Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarričre Woonbron (n.n.b)


Gediplomeerd boterhammen eten

Aan de Gemeenteraad.

Op 15 maart 2007 stelde het lid van uw raad, mevrouw drs. M.J.J. van den Anker (Leefbaar Rotterdam) ons college schriftelijke vragen over gediplomeerd boterhammen eten.

Inleidend stelt mevrouw Van den Anker:
“In Rotterdam zijn de eerste basisscholen begonnen met de uitwerking van de motie Van Aartsen/Bos om de tussenschoolse opvang te professionaliseren. In de uitwerking hiervan zien wij de nodige verschillen tussen scholen, de financiële doorbelasting naar ouders en de wijze waarop inhoud wordt gegeven aan de betrokkenheid van ouders. Ook zien wij een nieuwe markt van aanbieders ontstaan. In het licht van de definitieve wettelijk verplichte invoering per 1 januari 2008 heeft mijn fractie een aantal vragen.

Om onze vragen in een context te plaatsen hebben wij als voorbeeld de informatie van een Rotterdamse basisschool gebruikt die op dit moment inhoud heeft gegeven aan de tussenschoolse opvang. Deze school heeft gekozen voor een uitbesteding aan een welzijnsinstelling. Deze welzijnsinstelling heeft aangegeven de dienstverlening in principe zonder winstoogmerk te willen gaan uitvoeren. Kostendekkendheid is het uitgangspunt. Medewerkers die al in dienst zijn van deze welzijnsinstelling worden 41 schoolweken, 4 dagen per week voor 2 uur per dag ingehuurd om de kinderen te begeleiden bij het opeten en drinken van de door henzelf meegenomen lunch. Het tarief dat hiervoor wordt gehanteerd is € 43 per klas per dag. De middagpauze duurt 1 uur en een kwartier. De overige 3 kwartier worden gebruikt voor de voorbereiding en nasleep van het overblijven. De meeste ouders die werken laten hun kinderen elke dag overblijven. Veel gezinnen hebben 2 of meer schoolgaande kinderen. De kosten worden doorberekend aan de ouders met de volgende inkomensomslag. Ouders die een uitkering hebben of anderszins kunnen aantonen dat ze dit niet kunnen betalen, schijnen de kosten voor deze opvang vergoed te krijgen uit de bijzondere bijstand.

Inkomensgroep Per keer per kind Per jaar per kind
Minder dan € 1500,- per maand € 1,25 € 205,-
Tussen de € 1500 en € 2000,- € 1,75 € 287,-per maand
Meer dan € 2000,- per maand € 2,25 € 369,-
Het bedrag voor overblijven is gemiddeld per jaar, per kind het 9-voudige, van de schoolbijdrage (schoo l uit dit voorbeeld vraagt 35 euro per kind per jaar voor de schoolbijdrage)
Voor de uitvoering van deze motie is op rijksniveau minstens 50 miljoen euro ter beschikking gesteld.
In de kern is de mening van Leefbaar Rotterdam dat er een rijksregeling over ons wordt uitgestort waarvan de rekening wordt neergelegd bij de gemeente, bij Rotterdammers en bij ouders die hier niet om hebben gevraagd. Een regeling bovendien die niet past bij de specifieke situatie van Rotterdam (participatie van ouders heeft prioriteit, we hebben een overvloed aan vrijwilligers, er zitten veel mensen thuis met een uitkering die wat terug kunnen doen voor de maatschappij).

Wat werkende ouders, de doelgroep waar de motie Van Aartsen/Bos zich op richt, willen, is een optimale werkdag zonder onnodig gevlieg, geren, gerace en keuzevrijheid. In tegenstelling tot meer rurale gebieden is het in Rotterdam regel in plaats van uitzondering dat kinderen tussen de middag op school kunnen overblijven. De school die wij als voorbeeld hebben genomen beschikte al sinds jaar en dag over een pool aan ouders zonder werk en ouders die het kunnen en willen combineren met hun werk die met liefde, toewijding en zorg paraat stonden voor het overblijven op school. Deze school is geen uitzondering. Op veel scholen werd op die manier gewerkt. Wat Leefbaar Rotterdam betreft is dat iets wat we moeten koesteren. Het is bovendien goed voor de participatie. Deze ouders worden nu langs de zijlijn geplaatst en ingewisseld voor gediplomeerde krachten. Deze ouders hadden het graag anders gezien.

