zonder diploma vroegtijdig van school.
*Hoeveel investeerd bedrijfsleven in 2e maasvlakte/bedrijventerreinen, maar ook in scholen/opleidingen.
*Hoeveel banen/stageplaatsen creeert MKB.
Op veel scholen vallen soms 30% v.d lesuren uit, moet dit niet is terug naar 0 en hoe laten we ouders meer meebetalen aan opleidingen van kinderen zodat ze door co-financiering meer mede-zeggenschap op scholen krijgen want huidige wet op de medezeggenschap is een farce en functioneerd zeker in een multi-culturele samenleving zeer gebrekkig, of helemaal niet.
Beste Cok,
Ik ben het helemaal met je eens. Het is wat te vroeg voor targets omdat Wim van Sluis dit samen met het EBDR en het havenbedrijf net op poten heeft gezet. Maar de ondernemers gaan langzaam de ogen open.
Jongeren met een diploma van school is geen punt. Het is maar een papiertje. Het gaat om de echte kwaliteit van het diploma waar je wat mee kan.
Het bedrijfsleven mag best wat meer eisen stellen en voortijdig aangeven waar toekomst in zit voor jongeren.
Als ze dit doen komen er ook meer stage plaatsen.
Het probleem is dat bij veel allochtone jongeren de status van ict, boekhouder en andere kantoorbaantjes zo hoog op de lijst staan dat ze elke vorm van ander werk als minderwaardig zien.
(2005)
Inkomens-eis: weet u het (nog)?
Mininmumloon bruto= 1264,80 = netto 1045,34
120% regeling/inkomens-eis:
Mininmumloon bruto= 1517,76 = netto 1179,-.