vrijdag, april 01, 2005


Een rechtse ‘macher’ in een arme stad

Uit Interview Building Business: Een opmerkelijke man die Marco Pastors, sinds 2002 wethouder van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en grondbeleid van Rotterdam. Fysieke Infrastructuur noemen ze deze sleutelportefeuille daar. Deze dertiger kwam als student uit Beneden-Leeuwen naar Rotterdam om aan de Erasmus bedrijfseconomie te studeren.

Hij was amper vijfentwintig toen hij een baan kreeg bij de OV-Studentenkaart BV, de bijzaak van professor Pim Fortuyn met wie hij een warme vriendschap opbouwde – een vriendschap voor een te kort leven – en met wie hij en een handvol anderen lid zou worden van de partij Leefbaar Rotterdam die enige tijd daarvoor was opgericht door Ronald Sörensen. Het was de enige Leefbaar-partij waarin Fortuyn succes zou hebben.

Voordat hij in de politiek terecht zou komen was Pastors eerst nog adviseur van de concerndirectie van PinkRocade en richtte hij in Den Haag in 2000 met twee anderen Zenc op, adviesbureau voor informatiseringsvraagstukken in de publieke sector.
Fortuyn – die bij zijn vriend Pastors ongetwijfeld zijn zorg heeft geuit over de kwaliteit van de opportunisten en carrièrejagers die op hem, Fortuyn, afzoemden als motten naar het licht – vond in Pastors een politieke medestapper die Rotterdam na de verkiezingswinst niet in de steek liet voor het nationale spektakel dat zich rondom Fortuyn ontvouwde. Wellicht heeft ook het besef meegespeeld dat voor iemand met bestuurskwaliteiten meer eer van werken valt te behalen als wethouder van een van de grote steden dan in de Haagse polderpolitiek. Die eer heeft hij dan ook verdiend na het slaan van de beloofde palen voor drieduizend woningen in het eerste volle jaar van zijn wethoudersschap.

Arm Rotterdam

Wie naar de cijfers kijkt ziet een steeds armer wordende stad als het om het inkomen van haar bewoners gaat, een stad waar nog steeds de middengroepen wegtrekken, de hoge inkomens achterna. Een stad bovendien die een grotere aantrekkingskracht heeft op allochtonen – ook omdat de kosten van het wonen er lager zijn – en er daarom ook meer van krijgt dan de andere grote steden.
Wat moet die stad zijn in de komende decennia? Wat is haar positie in de Randstad? Wie wonen er over twintig jaar? Moet Rotterdam een toekomst gerichte beroepsbevolking krijgen; kan ze die wel accommoderen?
Winsemius plaatste kortgeleden op een congres van het KEI een paar interessante kanttekeningen. Zo stelde hij dat Rotterdam zou moeten ophouden met te proberen Amsterdam na te doen, dus een stad te zijn met grote uiteenlopende hogere inkomensgroepen. Een stad ook die een toekomstgerichte beroepsbevolking wil accommoderen omdat dit een voorwaarde is voor een nieuwe economie. Wellicht mist Rotterdam daarvoor de stedelijke kwaliteiten. Het wordt in die redenering nooit een creative and cultural city, maar zou wellicht veel eerder een functie kunnen hebben als de sociale opwerkfabriek van Nederland, een grote nationale emancipatiemachine. Het lijkt dat Rotterdam zich daarvoor weer op een van haar traditionele kernposities zou moeten richten, namelijk die van industriestad naast havenstad.

Als je je realiseert dat in dit land gedurende een eeuw alle groten onder de grotestadswethouders op het gebied van volkshuisvesting links waren – Wibaut, De Miranda, Van der Ploeg, Schaefer – dan is een veel presterende volkshuisvester met een uitgesproken rechtse ideologie op z’n minst opmerkelijk. Maar er wordt gedroomd in rechts Nederland, de droom dat er plaats is voor een nieuwrechtse partij rechts van de VVD. Als die droom straks in 2006 op grond van verkiezingsonderzoek lijkt te kunnen uitkomen – en volgens een onderzoek van Maurice de Hondt heeft de personificatie van die droom, Wilders, die kans – dan zal dat wellicht toch een grote trekkracht uitoefenen op een man die al een tijd nadenkt over de potentie van het neoconservatisme in ons land. Zijn gang naar de Haagse politiek zou een groot verlies zijn voor een lokale partij die – gezien de uitslagen van de polls – zich mogelijk alleen kan handhaven op het thema “Rotterdammers, wij hebben jullie tenminste niet in de steek gelaten. Wij zijn hier gebleven om problemen op te lossen. Zorg dat we door kunnen gaan.” En voor dat doorgaan is Pastors een sleutelfiguur.

