Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarričre Woonbron (n.n.b)


Bezuinigingen passend onderwijs

Rotterdam, 10 januari 2012.

Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid drs. M. Živanović (Leefbaar Rotterdam) over bezuinigingen op het passend onderwijs.

Aan de Gemeenteraad.

Op 8 december 2011 stelde het raadslid drs. M. Živanović (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over bezuinigingen op het passend onderwijs.

Inleidend wordt gesteld:
“Het passend onderwijs moet de vervanger worden van het speciaal onderwijs. De komst van het nieuwe onderwijssysteem wordt gekoppeld aan een bezuinigingsoperatie van 300 miljoen euro. Schoolbesturen krijgen met het passend onderwijs de verantwoordelijkheid om voor alle kinderen die extra ondersteuning nodig hebben een plek op een school te organiseren. Dit kan zowel in het reguliere onderwijs als in het speciaal onderwijs.

Uit nog niet gepubliceerd en onafhankelijk onderzoek in opdracht van het ministerie, de vakbeweging en de onderwijskoepels blijkt nu echter dat door de bezuinigingen, vijfduizend leraren ontslagen zullen worden. De ontslagen zullen de onderwijskwaliteit niet ten goede komen. Bovendien vraag ik me af welke gevolgen de ontslagen zullen hebben voor de begeleiding die kinderen met een handicap of gedragsstoornis nodig hebben.”

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording.

Vraag 1:
Kent u het rapport dat in opdracht van het ministerie, de vakbeweging en de onderwijskoepels is uitgevoerd en wat vindt u hiervan?

Antwoord:
Ja, dit is de rapportage ‘Inventarisatie werkgelegenheidseffecten bezuinigingen passend onderwijs’, die de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OC&W) op 15 december jongstleden aan de Tweede Kamer heeft aangeboden. Het betreft een inventariserend onderzoek onder schoolbesturen in heel Nederland met scholen voor speciaal (voortgezet) onderwijs.
Uit deze inventarisatie blijkt inderdaad dat als gevolg van de bezuiniging op passend onderwijs landelijk maximaal 5.100 mensen met ontslag worden bedreigd. De minister geeft in haar aanbiedingsbrief aan dat dit aantal waarschijnlijk lager zal uitvallen. Door natuurlijk verloop, beëindiging van de inhuur van personeel, beëindiging van detachering of vrijwillige in- of externe mobiliteit, zou dit aantal kunnen dalen naar ongeveer 3.500 mensen. Dit neemt niet weg dat er mensen zijn die hun baan dreigen te verliezen. Dit is helaas niet te vermijden. Wij vinden het heel belangrijk dat de expertise die binnen het speciaal onderwijs is opgebouwd zoveel mogelijk wordt behouden. Het is daarom goed dat het ministerie van OC&W en verschillende onderwijspartijen gezamenlijk optrekken om de personele gevolgen van de bezuiniging op passend onderwijs zo goed mogelijk op te vangen.

Vraag 2:
Hoeveel kinderen in Rotterdam hebben passend onderwijs nodig? Graag een verdeling naar deelgemeente.

Antwoord: 
Het ministerie van OC&W heeft per toekomstig samenwerkingsverband passend onderwijs gegevens beschikbaar gesteld van de totale leerlingenaantallen, de aantallen in het speciaal basisonderwijs (sbo), het (voortgezet) speciaal onderwijs (vso) en het aantal leerlingen met leerlinggebonden financiering (lgf). Deze gegevens zijn gebaseerd op de teldatum van 1 oktober 2010 en worden momenteel aangepast aan de telling van 1 oktober 2011. Als wij over deze nieuwe gegevens beschikken, zullen wij u die doen toekomen, samen met het afdoeningsvoorstel voor de toezegging
R 11032 over de consequenties van de bezuinigingen voor Rotterdam. Deze gegevens kunnen niet worden onderverdeeld naar deelgemeenten, maar zijn wel te herleiden tot het niveau van de speciaal onderwijs scholen.

Deze gegevens zullen niet helemaal een antwoord geven op uw vraag, want passend onderwijs is als stelselwijziging nog niet ingevoerd. Het wetsvoorstel passend onderwijs is op 29 november jongstleden aan de Tweede Kamer aangeboden. De inwerkingtreding van de wet staat gepland op 1 augustus 2012.

De kern van het wetsvoorstel is dat voor alle leerlingen die extra ondersteuning nodig hebben, een passende plek in het onderwijs wordt gerealiseerd. Hiertoe wordt de zorgplicht voor schoolbesturen ingevoerd. Om de zorgplicht te kunnen uitvoeren gaan schoolbesturen in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs (alleen cluster 3 en 4 scholen) samenwerken in (regionale) samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Elke samenwerkingsverband stelt een ondersteuningsplan op. Hierin moeten onder andere de procedures en de criteria worden opgenomen op grond waarvan extra ondersteuning wordt geboden en op grond waarvan een leerling in het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt geplaatst. Passend onderwijs is dus niet de vervanger van het speciaal onderwijs.