Ook vrezen scholen dat door de financiële consequenties die de gediplomeerde tussenschoolse opvang voor ouders met zich meebrengt, dusdanige verschillen gaan ontstaan tussen scholen dat ouders hun schoolkeuze hierdoor zullen laten bepalen. Dit heeft alles te maken met de wijze waarop scholen het (gaan) organiseren. Van sommige scholen is bekend dat ze als oplossing hebben gekozen voor een volcontinu rooster. De bal ligt dan bij de leerkrachten en er zijn geen kosten voor ouders. Andere scholen maken geen koppeling tussen de bijdrage van ouders per lunch en hun salaris etc.

Als een school problemen heeft met het vinden van ouders voor het overblijven kan daar via de vrijwilligersbank(en), maatschappelijke stages een oplossing voor worden gevonden. Het verder verkennen van de door Leefbaar Rotterdam geopperde plicht om iets terug te doen voor de samenleving als tegenprestatie voor een uitkering is een ander begaanbaar pad. Al deze paden zijn wat ons betreft beter dan de wijze waarop nu inhoud wordt gegeven aan de uitvoering van de motie.

Nog los van deze argumenten is het in het kader van integratie en participatie van het grootste belang dat juist moeders op school actief zijn. Zo leren ze het onderwijssysteem beter kennen en ze kunnen oefenen met de taal, hetgeen de opvoeding ten goede komt. Het kunnen garanderen dat kinderen op school tussen de middag kunnen overblijven is voor Rotterdam een koud kunstje. Met een beetje politieke wil, kan er voor 1 januari 2008 een pool mensen staan die kwalitatief hetzelfde kunnen leveren als de aanbieders die nu als paddestoelen uit de grond schieten. Met dit voordeel dat het de samenleving en de ouders minder geld gaat kosten dan nu het geval is.”

Hieronder volgen haar vragen en onze beantwoording.

Vraag 1:
Wat vindt uw college van het voorstel van Leefbaar Rotterdam om
Den Haag te laten weten dat wij het overblijven in Rotterdam via de al
gebruikelijke inzet van ouders en extra inspanningen op het terrein
van participatie, maatschappelijk stages en tegenprestatie voor
uitkering willen gaan regelen en daarmee afzien van het
kostenverslindende, overgereguleerde concept van gediplomeerd
overblijven dat door Den Haag is bedacht?

Antwoord:

In lid 1 van artikel 45 van de Wet op het Primair Onderwijs staat dat het bevoegd gezag de zorg draagt voor een voorziening voor leerlingen om de middagpauze onder toezicht door te brengen, indien ouders hierom verzoeken. Dit betekent dat schoolbesturen verantwoordelijk zijn voor het (laten) organiseren van de tussenschoolse opvang. De Wet op het Primair Onderwijs verplicht schoolbesturen niet hiervoor een professionele organisatie in de arm te nemen. Dat behoort tot de mogelijkheden, maar zij kunnen de tussenschoolse opvang ook door ouders of andere vrijwilligers laten verzorgen. Zij dienen hierover te overleggen met de ouders van de leerlingen. De oudergeleding van de medezeggenschapsraad heeft instemmingsbevoegdheid t.a.v. de wijze waarop de tussenschoolse opvang georganiseerd wordt.

