Rotterdam, 11 oktober 2011.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw A.G. Fähmel-van der Werf (Leefbaar Rotterdam) over geen vervolging voor fraude bij islamitische school.
Aan de Gemeenteraad.
Op 7 september 2011 stelde het raadslid mevrouw A.G. Fähmel-van der Werf (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over geen vervolging voor fraude bij islamitische school.
Inleidend wordt gesteld:
“In Binnenlands Bestuur van 2 september staat een uitgebreid artikel over de fraudezaken bij islamitische scholen die, op één uitzondering na, niet vervolgd worden. In totaal is er door maar liefst vijftien schoolbesturen gefraudeerd voor zeker vierenhalf miljoen euro. De Rotterdamse Ibn Ghaldoun school heeft de twijfelachtige eer tot de grootste fraudeurs te behoren met een fraudebedrag van maar liefst 1,2 miljoen euro, maar ook hier is niet tot vervolging over gegaan. Dit verbaast ons zeer.
Al in 2007 en 2008 hebben wij de grootschalige fraude in Rotterdam aangekaart en eerder ook al de erbarmelijke kwaliteit van lesgeven. Wij waren toen van mening dat de school het beste gesloten kon worden en hebben de wethouder gevraagd hiertoe de noodzakelijke stappen te ondernemen. Tot onze spijt is dit toen niet gebeurd. Er is destijds wel door toenmalig wethouder Geluk een brief verstuurd aan ouders van schoolgaande kinderen met het advies om hun kinderen naar een betere school te sturen. Een oproep die bij sommige partijen in de gemeenteraad destijds niet in goede aarde viel.
We zijn nu ruim vier jaar verder en moeten constateren dat het Ibn Ghaldoun 1,2 miljoen euro moet terugbetalen aan onterecht gedeclareerde kosten, maar dat er dus niemand vervolgd gaat worden. Het geld moet weliswaar door de school terugbetaald worden, overigens is het maar de vraag of dat ook echt gebeurt, maar de fraudeurs blijven volstrekt ongemoeid.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Waarom is er niemand vervolgd voor de frauduleuze handelingen bij het Ibn Ghaldoun?
Antwoord:
Het ministerie van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap (OCW) heeft de plicht aangifte te doen van vermoedens van strafbare feiten. In 3 van de 15 gevallen in het islamitisch onderwijs waarbij financiële onrechtmatigheden zijn geconstateerd door OCW is er ook een vermoeden van strafbare feiten en in al deze gevallen is er aangifte gedaan, waaronder tegen Ibn Ghaldoun. Het Openbaar Ministerie (OM) moet de aangifte beoordelen en besluiten of strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld. In het geval van Ibn Ghaldoun heeft het OM besloten dat er niet voldoende grond is om te vervolgen.
Vraag 2:
Als een schoolbestuur zonder problemen wegkomt met een megafraude, welk signaal geeft u dan als het gaat om de beginselen van goed bestuur en normbevestiging in een rechtstaat?
Antwoord:
OCW heeft financiële onrechtmatigheden geconstateerd. Met andere woorden: in de ogen van OCW zijn rijksmiddelen aan andere activiteiten uitgegeven dan waar deze voor zijn bedoeld. Daarom is OCW tot terugvordering overgegaan. Met het terugvorderen wordt door OCW het signaal afgegeven dat tornen aan de beginselen van goed bestuur niet getolereerd wordt.
Omdat de onrechtmatigheden zijn geconstateerd bij de besteding van rijksmiddelen, is OCW het aangewezen bestuursorgaan om maatregelen te nemen. De gemeente Rotterdam, c.q. het college van Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, is in deze kwestie geen partij en kan ook niet aangemerkt worden als direct belanghebbende.
Er is overigens een verschil tussen financiële onrechtmatigheden en vermoedens van strafbare feiten (fraude). Financiële onrechtmatigheden zijn alle financiële transacties die niet in overeenstemming zijn met de regelgeving. Bijvoorbeeld de uitgaven van schoolbesturen aan leerlingenvervoer tussen huis en school. Dit is niet hetzelfde als een vermoeden van strafbare feiten.
Ibn Ghaldoun is niet vervolgd voor fraude, derhalve is er geen strafrechtelijke uitspraak en zijn fraude c.q. frauduleuze handelingen niet bewezen. Bij fraude is sprake van zelfverrijking en daarvan is in dit geval geen sprake.
Vraag 3:
Ziet u nog mogelijkheden, anders dan strafrechtelijke, om de betrokken bestuurders en hun omgeving op het ontoelaatbare van hun handelen te wijzen?
Antwoord:
De rechtspersoon waarvan een onderwijsinstelling uitgaat, moet ervoor zorgen dat haar bestuursleden of medewerkers niet onrechtmatig handelen. Indien deze rechtspersoon wordt geconfronteerd met schade door onrechtmatig handelen van een van haar bestuursleden of medewerkers is het aan die rechtspersoon zelf om de geleden schade te verhalen op het bestuurslid of de medewerker. Noch de gemeente Rotterdam noch OCW heeft juridische bevoegdheid om onrechtmatig verkregen of bestede bekostiging te verhalen op individuele bestuursleden of medewerkers van een onderwijsinstelling.
Vraag 4:
Hoeveel geld is er al daadwerkelijk terugbetaald door de school en hoe voorkomt u dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van lesgeven?
Antwoord:
De onrechtmatig bestede gelden die OCW heeft teruggevorderd bedroegen circa 1,3 miljoen euro.
Om te voorkomen dat er een dermate liquiditeitsprobleem ontstaat dat dit ten koste gaat van de kwaliteit van het onderwijs, heeft OCW een terugbetalingsregeling voorgesteld.
Ibn Ghaldoun heeft ingestemd met de terugbetalingsregeling. In overleg met OCW is besloten de terugbetaling te laten plaatsvinden in maandelijkse termijnen, te starten op 1 januari 2012.
Voor wat betreft de kwaliteit: het schoolbestuur is verantwoordelijk voor de kwaliteit van het onderwijs op de school, voor de financiële situatie en voor het naleven van wetten en regels. Het beoordelen van de kwaliteit van het onderwijs op scholen en onderwijsinstellingen is de taak van de Inspectie van het Onderwijs. Dit gebeurt jaarlijks. Behalve op de kwaliteit van het onderwijs houdt de Inspectie van het Onderwijs ook toezicht op de naleving van wet- en regelgeving door scholen en op hun financiën.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
A. Aboutaleb