Bron: AD Rotterdams Dagblad, 20 april 2010, door Carel van der VeldenLeefbaar-raadslid Dries Mosch stuitte op een merkwaardige transactie aan de Waalhaven waar de kades, net als de rest van het Rotterdamse havengebied, worden verpacht door het Havenbedrijf. Een Rotterdamse ondernemer doet daar goede zaken met een lap grond die hij al 25 jaar gratis mag gebruiken. Hij verhuurt het terrein op zijn beurt aan een supermarkt annex broodjeszaak en een snackbar. De exploitant van deze bedrijven betaalt volgens Dries Mosch de volle mep aan de verhuurder met de gratis grond. Op last van het Rotterdams Havenbedrijf moeten de winkel en twee horecabedrijven op korte termijn worden gesloten, ondanks het feit dat de eigenaar altijd netjes zijn huur heeft betaald.
Leefbaar Rotterdam wil dat de schimmige deal met de huidige pachter wordt stopgezet. De partij vindt dat de onderhuurder geen blaam treft. Daarom zou de grond in pacht moeten worden aangeboden aan de snackbarhouder.
Het Rotterdams Havenbedrijf doet inmiddels onderzoek naar de grondtransactie. Op verzoek van Leefbaar Rotterdam bekijkt het verzelfstandigde bedrijf (met de deelgemeente Rotterdam als grootaandeelhouder) of er meer ondernemers gebruikmaken van gratis grond. In afwachting van de beantwoording van de raadsvragen geeft het Havenbedrijf verder geen commentaar.
De kwestie doet denken aan de praktijk bij het Rotterdamse vastgoedbedrijf OBR, dat jarenlang bevriende relaties matste bij de verhuur van woningen. Zo worden in Rotterdam-Prinsenland al lang 21 vrijstaande woningen voor niets of extreem lage bedragen verhuurd. Op initiatief van Leefbaar Rotterdam maakte de gemeenteraad onlangs een einde aan dergelijke transacties. In de toekomst mag het OBR slechtst tegen marktprijzen verhuren.
Zie ook schriftelijke vragen: Grond om niet
Dit zal wel weer een pvda onderonsje zijn. Wat een dieventuig die pvda.
Dries,
Het is hier heel belangrijk om wat voor overeenkomsten het hier gaat. Als ik jou was zou ik de grondkamer eens vragen of het hier gaat om een pachtovereenkomst die bij hun is ingeschreven. Als er een pachtovereenkomst bij hun is ingeschreven,(pacht moet schriftelijk zijn ingeschreven), dan gaat het dus niet om een overeenkomst om niet. Een pachtovereenkomst kan n.l. niet om niet worden afgesloten, (zie art. 311 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek). Pachtovereenkomst moet voor een bepaalde tijd zijn afgesloten,(zie ander artikel na art. 311 ).
Verder is het erg belangrijk voor de snackbarhouders etc. dat zij een schriftelijke huurovereenkomst hebben afgesloten. Indien dat zo is, dan kan de huurovereenkomst NOOIT eenzijdig worden opgezegd, tenzij het voor een bepaalde tijd is afgesloten, of indien de huurovereenkomst ontbonden is door de rechter wegens een gewijzigd bestemmingsplan, (zie art 271 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek vooral). Huur is verder een zakelijk recht dat overgaat met de eigendom en dus nooit eenzijdig kan worden opgezegd. Het is dus erg van belang of de huurders een schriftelijke overeenkomst hebben afgesloten, die zij kunnen tonen.
Daar zal de PvdA net als toen in Prinselanden ook wel een rol in spelen.
Excuus Prinsenlanden moet Prinsenland zijn.
Leve de PvdA kijk maar eens naar dit filmpje
Vind het grote klasse dat jij zulke zaken naar voren schuift. Maar ik wil ook op de hoogte worden gehouden van bepaalde zaken. Hoe is het nu gesteld met de Kralingse weg, of met de bewoners waarbij de riolering niet in orde is. Neemt niet weg dat ik je op een positieve manier blijf volgen.
Dries,
Vraag even een kadastraal bericht eigendom, betreffende het perceel, aan bij de Kamer van Koophandel van Rotterdam. Tegen een gering bedrag krijg je dan een uittreksel in je brievenbus omtrent alle eigenschappen van de betr. grond, zoals evt. pacht, eigendom etc.. De Kamer van Koophandel is openbaar en verplicht de informatie te verstrekken aan derden.
Met beheer en uitgifte van gemeentelijk vastgoed kunnen allerlei publieke doelen en maatschappelijke resultaten worden gerealiseerd. Het kan dus een belangrijk beleidsinstrument zijn, mits er goede regels bestaan en er een goede controle is.
Het gerommel met het “gunnen” van gemeentelijke landbouwgrond laat echter ook zien wat er kan gebeuren als er geen goede regels bestaan en/of de regels niet worden nageleefd en/of bewust anders uitgelegd. Het is voorts ook de vraag of er voldoende deskundigheid aanwezig is om het beheer van gemeentelijke landbouwgrond goed te kunnen doen, of deze deskundigheid moet worden ingehuurd of dat het beheer onder stringente voorwaarden moet worden uitbesteed aan echte professionals. Op http://www.agd.nl/1099553/Nieuws/Artikel/Arcadis-ziet-groei-in-beheer-landbouwgronden.htm is hiervan een voorbeeld te zien.