Voor ontwikkelend en bouwend Nederland is deze wethouder – waarvan Ko Blok (Era Bouw) heeft gezegd dat hij in elk geval heeft aangetoond de grote problemen van deze stad te durven en te kunnen aanpakken – er een om te leren kennen. Daarom hebben we een lang gesprek met hem gevoerd dat we openden met de constatering dat hij zichtbaar ondogmatisch aan de slag is gegaan, heldere plannen maakte en keihard werkt aan de verwezenlijking daarvan.

Er kan veel meer dan je denkt

Hij knikt bevestigend en zegt: “Aan de ene kant is het positief dat we geen dogma’s hebben, geen stokpaardjes berijden. je kunt vrij denken over de problematiek en je afvragen waar de knop zit om aan te draaien. Het ging altijd om vragen als: moet je de markt zijn werk laten doen of moet je overheidssubsidies inzetten of een combinatie van beide of moet je de consument laten betalen? Wij zijn dus in staat om per situatie te variëren. Wij kunnen er waardevrij over praten. Daardoor gooien we wel eens heilige huisjes om, maar dat is meestal juist goed. Het probleem zit tenslotte vaak in dingen die heilig zijn verklaard. Een tweede voordeel is dat als je een frisse wind laat waaien er een heleboel blijkt te kunnen. Er kan veel meer dan je denkt en het is minder ingewikkeld dan iedereen je wil doen geloven. Je ziet het ook aan Paul Scheffer en Docters van Leeuwen. De eerste heeft het over de zelfverklaarde onmacht, die heerst in de Nederlandse cultuur maar vooral in Neerlands overheidsland. Wie heeft er ooit gezegd dat het niet lukt? Het kwam ons als bestuurders en samenleving goed uit om te zeggen: ‘Het is heel ingewikkeld en daar kunnen we ons maar beter bij neerleggen. Want zo zit het nu eenmaal, het kan niet anders.’ Wij geloven daar niet in want je kunt juist heel veel als overheid, echter niet zonder risico’s omdat niet iedereen blij is als je dat doet. Maar het kan wel en dat proberen we hier te bewijzen en dat lukt op een heleboel punten.”

Het belemmerende geloof in de traagheid

Pastors gaat door: “Docters van Leeuwen had het over het oneindige geloof in de traagheid. Als je iets wilt dan kan het eventueel maar dan wel heel langzaam. Denk maar aan het onderwijs waar veranderingen decennia nodig hebben. Daar hebben we allemaal een beetje last van. Wij hebben hier in Rotterdam de erfpacht afgeschaft. Ik had er totaal geen kijk op en dacht met 30.000 contracten en een ingewikkeld concept zal het wel drie tot vier jaar duren, maar ik wilde het wel in dit college door de raad hebben. Na een paar weken meldde de directeur van het OBR: ‘Als we een beetje durven dan hebben we het voor de kerst afgeschaft.’ Dat bleek waar. Dat was voor mij ook een bijzondere ervaring. Vanaf dat moment hadden we de smaak te pakken. Als je met z’n allen zegt dat het kort moet duren is er veel mogelijk. Als ik op deze stoel had uitgelegd aan de gemeenteraad en de mensen in Rotterdam dat de hele woningmarkt is stil gevallen, dat de bouwwereld het moeilijk heeft en Rotterdam het extra lastig heeft waardoor dus het verdubbelen van de productie niet haalbaar is dan had niemand me naar huis gestuurd. We hebben daarentegen het eerste jaar 3000 woningen uit de grond gekregen en ook het tweede jaar hebben we weer het aantal van 3000 gehaald. Nu in het derde jaar is mijn enige zorg dat heel bouwend Rotterdam iets te jolig wordt, maar 1700 woningen zijn al bijna zeker en de rest lukt ook. De enige zorg is dat we ons iets te comfortabel gaan voelen.”

