Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


Het optreden van de politie in Kralingen-Crooswijk

Inleidend stelt de heer Pastors:
“De veiligheid in Rotterdam is één van de speerpunten van Leefbaar Rotterdam en één van de pijlers van het college. De veiligheid in onze stad en het veiligheidsgevoel van haar inwoners staat of valt met het optreden van de politie.

Naar aanleiding van een brief van een ondernemer van de Ramlehweg in Kralingen-Crooswijk (orgineel gericht aan korpschef Meijboom), ben ik een gesprek met deze ondernemer aangegaan. In het gesprek kwam een aantal opvallende zaken naar voren. Zo zou het ips-nummer (Informatiepunt slachtoffers) zeer slecht bereikbaar zijn en niet over de benodigde gegevens beschikken, worden slachtoffers en buurt slecht op de hoogte gehouden van de voortgang van aangiftes, is er ondanks aanhoudende overlast weinig contact met de buurtagent en laat het optreden van het Libanon Lyceum met betrekking tot haar leerlingen te wensen over.”

Gelet op het onderwerp worden de vragen geacht gesteld te zijn aan de burgemeester.

Hieronder volgen de vragen van de heer Pastors, voorzien van mijn antwoorden.

Vraag 1:
Waarom is er op de brief die u in de bijlage vindt geen reactie gegeven of op zijn minst een ontvangstbevestiging met termijn van beantwoording verstuurd?

Antwoord:

De brief van de heer Van der Poel, de door u bedoelde ondernemer, gedateerd 21 november 2006, is door de politie ontvangen op 4 januari 2007. Dat is de reden dat de heer Van der Poel ten tijde van het opstellen van de raadsvragen nog geen reactie of ontvangstbevestiging had ontvangen. Door de politie is, na ontvangst van de brief op 4 januari 2007, een ontvangstbevestiging verzonden aan de heer Van der Poel. Hij is intussen door de politie benaderd en zal na afhandeling van alle klachten een antwoordbrief ontvangen.

Vervolgens stelt de heer Pastors:
“Tussen 9 oktober en 21 november 2006 heeft de schrijver van de brief vrijwel dagelijks gebeld met het ips-nummer. Slechts tweemaal kreeg hij daadwerkelijk contact, voor het laatst op 2 november. Helaas bleek de informatie over zijn aangifte versnipperd om hem een actuele stand van zaken te kunnen geven. Er zou over worden teruggebeld, maar tot op heden is dit niet gebeurd.”

Vraag 2:
Hoe moet het IPS-nummer werken? Hoe kan het dat dit telefoonnummer zo langdurig onbereikbaar is geweest en hoe kan het dat er geen terugkoppeling plaatsvindt?

Antwoord:
Het Informatiepunt Slachtoffer is een initiatief van politie en het Openbaar Ministerie en is ondergebracht bij het Openbaar Ministerie. Aangevers kunnen bij dit informatiepunt informeren naar de voortgang van het onderzoek, ongeacht of het onderzoeksdossier bij de politie of het Openbaar Ministerie berust. Op de bijlage van iedere aangifte staat vermeld op welke momenten aangevers bij het IPS informatie kunnen opvragen (op werkdagen van 08.30 tot 16.00 uur).

Het signaal dat het IPS slecht bereikbaar is herken ik niet. Mij hebben niet eerder klachten bereikt over de bereikbaarheid van het IPS. Omdat het IPS bereikbaar is via de telefooncentrale van het Openbaar Ministerie heb ik de klacht over de bereikbaarheid ter kennis gebracht van de betreffende afdeling bij het Openbaar Ministerie.

Vraag 3:
Hoe kan het zijn dat, in een buurt met aanhoudende overlast, er nauwelijks contact is met de buurtagent?

Antwoord:
Het bericht van aanhoudende overlast is voor de betreffende omgeving niet bekend bij de politie. Enkele jaren geleden speelde dat wel. Toen heeft de politie een aantal malen geïntervenieerd. Sindsdien laat het patroon van meldingen, incidenten en berichten van omwonenden een normaal beeld zien. Zoals in elke buurt is er wel sprake van incidenten, maar deze zijn niet dusdanig dat gerichte en structurele inzet hierop geboden is. Vanuit dat perspectief bezien was er voor de buurtagent dan ook geen aanleiding om contact met de heer Van der Poel of omwonenden op te nemen.

Naar aanleiding van de brief van de heer Van der Poel heeft de buurtagent die verantwoordelijk is voor het Libanon Lyceum direct contact opgenomen met de heer Van der Poel om na te gaan of hij hinder ondervindt van scholieren. In dat gesprek is duidelijk geworden dat de heer Van der Poel zelf tot nu toe ook geen aanleiding heeft gezien contact op te nemen met de buurtagent. Hij heeft zich wel bereid verklaard deel te nemen aan de e-mailcirkel die de buurtagent heeft opgezet waarmee hij een direct contact heeft met de buurtagent.

Voorts zal de buurtagent de afspraken met het Libanon Lyceum over beperking van overlast door scholieren opnieuw met de schoolleiding bespreken.

Vraag 4:
Waarom worden de bewoners niet op de hoogte gehouden van de voortgang van hun klachten en aangiften?

Antwoord:
Het huidige beleid, zoals vastgelegd in het aangifteprotocol, is dat aangevers worden geïnformeerd over de voortgang van het (opsporings)onderzoek. Ik betreur het dat dit in het geval van de heer Van der Poel niet is gebeurd; het betreffende politiedistrict heeft hierover inmiddels contact opgenomen met de heer Van der Poel.

Vraag 5:
Kunt u zich voorstellen dat, wanneer bewoners geen feedback krijgen over hun aangifte, de bereidheid tot het doen van aangiftes daalt?

Antwoord:
Ja, mede daarom is ook in het aangifteprotocol opgenomen dat er altijd feedback wordt gegeven. Zoals ik ook heb aangegeven bij de beantwoording van vraag 4, betreur ik dat het in dit geval niet is gebeurd.

Vraag 6:
Aansluitend op de vorige vraag: kunt u zich voorstellen dat een daling van het aantal aangiftes dan geen teken is van veiligheid, maar van onvrede. Wat gaat u hieraan doen?

Antwoord:
Naar aanleiding van dit geval en de gelijkblijvende aangiftebereidheidscijfers zie ik geen aanleiding om die conclusie te trekken. Wel zal ik de korpschef verzoeken aandacht te besteden aan een goede opvolging van alle aangiften.

Vraag 7:
Wilt u zorgen voor heldere afspraken tussen politie, buurt en Libanon Lyceum?

Antwoord:
Zoals ik bij de beantwoording van vraag 3 reeds heb aangegeven zal de buurtagent bij het schoolbestuur aandringen op herijking van maatregelen. Ook de deelgemeente is betrokken bij dit overleg.

De Burgemeester,

I.W. Opstelten

Behandelend ambtenaar:  D. Berg