Het ontbreken van een goed beleid t.a.v. gemeentelijk vastgoed met een bijbehorende controle biedt ambtenaren de ruimte om een spel van “zieken & matsen” te spelen. Bestuurders die aan de leiband van deze ambtenaren lopen spreken dan over de wens tot flexibiliteit, maar men laat zich dan als buikspreekpop gebruiken door deze ambtenaren die graag de vrije hand willen hebben. In de Bonnenpolder hebben we mogen ervaren dat er een illegale a.g.f.-detailhandel in een voormalige boerderij in de naburige gemeente ´s-Gravenzande welke in een procedure was verwikkeld over de vraag of men echt wel zelf grond in gebruik had om aardappelen, groenten en fruit te telen, werd gefaciliteerd door het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam door het verpachten van grond aan het begin van de toegangsweg naar mijn bedrijf. Door hem te “matsen” vond men het leuk om mij - als voormalig voorzitter van de deelgemeente Hoek van Holland - te “zieken”. Op http://leen-vreugdenhil.hyves.nl/ zijn bij de fotorubriek “ellende” de documenten te zien.
Het IPO heeft in 2004 een verkennend onderzoek laten uitvoeren naar stimulerende beleidsinstrumenten in de ruimtelijke ordening met biologische landbouw als voorbeeld. Het rapport geeft duidelijke handvaten voor de gemeentelijke overheid en laat ook concrete voorbeelden zien van gemeenten die groen plattelandsbeleid hebben vormgegeven. Helaas had de gemeente Rotterdam hier geen boodschap aan. Een flyer van dit rapport is hier te downloaden: http://www.landco.nl/userdocs/flyer.pdf
Het is belangrijk dat er een transparant, objectief en rechtvaardig beleid komt t.a.v. het beheer, onderhoud en de uitgifte van gemeentelijk vastgoed om allerlei gerommel, geritsel en geregel te voorkomen.
De spelletjes met gemeenschapsgeld zijn ook zichtbaar in een ambtlijk geregelde sloopvergunning voor de gemeentelijke opstallen op het perceel Nieuw-Oranjekanaal 20 in de deelgemeente Hoek van Holland. Deze handelswijze kan gekwalificeerd worden als incompetent, normloos, gewetenloos en respectloos en heeft slechts ten doel mensen en ontwikkelingen te frustreren. Om wegens gebrek aan argumenten een inhoudelijke behandeling te voorkomen gooit men het op proceduregedoe en probeert men op deze wijze de bezwaren niet ontvankelijk te laten verklaren. Alleen dit spelletje laat al zien dat we hier te maken hebben met het morele niks van ambtelijk Rotterdam. De gemeenteraad is hiervan in kennis gesteld (http://www.bds.rotterdam.nl/content.jsp?objectid=204362), maar deze laat het ook gewoon gebeuren en de verantwoordelijke wethouder loopt aan de leiband van de gemeentelijke dienst. Het Masterplan Oranjebuitenpolder is tot op heden als beleidskader nog steeds niet door de gemeenteraad als daartoe bevoegd orgaan vastgesteld. Er is geen nieuw bestemmingsplan, geen nieuw inrichtingsplan, geen nieuw beheersplan en toch wil men met drogredenen en pseudo-argumenten goede gemeentelijke gebouwen slopen die nodig zijn voor het toekomstige beheer en onderhoud van ondermeer de Oranjebuitenpolder. Over een paar jaar moet er met gemeenschapsgeld alsnog nieuwe opstallen worden gerealiseerd. Als een wethouder voldoende moreel en intellectueel overwicht had, zou hij dit niet laten gebeuren. Merkwaardig genoeg durft men niet al te kritisch te zijn op het OBR omdat deze gemeentelijke “dienst” ook geld moet verdienen voor de gemeente, maar heeft men zich wel eens afgevraagd hoeveel geld bij deze gemeentelijke “dienst” verkwist wordt door een stuitend gebrek aan ambtelijke competentie en integriteit?
Op 24 september 2008 werd er door de verantwoordelijke wethouder klakkeloos een “dreigbrief” (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=38156&type;=org) aan de deelgemeente Hoek van Holland ondertekend waarin de deelgemeente werd gesommeerd een advies over het Masterplan Oranjebuitenpolder uit te brengen omdat deze anders zonder dit advies ter besluitvorming zou worden voorgelegd aan het college van B&W;en de gemeenteraad van Rotterdam. Er werd gesproken over een enorme tijdsdruk. Uiteindelijk heeft de deelgemeente op 23 oktober 2008 een advies uitgebracht (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=38865&type;=org) nadat het masterplan, inclusief de uitvoeringsovereenkomst (http://www.deelraadinfo.nl/Hoek_van_Holland/_Overig_deelraad/Archief_Vergaderstukken_2003_t_m_2009/Vergaderstukken_deelraad_2008/Hoekse_Raet/Extra_Hoekse_Raet_9_oktober_2008/Behorende_bij_agendapunt_4_Uitvoeringsovereenkomst), op 9 oktober 2008 tijdens een extra deelraadsvergadering was behandeld (http://www.deelraadinfo.nl/Hoek_van_Holland/_Overig_deelraad/Archief_Vergaderstukken_2003_t_m_2009/Vergaderstukken_deelraad_2008/Hoekse_Raet/Hoekse_Raet_30_oktober_2008_ipv_23_oktober/Agendapunt_2_vaststelling_notulen_Hoekse_Raet_9_oktober_2008). In het dualisme behoort het zo te zijn dat het beleid wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Er is tot op heden nog geen voorstel van het college van B&W;aan de gemeenteraad van Rotterdam gedaan om het geformuleerde beleid t.a.v. het Masterplan Oranjebuitenpolder vast te stellen.
