Rotterdam, 19 juli 2011.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid M. Živanović (Leefbaar Rotterdam) over de voortgezet speciaal onderwijsschool De Piloot.
Aan de Gemeenteraad.
Op 6 juni 2011 stelde raadslid mevrouw M. Živanović (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over de voortgezet speciaal onderwijsschool De Piloot.
Inleidend wordt gesteld:
“Leefbaar Rotterdam heeft wederom een noodoproep ontvangen van ouders, leerkrachten en leerlingen van speciale school ‘De Piloot’. Zij voelen zich inmiddels niet meer serieus genomen door gemeente Rotterdam en Bestuur Openbaar Onderwijs Rotterdam (BOOR).
De problemen rond de huisvesting van deze school spelen al geruime tijd. Ronald Sørensen heeft op 13 juli 2010 schriftelijke vragen gesteld over lokalentekort speciale school ‘De Piloot’. In de beantwoording wordt gesteld: “In het belang van de kinderen, de school en de betrokken diensten hebben we daarom rekening gehouden met de groei in de komende jaren (groei naar 28 groepen per 1 oktober 2014) zodat we volgend jaar en het jaar daarna niet weer een herhaling krijgen van de huidige situatie.”
Ouders waren niet gelukkig met de verhuizing naar Spangen en gingen in protest. Vervolgens is een alternatief gevonden aan de Waghemakerestraat in Rotterdam Oost. Er zijn een aantal problemen met deze vestiging. Het pand staat al enige jaren op de sloopnominatie. Ook zou het gebouw veel te klein zijn voor het aantal leerlingen waardoor er noodlokalen geplaatst dienen te worden.
Bij besluit voor de locatie aan de Waghemakerestraat op 7 februari was reeds bekend dat het gebouw opgeknapt moet worden. Toch lijkt er weinig vordering in de verbouwing.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording.
Vraag 1:
Wanneer is gestart met de voorbereidende werkzaamheden aan de tijdelijke huisvesting aan de Waghemakerestraat? En wanneer met de daadwerkelijke uitvoering?
Antwoord:
De voorbereidende werkzaamheden zijn gestart op 9 februari 2011. Dat is het moment dat bekend werd dat de locatie aan De Waghemakerestraat ingezet wordt voor de tijdelijke huisvesting van De Piloot.
Op 21 mei is gestart met de uitvoering van de herstelwerkzaamheden aan het gebouw.
Vraag 2:
Wat is in de afgelopen maanden inmiddels verbouwd? Kunt u aangeven wat er door de betrokken diensten precies is gedaan om de problemen aan te pakken?
Antwoord:
Op 21 mei is gestart met de herstelwerkzaamheden aan het gebouw, zodat de technische kwaliteit van de verschillende bouw- en installatiedelen voldoen aan de wettelijke normen. Ook is er in mei een opdracht verstrekt om acht noodlokalen te plaatsen.
Met alle uitvoerende partijen is alles op alles gezet om de plaatsing van acht noodlokalen voor de start van het nieuwe schooljaar voor elkaar te krijgen. Onder andere met betrekking tot de bouwvergunningaanvraag hebben de betrokken diensten een buitengewoon snelle en doeltreffende behandeling van de aanvraag van de bouwvergunning met elkaar afgesproken.
Vervolgens wordt gesteld:
“Voor het aantal noodlokalen schijnt in eerste instantie een aanvraag te zijn ingediend voor 3 noodlokalen, in overleg met scholen is er besproken dat er 12 noodlokalen komen en nu is het plan om 8 noodlokalen te plaatsen. Na plaatsing van 8 noodlokalen geeft de school aan nog een groot aantal lokalen tekort te komen. Daarnaast hebben de gemeente en het BOOR aangegeven dat De Piloot niet verder mag groeien omdat de school te klein zou zijn.”
Vraag 3:
Hoeveel noodlokalen komen er nu daadwerkelijk en op basis van welke onderbouwing is daarvoor gekozen?
Antwoord:
Er zullen acht noodlokalen geplaatst worden. Hiertoe is besloten naar aanleiding van de gewijzigde opgave van de leerlingenaantallen van het schoolbestuur BOOR.