Vraag 3:
Hoeveel kinderen in Rotterdam volgen passend onderwijs en keren na verloop van tijd weer terug naar het reguliere onderwijs? Graag de cijfers per school.

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 2.

Vraag 4:
Voor welk bedrag zal er bezuinigd worden op het passend onderwijs in Rotterdam?

Antwoord:
Op 10 maart 2011 heeft wethouder H.M. de Jonge uw raad tijdens de Actualiteitenraad toegezegd de commissie voor Jeugd, Cultuur, Onderwijs en Sport (JOCS) te informeren over de consequenties van de bezuinigingen op het passend onderwijs voor de Rotterdamse (speciale) scholen (R 11032). Op dat moment was er nog van sprake dat de bezuinigingen passend onderwijs per 1 augustus 2012 zouden worden doorgevoerd. De minister van OC&W heeft inmiddels de bezuinigingen uitgesteld tot augustus 2013. Op 7 juni 2011 heeft de commissie JOCS een brief van wethouder De Jonge ontvangen (kenmerk 11JOS13451 / 690540). Hierin geeft hij aan dat de consequenties van de bezuinigingen op Rotterdam nog niet kunnen worden overzien. De afdoening van deze toezegging staat gepland in het tweede kwartaal van 2012.

Vraag 5:
Hoeveel scholen voor passend onderwijs gaan verdwijnen?

Antwoord:
Er bestaan geen scholen voor passend onderwijs. Passend onderwijs wordt als gevolg van de zorgplicht ingevoerd in het primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Elke school stelt een schoolondersteuningsprofiel op, waarin is geformuleerd welke voorzieningen op school zijn getroffen om extra ondersteuning te kunnen bieden aan leerlingen die dat nodig hebben. De schoolbesturen stellen dit ondersteuningsprofiel van elke school vast. De invulling van het schoolondersteuningsprofiel hangt af van de expertise van de school en de afspraken die binnen het samenwerkingsverband zijn gemaakt.
We weten niet of dat er door de invoering van passend onderwijs scholen gaan verdwijnen. Bij het in kaart brengen van de consequenties van de bezuinigingen passend onderwijs voor Rotterdam zullen we dit punt meenemen.

Vraag 6:
Hoeveel leraren zullen ten gevolge van de bezuinigingen ontslagen worden?

Antwoord:
Deze vraag is nog niet te beantwoorden. De ontslagen betreffen niet alleen leerkrachten. Uit het antwoord op vraag 1 genoemde onderzoek ‘Inventarisatie werkgelegenheidseffecten bezuinigingen passend onderwijs’ blijkt namelijk dat de groep medewerkers die met ontslag wordt bedreigd voornamelijk bestaat uit ambulant begeleiders, onderwijsgevend personeel in het (voortgezet) speciaal onderwijs (v)so en onderwijsondersteunend personeel. Een kleiner deel betreft de medisch specialisten en directie/management.

Daarnaast is deze vraag ook nog niet te beantwoorden, omdat de minister van OC&W een onderhandelingsakkoord heeft gesloten met verschillende onderwijspartijen. Uit dit akkoord blijkt dat het ministerie van OC&W met de PO-Raad, de VO-raad, de AOC Raad, het Christelijk Nationaal Vakverbond (CNV) Onderwijs, de Algemene Vereniging Schoolleiders (AVS) en de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen (CMHF) overeenstemming heeft bereikt over een pakket maatregelen om de personele gevolgen van de bezuinigingen op passend onderwijs zo goed mogelijk op te vangen. Deze maatregelen zijn erop gericht zoveel mogelijk expertise te behouden door personeel van werk naar werk te begeleiden, met de intentie om gedwongen ontslagen te voorkomen. Het onderhandelingsakkoord wordt momenteel voorgelegd aan de achterban van deze onderwijspartijen en worden uiteindelijk in een convenant vastgelegd.

Vraag 7:
Op welke wijze gaat u ervoor zorgen dat de kwaliteit van het reguliere onderwijs niet achteruit gaat?