De financiële problemen, waarvoor de deelgemeente Hoek van Holland huiverig is, zijn dan ook nog steeds niet opgelost. In het licht van deze financiële problemen is de voorgestelde kapitaalsvernietiging door sloop van gemeentelijk opstallen dan ook verbazingwekkend. Het was ook al opmerkelijk dat op het terrein dat ooit was voorbestemd voor de organisatie van de Floriade 2012 (http://www.skyscrapercity.com/showthread.php?t=102655) ineens grondsaneringsactiviteiten moesten gaan plaatsvinden. Het betrof hier van elders aangevoerde grond omdat op de grond zelf al meer dan 30 jaar zonder enig probleem allerlei voedingsgewassen waren verbouwd. Met deze commerciële activiteit dacht men geld te gaan verdienen, maar daar had Dura Vermeer bezwaar tegen. Op een vlakbij gelegen terrein voerde deze immers dezelfde activiteiten uit. Deze procedure heeft Dura Vermeer tot in hoogste instantie gewonnen (http://zoeken.rechtspraak.nl/ResultPage.aspx?snelzoeken=t&searchtype;=ljn&ljn;=BC3606) en daarmee heeft de gemeente haar onderhandelingspositie verspeeld en is de illusie verdampt dat de gemeente hier zelf geld zal gaan verdienen. De grondsaneringsactiviteiten worden nu uitgevoerd door Dura Vermeer. De problemen worden vanuit het huidige college doorgeschoven naar het volgende college en het is niet aannemelijk dat de verantwoordelijke wethouder voor de Oranjebuitenpolder zal terugkeren. De verantwoordelijke ambtenaren voor dit debacle zijn echter nog steeds werkzaam bij de gemeente Rotterdam. Zij hebben hun bestuurders meegenomen in een besluitvormingstraject dat uiteindelijk geen enkel resultaat heeft opgeleverd. Dit wordt echter weggemoffeld. De deelgemeente Hoek van Holland wil niet langer verantwoordelijk zijn voor het geknoei in de Oranjebuitenpolder en voor de gemeente Rotterdam geldt dat het gebied op grote afstand ligt van de Coolsingel en daardoor geen bestuurlijke aandacht heeft en aan de aandacht van de volksvertegenwoordigers kan ontsnappen. De organisatiecultuur bij de desbetreffende gemeentelijke “dienst” maakt dit soort spelletjes mogelijk, maar maakt ook het “zieken & matsen” van Rotterdamse burgers en ondernemers mogelijk. Het is te hopen dat een nieuwe wethouder direct orde op zaken stelt en een einde maakt aan dit ambtelijke geknoei.
Voor de Rotterdammers die zich afvragen waar ik het nu precies over heb, bestaat de mogelijkheid om met Google Earth eens naar de Oranjebuitenpolder te kijken. Deze ligt ten westen van de bebouwde kom van Maassluis. De gemeentegrens ligt op de Schenkeldijk, de Oranjeplassen behoren tot de deelgemeente Hoek van Holland en daarmee tot het grondgebied van de gemeente Rotterdam. Als men gebruik maakt van de tijdsbalk op Google Earth kan men het verschil zien tussen de min of meer actuele situatie en de situatie van 5 jaar geleden. Het is dan interessant om dit eens te vergelijken met het Ontwikkelingsplan Oranjebuitenpolder uit het jaar 2000 (http://www.debonnen.nl/html/ontwikkelingsplan_oranjebuitenpolder.html). Het contrast laat zien dat het gewenste resultaat niet dichterbij komt, maar juist steeds verderweg komt te liggen. Enerzijds wordt aan de oostzijde akker- en weidegrond getransformeerd in tuinbouwgrond en zal verwerving steeds duurder worden; anderzijds ziet men aan de westzijde akkerland veranderen in een lokatie waar van elders aangevoerde vervuilde grond moet worden gesaneerd. Men ziet ineens bebouwing verschijnen waar dit qua bestemmingsplan nooit mogelijk was en men kan met Street View niet alleen de ontwikkelingen rondom Oranjedijk 58 zien, maar ook de verpaupering zien bij de Polderhaakweg 15 en 27. Mensen die netjes leven volgens regels, wetten, voorschriften en bepalingen komen met lege handen te staan en brutale mensen met calculerend gedrag kunnen ongestraft hun gang gaan. De overheid geeft hiermee een slecht signaal af, mede doordat het de eigen voorbeeldfunctie ook slecht invult. Met een dubbele moraal is het immers mogelijk om enerzijds te handhaven en anderzijds weg te kijken bij overtredingen, met selectieve betrokkenheid kan men de ene ondernemer faciliteren en de andere ondernemer juist weer frustreren en met argumentatieve willekeur kan men argumenten aanslepen om het ene gedrag te rechtvaardigen en het andere gedrag juist weer te bestraffen. Met een negatieve en destructieve basishouding in het ambtelijk apparaat zijn altijd wel argumenten te verzinnen om te verklaren waarom iets nog niet gebeurd is en/of niet mogelijk is. Het getuigt juist van bestuurlijke daadkracht om dit niet te accepteren en zich niet als marionet te laten gebruiken. De loyaliteit behoort immers te liggen bij burgers, ondernemers, organisaties en instellingen en men behoort zich te conformeren aan datgene wat is gesteld in verkiezingsprogramma´s, een coalitieakkoord en beleidsprogramma´s. In geen van deze fraaie notities staat iets vermeld over “zieken & matsen”.