De school heeft 150 leerlingen voor het voortgezet speciaal onderwijs (VSO) en 39 zeer moeilijk lerende kinderen met een stoornis in het autistisch spectrum. Dit betreft leerlingen tot 12 of 13 jaar. Met dit aantal leerlingen heeft De Piloot conform de huisvestingsverordening ongeveer 2.500 m2 nodig. De Waghemakerestraat inclusief acht noodlokalen bedraagt ongeveer 2.500 m2. De verordening onderwijshuisvesting gaat uit van teldatum 1 oktober van het voorgaande jaar. Per 1 oktober 2010 had De Piloot 100 leerlingen. In de berekening is echter uitgegaan van 189 leerlingen, die op 1 oktober 2011 verwacht worden. Bij het toekennen van het aantal m2 zijn we coulant geweest door niet de verordening strikt te volgen maar de actuele opgave van het schoolbestuur.
Vraag 4:
Wat is de norm voor het speciaal onderwijs m.b.t. het maximale aantal leerlingen per klas? Hoeveel leerlingen per klas houdt De Piloot als norm aan?
Antwoord:
De verordening onderwijshuisvesting gaat niet uit van aantal leerlingen per klas, maar van bruto vloeroppervlak (BVO). Er wordt een vaste voet van 370 m2 voor speciaal onderwijs (SO) en voortgezet speciaal onderwijs (VSO) leerlingen gehanteerd. Aanvullend wordt met een hoeveelheid m2 per leerling gerekend afhankelijk van het soort onderwijs en leerlingtype.
Voor de bepaling van de klassengrootte hanteren scholen een n-norm, waarbij n het aantal leerlingen per klas is. Voor het VSO is het aantal leerlingen per klas zeven. Voor het SO 12 leerlingen. Deze normen gelden ook voor De Piloot.
Vraag 5:
Wanneer is de locatie gereed met alle benodigde aanpassingen en wanneer staat de verhuizing naar dit pand gepland?
Antwoord:
De tijdelijke locatie voor het VSO aan De Waghemakerestraat zal in de zomervakantie gereed zijn, inclusief de acht noodlokalen. De verhuizing zal ook in de zomervakantie plaatsvinden, zodat alle leerlingen 15 augustus 2011 kunnen starten in de nieuwe tijdelijke locatie.
Vraag 6:
Indien de verhuizing na de zomervakantie zal plaatsvinden: Hoe gaat u oplossen dat er in de tussentijd vele leerlingen op straat staan?
Antwoord:
De verhuizing zal in de zomervakantie plaatsvinden. Er zullen geen leerlingen op straat staan, omdat de locatie aan de Brongras in Ommoord niet eerder gesloopt wordt dan nadat de tijdelijke huisvesting gereed is.
Vraag 7:
De Piloot zou niet verder mogen groeien. Hoeveel kinderen zouden daardoor in Rotterdam (vanaf komend schooljaar en de jaren erop) niet het onderwijs kunnen krijgen die ze nodig hebben? Welke alternatieven ziet u voor deze kinderen?
Antwoord:
In Rotterdam en omgeving zijn meerdere SO en VSO scholen waar leerlingen terecht kunnen. Leerlingen krijgen een indicatie op basis van de diagnose van een specialist. Leerlingen krijgen geen indicatie voor een specifieke school, maar voor een schoolsoort. Het is niet te achterhalen hoeveel kinderen er in de toekomst naar De Piloot gaan. Een deel van de leerlingen van De Piloot komt ook van buiten Rotterdam. Vooralsnog hebben wij geen reden te veronderstellen dat er op afzienbare termijn een tekort is aan plaatsen op het SO en VSO in Rotterdam.
Als laatste wordt gesteld:
“De definitieve locatie zal in 2014 klaar zijn. Gezien de problemen met de tijdelijke huisvesting is het des te belangrijker dat de voorbereidingen en werkzaamheden met betrekking tot de definitieve locatie zo goed mogelijk verlopen.”
Vraag 8:
Wat is de planning en voortgang m.b.t. de definitieve locatie?
Antwoord:
De definitieve huisvesting van De Piloot aan de Brongras verloopt volgens planning en zal gereed zijn in 2014.
Vraag 9:
Is de locatie in 2014 gereed en zo nee, wat gaat u eraan doen om hier vaart achter te zetten?
Antwoord:
Er is geen reden om aan te nemen dat de oplevering van 2014 niet gehaald wordt.
Vraag 10:
Kunt u de raad het programma van eisen doen toekomen?
Antwoord:
Het programma van eisen is een omvangrijk en gedetailleerd stuk. Daardoor is opsturen ons inziens weinig zinvol.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
A.C. van Huffelen, l.b.