Vraag 2:

Kortom is dit college bereid om, analoog aan de Rotterdamwet en de
positie waar Bonaire zich als specifieke gemeente t.a.v. het niet willen
sluiten van homohuwelijken op beroept, in Den Haag te pleiten voor
een eigen invulling van de regeling met als argument dat wij het in
Rotterdam, met de unieke situatie van zoveel mensen aan de zijlijn en
zoveel vrijwilligers, belangrijker vinden om menselijk kapitaal
optimaal te benutten dan een nieuwe (commerciële) branche in het
leven te roepen die wordt betaald door overwegend werkende
ouders?

Antwoord:

Nee. Hier is ook geen aanleiding toe; zie ons antwoord op vraag 1.

Vraag 3:
Hoeveel scholen in Rotterdam krijgen het op dit moment niet voor
elkaar om met ouders en andere vrijwilligers een dekkend rooster van
overblijfondersteuners te vullen? Kunt u aangeven waarom het niet
zou lukken om voor 1 januari 2008 deze scholen te helpen met het
vullen van dit rooster middels de door ons voorgestelde opties?

Antwoord:
Rotterdamse scholen blijken zeer goed in staat om invulling te geven aan de tussenschoolse opvang. Er zijn bij ons geen scholen bekend waar dat niet lukt. Vanzelfsprekend zijn wij altijd bereid een bemiddelende rol te spelen.


Vervolgens stelt mevrouw Van den Anker:
“In geval de bovenstaande vragen negatief en ontkennend worden beantwoord, zullen we het dus moeten doen met de van bovenaf opgelegde rijksregeling. Uitgaande van die situatie stellen wij u de volgende vragen:”

Vraag 4:
Wat is er eigenlijk zo ingewikkeld aan overblijven dat dit door speciaal
opgeleide, professionele medewerkers moet worden uitgevoerd?

Antwoord:
Schoolbesturen zijn niet verplicht de tussenschoolse opvang te laten uitvoeren door een professionele organisatie. Er is echter wel een zekere mate van professionaliteit gewenst tijdens het begeleiden van een groep kinderen tussen de middag.

Organisaties die voor-, tussen- en naschoolse opvang aanbieden, hebben deze professionaliteit in huis. Op scholen waar ouders of andere vrijwilligers de tussenschoolse opvang verzorgen, volgen deze vrijwilligers in veel gevallen cursussen of scholingen om de gewenste professionaliteit te bereiken. In lid 1 van artikel 45 van de Wet op het Primair Onderwijs staat bovendien dat met ingang van 1 augustus 2011 ten minste de helft van degenen die met het toezicht op de leerlingen worden belast gedurende de tussenschoolse opvang, een scholing heeft gevolgd op het gebied van het overblijven.

Vraag 5:
Hoeveel geld uit dit rijksbudget krijgt elke basisschool per kind in Rotterdam voor de invoering van het professioneel overblijven?

Antwoord:
Voor de tussenschoolse opvang is landelijk in 2007 in totaal 42 miljoen euro beschikbaar. Van dit bedrag wordt 36,45 miljoen over de scholen verdeeld via het budget voor materiële instandhouding. Deze middelen zijn bedoeld om de tussenschoolse opvang te organiseren en om personele knelpunten op te lossen. Per leerling komt dit neer op een bedrag van € 22,20 per jaar. Daarnaast ontvangen scholen voor speciaal basisonderwijs extra middelen om gedurende de middagpauze twee onderwijsassistenten aan te kunnen stellen. Ten slotte is voor alle basisscholen vanuit het Rijk geld beschikbaar voor de subsidiereg eling scholing overblijfmedewerkers. Dit gaat om een totaalbedrag van 3 miljoen euro.

Vraag 6:
Hoe staat uw college sowieso tegenover de doorbelasting aan ouders
en meer specifiek tegenover de doorbelasting middels
inkomensschijven?

Antwoord:
Dit is volledig aan de school, in overleg met de oudergeleding van de medezeggenschapsraad. Via onderdeel f van artikel 13 van de Wet Medezeggenschap op Scholen is geregeld dat de oudergeleding van de medezeggenschapsraad instemmingsbevoegdheid heeft t.a.v. de wijze waarop invulling wordt gegeven aan tussenschoolse opvang. Bovendien heeft de medezeggenschapsraad via onderdeel f van artikel 10 van de Wet Medezeggenschap op Scholen instemmingsbevoegdheid t.a.v. de aanvaarding van financiële bijdragen voor het overblijven.