In een schrijven aan de verantwoordelijke wethouder is een beschrijving gegeven over de maatschappelijke resultaten die de afgelopen 8 jaar behaald zijn in de Bonnenpolder (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=53092&type;=org). Over de Oranjebuitenpolder zou ook een dergelijke brief geschreven kunnen worden.
Een (lokale) overheid die betrouwbaar en geloofwaardig wil zijn is objectief, transparant en rechtvaardig. De samenleving dient beschermt te worden tegen negatieve en destructieve elementen, onrecht dient te worden bestreden en men dient objectief en rechtvaardig te handelen. De overheid behoort een partner te zijn van goedwillende en hardwerkende mensen en van overheidsfunctionarissen mag worden verwacht dat men van betekenis wil zijn voor de samenleving. Als een overheid zelf niet transparant is, onrecht veroorzaakt, niet objectief is, calculerende lieden ruimte biedt en juist maatschappelijke en persoonlijke schade veroorzaakt, is er fundamenteel iets mis. Als men beschikt over de meest elementaire beginselen van goed fatsoen en psychische hygiëne, dan laat men allerlei spelletjes van “zieken” en “matsen” achterwege en verlaagt men zich niet tot het schofferen, negeren en frustreren van Rotterdamse burgers en ondernemers. Op deze arrogante en kwetsende wijze behoort men burgers en ondernemers van Rotterdam niet te bejegenen. Daarmee wordt het signaal afgegeven dat men niet goed bij zijn hoofd is als men hard werkt, netjes leeft, niemand bedriegt en een maatschappelijke bijdrage wil leveren en vertrouwen stelt in de lokale overheid bij een integraal gebiedsontwikkelingsproces. De titel van het boek “Kafka in de polder” (http://www.managementboek.nl/boek/9789012130707/kafka_in_de_polder_jorrit_de_jong) is letterlijk van toepassing op de polders van Rotterdam en zou ook goed passen in de Netwerk-serie “Kafka in de polder” (http://www.netwerk.tv/artikelen/zomerserie-kafka-de-polder).
Een cultuur van “matsen & zieken” wordt ook beschreven in het befaamde boek “Hoe wordt ik een rat?” van Joep Schrijvers (http://www.managementissues.com/cultuuranalyse/cultuuranalyse/hoe_word_ik_een_rat?_2005013142.html), ook een veel gelezen boek bij ambtenaren. In het boek (http://www.managementboek.nl/boek/9789055942558/hoe_word_ik_een_rat_joep_schrijvers) wordt het ondergrondse spel haarfijn beschreven.
Het is een morele plicht van democratisch gekozen bestuurders bovenstaande cynische en calculerende grondhouding in het ambtelijk apparaat te bestrijden, mede om competente en integere ambtenaren de kans te geven. Het mag niet zo zijn dat de democratische besluitvorming wordt gemanipuleerd en/of in een bepaalde richting wordt gemanouevreerd. Door het Masterplan Oranjebuitenpolder als beleidskader niet door de gemeenteraad te laten vaststellen voorkomt men kritische vragen en een voor de betrokken ambtenaren vervelende discussie. De democratisch gekozen bestuurder Bolsius laat het gewoon gebeuren.
Op http://leen-vreugdenhil.hyves.nl/ is bij de fotorubriek “politiek” iets te zien over de periode dat ik betrokken was bij het bestuur van de deelgemeente Hoek van Holland. Ik heb toen voldoende kunnen kennismaken met de werkwijze van de gemeentelijke diensten. Ik heb daarbij goede ervaringen opgedaan, maar ook hele vervelende. Als deelgemeentebestuurder was ik niet bij machte iets te veranderen aan de organisatiecultuur bij de grote gemeentelijke diensten. Ofschoon er een onderscheid gemaakt behoort te worden tussen iemands zakelijke activiteiten en zijn bestuurlijke betrokkenheid, krijg ik tot op de dag van vandaag nog de rekening gepresenteerd voor mijn bestuurlijke verleden.
