Rotterdam, 5 januari 2010.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid de heer M.G.T. Pastors (Leefbaar Rotterdam) over voortgang van de bouw van de Essalam Moskee (Essalam moskee, een gebed zonder einde).
Aan de Gemeenteraad.
Op 22 september 2009 stelde het raadslid M.G.T. Pastors (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over voortgang van de bouw van de Essalam Moskee (Essalam moskee, een gebed zonder einde)
Inleidend wordt gesteld:
“Wederom ligt de bouw van de Essalam moskee stil. Behaalde resultaten bieden geen garantie voor de toekomst, maar voorspellen in dit geval weinig goeds. Ruim twee jaar geleden, in juni 2007 stelden wij al vragen over de afbouw van de moskee die toen al vier jaar duurde. Inmiddels zijn we weer twee jaar verder en nog steeds hebben bewoners een bouwplaats voor de deur en volgens de bouwinspecteur zijn er sinds 22 juli geen werkzaamheden meer uitgevoerd.”
Ik heb voor u de volgende vragen:
Voordat wij overgaan tot beantwoording van de vragen, vragen wij uw aandacht voor het volgende. De wethouder WRO heeft de commissie FIBS bij brief van 9 september 2009 geïnformeerd over het stilliggen van de bouw. Aansluitend heeft hij per brief van 11 november 2009 de commissie een toelichting gegeven op de mogelijke consequenties daarvan. Tot slot heeft de wethouder WRO op 18 december 2009 de Stichting Moskee Essalam (“de Stichting”) per brief in gebreke gesteld omdat zij de verplichtingen die voortvloeien uit de grondruilovereenkomst niet correct en tijdig nakomt. Deze ingebrekestelling heeft tot doel de Stichting te bewegen tot spoedige afbouw van de moskee. Bij de ingebrekestelling heeft ook een rol gespeeld dat dit traject de gemeente meer mogelijkheden lijkt te bieden dan het intrekken van de bouwvergunning om te bewerkstelligen dat de ontstane impasse op een behoorlijke wijze kan worden opgelost. Een kopie van de brief met de ingebrekestelling is reeds door de wethouder WRO naar de commissie FIBS ter informatie gezonden. Op 20 januari as. zal laatstgenoemde commissie het onderwerp Essalam moskee opnieuw bespreken. De wethouder WRO zal voor die tijd, indien nodig, de commissie nog schriftelijk informeren over de meest recente ontwikkelingen.
Vraag 1.
Gaat u daadwerkelijk de bouwvergunning intrekken als de termijn van 26 weken op 19 januari 2010 afloopt?
Antwoord vraag 1:
Indien er na het verstrijken van de termijn nog steeds geen bouwactiviteiten plaatsvinden gericht op voltooiing van de moskee, zullen wij ons beraden over de vervolgstappen. Zoals aangegeven lopen er inmiddels twee trajecten: een bestuursrechtelijk traject, waarbij de mogelijkheid van intrekking van de bouwvergunning aan de orde is en een civielrechtelijk traject gericht op ontbinding van de grondruilovereenkomst.
De data waarop beide ingebrekestellingen aflopen vallen ongeveer samen (15 en 19 januari as.).
Ingeval van ontbinding van de grondruilovereenkomst zal gezocht moeten worden naar een andere partij die bereid is de moskee af te bouwen. Deze zal naar alle waarschijnlijkheid gemakkelijker gevonden kunnen worden wanneer de bouwvergunning niet is ingetrokken.
Vraag 2.
Welke acties gaat u ondernemen als middels minieme bouwactiviteiten de zaken weer gerekt worden?
Antwoord vraag 2:
In onze brief van 11 november 2009 aan de commissie FIBS uit uw raad hebben wij aangegeven dat de bouwvergunning ook zal worden ingetrokken als er bouwactiviteiten plaatsvinden die, naar ons oordeel, niet op voltooiing van de moskee zijn gericht.
Vraag 3.
Hoe vaak gaat u nog toestaan dat de bouw op deze manier steeds wordt gerekt?
Antwoord vraag 3:
Zie ons antwoord op vraag 2.
Vraag 4.
