Rotterdam, 31 januari 2012.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid H.C. van Schaik (Leefbaar Rotterdam) over geld voor afval.
Aan de Gemeenteraad.
Op 28 november 2011 stelde het raadslid H.C. van Schaik (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over geld voor afval.
Inleidend wordt gesteld:
“De gemeente Pijnacker-Nootdorp is op 19 september 2011 gestart met een proef waarbij mensen geld krijgen voor het gescheiden afval. Ingewikkeld is het inleveren van afval niet. Het afval wordt op een lopende band gewogen waarna aan de hand van het gewicht wordt berekend hoeveel geld het afval waard is. Vervolgens worden de gegevens geregistreerd en uitbetaling volgt bij een bedrag van 10 euro. Mensen die mee willen doen dienen zich aan te melden bij de Nederlandse Recycle Bank op http://www.ryck.nl. Na registratie ontvangen zij een pasje.
Inmiddels is de proef een groot succes. Er is 300.000 kilo aan afval ingeleverd door meer dan 4.000 mensen. Een kilo oud papier levert € 0,05 op en een kilo textiel € 0,25. Het inleveren van gescheiden afval is goed voor het milieu omdat het afval wordt hergebruikt. Daarnaast betekent dit dat er minder afval verbrand dient te worden. Ook levert het de gemeente geld op omdat het afval tegen marktprijzen kan worden doorverkocht.
Over bovenstaande heb ik de volgende vragen:”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Bent u op de hoogte van de proef in Pijnacker-Nootdorp en wat vindt u hiervan?
Antwoord:
Ons college is al geruime tijd op de hoogte van de proef in Pijnacker. Op ambtelijk niveau is het concept vanaf de eerste serieuze schetsen meermaals besproken met de initiatiefnemer.
De gescheiden inzameling van afvalstoffen behoeft, net als in de andere grote steden, verbetering. Er wordt dan ook intensief gezocht naar andere methoden om tot meer afvalscheiding en recycling te kunnen komen.
Voor kunststof verpakkingsafval is reeds een alternatieve weg ingeslagen. Ons college is namelijk van mening dat er met nascheiding (geautomatiseerde afvalscheiding bij de verwerker) veel meer kunststof kan worden gescheiden. Ook voor metalen en GFT zou nascheiding een oplossing kunnen bieden, waarmee ongeveer de helft van de inhoud van de Rotterdamse vuilniszak gerecycled kan worden.
Sommige afvalstromen zoals papier, textiel, frituurvet en klein elektrische apparatuur lenen zich echter minder goed voor nascheiding. Papier en textiel raken bijvoorbeeld dusdanig vervuild tussen het restafval dat recycling vrijwel onmogelijk wordt. Daarom wordt voor deze stromen gekozen voor bronscheiding. De proef in Pijnacker-Nootdorp zou tot meer bronscheiding kunnen leiden en verdient daarmee de aandacht van ons college.
Vraag 2:
Bent u ook met mij van mening dat afvalinzameling goed is voor het milieu en hier door de gemeente nog meer op ingezet mag worden?
Antwoord:
Ons college is het met u eens dat met name afvalscheiding de aandacht verdient omdat hiermee mogelijk milieu- en kostenbesparingen gerealiseerd kunnen worden.
Met intensieve communicatiecampagnes en publieksacties worden de Rotterdammers geďnformeerd over het belang van afvalscheiding. Vergeet u ook vooral de enorme investeringen in afvalbrengstations en (ondergrondse) afvalcontainers voor gescheiden inzameling niet.
Daarnaast worden verschillende pilots en proeven uitgevoerd om alternatieven te zoeken die zouden kunnen leiden tot een beter milieu, een schonere buitenruimte of kostenbesparingen. Met name de nascheiding waar het college op inzet, zou een grote milieubesparing op kunnen leveren. We zijn hierbij echter ook afhankelijk van andere partijen (VNG, ministerie van Infrastructuur en Milieu en het verpakkende bedrijfsleven) die tot afspraken moeten komen om dit toe te staan en te bekostigen. Hiervoor blijkt vaak meer tijd benodigd dan ons college graag zou willen.
Vraag 3:
Wat vindt u van het idee om ook in Rotterdam dit systeem in te voeren waarbij Rotterdammers geld krijgen voor het aangeboden textiel, papier, oud ijzer, kleine elektrische apparaten en frituurvet?
Antwoord:
Deze methode van bronscheiding ziet er veelbelovend uit en zou ook in Rotterdam tot meer afvalscheiding kunnen leiden. Ons college onderzoekt de mogelijkheden voor een proef.
Speciale aandacht gaat hierbij uit naar het verdienmodel. Deze wijze van afvalinzameling vergt namelijk flinke investeringen in bijvoorbeeld huisvesting, communicatie/reclame, weegapparatuur, personeel en administratie. Dat maakt ook de looptijd van de proef erg belangrijk. De inzet van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt wordt hierbij uiteraard niet vergeten. Daarnaast moet er geďnventariseerd worden voor welke afvalstromen de proef zou moeten gelden. Begin tweede kwartaal 2012 zal duidelijk worden wat er nodig zal zijn om een proef te kunnen doen, en welke resultaten worden verwacht.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
G.B. Raaphorst, l.s.
De burgemeester,
A. Aboutaleb