In een cultuur van “matsen & zieken” is in het contact met de burger/ondernemer opleiding, vakmanschap, ondernemerschap, bedrijfsopzet, maatschappelijk functioneren, etc. helemaal niet belangrijk, maar spelen andere factoren een belangrijke rol. Natuurlijk mag dat niet gebeuren. Op http://www.linkedin.com/profile?viewProfile=&key;=35234823&trk;=tab_pro kan een ieder kennismaken met mijn verleden en men mag zich dus afvragen waarom het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam alles in het werk stelt om mij te negeren, schofferen en frustreren.
In een cultuur van “matsen & zieken” kan men niet alleen allerlei argumenten verzinnen om een bepaalde handeling te rechtvaardigen of te onderbouwen, maar ook juridische constructies verzinnen die moeten leiden tot het gewenste resultaat.
Zo heeft Dura Vermeer het spel rondom de zogenaamde grondsanering in de Oranjebuitenpolder slim gespeeld. De gemeente Rotterdam stond uiteindelijk met de rug tegen de muur. Men had de aangespannen procedure verloren bij de Raad van State. Vervolgens werd een openbare aanbesteding omzeild en een juridische constructie bedacht waarbij Dura Vermeer de saneringswerkzaamheden mocht gaan uitvoeren. Complimenten voor de ondernemers van Dura Vermeer! Maar zijn de Rotterdamse ambtenaren die verantwoordelijk zijn voor dit debacle ter verantwoording geroepen?
Er is ook niet veel deskundigheid voor nodig om te beseffen dat het ambtelijke spel met de geregelde sloopvergunning voor de opstallen op het perceel Nieuw-Oranjekanaal slechts een spelletje met gemeenschapsgeld is en geen enkel maatschappelijk doel dient. De opstallen kunnen landschappelijk worden ingepast en kunnen een goede rol vervullen in het beheer en het onderhoud van de Oranjebuitenpolder. De bestuurlijke wens van de deelgemeente Hoek van Holland wordt echter gewoon genegeerd. Er wordt misbruik gemaakt van een gedelegeerde bevoegdheid en bestuurders laten zich voor een voldongen feit stellen en zich als buikspreekpop gebruiken.
Er is ook niet veel empathie voor nodig om te beseffen dat men zo niet met betrokken burgers en ondernemers in Rotterdam behoort om te gaan. Het heeft niets van doen met alle mooie woorden die in diverse verkiezingsprogramma´s staan over “gebiedsgericht werken” en “burgerparticipatie”. Men kwetst en beledigt mensen die hun vertrouwen hadden gesteld in de overheid en dachten dat een coöperatieve en constructieve houding beloond zou worden. Dit ambtelijk gedrag wordt gekenmerkt door schaamteloosheid, respectloosheid en normloosheid. Het tekent een gebrek aan innerlijke beschaving en de meest elementaire beginselen van goed fatsoen om op deze wijze mensen een juridische procedure in te trekken met het enkele doel hen te frustreren en te schofferen. De ambtenaren die zich aan dit gedrag bezondigen kunnen dan ook gerekend worden tot het morele niks van ambtelijk Rotterdam.
Van bestuurders mag worden verwacht dat men voldoende intellectueel en moreel overwicht heeft om ambtenaren op dit gedrag aan te spreken en zich niet te laten degraderen tot een marionet van het ambtelijk apparaat. Een bestuurder dient STURING te geven om de gewenste en afgesproken maatschappelijke resultaten en publieke doelen te behalen. Het is inmiddels meer dan 4 jaar geleden dat het Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen gereed kwam en het is zelfs bijna 10 jaar geleden dat het Ontwikkelingsplan Oranjebuitenpolder gereed kwam. Een ieder kan met eigen ogen aanschouwen tot welke resultaten dit alles tot op heden heeft geleid. Mensen die zich niet storen aan wetten, regels, voorschriften en bepalingen krijgen vrij spel en worden zelfs gefaciliteerd door het gunnen van gemeentelijke landbouwgrond. Mensen die netjes proberen te leven, willen anticiperen op een nieuwe ruimtelijke en economische toekomst, vertrouwen stellen in bestuurlijke besluiten, gemaakte afspraken, gedane toezeggingen, gewekte verwachtingen en uitgesproken intenties komen met lege handen te staan.
Hopelijk komt er een nieuwe wethouder die met een frisse blik naar de Bonnenpolder en de Oranjebuitenpolder kan kijken en zich niet wil laten sturen door ambtelijk adviezen die uitblinken door subjectiviteit en gebrek aan deskundigheid. Hopelijk geeft deze nieuwe bestuurder vanuit de wens van betekenis te zijn voor de samenleving ambtenaren een kans die wel op een competente, positieve en constructieve wijze hun functie willen vervullen.
Het nieuwe coalitieakkoord is inmiddels bekend. Het is goed om van Dominic Schrijer te vernemen dat mensen niet door de bodem mogen zakken en dat er niets kapot mag worden gemaakt dat goed is. Helaas is dat in de voorgaande bestuursperiode wel gebeurd voor wat betreft de mensen en ontwikkelingen in de Bonnenpolders.