Uit de wereld van jouw voorganger komt de opmerking dat zij het voorbereidende werk hebben gedaan voor jouw prestatie van 3000 woningen per jaar.

“Dat is ook zo. Het zijn natuurlijk geen plannen die na 6 maart 2002 bedacht zijn. Maar ik weet zeker dat als zij hier nog hadden gezeten ze het nooit hadden gehaald.”

Heb je het vermogen om dingen te versimpelen?

“Versimpelen en relativeren. Je hebt het kleine geld, dat zijn de grondopbrengsten en je hebt het grote geld, het bouwproject zelf. Als je nu bij de verkoop van woningen kiest voor de aanpak van 10 procent korting op de grondprijs waardoor je mensen aantrekt met een bovenmodaal inkomen die er tien jaar in komen wonen vervolgens hun woning verkopen en er zelf ook een beetje aan verdienen, dan ben je pragmatisch bezig en dat pragmatisme heb ik heel sterk. Ik ben die flexibiliteit in de grondprijzen ook met de Dienst overeengekomen. Daarnaast is het leven en laten leven. De urgentie is heel hoog, daarom hebben we andere partijen erbij nodig en die moeten ook hun geld verdienen. Dat mag ook. Als zij op een nette manier hun werk doen en bijvoorbeeld met een laag of zelfs geen voorverkooppercentage aan de slag willen dan is ons dat ook veel waard, bijvoorbeeld in de zin dat we tegemoetkomen in de grondprijs. Want het levert ons sneller woningen op en voorkomt dat mensen de stad uit trekken.”

Het draait niet om de grondopbrengsten.

Pastors: “Het allerbelangrijkste is het programma dat je voor de stad wilt realiseren. Je moet ergens veren laten. Woningen zijn de knop om aan te draaien. Woningen trekken mensen en zorgen voor werkgelegenheid door behoefte aan voorzieningen van allerlei soort. En dat trekt weer het bedrijfsleven aan. Daar hebben we duidelijk voor gekozen en ik ben ervan overtuigd dat dat ook op de lange termijn het beste is. Een paar miljoen euro meer of minder grondopbrengsten binnen halen is niet meer het enige waar het om draait. Ik heb ook met de Raad afgesproken dat ik liever aan het eind van het jaar voor de Commissie sta met de gehaalde productie van 3000 woningen dan met een paar miljoen euro grondopbrengsten extra. Daarvoor kreeg ik akkoord. Daarmee betrek ik ze ook in de afwegingen die ikzelf maak. Rotterdam is gewend aan goede grondopbrengsten en dat is prettig maar een klein beetje laten vieren om een heleboel andere dingen aan de gang te krijgen, dat is mijn uitgangspunt.”

In Amsterdam is wethouder Duco Stadig behoorlijk star in zijn grondopbrengsten.

“Nu ook niet meer, zie IJburg. Als ze in rijen voor de deur staan kan dat. Maar op het moment dat je minder aantrekkelijk bent is het een legitieme afweging. Verder is het niet zo dat wij zijn overgeleverd aan de marktpartijen. Wij gaan wel met een overmaat aan planvoorraad het jaar in. Tussen de 5000 en de 6000 woningen gaan op 1 januari het nieuwe jaar in. We moeten er 3000 bouwen. Daarmee steken we wel onze nek uit maar het is ook niet zo dat als er één partij is die nee zegt wij onze productiedoelstelling niet halen. “

Denk je dat de stroperigheid van vergunningen en procedures in Rotterdam beter onder controle is dan elders?

“Op zich wel. Waar marktpartijen moeten beloven om te beginnen moeten wij zorgen dat ze op tijd de gewenste vergunningen hebben. Als wij gaan opschuiven dan is er een probleem. Dat is het leuke van afspraken maken met marktpartijen, dat dwingt ons ook om op tijd de bouwvergunningen af te hebben.”

De macht van de eenvoud

Elders lukt dat niet, hoe doen jullie dat?

