Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarrière Woonbron (n.n.b)


het fenomeen ‘Verborgen Vrouwen in de samenleving’

Inleidend stelt mevrouw Fähmel:
“Op de valreep net voor het a.s. zomerreces breng ik het fenomeen “Verborgen Vrouwen in de samenleving” onder uw aandacht. Dit naar aanleiding van een televisie uitzending van NETWERK van 25 mei jl.

Veel islamitische vrouwen van verschillende nationaliteiten wonen al 10-tallen jaren in isolement in ons land. Hun precieze aantal is onbekend, juist omdat ze geïsoleerd leven en het probleem daardoor onzichtbaar is en lang onopgemerkt is gebleven.
Deze vrouwen hebben gedurende de jaren van hun huwelijk weinig direct daglicht gezien en hebben nauwelijks tot geen contact met hun buren, kennissen of vrienden. Ze zijn binnen gehouden, onderdrukt en dikwijls of fysiek mishandeld door hun man.
Bij familie is geen hulp te verwachten, want ongehoorzaam zijn aan de man lijkt een schande voor de familie en hoort niet in de cultuur.

In de bovengenoemde uitzending van NETWERK was een Turkse vrouw aan het woord, die 16 jaar in Nederland geïsoleerd is gehouden en regelmatig met stokken werd geslagen. Verleden week heb ik zelf een gesprek gehad met een vrouw, die ook jaren lang onder dezelfde omstandigheden heeft geleefd.

Na mijzelf geïnformeerd te hebben bij verschillende organisaties op het gebied van hulp aan allochtone vrouwen lijkt het hier om honderden vrouwen te gaan, die voornamelijk zijn gelokaliseerd in de grote steden. Met gevaar voor eigen leven heeft een klein aantal vrouwen de stap ondernomen om hulp te vragen en te vluchten uit hun erbarmelijke situatie, maar het overgrote deel leeft nog in isolement.

Geacht college, even zo erg is het voor de kinderen (vooral de dochters) die geconfronteerd worden met deze mensonterende toestanden met als gevolgen het niet kunnen functioneren op school, depressief gedrag en zelfs trauma’s. Deze kinderen zijn dus ook slachtoffer.


In dezelfde uitzending van NETWERK reageerde Minister Verdonk op de vraag of zij bekend was met dit probleem en wat zij er aan kon doen, met de reactie, dat men deze groep vrouwen kon lokaliseren bij het examen van de verplichtte inburgeringscursus die volgend jaar van kracht wordt met de nieuwe wet op de inburgering.
Gemeenten hebben volgens haar de taak om te handhaven, te controleren en eventueel te sanctioneren.

Geacht college, volgens deze redenering is de controle dus pas aan het einde van het inburgeringstraject (wat eventueel nog 5 jaar duurt).
Daarbij, wat te doen met vrouwen die in isolement leven en vloeiend Nederlands spreken en dus niet worden opgeroepen?

Leefbaar Rotterdam is van mening, dat als de gemeente adequaat wil handelen, de controle en sancties aan het begin van het inburgeringstraject moeten plaats vinden. Bijvoorbeeld bij het niet verschijnen van vrouwen, onmiddellijke actie en eventuele sancties, gericht op mannen, maar wel sancties die realistisch en uitvoerbaar zijn (men weet altijd de mazen in de wet te vinden). Ook kan via huisbezoeken, ouderavonden van scholen, maatschappelijk werk e.d. actief gewerkt worden aan de lokalisatie en daarna volgende hulp aan bovenbeschreven vrouwen.

Geacht college, de onderdrukking van vrouwen (in dit geval islamitische vrouwen) kan en mag in onze samenleving niet worden getolereerd, het druist tegen alle vormen van mensenrechten in en moet dus bestreden worden. Bij ontstentenis van een vrouw die een volwaardige rol als moeder en vrouw kan vervullen –zoals dat in onze open Westerse samenleving wordt verwacht- kunnen kinderen niet worden voorbereid op een goede integratie in onze samenleving met alle gevolgen van dien.”

Hieronder volgen haar vragen en onze antwoorden daarop.

Vraag 1:
Is het college op de hoogte van het probleem “Verborgen Vrouwen in de samenleving”?
Zo nee, bent u bereid zich er in te verdiepen.
Zo ja, welke maatregelen heeft u tot nu toe genomen om bovenstaand probleem op te lossen?

Antwoord:
Ja, ons college is hiervan op de hoogte. De diensten Jeugd, Onderwijs en Samenleving en GGD hebben binnen hun beleidsprioriteiten (zie ondermeer Plan van Aanpak Emancipatie) speciale aandacht voor onderdrukte vrouwen.

Vraag 2:
Onderkent het College net als ondergetekende dat de verschillende opvattingen over de rol van de vrouw in onze samenleving bovengenoemd probleem veroorzaakt?
Zo ja, wilt u dit bespreekbaar maken?
Zo nee, wat zijn volgens U de oorzaken en hoe wenst U die te bestrijden?