Vraag 7:
Klopt het dat ouders die het geld voor gediplomeerd boterhammen
eten niet kunnen betalen, terecht kunnen bij de bijzondere bijstand?
Zo ja, wat is de inschatting van het aantal gezinnen dat aanspraak
gaat maken op de bijzondere bijstand en hoeveel geld is hiermee
gemoeid/gereserveerd? Zo nee, hoe denkt u dat ouders deze
financiële consequenties gaan dragen?

Antwoord:
Ja. Voor de eigen bijdrage in de kosten van tussenschoolse opvang kan sinds 1998 bijzondere bijstand verstrekt worden. Dit geldt voor ouders met een inkomen op bijstandsniveau, wanneer:
· De ouder een opleiding volgt die door Sociale zaken en Werkgelegenheid als noodzakelijk wordt beschouwd voor de inschakeling in de arbeidsmarkt;
· De ouder in het kader van sociale activering een cursus of opleiding volgt of vrijwilligerswerk doet;
· De ouder werkervaring opdoet;
· Er sprake is van een sociaal medische indicatie, bijvoorbeeld bij langdurige ziekte van de verzorgende ouder of moeilijke gezinsomstandigheden.

Over 2006 is aan in totaal 55 huishoudens bijzondere bijstand in de kosten van overblijven verstrekt voor in totaal € 6.754,32. Gemiddeld komt dit neer op een bedrag van € 122,80 per huishouden. De cijfers voor 2007 zullen naar verwachting geen grote afwijking vertonen ten opzichte van 2006.

Vraag 8:
Zijn ouders in het kader van de brede school en verlen gde schooldag straks verplicht om hun kinderen over te laten blijven?

Antwoord:
Hier is geen wettelijke basis voor. Wel kunnen scholen hier in bepaalde gevallen afspraken over maken met de ouders van de leerlingen, bijvoorbeeld wanneer de school werkt met een continurooster of met een verlengde schooldag met een roosterdoorbrekend programma.

Vraag 9:
Kunt u de gemeenteraad zo spoedig mogelijk een gedetailleerd
overzicht geven van de verschillende manieren waarop Rotterdamse
basisscholen inhoud hebben gegeven of gaan geven aan de motie
Van Aartsen/Bos?

Antwoord:
Ja, dat kan in de loop van het schooljaar 2007-2008.

Vraag 10:
Welke meerkosten liggen er in het verschiet voor de implementatie
van deze nieuwe toezichthoudende taak, die middels de Wet op de
Kinderopvang bij de gemeente neer is gelegd?

Antwoord:
Er is geen sprake van een nieuwe toezichthoudende taak. De inspectie op de kinderopvang (GGD) bewaakt sinds 2005 de kwaliteit van kinderopvangorganisaties volgens de Wet Kinderopvang. Indien schoolbesturen in het kader van artikel 45 van de Wet op het Primair Onderwijs afspraken maken met een derde partij is de Wet Kinderopvang eveneens van toepassing op de kwaliteit van deze voor- en naschoolse opvang. Indien een schoolbestuur besluit zelf een rechtspersoon op te richten en zich als kinderopvangorganisatie te laten registreren, is ook hierop de Wet Kinderopvang van toepassing. Er zal extra inspectiecapaciteit nodig zijn wanneer er, door het oprichten van een eigen rechtspersoon of door de samenwerking met een bestaande kinderopvangorganisatie, meer kinderopvanglocaties nodig zijn dan er per januari 2007 bij de gemeente zijn ingeschreven.

De tussenschoolse opvang valt buiten de Wet Kinderopvang en binnen de Wet op het Primair Onderwijs. De onderwijsinspectie gaat na of schoolbesturen hun verantwoordelijkheden m.b.t. de tussenschoolse opvang, zoals vastgelegd in lid 1 van artikel 45 van de Wet op het Primair Onderwijs, nakomen.