“Ik heb gezegd: ‘Elke kerst moet er met de bouw van 3000 nieuwe woningen begonnen zijn’. Vervolgens is er voor de diverse diensten een planning gemaakt waarin stond wat er allemaal voor nodig is zoals bestemmingsplan, bouwvergunningen, metingen et cetera. Dan weet je precies wanneer wat af moet zijn.”

Houd je van tevoren rekening met bevolkingsgroepen die eventueel in oppositie gaan tegen het bestemmingsplan?

“De ervaring leert dat dat in Rotterdam niet zo veel gebeurt als elders, maar het begint wel toe te nemen. Dat heeft waarschijnlijk te maken met het feit dat we betere woningen bouwen en daardoor meer met mondiger mensen te maken krijgen. Dat het wel zal toenemen is een zorg voor de toekomst. Dit is een van de voorbeelden waarvan iemand kan zeggen dat het heel erg ingewikkeld ligt. Maar het is ook weer niet zo moeilijk als ze je willen doen geloven. Echt niet.”

Toch raar dat het maar op één plek in Nederland wel lukt

“Amsterdam heeft vorig jaar ook veel gebouwd. Daar is het dus ook gebeurd. Daar hebben ze een bouwregisseur, bij ons heet dat een bouwcoördinator. Het kan dus op meer plekken. Maar voor heel veel gemeenten is er sprake van zelfverklaarde onmacht. ‘Je bent aan de markt overgeleverd’ is het excuus. Omgekeerd bedenken ze niet dat de markt ook aan jouw is overgeleverd.”

Het klinkt allemaal zo eenvoudig maar is het dat ook?

“Op de een of andere manier lijkt het wel of we allemaal opgeleid zijn om de dingen ingewikkelder te maken. Je weet steeds meer en dan kan je steeds ingewikkelder vragen stellen en allerlei maren bedenken.”

Dus met meer kennis en meer bestuurservaring zie je meer problemen?

“Ja, maar als je niks weet is het ook lastig werken. Weet je steeds meer dan is dat wel handig, maar waar je dan op een bepaald moment doorheen moet is dat je zegt ‘nou weten we wel dat het ingewikkeld is, maar alles is ingewikkeld’. Dus wil je iets voor elkaar krijgen dan moet je toch ergens ja tegen zeggen nadat je de vraag beantwoord hebt ‘gaan we ermee door of zit er toch te veel risico aan en zijn er te weinig voordelen?’ Heb je dat positief beantwoord dan moet je jezelf dwingen om het te doen en daarbij helpt het stellen van een deadline heel goed.”

Dat hebben andere steden ook, een deadline.

“Ik weet niet hoe zij ermee omgaan, maar hier helpt het. Ik sta er zelf ook van te kijken dat het hier zo makkelijk gaat.”

Dat is dan de zelf verklaarde macht van de eenvoud.

(lachend) “Ja dat zal het wel zijn. Je ziet bij ons heel simpele dingen, dat zeggen mensen binnen de dienst ook. Als vroeger het vakantieseizoen begon werd gezegd ‘we gaan in augustus verder’. Nu ronden we dingen af in juni vóór de vakanties. Het stokje wordt doorgegeven in plaats van dat het drie maanden stil ligt.”

Dat krijg je voor elkaar met twintig man, maar hoe zit het met die andere vijftienhonderd ambtenaren waar je geen direct contact mee hebt?

“Er is een college dat zijn nek uitsteekt en er zijn directies van diensten die dat ook doen en zo gaat dat verhaal de trap af en dat werkt.”

De verandering

Zou het niet zo zijn dat met de nieuwe wind die jullie hebben laten blazen, met dat beeld van vernieuwing, van alles op een andere manier aanpakken, dat jullie daarmee een psychologische verandering geschapen hebben die andere steden niet hebben?

“Dat is ongetwijfeld zo. Er zijn bijvoorbeeld corporatiedirecteuren die ook van de nieuwe wind gebruik hebben gemaakt om van gedrag te veranderen. Ze zeggen zelf: ‘Met jullie valt nu zaken te doen, vroeger niet’. Je hebt nieuwe kansen, daar hebben zij ook gebruik van gemaakt. Hetzelfde gebeurt op meer vlakken. Er mag ook meer en het wordt ook verwacht.”

Zorgt de nieuwe psychologische verandering ervoor dat de politieke tegenstellingen van het jonge verleden minder worden?

