Generaal pardon
Beantwoording van de schriftelijke vragen van mevrouw A.G. Fähmel over de regeling “afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet” (pardonregeling)
Aan de Gemeenteraad.
Op 29 mei 2007 stelde het lid van uw raad, mevrouw A.G. Fähmel (Leefbaar Rotterdam) ons college schriftelijke vragen over de regeling “afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet” (pardonregeling).
Inleidend stelt mevrouw Fähmel:
“Recent hebben wij vernomen van een akkoord tussen staatssecretaris Albayrak en de V.N.G. betreffende het generaal pardon. De pardonregeling voor een oude groep asielzoekers gaat gepaard met de uitzetting van illegalen voor wie het pardon niet geldt, maar die nog wel in Nederland worden opgevangen.
Gemeenten mogen in het vervolg direct noch indirect steun verlenen aan noodopvang voor uitgeprocedeerde asielzoekers die geen gebruik hebben kunnen maken van het generaal pardon. Het stopzetten van de noodopvang (voor 2010) maakt deel uit van het akkoord. Volgens staatssecretaris Albayrak geldt voor deze uitgeprocedeerde asielzoekers geen zorgplicht, maar een vertrekplicht.
Met het generaal pardon zijn er tussen de 20.000 en 30.000 asielzoekers die in aanmerking komen voor een verblijfsstatus. In Rotterdam woont ongeveer 4% van Nederland, we zouden dan dus spreken over 800 tot 1.200 asielzoekers die een verblijfsstatus krijgen. Leefbaar Rotterdam maakt zich ernstig zorgen over de manier waarop het kabinet dit wil gaan uitvoeren. In de afspraken die tussen partijen zijn gemaakt zitten nog te veel onduidelijkheden, heldere afspraken over huisvesting en sluiting van noodopvang ontbreken, wie mogen er wel en wie mogen er niet blijven. Met dit generaal pardon creëert dit kabinet over twee jaar weer een nieuw generaal pardon. Hier zitten wij niet op te wachten.
Daarom hebben wij voor u de volgende vragen:”
Hieronder volgen haar vragen en onze beantwoording.
Vraag 1:
Weet het College hoeveel asielzoekers, die onder het generaal pardon vallen, zich in Rotterdamse noodopvang bevinden? En hoeveel uitgeprocedeerde asielzoekers er in Rotterdam zijn voor wie het pardon niet geldt? Zo nee, is het College bereid z.s.m. met een overzicht te komen?
Antwoord:
Nee, deze cijfers zijn ons niet bekend. Pas nadat de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) alle aanvragen heeft getoetst is bekend aan wie in Rotterdam op grond van de pardonregeling een verblijfsvergunning is verstrekt en aan wie niet. De IND verwacht voor juni 2008 alle aanvragen te hebben verwerkt. Vanaf 1 oktober 2007 wordt de raad, door middel van maandrapportages, geïnformeerd over het aantal verstrekte verblijfsvergunningen.
Vraag 2:
Hoeveel extra mensen zullen er nog bij komen als gevolg van gezinshereniging van asielzoekers die een verblijfsstatus krijgen?
Antwoord:
Het is niet in te schatten hoeveel asielzoekers, die op basis van de pardonregeling een status krijgen, een aanvraag indienen voor gezinshereniging. Enerzijds is niet bekend hoeveel aanvragers daadwerkelijk een status krijgen, anderzijds zijn er geen gegevens over de gezinsleden (die niet in Nederland verblijven) van hen die een aanvraag zullen doen in het kader van gezinshereniging.
Vraag 3:
Behalve uitgeprocedeerde asielzoekers die in aanmerking komen voor het generaal pardon, zouden er in de regio Rotterdam zo’n 20.000 illegalen zijn. Hoe denkt het college dit in het kader van de vertrekplicht aan te pakken?
Antwoord:
In het bestuursakkoord dat tussen de staatssecretaris van Justitie en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) op 25 mei 2007 is gesloten, is afgesproken dat de uitvoering van de Vreemdelingenwet 2000 onverkort zal worden gehandhaafd. Dit betekent dat personen, die zonder verblijfsvergunning in Nederland verblijven, het land dienen te verlaten. De vertrekplicht wordt gehandhaafd door de Dienst Terugkeer en Vertrek (DTV).
Vraag 4:
Indien Rotterdam meer dan de geschatte 4% asielzoekers heeft die voor het generaal pardon in aanmerking komen, gaat het College deze mensen dan spreiden over andere gemeenten? Zo nee, hoe gaat het College dit dan oplossen?
Antwoord:
Nee. Indien men een vergunning heeft om in Nederland te verblijven is men vrij om zich te vestigen in elke gemeente in Nederland.