Vraag 11:
Wat vindt u ervan, dat door de (deel)gemeente gesubsidieerde
organisaties medewerkers inzetten die toch al bij hen in dienst
waren? Hebben deze mensen tijd over? Of maken deze nieuwe
aanbieders op een nieuwe markt gewoon slim gebruik van de
mogelijkheden die de staat creëert?

Antwoord:
Wij hebben geen compleet inzicht in de werktijden en taken van deze medewerkers. In een aantal gevallen is er sprake van urenuitbreiding van medewerkers.

Vraag 12:
Op welke variabelen gaat u letten en waarop worden scholen afgerekend in het kader van de toezichtstaak? Boterhammen op, fruit op, drinkbeker leeg, gezond beleg, rust in de klas?

Antwoord:
De onderwijsinspectie gaat na of het bevoegd gezag van een school zijn verantwoordelijkheden voor de tussenschoolse opvang nakomt, zoals beschreven in lid 1 van artikel 45 van de Wet op het Primair Onderwijs. Deze zijn:
· Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat er een overblijfaanpak tot stand komt;
· Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat overleg over de overblijfaanpak tot stand komt met degenen die met het toezicht op de leerlingen worden belast, en met de ouders;
· Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat het overblijven plaats vindt in een veilige en kindvriendelijke ruimte;
· Het bevoegd gezag draagt er zorg voor dat met ingang van 1 augustus 2011 ten minste de helft van degenen die met het toezicht op de leerlingen worden belast, een scholing heeft gevolgd op het gebied van het overblijven.

Bovendien ziet de onderwijsinspectie toe op het naleven van de overblijfafspraken die het schoolbestuur en de medezeggenschapsraad met elkaar maken.

Vraag 13:
Is het uitgangspunt van uw college dat het aanbesteden van ‘het
overblijven’ in een vrije markt op basis van concurrentie moet
plaatsvinden of is uw richtsnoer kostendekkend? In beide gevallen is
de vraag hoe de overheid een vinger aan de pols gaat houden dat een
en ander fatsoenlijk verloopt?

Antwoord:
De schoolbesturen zijn hiervoor verantwoordelijk, waarbij de medezeggenschapsraad van de school instemmings- en adviesrecht heeft. Zij bepalen met welke organisatie zij een contract afslu iten. Daar zullen concurrerende en niet concurrerende organisaties bij zitten.

Vraag 14:
Hoe kunt u de zorgen van scholen wegnemen dat de implementatie
van deze motie gaat leiden tot financieel gemotiveerde keuzes van
ouders om hun kinderen naar een bepaalde school te laten gaan in
plaats van schoolinhoudelijke keuzes?

Antwoord:
Wij zijn met u van mening dat onderwijsinhoudelijke argumenten voorop moeten staan bij het maken van een schoolkeuze. Het is echter wel zo dat
schoolbesturen, in samenspraak met de medezeggenschapsraad, verantwoordelijk zijn voor de keuze de tussenschoolse opvang door ouders of andere vrijwilligers, danwel door een professionele organisatie te laten organiseren. Daar zullen ook verschillende kosten voor ouders aan verbonden zijn.


Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,


De secretaris, De burgemeester,


A.H.P. van Gils J. Kriens, l.b.

Behandelend ambtenaar: I. Seits




Door frans01 op 2007 03 16

op sommige scholen in bv Tilburg is het dusdanig geregeld dat indien de ouders 1x per week overblijfmoeder zijn, ze de kosten voor het eigen kind kwijtgescholden krijgen.

beter geregeld dus als de soos betaald wel, die bijstandsmoeder heeft echt wel ff tijd hoor.....


Commentaar pagina 1 van 1 paginas

Je moet geregistreerd en ingelogd zijn om commentaar te kunnen geven...
Rechts boven in de hoek kunt u dit doen.