“Het is ook maar net aan wie je vraagt of die tegenstellingen minder zijn geworden. Er zijn ook mensen die zeggen: ‘Jullie vergroten de kloof tussen groepen mensen’ (bijvoorbeeld de islamdiscussie in Rotterdam, red.). Wat het bestuur betreft is het meer een cultuurverschil in hoe je met problemen omgaat. Maak je ze moeilijker of probeer je ze makkelijker te maken? En van dat eerste is de PvdA het voorbeeld, maar ook andere partijen hebben daar last van: het niet durven om het simpel te houden. Ze proberen heel vaak alles uit te regelen en dan duurt het heel lang voordat je met iets nieuws kunt komen.”

Corporaties en koopwoningen

Pastors: “Wat wij proberen te doen is te stellen dat de hoofdlijn goed is. Die overleggen we met de andere mensen die we daarbij nodig hebben. Zij zien er hun belang in en wij het onze en dan gaan we een stap zetten waarna we kijken hoe het verder gaat. Je krijgt dan veel meer mensen enthousiast, veel meer ruimte ook voor die mensen om hun eigen dingen te doen. Dat werkt. Er zijn corporaties die verkopen bijna geen huurwoningen. Dat vind ik erg slecht. Maar ik heb wel afspraken met corporaties die dat met heel veel plezier wel doen en die stimuleren we aan alle kanten.”

Zijn het overwegend kleinere corporaties die geen huurwoningen verkopen?

“Ja ook, maar de grootste corporatie van Nederland, Vestia, wil ook geen huurwoning verkopen. Daar valt ook niet met ze over te praten. Dat is ook grappig. Ik vraag – en dat is ook een beetje mijn stokpaardje – of sociale woningbouw de mensen niet arm houdt. Waren heel wat huurders niet beter afgeweest als Vestia ze tien jaar geleden de kans had gegeven om hun woning te kopen? Daarop antwoordden ze: ‘Je moet niet denken dat iedereen wil kopen.’ Dat denk ik ook niet maar je kunt ze op zijn minst de mogelijkheid geven om te kiezen. Je moet ook niet over de rug van de mensen heen rijk willen worden als corporatie, dus biedt het ze te koop aan. Dat willen ze niet. Dat heeft te maken met het feit dat Vestia zo groot mogelijk wil worden en dat begrijp ik niet. Maar tegelijkertijd doen ze hier een paar heel grote nieuwbouwprojecten binnen de herstructurering. Dan kan ik wel ruzie met ze maken. maar ik kan ze ook even laten op dit punt en goede zaken met ze doen op andere punten. Bijvoorbeeld als het gaat om het bouwen van sociale huurwoningen. Dat mag in Rotterdam alleen nog maar in het geval van herstructurering. Verder wordt er alleen duur en middelduur gebouwd.
Als je heel veel sociale woningbouw sloopt moet er ook iets van terug komen, want anders krijg je eenzijdige wijken de andere kant op. En oudere woningen en grotere woningen. Het kan ook even duren voordat je het effect merkt. Het liefst heb je de problemen morgen opgelost. Dat lukt niet. Wel kan het beter en snel beter en dat maken we waar.”

De balans herstellen

Pastors: “Maar structureel voor de stad is duurdere woningen bouwen. Om de balans te herstellen is het noodzakelijk goedkopere woningen te slopen. Dat is de herstructureringsfase. Daar zijn we druk mee bezig en als we dat vijftien jaar lang doen – middelduur en duur bouwen en goedkoop slopen – waar komen we dan uit? Dan zie je dat de verhouding verschuift van een woningvoorraad van 72 procent goedkope woningen naar een woningvoorraad met zo’n 60 procent goedkope woningen. Daar moet je vijftien jaar lang hard voor bouwen. Het gaat nu eenmaal niet sneller. Dat is het langetermijnbeleid, ons langetermijnconcept. Als je woningen wilt bouwen voor deze doelgroepen dan moet je ook betere scholen hebben, uitgaansgelegenheden, restaurants, winkelcentra, zorgvoorzieningen et cetera. Het begint met woningen. Vervolgens komen gemotiveerde, kritische burgers en dan komen de andere dingen vanzelf er achteraan. Ik ben ervan overtuigd dat de knop om aan te draaien woningen is. Daar zijn ook heel goed marktpartijen voor te vinden. Het is een goede manier om je brood mee te verdienen, zeker met een gemeente die probeert het bouwen makkelijker te maken.
Waar we voor moeten zorgen is – en dat is de uitdaging – dat de wijken een verschillend karakter blijven behouden anders wordt het een heel grote bijna Vinex-locatie. Dat doen we door goed naar het verleden te kijken van de wijk, naar de ligging – we streven naar een oplossing op maat – maar ook door een beetje te spelen met de corporaties. Daar krijgen ze wat extra geld voor zodat er net wat mooiers van kan worden gemaakt. Het zijn nu zo langzamerhand werkelozenwijken aan het worden en dat willen we niet meer. Arbeiderswijken hebben we wel nodig. Die heeft elke stad nodig.”