Er komt gelukkig een nieuwe wethouder Groen en Buitenruimte en het zal belangrijk zijn dat deze het gebrek aan normbesef van sommige ambtenaren van het OBR aanpakt opdat het daadwerkelijk een Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam zal worden en niet een Ontmoedigingsbedrijf Rotterdam blijft. Daarbij zal men moeten beseffen dat de opdracht om geld te verdienen voor de gemeente niet ten koste mag gaan van maatschappelijke doelstellingen en gewone, normale fatsoensnormen. Wat enerzijds wordt opgebouwd, wordt anderzijds weer afgebroken. Dat mag niet de bedoeling zijn en daarvoor is niet alleen een integrale aansturing nodig, maar ook het eerder genoemde normbesef.
De volgende zin in het coalitieakkoord is ontroerend om te lezen: “Wij nemen Rotterdammers mee bij het aangaan van de uitdagingen voor de toekomst van de stad”. Dat schept immers vertrouwen voor de Rotterdammers die zijn meegenomen in het integrale gebiedsontwikkelingsproces t.a.v. de Bonnenpolders. Het moge duidelijk zijn dat het onbehoorlijk is om eerst mensen mee te nemen bij het aangaan van deze uitdaging en hen dan vervolgens als een baksteen te laten vallen en hen uit te leveren aan de vastgoedspeculanten.
Het is ook goed om in dit coalitieakkoord te lezen dat er in de nieuwe bestuursperiode een duurzaam-economische agenda zal worden ontwikkeld. Dat geeft immers hoop voor de uitvoering van het Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen in zijn geheel en van de twee bedrijfsplannen die gemaakt zijn voor resterende agrarische bedrijven in de Bonnenpolders.
Het is eveneens goed om in dit coalitieakkoord te lezen dat er iets van de ondernemers gevraagd mag worden: “Wij verwachten een meer actieve deelname van bedrijven in de duurzame toekomst van de stad.” In de Bonnenpolders is dat immers de afgelopen al aangetoond tot aan het debacle m.b.t. de uitvoering van het Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen. We nemen aan dat er nu een doorstart gemaakt kan worden.
Het is voorts goed om te lezen dat men staat voor een cultuur van “samen doen” en dat men het enthousiasme en de betrokkenheid van burgers meer wil gaan benutten. Er wordt een groter beroep gedaan op de verantwoordelijkheid van de Rotterdammers en men wil dat inwoners, ondernemers en strategische partners meer mogelijkheden krijgen om mee te praten bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid en het politieke proces en zelf bij te dragen aan de stad. Voor wat betreft het dossier Bonnenpolders kan men direct de daad bij het woord voegen.
Er kan een einde gemaakt worden aan de bestaande cultuur van “zieken & matsen” bij gemeentelijk vastgoed door extra aandacht te besteden aan de inrichting en uitvoering van de gemeentelijke vastgoedorganisatie. In het coalitieakkoord stelt men onomwonden dat een zakelijke benadering van vastgoed en grondexploitatie mogelijk en wenselijk is. Impliciet wordt daarmee benadrukt dat dit tot op heden nog niet het geval is.
In het nieuwe coalitieakkoord heeft men de ambitie om verbinding te zoeken met bedrijven en burgers. Men wenst een college dat bereid is te luisteren naar oplossingen vanuit de samenleving en vanuit de raad en zo nodig bereid is zijn eigen voorstellen te laten vallen als er betere worden voorgesteld. “Politiek leiderschap is nodig om dit coalitieakkoord doortastend uit te voeren”, zo stelt men. Daarmee wordt ook bevestigd dat er een wethouder Groen en Buitenruimte nodig is die voldoende moreel en intellectueel overwicht heeft op het ambtelijk apparaat en op een adequate manier aan de slag gaat met het oplossen van de problemen in de Bonnenpolders.
Persbericht Rekenkamer Rotterdam
B en W te weinig oog risico’s integriteitschendingen
26 januari 2010
De gemeente Rotterdam verwerft woningen, bijvoorbeeld in het kader van gebiedsontwikkeling. Deze woningen heeft de gemeente tijdelijk in bezit en kunnen tijdelijk worden verhuurd. Voor mogelijke risico’s op integriteitschendingen heeft het college van Burgemeester en Wethouders te weinig oog. De geldende procedures laten grote ruimte voor deze risico’s en met de reactie op het rekenkamerrapport worden deze gebreken onvoldoende weggenomen. Dit schrijft de Rekenkamer Rotterdam in haar rapport ‘Ruimte in de verhuur. Toewijzing van huurwoningen OBR’.
Afgelopen zomer is commotie ontstaan over enkele woningen die de gemeente ruim twintig jaar geleden verwierf en die nog steeds door haar worden verhuurd. Bij deze woningen was twijfel gerezen of de toewijzing ervan wel eerlijk was verlopen. Hoewel de gemeente een relatief bescheiden aantal woningen verhuurt – afgelopen oktober ruim 300 –, zijn integriteitschendingen bij één woning al voldoende om afbreuk te doen aan de voorbeeldfunctie van de overheid. Alleen al de schijn van niet-integer handelen kan dit effect hebben en het vertrouwen van de burger in de overheid doen verminderen. Gelet op het grote belang van een integere overheid besloot de rekenkamer een onderzoek uit te voeren naar de woningtoewijzingen door het Ontwikkelingsbedrijf Rotterdam van de afgelopen dertig jaar.
