Bron: AD Rotterdams Dagblad, 19-11-2011, door Antti LiukkuDat stellen het CDA en Leefbaar Rotterdam, die gezamenlijk een reeks schriftelijke vragen hebben gesteld om het naadje van de kous te weten. Het is de zoveelste episode in de slepende ‘kwestie-Abou RakRak’.
Gonçalves, (PvdA) kreeg, na uitgebreid onderzoek van Bing, het advies om zich terug te trekken bij besluitvorming over Abou RakRak, om de schijn van belangenverstrengeling te vermijden. Deze schijn was vorig jaar gewekt na een zomervakantie van Gonçalves in Marokko, waar hij op bezoek was bij bevriende leden van de welzijnsclub, die vroeger nog 230.000 euro subsidie per jaar kreeg voor vier jongerenwerkers in het Nieuwe Westen.
Leefbaar en CDA hebben vragen over de kwijtschelding van enkele recente boetes aan Abou RakRak, omdat hun boekhouding niet in orde was. Hierop stond officieel een sanctie van 207.439,40 euro. Het bestuur van Delfshaven vond dit bedrag onredelijk hoog, en maakte er uiteindelijk 23.048 euro van.
Beide partijen willen weten waar deze bedragen op zijn gebaseerd. Bovendien vragen ze zich af waarom het bestuur (inclusief Gonçalves) dit heeft besloten en het niet is voorgelegd aan de deelraad.
Lees hieronder de schriftelijke vragen van Leefbaar Rotterdam en CDA in Delfshaven:
Deelgemeente Delfshaven
T.a.v. Dagelijks Bestuur,
17 november 2011,
Geachte DB,
Betr. subsidie verstrekking Stichting Abou RakRak periode 2008/2011
Namens de fracties va n Leefbaar Rotterdam en CDA stellen wij u de navolgende vragen:
Vragen rond de gang van zaken subsidie verstrekking Abou Rak Rak 2008 en 2009.
In de besluitenlijst van de DB vergadering van 24 mei 2011 is onder randnummer 226 sprake van een kwijtschelding van 207.439,40 euro aan sancties vanwege de niet proportionele verhouding. Deze kwijtschelding roept de volgende vragen op:
1. Op welke wettelijke of reglementaire basis is de genoemde sanctie gebaseerd?
2. Hoe is het genoemde sanctiebedrag berekend?
3. Op welke wettelijke of reglementaire basis is de genoemde kwijtschelding gebaseerd?
4. Waarop is het oordeel gebaseerd dat sprake is van een niet proportionele verhouding? Welke criteria gelden hiervoor, hoe werken die criteria in het onderhavige geval uit en welke sanctie is wel proportioneel?
In de eerder genoemde besluitenlijst is onder hetzelfde randnummer sprake van een sanctie van in totaal 23.048 euro in verband met te laat inleveren van verantwoordingsstukken.
5. Op welke wettelijke of reglementaire basis is de genoemde sanctie gebaseerd?
6. Hoe is het genoemde sanctiebedrag berekend?
7. Wat is met betrekking tot deze subsidie de uitwerking van de toepassing van de hardheidsclausule? Hoe hoog zou de sanctie geweest zijn zonder toepassing van de hardheidsclausule?
8. In welk opzicht werkt de toepassing van de reguliere regels in dit geval tot een uitkomst die onredelijk hard is en de toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigt?
In de eerder genoemde besluitenlijst wordt onder hetzelfde randnummer aangegeven dat het DB besloten heeft de betreffende agendapost aan te houden in afwachting van het BING onderzoek en eventuele politieke duiding daarvan.
9. Waarom kon op 24 mei geen besluit genomen worden los van de uitkomsten van het BING rapport?
10. Hoe kan het dat het opleggen van een sanctie en het toepassen van een hardheidsclausule afhankelijk kunnen zijn van een onderzoek in het kader van integriteit?
In de brief van 16 juni 2011 betreffende de Subsidie Abou RakRak stelt het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven in het BING-rapport geen gronden te vinden die de besluitvorming rond Abou RakRak verder in de weg staan.
11. Hoe staat het bestuur tegenover de passage uit het BING-rapport waarin aanbevolen wordt dat de deelgemeente voorzitter zich beter zou terugtrekken bij de genoemde besluitvorming.
In de concept besluitenlijst van de vergadering van 6 september 2011 wordt het besluit van 24 mei 2011 (alsnog) genomen. Dit roept de volgende vragen op:
12. Welke bestuurders waren bij dit besluit betrokken?
13. Welke mogelijke blokkades in het kader van het BING-onderzoek en de politieke duiding daarvan die op 24 mei 2011 aanwezig waren, waren niet meer aanwezig op 6 september 2011? Welk belang moet hierbij worden gegeven aan het gecursiveerde gedeelte van de volgende opmerking uit de brief van het DB van 16 juni 2011: “Wij hebben de besluitvorming daarover opgeschort in verband met het onderzoek van het Bureau Integriteit Nederlandse Gemeenten (BING). Twee van de drie bestuurders zijn persoonlijk betrokken bij Abou RakRak”.