Welke mogelijkheden zijn er om aan deze vertoning een einde te maken?
Vraag 5.
Welke mogelijkheden bieden de afspraken over de grondruil, de overname van de huidige huisvesting en de verhuur daarvan om de huidige impasse te doorbreken?
Antwoord op de vragen 4 en 5:
Uit de ingebrekestelling kunt u afleiden dat wij de huidige bouwtijd, inclusief de onderbrekingen, onacceptabel lang vinden en dat wij verlangen dat de afbouw spoedig hervat wordt en zonder onderbreking voortvarendheid wordt voltooid.
Het ontbinden van de grondruilovereenkomst uit 2003 is een instrument om alle toen gemaakte afspraken ongedaan te maken. Dit betekent dat de gemeente eigenaar van de grond blijft en van het daarop inmiddels verrezen bouwwerk. De huidige huisvesting van de Stichting Moskee Essalam aan de Polderlaan blijft dan in het bezit van de Stichting.
Een tweede mogelijkheid is, conform de afspraak in de grondruilovereenkomst,
de levering van dit gebouw aan de Polderlaan te vorderen. Het gebouw dient dan o.a. leeg te worden opgeleverd. Gevolg hiervan is dat de gebedsgangers dan niet meer over een gebedsruimte beschikken. De nieuwe moskee is immers (nog) niet voltooid. Dit heeft wel als consequentie dat de gemeente, na eerdere gunning van het economisch gebruik, de grond ook formeel aan de Stichting Moskee Essalam moet leveren. De gemeente heeft dan geen zeggenschap meer over de grond.
Vraag 6.
Welke mogelijkheden bieden deze instrumenten, als er toch weer gebouwd gaat worden, om de afbouw van deze moskee te blokkeren?
Antwoord vraag 6:
Dit is niet aan de orde. De inspanningen zijn er tot nu toe juist op gericht om de voltooiing van de bouw te bespoedigen.
Vraag 7.
Welke mogelijkheden zijn er om de initiatiefnemers er toe te bewegen om op een andere locatie een beter in Nederland passend gebouw te gaan gebruiken?
Antwoord vraag 7:
Dit is geen optie. In de besluitvorming voorafgaand aan de verstrekking van een bouwvergunning en in dit geval een grondruil spelen dergelijke opties een rol, niet wanneer de bouw, zoals in dit geval, in een vergevorderd stadium is.
Vraag 8.
Hebt u de initiatiefnemers gevraagd of ze de nieuwbouw willen verkopen aan de gemeente die vervolgens een andere bestemming voor het gebouw kan vinden? Zo nee, waarom niet en wilt u dit alsnog gaan doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord vraag 8:
Nee. De Stichting heeft van meet af aan het doel gehad om op de gekozen locatie een moskee te vestigen. Dit doel is niet veranderd. De gemeente heeft eerder met dit doel ingestemd en heeft daartoe een bouwvergunning afgegeven en is een grondruil-overeenkomst aangegaan.
Vraag 9.
Wat gaat u doen als de initiatiefnemers met deze vraag naar u toe komen?
Antwoord vraag 9:
Dit is niet aan de orde.
Vervolgens wordt gesteld:
“Leefbaar Rotterdam vindt dat op deze, vanwege de nieuwe parkeergarage, aantrekkelijke P+R locatie ook andere initiatieven de kans moeten krijgen, als de initiatiefnemer de bouw niet kan afmaken. “
Vraag 10.
Wat gebeurt er als er geen faillissement wordt aangevraagd en de bouw niet kan worden hervat?
Antwoord vraag 10:
Zie hiervoor onze antwoorden op de vragen 1 t/m 5.
Vraag 11.
Wat kunt u als gemeente ondernemen om deze impasse te doorbreken?
Antwoord vraag 11:
Zie hiervoor onze antwoorden op vragen 2, 3, 4 en 5.
Vraag 12.
Wat zijn de consequenties van een ingetrokken bouwvergunning?