Antwoord:
Ja. Eén en ander wordt al uitgewerkt, zoals het bespreekbaar maken van taboeonderwerpen. Vrouwenonderdrukking en eerwraak zijn onderwerpen van aandacht in de verschillende vrouwenstudio’s van stichting Cleo-patria, door vrouwenexpertisecentrum Scala en door het vrouwencentrum Dona Daria.

Voor 2007 wordt bij het verlenen van de emancipatiesubsidies voorrang verleend aan organisaties die extra aandacht besteden aan de onderdrukking van vrouwen in de samenleving, wat uiteraard door ons als onaanvaardbaar wordt gezien.

Vraag 3:
Is het college er van op de hoogte dat sommige moskeeën aan het opsporen van deze vrouwen niet of nauwelijks meewerken, omdat mannen zich dan aangesproken voelen?
Zo ja, hoe wilt u moskeebesturen bewegen mee te werken?
Zo nee, bent u bereid te gaan inventariseren en op welke termijn kunnen wij resultaat verwachten?

Antwoord:
Nee. Bovendien is een dergelijke vraag nog niet bij de moskeeën neergelegd. Wel wordt hier aandacht aan besteed in het Plan van aanpak eergerelateerd geweld dat de GGD ontwikkelt. Ook de posities en de rol van de moskeeën zijn daarin meegenomen.

Vraag 4:

Is het college bereid actie te ondernemen richting onderwijs, maatschappelijk werk e.d. bij het opsporen van kinderen die in bovengenoemde gezinssituaties opgroeien?
Zo ja, welke acties?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Ja. Het schoolmaatschappelijk werk is een belangrijke schakel in deze.

Vraag 5:
Is het college er van doordrongen dat vrouwen die met gevaar voor eigen leven om hulp vragen, adequaat moeten worden opgevangen?
A. Zijn er genoeg opvangplekken?
B. Bent u bereid eventuele bureaucratische belemmeringen zo snel mogelijk op te heffen?
Zo ja, hoe wilt u dit doen?
C. Bent U net als ik van mening dat de organisatie om dit probleem te inventariseren en daarna op te lossen in één hand moet komen?

Antwoord:
Ja. Elke vrouw die slachtoffer van huiselijk- of eergerelateerd geweld is of wordt bedreigd met huiselijk- of eergerelateerd geweld, wordt zo goed mogelijk opgevangen, waarbij om veiligheidsredenen vrouwen ook buiten Rotterdam opgevangen worden. Wij zijn ervan doordrongen dat dit adequaat moet gebeuren.
A. Er zijn voldoende opvangplekken. Het centrale meldpunt voor alle gevallen van eergerelateerd en huiselijk geweld is het Steunpunt Huiselijk Geweld bij de GGD. Hier wordt de eerste opvang geregeld en wordt vervolgens de betrokkene via een stappenplan verder geleid.
B. Ja. Om het Steunpunt Huiselijk Geweld te ondersteunen vanuit de (ook) betrokken gemeentelijke diensten wordt nu onderzocht of het mogelijk is om een kernteam te formeren waarin experts snel en adequaat een analyse van een crisissituatie kunnen maken.
C. Een team van ambtenaren is aan de slag met het formuleren van een aanpak waarin specifiek de aandacht komt voor het verbeteren van de samenwerking (onder andere informatie-uitwisseling) tussen betrokken instanties, instellingen en maatschappelijke groepen, zodat eerder ingegrepen kan worden en escalatie voorkomen wordt. Hierbij wordt ook onderzocht wie of welke dienst het beste het beleid rondom ongedocumenteerde vrouwen kan coördineren. Op dit moment ligt deze taak primair bij de GGD.

Vraag 6:
Is het college het met Leefbaar Rotterdam eens, dat het tijdstip wanneer gecontroleerd en gesanctioneerd dient te worden niet aan het einde, maar aan het begin van het verplichte inburgeringstraject is?
Zo ja, hoe gaat u hierop actie ondernemen?
Zo nee, waarom niet?

Antwoord:
Nee, er vindt geen controle plaats bij de inburgering. Het huidige beleid inburgering is bovendien gebaseerd op vrijwillige medewerking van de nieuw- of oudkomer. Er zijn op dit moment dus ook geen sancties verbonden bij het niet deelnemen aan een traject.

De Wet Inburgering, die naar verwachting op 1 januari 2007 in werking treedt, biedt deze laatste mogelijkheid wel. De Wet Inburgering bepaalt, dat ons college aan de inburgeringsplichtige een bestuurlijke boete oplegt in bijvoorbeeld het volgende geval:
· De inburgeraar is op geroepen in het kader van het aanbod van een inburgeringstraject, maar hij/zij verschijnt niet of geeft geen medewerking aan het onderzoek (boete maximaal € 250,-).

Vraag 7:
Hoe denkt het college de Verborgen Vrouwen te bereiken die al Nederlands spreken?

Antwoord:
Door extra voorlichtings- en wervingsacties te laten uitvoeren door de vrouwenorganisaties met wie een subsidierelatie bestaat.


Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,


De Secretaris, De Burgemeester,


A.H.P. van Gils J. Kriens, l.b.




Behandelend ambtenaar: W. Tuijnman