De gemeente heeft formele procedures ten aanzien van de verhuur van tijdelijke huurwoningen, illegaal gebruik van woningen en de verhuur aan ambtenaren. Op grond van deze geldende procedures kunnen er geen transparante, neutrale en controleerbare woningtoewijzingen plaatsvinden. Zo staat het vastgoedmedewerkers vrij om bij de verhuur van woningen een kandidaat in het eigen netwerk te zoeken. Dit eigen netwerk is niet nader omschreven, zodat de scheidslijn tussen een professioneel en een privé-netwerk niet helder is. Er is ook niet geborgd dat meerdere kandidaten op gelijkwaardige basis kunnen meedingen naar een woning. In het geval van kraak wordt krakers na overleg een bruikleenovereenkomst aangeboden, zonder dat andere potentiële gegadigden een kans krijgen. Dit geldt ook voor de procedure ten aanzien van de verhuur aan ambtenaren, ook al is deze in andere opzichten strikter (een formele goedkeuring van de directie OBR is nodig).
Van de toewijzingen waarbij dat was na te gaan – waarvan een aan een ambtenaar van de gemeente – verliep de woningtoewijzing weliswaar volgens de geldende procedures, maar was er geen sprake van een transparante en neutrale toewijzing. De rekenkamer heeft overigens geen gericht onderzoek uitgevoerd naar daadwerkelijke integriteitschendingen. Wel staat vast dat er bij een meerderheid van de woningen geen sprake van een integriteitschending kón zijn, omdat de oorspronkelijke bewoners nog altijd in het pand verblijven.
De rekenkamer beveelt onder meer aan de procedures – die evengoed gelden voor de verhuur van bedrijfspanden – zodanig aan te passen dat elke ruimte voor de schijn van niet-integer handelen wordt weggenomen. Ook zouden woningen niet door de gemeente aan haar eigen ambtenaren mogen worden verhuurd.
B en W nemen deze aanbevelingen niet over. In hun reactie geven zij aan bij tijdelijke huurwoningen flexibiliteit te verkiezen boven transparantie. Ook wijzen ze erop dat de verhuur van woningen geen kerntaak van de gemeente is. Naar het oordeel van de rekenkamer zijn transparantie en flexibiliteit niet tegengesteld. Transparantie, en daarmee ook integriteit, staat boven flexibiliteit. Dat de verhuur van woningen geen kerntaak is, doet niets af aan de noodzaak om niet-integer handelen te voorkomen. Immers, ook bij niet-kerntaken kan er sprake zijn van integriteitschendingen en daarmee afbreuk worden gedaan aan de reputatie en voorbeeldfunctie van de gemeente Rotterdam.
Aan de commissie Fysiek,
22 april 2010
Geachte commissieleden,
Op 8 april 2010 heeft de gemeenteraad de aanbevelingen van de Rekenkamer uit het rapport “Ruimte in de verhuur. Toewijzing van tijdelijke huurwoningen OBR” overgenomen.
Daarbij is het college opgedragen de aanbevelingen uit te voeren en daarover aan de raad te rapporteren voor 1 mei 2010.
Ik kan u melden dat de aanbevelingen uitgevoerd worden, maar dat de gestelde
rapportagetermijn van 3 weken helaas te kort is om een rapport op te stellen en dat via een reguliere procedure aan de raad aan te bieden. Eind juni kan ik u de rapportage toezenden.
Zonder tegenbericht ga ik ervan uit dat u ermee in kunt stemmen dat de rapportage uiterlijk eind juni aan u wordt aangeboden.
Mijn excuses voor de vertraging.
Met vriendelijke groet,
Hamit Karakus
Wethouder Wonen en Ruimtelijke Ordening
Overeenkomstig het gestelde in het coalitieakkoord Rotterdam 2010-2014 over de noodzaak om bij gemeentelijk vastgoed extra aandacht te besteden aan de inrichting en uitvoering van de gemeentelijke vastgoedorganisatie en het feit dat men in dit coalitieakkoord onomwonden stelt dat een zakelijke benadering van vastgoed en grondexploitatie mogelijk en wenselijk is, lijkt het me dat er geen verdere ambtelijke obstructie getolereerd mag worden om dit concernbreed en voor alle vormen van vastgoed in te voeren. In combinatie met de duurzaam-economische agenda die men wenst in te voeren kan men dan direct van start gaan met het opstellen van goede selectiecriteria bij de uitgifte in (tijdelijke) pacht van gemeentelijke landbouwgronden. Men kan dan ook direct de aanbevelingen over nemen van het IPO welke reeds in 2004 een verkennend onderzoek heeft laten uitvoeren naar stimulerende beleidsinstrumenten in de ruimtelijke ordening met biologische landbouw als voorbeeld. Het rapport geeft duidelijke handvaten voor de gemeentelijke overheid en laat ook concrete voorbeelden zien van gemeenten die groen plattelandsbeleid hebben vormgegeven. Helaas had de gemeente Rotterdam hier tot op heden geen boodschap aan en kregen de ambtenaren vrij spel om het gebruik van gemeentelijke landbougrond te gunnen op basis van hun persoonlijke voorkeur. Een flyer van dit rapport is hier te downloaden: http://www.landco.nl/userdocs/flyer.pdf
Met voldoende normbesef kan een rechtvaardig, transparant, objectief en duurzaam beleid worden opgesteld en uitgewerkt waarmee een definitief einde gemaakt kan worden aan de huidige praktijk.