Je hebt een productie van 3000 woningen, dat is een immens probleem om de volgende jaren vast te houden. Hetzelfde geldt voor de corporaties die zijn meegegaan in de herstructurering en de plannen, hoe hou je ze allemaal op dezelfde lijn?

“Het gaat om zes of zeven grote corporaties en wat kleintjes, maar bij die kleintjes zit het probleem niet want die hebben vaak beter gelet op wie de huurders zijn. De grote corporaties hebben de grote wijken, de grote lappen. Daar is het niet gelukt om het huurbestand in de gaten te houden. Wij doen aan maatwerk per corporatie. Voorheen was er een andere verhouding tussen corporaties en gemeente in Rotterdam. Anders dan bijvoorbeeld in Den Haag waar beide vrij goed samenwerkten. In Rotterdam was dat niet zo. Dat hebben we als een van de eerste dingen aangepakt. Het blijkt dat de corporaties waren geschrokken van de situatie, het licht was aangegaan door de verkiezingen. Ze kregen toen ook de gelegenheid om zich anders op te stellen naar de gemeente toe.
Ik ben toch degene met wie de corporaties op hoofdlijnen zaken moeten doen. Voor de gebiedsinrichting werken ze met de gemeentediensten, maar de hoofdlijnen over hoeveel we gaan slopen en hoeveel we gaan terug bouwen en hoeveel de gemeente bijlegt, bepaal ik.”

Je zei dat de middeninkomens naar de stad moeten, dat je daarmee de visie die je op die stad hebt eigenlijk hebt neergelegd Je zegt ook: ‘Laten we nu eens ophouden met nieuwe visies op die stad?’”

“Die visie zit in gedifferentieerde wijken waar het overal aangenaam leven is waarbij de stad – wat Winsemius ook heeft gezegd – een emancipatiemachine is. Overigens is elke echte stad dat, van Leeuwarden tot Den Haag.”

Winsemius vraagt zich af of het wel mogelijk is voor Rotterdam om de echte hogere inkomens en de bovenkant van de middeninkomens te accommoderen in Rotterdam.

“Daarmee bedoelt hij ‘ik zou er niet willen wonen, dus niemand wil er wonen’ maar zo simpel is het natuurlijk niet. Het kwam iedereen altijd goed uit dat Rotterdam zich vooral richtte op de onderkant van de samenleving. Dat is nu dus afgelopen, de hoge en middeninkomens horen er nu bij.”

Hij zegt ook een beetje: het lukt dertig jaar al niet.

“Wat we nu aan het doen zijn is met de herstructurering zorgen dat er ook betere, duurdere woningen in de wijken komen. Als je zorgt dat mensen het beter krijgen, dat ze betere woningen om de hoek, in de buurt kunnen krijgen, dan houd je de uitstroom tegen. We letten bovendien beter op wie waar woont. Het belangrijkste effect van de herstructurering is dat je het vestigen van immigranten reguleert. Waar het hiervoor zo was dat als er een gezinnetje uitging er een nieuw gezin met tien personen terugkwam, timmeren we nu de woning dicht en als het blok leeg is halen we het weg. De vestiging van nieuwe kansarmen wordt zo flink verminderd en dat is natuurlijk waar de echte winst zit.”

Waar moeten die dan blijven?

“Dat mogen de 453 andere gemeenten in Nederland bepalen.”