Antwoord vraag 12:
De basale consequentie van het intrekken van de bouwvergunning is dat er door geen enkele partij meer gebouwd mag worden. Voor een herstart van de bouwactiviteiten zal dan een nieuwe bouwvergunning moeten worden afgegeven. Hiervoor moet dan een volledige Wro-procedure worden doorlopen. Intrekking van de vergunning brengt mee dat vervolgens de vraag onder ogen moet worden gezien wat het lot en/of de bestemming zal zijn van het inmiddels gebouwde. Het zal duidelijk zijn dat vanwege de aan die afweging verbonden zwaar wegende implicaties voor de hierbij betrokken partijen, ons college zich hierover bijzonder zorgvuldig zal moeten beraden alvorens zich hierover definitief te kunnen uitlaten. Bij daadwerkelijke intrekking is niet uit te sluiten dat dit zal leiden tot protestuitingen en het opstarten van gerechtelijke procedures.
Vraag 13.
Wat gebeurt er als er faillissement wordt aangevraagd?
Antwoord vraag 13:
Na aanvraag van een faillissement wordt deze door de rechter beoordeeld. Afhankelijk van de bevindingen zal de rechter wel of niet het faillissement uitspreken. De rechter kan ook kiezen voor het uitspreken van surseance van betaling. In geval van faillissement zal de rechter een curator benoemen. Deze heeft tot taak om in het belang van de schuldeisers de ingediende vorderingen zoveel als mogelijk te vereffenen. Welke stappen de curator dan daartoe zal zetten, is nu nog niet aan te geven.
Vraag 14.
Wie kunnen er faillissement aanvragen?
Antwoord vraag 14:
Er zijn drie partijen die een faillissement kunnen aanvragen bij de rechtbank:
- Een schuldeiser waarvan een vordering niet wordt betaald
- Een schuldenaar die zijn schulden niet kan betalen en zelf aangifte doet van
zijn faillissement
- Het Openbaar Ministerie
Een verzoek om faillietverklaring wordt alleen ingewilligd als er tenminste twee schuldeisers zijn en twee schulden (waarvan er tenminste één opeisbaar is). Ook moet de schuldenaar gestopt zijn met betalen. Wij merken voor de volledigheid op dat de gemeente geen schuldeiser is. De Stichting heeft jegens de gemeente aan al haar financiële verplichtingen voldaan.
Vraag 15.
Welke mogelijkheden zijn er om te voorkomen dat de moskee weer wordt doorverkocht aan een andere moskeeorganisatie?
Antwoord vraag 15:
Als de Stichting de bouwkavel aan de Colosseumweg wil doorverkopen, dan is de Stichting, op grond van de grondruilovereenkomst, verplicht deze kavel eerst aan de Gemeente aan te bieden, tenzij, naar het oordeel van de Gemeente, voortzetting van het gebruik als moskee is gegarandeerd. In het geval dat voortzetting van het gebruik als moskee is gegarandeerd, is doorverkoop aan een andere instantie toegestaan. Daaraan worden in de grondruilovereenkomst wel voorwaarden verbonden (zoals dat aan de nieuwe eigenaar ook de verplichting tot gebruik als moskee wordt opgelegd, en dat de gemeente weer het recht van eerste koop heeft in geval van verkoop).
Vraag 16.
Welke bestemming rust er op het perceel en welke andere gebruiksmogelijkheden zijn er?
Antwoord vraag 16:
Om de bouw en het gebruik van de moskee mogelijk te maken, is er een (artikel 19) vrijstelling op grond van de toen geldende Wet op de Ruimtelijke Ordening verleend. Derhalve rust er op dit moment op het perceel de bestemming moskee.
In het geval dat de bouwvergunning wordt ingetrokken, zal men terugvallen op de twee bestaande bestemmingsplannen voor deze bouwlocatie.
In het bestemmingsplan “Kop van Zuid” is de locatie aangewezen als onbebouwd gebied, nader aangeduid als park. Daarbij geldt dat er een wijzigingsbevoegdheid is opgenomen om de bouw van een gebouw voor maatschappelijke functies, met een oppervlakte van ten hoogste 3000 m2 en een hoogte van maximaal drie bouwlagen, mogelijk te maken. De bouwlocatie valt daarnaast voor een klein deel in het bestemmingsplan “Hillesluis” en is daarin aangewezen voor groenaanleg.