Normbesef is niet gekoppeld aan een bepaalde politieke partij. Er zijn een aantal universele morele waarden die alle politieke partijen omarmen.
Voor morele waarden is het ook goed om eens na te denken over de definitie van “geweld”. Met fysiek geweld kan men een mensenleven in een fractie van een seconde een dramatische wending geven; met een mix van psychisch, financieel, juridisch en bureaucratische geweld kan men een mensenleven in een aantal jaren vernietigen en dit geweld heeft daarbij ook nog een forse impact op de sociale omgeving van het slachtoffer. Met het eerste geweld loopt men het risico op een paar jaar gevangenisstraf; met het tweede gaat men gewoon vrijuit.
Het dossier Bonnenpolders laat goed opgeleide en goedwillende mensen zien die een coöperatieve en constructieve opstelling tonen en graag in hun bedrijfsvoering een maatschappelijke bijdrage leveren, maar in een juridisch fuik worden gelokt en uiteindelijk in een bureaucratisch moeras terechtkomen. Deze mensen hadden de illusie een partner van de overheid te zijn, maar kwamen bedrogen uit. Dat levert niet alleen een strijd op tegen de vastgoedspeculanten en een onbetrouwbare overheid, maar ook een innerlijke strijd. Een dergelijke situatie vreet aan mensen, leidt tot allerlei klachten en kan mensen uiteindelijk slopen. Zij komen terecht in een situatie die hen ook maar gewoon overkomt en waarvoor men niet kiest. Het blijkt dan dat niet opleiding, vakmanschap, ondernemerschap, etc. de doorslaggevende succesfactoren zijn om je te handhaven en te ontplooien, maar juist het lef om creatief om te gaan met genomen besluiten, gemaakte afspraken, gewekte verwachtingen, uitgesproken intenties en gedane toezeggingen. Daarnaast behoort men de brutaliteit te bezitten om zich niets aan te trekken van wetten, regels, voorschriften en bepalingen. Juist het gebrek aan enig normbesef wordt beloond en dat doet zeer bij mensen met een sterk rechtvaardigheidsgevoel. Het is een soort moord op termijn waaraan de overheid zich dan bezondigt en daar is men zich voldoende van bewust. Men acht zich onaantastbaar bij langdurige juridische procedures en denkt “de langste adem” te hebben. Dat is in de meeste gevallen ook gewoon zo. Een dergelijke houding tekent niet alleen de dubbele moraal, maar vooral het gebrek aan enige moraal c.q. morele waarden. Een dergelijke houding kan dan ook gekwalificeerd worden als schaamteloos, respectloos en gewetenloos en heeft niets van doen met christen-democratische principes, sociaal-democratische beginselen, liberale opvattingen en democratische uitgangspunten. Het tekent vooral het gebrek aan de meest elementaire beginselen van goed fatsoen en enige innerlijke beschaving.
Een competent en integer bestuurder behoort over een voldoende moreel niveau te beschikken om dit kwaad te herkennen en te bestrijden. De samenleving behoort immers beswchermd te worden tegen dit gedrag, ook als het in het ambtelijk apparaat voorkomt. Wethouder Bolsius heeft in ieder geval v.w.b. de gebeurtenissen in de Oranjebuitenpolder en de Bonnenpolders meer dan voldoende aangegeven hier niet over te beschikken (http://www.deelraadinfo.nl/dsresource?objectid=53092&type;=org). Het bleek een bestuurder te zijn die niet stuurde, maar werd gestuurd; die geen leiding gaf, maar zich liet leiden en zich daarmee een brevet van bestuurlijk onvermogen gaf. De oorspronkelijke bewoners van de Bonnenpolders werden met de nodige onverschilligheid, onnozelheid en onbeschoftheid behandeld, terwijl hun werd voorgespiegeld dat zij weer opnieuw in hun kracht zouden worden gezet en dat de lokale overheid met de daartoe beschikbare bestuurlijke instrumenten een einde zouden maken aan de sociaal-economische problematiek waarin zij buiten hun schuld terecht waren gekomen.
Gelukkig komt er nu een nieuwe wethouder die met een frisse blik naar dit dossier kan kijken, er natuurlijk voor moet waken zich niet direct voor het karretje van het morele niks van ambtelijk Rotterdam te laten spannen en uitvoering kan geven aan wat ooit werd besloten m.b.t. het Gebiedsontwikkelingsplan De Bonnen en uitvoering kan geven aan een adequate aanpak van de inzet van het gemeentelijke vastgoed bij het bereiken van de vastgestelde publieke doelen en maatschappelijke resultaten. Van “matsen” en “zieken” mag dan geen sprake meer zijn.