Grootverdieners bij de semi-overheid
Inleidend stelt de heer Simons:
“In de intermediair van 1 juni 2006 werd het jaarlijkse onderzoek naar de topinkomens in de (semi)publieke en non-profitsector gepubliceerd. In de lijst van de absolute top stond op plaats 20 de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam de heer Hans Smits met een salaris van 383.314 euro in 2005. Het salaris van de heer Smits is met 11.5 % gestegen ten opzichte van het jaar 2004. Gezien de maatschappelijke discussie over de hoogte van en verantwoording van de beloning van bestuurders van (semi)overheidsbedrijven heb ik de volgende vragen”.
Hieronder volgen zijn vragen en onze antwoorden.
Vraag 1:
Kan de gemeenteraad inzicht krijgen in de criteria die zijn gehanteerd voor het vaststellen van de bezoldiging van de directeur van het Havenbedrijf Rotterdam?
Antwoord:
Ja. In onze brief van 22 december 2004 (kenmerk 04BSD21516) hebben wij uw raad geďnformeerd over de honorering van de directie van HbR N.V. en de criteria die daarbij van toepassing zijn.
Vraag 2:
Zijn bovengenoemde criteria conform de Nederlandse Corporate Governance Code, welke is opgesteld door de commissie Tabaksblat?
Antwoord:
Ja. Het beloningsbeleid voor de algemene directie van HbR N.V. is in december 2004 door de aandeelhoudersvergadering vastgesteld conform de uitgangspunten zoals geformuleerd in de Nederlandse ‘Corporate Governance Code’.
De huidige beloning valt binnen de criteria die destijds door de aandeelhoudersvergadering zijn geformuleerd.
Vraag 3:
Ligt de salarisstijging van de overige medewerkers van het Havenbedrijf Rotterdam in de lijn met die van de directeur?
Antwoord:
Voor de werknemers van HbR N.V. die onder de CAO vallen, zijn jaarlijkse stijgingen van 3 ŕ 4 % mogelijk. De reguliere loonsverhoging bedraagt 1,8%. Voor de leidinggevende functies die per 1 januari 2006 buiten de CAO zijn geplaatst kan het salaris afhankelijk van het functioneren per jaar met maximaal 5% per jaar omhoog gaan. Op de directie is per 1 januari 2005 een afzonderlijk beloningsbeleid van toepassing dat is vastgesteld door de aandeelhoudersvergadering. Een verantwoording van dit beleid is opgenomen in het openbare jaa rverslag van HbR N.V. Over 2004 werd aan Arthur D. Little Nederland een managementvergoeding van € 166.000, -- betaald voor de inzet van de heer Smits als interim-directeur vanaf 30 augustus 2004. Vanaf 1 januari 2005 is de heer Smits in vaste dienst gekom en bij HbR N.V. en is het beloningsbeleid ook op hem van toepassing. Vanwege de aard en de duur van de werkzaamheden gaat een vergelijking tussen deze twee jaren mank.
Vraag 4:
Kan het college op korte termijn uitvoering geven aan de motie van de ChristenUnie en Staatkundig Gereformeerde Partij van 8 december 2005 (Raadsstuk 2005 nummer 1573) waarin vergelijkbare vragen zijn gesteld in het kader van de verzelfstandiging van de RET?
Antwoord:
Ja. Het algemene beloningsbeleid dat ons college in de toekomst wil voeren, wordt opgenomen in het "Beleidskader verzelfstandiging, aangaan en beheer deelnemingen in gemeenschappelijke regelingen, stichtingen en vennootschappen". In dit beleidskader wordt ook rekening gehouden met de ontwikkelingen ter zake op rijksniveau. Wij verwachten dat wij dit Beleidskader na de zomer ter vaststelling aan uw raad kunnen aanbieden.
Tegelijkertijd zal het onderdeel “beloningsbeleid” uit dit beleidskader, samen met een overzicht van het beloningsbeleid zoals dat in de afgelopen jaren is toegepast bij de gemeentelijke deelnemingen, worden aangeboden ter afdoening van de motie van de CU/SGP (2005/1573).
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,
A.H.P. van Gils J. Kriens, l.b.
Behandelend ambtenaar: K. van Liere