14. Op welke wijze zijn de conclusies van het BING-rapport en de politieke duiding daarvan van invloed geweest op het besluit van 24 mei?
In de brief van het deelgemeente bestuur van 13 juli 2011 wordt aangegeven dat in augustus tot besluitvorming zal worden gekomen betreffende de subsidie Abou RakRak 2008 en 2009.In deze brief komt het volgende citaat voor: “Het voorstel is om het sanctiebeleid niet volledig toe te passen omdat dit niet proportioneel is ten opzichte van de geleverde prestaties. In het geval dat u hier aanleiding in ziet om ons voorgenomen besluit anders te behandelen dan stellen wij voor dat u dit schriftelijk beargumenteerd kenbaar maakt”.Dit roept de volgende vragen op:
15. Waarom is gekozen voor deze ongebruikelijke weg?
16. Is het niet de verantwoordelijkheid van het DB om een besluit met onderbouwing ter goedkeuring voor te leggen aan de raad in plaats de raad te vragen beargumenteerd bezwaar te maken?
17. Bij bovenstaand verzoek is geen antwoordtermijn genoemd. Waarom is dit niet gebeurd en welke termijn had het bestuur in gedachten?
18. Is het juist om bedoeld verzoek één dag voor het begin van het reces aan de raad te doen toe komen en het besluit aan te kondigen voor het einde van dat reces? Is de raad hierdoor in feite niet buitenspel gezet?
Uit het BING-rapport blijkt de stadsmarinier erg kritisch staat ten opzichte van de werkzaamheden van Abou RakRak op het gebied van jongerenwerk.
19. Wat is de mening van het bestuur over de kritiek die door de stadsmarinier wordt gegeven op de kwaliteit van het jongerenwerk door Abou RakRak?
In een brief van 21 maart 2011 doet de Stichting Abou RakRak een verzoek aan de Burgemeester van de gemeente Rotterdam om een onderzoek in te stellen naar de integriteit van de stadsmarinier.
20. Hoe beoordeelt het bestuur de aantijgingen aan het adres van de stadsmarinier gedaan door Abou RakRak?
21. Heeft het DB, gezien het feit dat genoemd onderzoek naar het handelen van de stadsmarinier niet heeft plaatsgevonden, de stichting Abou RakRak nog aangesproken op de inhoud van de aantijgingen in deze brief? Zo ja op welke manier, zo nee niet waarom niet?
In het verlengde van het voorgaande speelt de subsidie aan RADAR. Dit roept de volgende vragen op:
22. Is bij het toekennen van de subsidie aan RADAR rekening gehouden met het gegeven dat Abou RakRak over de voorgaande jaren niet aan haar verplichtingen met betrekking tot de subsidievoorwaarden heeft voldaan? Zo ja, hoe.
23. Klopt het dat bij RADAR dezelfde personen betrokken zijn die bij Abou RakRak vergelijkbare activiteiten hebben verricht?
24. Zo ja, was het bestuur van de deelgemeente tevreden over de resultaten en de kwaliteit van het werk van deze personen toen deze personen nog onder de vlag van Abou RakRak opereerden? En zo nee, kan dan worden verklaard waarom de subsidie aan RADAR dan is toegekend? Zo ja, kan het DB verklaren waarom inmiddels drie van de vier overgenomen functionarissen, zijn vertrokken bij RADAR?
De afwikkeling van de subsidies aan Abou RakRak 2010 roept de volgende vragen op:
25. Zijn er gesprekken geweest tussen het bestuur van de deelgemeente en het bestuur van Abou RakRak betreffende de subsidie aanvraag voor 2010? Zo ja, welke personen waren hierbij namens de deelgemeente en namens Abou RakRak aanwezig en in welke hoedanigheid waren deze personen aanwezig?
26. Is bij het toekennen van de bedoelde subsidie rekening gehouden met het gegeven dat Abou RakRak over de voorgaande jaren niet aan haar verplichtingen met betrekking tot de subsidievoorwaarden heeft voldaan? Zo ja, hoe.
Overige vragen. Vraag 5 t/m 8 hebben betrekking op het sanctiebeleid en de toepassing van de hardheidsclausule met betrekking tot Abou RakRak.
27. Bij welke andere subsidierelaties is het sanctiebeleid in het verleden toegepast? Zo ja, op welke wijze.
28. Is bij de in het antwoord op vraag 27 genoemde gevallen de hardheidsclausule toegepast? Zo ja om welke gevallen gaat het dan en om welke reden is dit gebeurd?
Wij danken U op voor een zo spoedig mogelijke beantwoording, en verblijven,
Met vriendelijke groet,
R.Ruigendijk
Fractie LR-Delfshaven
J.W.de Kort
Fractie CDA-Delfshaven