Volgens Donner is radicalisme een ‘geesteshouding’ die in sommige omstandigheden getolereerd moet worden. De overheid moet wel optreden wanneer radicalisering tot geweld of andere strafbare feiten leidt, of wanneer een groepering die de democratische rechtsstaat afwijst veel aanhang krijgt. Op dit moment ziet de CDA-bewindsman drie soorten radicalisme die aan deze voorwaarden voldoen: islamitisch extremisme, rechts-radicalisme en dierenrechtactivisme. Bij de bestrijding van radicalisme is een hoofdrol weggelegd voor lokale overheden. Het belangrijkste wat gemeenten kunnen doen, is zorgen voor een goede informatiepositie, in samenwerking met de lokale (moslim)gemeenschap. Zo gaat Rotterdam ambtenaren trainen om signalen van radicalisering in een vroeg stadium op te pikken. Ook kunnen gemeenten het bestuursrecht inzetten om activiteiten van radicale groeperingen te belemmeren. Zo kan de verblijfsvergunning ingetrokken worden van imams die jongeren rekruteren voor de jihad. Een andere optie is het weigeren van vergunningen aan verdachte organisaties op basis van de Wet Bibob. Ten slotte wijst het kabinet uitdrukkelijk op de in Rotterdam toegepaste mogelijkheid om gemeentelijke voorzieningen (subsidies, scholing, huisvesting) te onthouden aan radicale personen of organisaties.
Uit Staatscourant nr. 161, maandag 22 augustus 2005