Vervolgens stelt de vragensteller het volgende:
“De kosten per asielzoeker voor Rotterdam zullen zeker op zo´n 15.000 euro per jaar (uitkering, huursubsidie, inburgeringtraject) uitkomen. Door de overheid wordt eenmalig een bedrag van 55 miljoen beschikbaar gesteld. Uitgaande van 800 tot 1.200 asielzoekers die voor een verblijfsstatus in aanmerking komen, voorzien wij een financieel probleem.”
Vraag 5:
Hoe gaat het College financieel uitvoering geven aan het generaal pardon?
Antwoord:
Momenteel vindt er nog overleg plaats tussen de VNG en de staatssecretaris van Justitie over aanvullende financiering van de pardo nregeling naast de € 55.000.000 die de staatssecretaris al heeft toegezegd. Het betreft hier voornamelijk de kosten die voortvloeien uit de uitvoering van de Wet Werk en Bijstand (WWB) en de Wet Inburgering Nederlanderschap (WIN).
Vraag 6:
Heeft het Colle ge al een plan van aanpak om asielzoekers met uitkering zo snel mogelijk naar werk te geleiden? Zo nee, wanneer kunnen wij dit verwachten?
Antwoord:
Voor deze groep geldt het staand beleid, hetgeen betekent dat indien men een uitkering aanvraagt er direct een plan opgesteld wordt om betrokkene zo snel mogelijk (weer) deel te laten nemen aan het arbeidsproces.
Vervolgens stelt de vragensteller het volgende:
“Ik vraag mij af wat het generaal pardon betekent voor de woningzoekenden in Rotterdam. Asielzoekers zouden geen voorrang moeten krijgen boven mensen die al jaren op een wachtlijst staan.”
Vraag 7:
Hoeveel woningen worden er regulier (jaarlijks) beschikbaar gesteld voor asielzoekers en gaat dit aantal toenemen vanwege het generaal pardon?
Antwoord:
In 2006 zijn 178 woningen aan asielzoekers met een verblijfstatus beschikbaar gesteld conform de afspraken die de gemeente Rotterdam gemaakt heeft met de provincie Zuid-Holland en het Rijk. Gezien ons antwoord op vraag 1 is het niet bekend hoe groot de toename van de vraag naar woningen is als gevolg van de pardonregeling.
Vraag 8:
In locaties voor noodopvang, bijvoorbeeld in de Pauluskerk, wordt niet gevraagd naar identiteitsbewijzen en weet men totaal niet wie men in huis heeft, legaal of illegaal. Hoe denkt dit College dit op te lossen in het kader van het generaal pardon?
Antwoord:
Indien gedoeld wordt op personen die in de noodopvang verblijven en in aanmerking komen voor de pardonregeling verwijzen wij u naar de passage in het bestuursakkoord tussen de staatssecretaris van Justitie en de VNG die handelt over het vaststellen van de identiteit.
Vraag 9:
In het kader van het generaal pardon moet de noodopvang worden gesloten. Is het college bereid dit te doen? Zo nee, wat is dan wel de oplossing voor dit probleem? Zo ja, is het college bereid de Raad op de hoogte te houden van de afbouw van de noodopvang?
Antwoord:
De noodopvang die in het bestuursakkoord wordt bedoeld betreft opvang waar gemeenten direct of indirect bij zijn betrokken. Rotterdam kent geen gemeentelijke noodopvang en hoeft derhalve ook niets te sluiten. De noodopvang die particulieren, kerken of andere maatschappelijke instellingen bieden valt niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeente Rotterdam. Het bieden van opvang is niet strafbaar zolang er geen sprake is van winstbejag. Overigens blijkt uit het bestuursakkoord dat men verwacht dat het aantal plaatsen in de noodopvang in 2009 nihil zal zijn, mede door aanpassingen in het toelatings- en uitzettingsbeleid.
Vraag 10:
Voor uitzonderlijke gevallen geldt de zorgplicht. Handhaaft het college de zorgplicht en zo ja voor welke gevallen en hoeveel kost dit?
Antwoord:
De gemeente Rotterdam handhaaft de zorgplicht. Het is in zijn algemeenheid niet aan te geven om hoeveel gevallen het hier gaat en welke kosten hiermee gepaard gaan. Indien gedoeld wordt op de groep van illegaal in Nederland verblijvende personen bestaat de mogelijkheid voor behandelaars om de kosten voor medische behandelingen te declareren bij het Koppelingsfonds.
Vraag 11:
Is het college bereid de Raad elke drie maanden een voortgangsrapportage ter beschikking te stellen?
Antwoord:
Vanaf 1 oktober 2007 wordt uw raad, door middel van maandrapportages, geïnformeerd over het aantal verstrekte verblijfsvergunningen.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris, De burgemeester,
G.P.I.M. Wuisman, l.s. I.W. Opstelten
Behandelend ambtenaar: W.A. Hendriks