Er is dus op grond van de hiervoor genoemde bestemmingsplannen een park, groenaanleg en een bestemming zoals aangegeven in de wijzigingsbevoegdheid mogelijk.
Vraag 17.
Mochten er geen andere gebruiksmogelijkheden zijn, wat kunnen we als gemeente dan doen om de mogelijkheden te verruimen, bijvoorbeeld naar horeca, toerisme, wonen, zorg, of detailhandel?
Antwoord vraag 17:
Na het onherroepelijk worden van de intrekking van de bouwvergunning en/of de onomkeerbare ontbinding van de grondruilovereenkomst, bestaat de mogelijkheid om na het doorlopen van een Wro-procedure een andere bestemming voor de locatie aan te wijzen.
Vraag 18.
Heeft een eventuele koper recht op een nieuwe bouwvergunning, ook als die eerst is ingetrokken?
Antwoord vraag 18:
Nee, zie hiervoor ons antwoord op vraag 12. Daarnaast bestaat de mogelijkheid dat de bouwvergunning, voordat deze is ingetrokken, wordt overgedragen aan een derde partij. Ons College moet daaraan medewerking verlenen. Er kan dus bijvoorbeeld geen medewerking worden geweigerd als er onvoldoende vertrouwen bestaat dat deze derde wel de moskee zal afbouwen. De overschrijving van de bouwvergunning biedt geen garantie dat de moskee daadwerkelijk wordt afgebouwd.
Vraag 19.
Wat kan de gemeente doen om dit recht, desnoods met risico in een rechtzaak, in te trekken?
Antwoord vraag 19:
Er rust geen automatisch recht op verstrekking van een nieuwe bouwvergunning, nadat die eerst is ingetrokken. Er moet getoetst worden aan de in de wet limitatief opgesomde weigeringsgronden. Als de weigeringsgronden niet van toepassing zijn, dan moet de bouwvergunning verleend worden. In dit geval geldt dat in ieder geval sprake is van strijd met het bestemmingsplan, één van de weigeringsgronden. Echter ten aanzien van die weigeringsgrond geldt dat de wet voorschrijft dat gekeken moet worden of met behulp van een procedure op grond van de (nieuwe) Wet op de ruimtelijke ordening de strijdigheid met het bestemmingsplan alsnog opgeheven kan worden.
Nu eerder een artikel 19 WRO vrijstelling is verleend voor de bouw en gebruik van de moskee, zal een goede motivering moeten worden gegeven waarom een dergelijke oplossing nu niet (meer) mogelijk zou zijn, te meer nu ter plaatse reeds een voor een groot deel voltooide moskee staat. Hierin schuilt uiteraard een risico voor de gemeente. Met name nu de aanvrager rechtsmiddelen tegen een eventuele weigering van een bouwvergunning kan aanwenden. Het is dan aan de rechter om een oordeel te vellen.
Vraag 20.
Bent u met ons van mening dat een eventuele verkoop van de failliete boedel openbaar moet worden aangeboden en niet onderhands aan een volgende islamitische stichting? Licht uw antwoord toe.
Antwoord vraag 20:
Dit is niet aan de orde. Een eventuele verkoop in een faillissement geschiedt na gerechtelijke uitspraak en door een door de rechter aangestelde curator of curatoren.
De curator(en) is/zijn onafhankelijk en binnen de regelgeving voor het afwikkelen van een faillissement zelfstandig bevoegd. Wij hebben daar geen enkele zeggenschap in of over.
Tot slot wordt gesteld:
“Op TV Rijnmond gaf u aan erin te geloven dat de moskee daadwerkelijk
afgebouwd zal worden.”
Vraag 21.
Waarop was uw volmondig ‘ja’ gebaseerd?
Antwoord vraag 21:
Ondanks de trage voortgang van de bouw en de daarbij opgetreden onderbrekingen treffen wij bij alle betrokken partijen nog steeds de motivatie aan om het bouwwerk te voltooien. Daarnaast hebben verschillende, nog niet bij de bouw betrokken, partijen uitgesproken bereid te zijn de bouw te voltooien wanneer de huidige opdrachtgevers tot de bouw daar niet toe in staat blijken te zijn.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
A. Aboutaleb