Antwoord:
De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de kwaliteit van het onderwijs. Het toezicht van de inspectie op de scholen in het kader van passend onderwijs loopt mee in de reguliere toezichtkaders voor primair onderwijs, het voortgezet onderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs. Het toezicht is risicogestuurd en de uitkomsten worden voorgelegd aan het bevoegd gezag van de school.
Om te voorkomen dat scholen alleen leerlingen aannemen van gemiddeld en bovengemiddeld niveau, wil het ministerie van OC&W dat scholen die meer ondersteuning bieden daarvoor door de inspectie positief beoordeeld worden. Bij de risicobepaling en/of bij het oordeel over de opbrengsten van de school zal daarom het gegeven ‘geboden ondersteuning’ worden meegenomen in de weging.
De inspectie gaat ook het toezicht op verwijdering van leerlingen intensiveren.
Daarnaast wordt met wet passend onderwijs geregeld dat de inspectie toezicht houdt op de uitvoering van de taken van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs. Dat toezicht is, net zoals het toezicht op de scholen, risicogestuurd. De inspectie zal onder andere het aantal thuiszitters bij de risicoanalyse van het samenwerkingsverband betrekken.
Hoe de inspectie passend onderwijs bij het toezicht op de kwaliteit van het onderwijs betrekt, wordt in het kader van de Wet op het onderwijstoezicht nader uitgewerkt. Het ministerie verwacht eind 2012 dit toezichtskader gereed te hebben.

De gemeente zelf zet samen met de schoolbesturen in op kwaliteit van het onderwijs vanuit het programma Beter Presteren door het Topklassenarrangement en het arrangement Intensieve schoolontwikkeling.

Vraag 8:
Welke consequenties verwacht u dat de bezuinigingen zullen hebben op onder andere de onderwijskwaliteit en op de begeleiding die kinderen met een handicap of gedragsstoornis nodig hebben?

Antwoord: 
Zie ons antwoord op vraag 4.

Vraag 9:
Op welke wijze gaat u ervoor zorgen dat zwakke scholen niet nog zwakker worden vanwege de geplande bezuinigingen?

Antwoord:
Het antwoord hoe de Inspectie van het Onderwijs hiervoor gaat zorgen is bij vraag 7 beantwoord. De gemeente zelf zet samen met schoolbesturen in op verbeteren zwakke scholen vanuit het programma Beter Presteren door middel van het arrangement Intensieve Schoolontwikkeling.

Standpunt gemeente Rotterdam inzake wetsvoorstel passend onderwijs
Het college hecht eraan u nog te informeren over zijn standpunten ten aanzien van het wetsvoorstel passend onderwijs. Op 29 november jongstleden heeft de minister dit wetsvoorstel aan de Tweede Kamer aangeboden. Het wetsvoorstel bevat geen inhoudelijke inrichting van passend onderwijs en is een open geformuleerd wettelijk kader. Schoolbesturen krijgen alle vrijheid om inhoudelijk invulling te geven aan passend onderwijs.
Wij maken ons zorgen over de gevolgen van de wetgeving voor Rotterdam. De volledige verantwoordelijkheid wordt bij het onderwijs neergelegd en de gemeente krijgt een minimale rol toegedicht.
Als het gaat om de noodzakelijke aansluiting tussen de zorg in en de zorg om de school moeten schoolbesturen en gemeenten gezamenlijk een sluitend systeem ontwerpen. Schoolbesturen vanuit hun verantwoordelijkheid voor passend onderwijs; gemeenten vanuit hun verantwoordelijkheid voor het lokaal jeugdbeleid en in de nabije toekomst voor de jeugdzorg. Alleen dan kunnen preventie, tijdige signalering en adequate ondersteuning aan de jeugd goed worden vormgegeven.

Wij vinden het samen met de andere 36 grootste gemeenten ongewenst dat het wetsvoorstel geen duidelijkheid verschaft over de gezamenlijke verantwoordelijkheid van schoolbesturen en gemeenten voor de aansluiting tussen zorg in en de zorg om de school. De grote gemeenten hebben op 28 oktober 2011 in een brief aan de minister (zie bijlage 1) gepleit voor een vorm van gemeentelijk instemmingsrecht ten aanzien van de ondersteuningsplannen die de samenwerkingsverbanden passend onderwijs opstellen. Op 12 januari jongstleden hebben wij hierover wederom gezamenlijk een brief opgesteld (zie bijlage 2). Deze is gericht aan de Vaste Kamercommissie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, omdat zij op 16 januari jongstleden vragen konden inbrengen over het wetsvoorstel.

Daarnaast willen wij de regio-indeling van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs laten wijzigen. De deelgemeenten Rozenburg en Hoek van Holland zijn momenteel ingedeeld bij samenwerkingsverbanden die buiten de grenzen van Rotterdam liggen. Met de invoering van passend onderwijs worden namelijk de bestaande samenwerkingsverbanden in het primair onderwijs (Weer Samen Naar School) en in het voortgezet onderwijs opgeheven en worden er samenwerkings-verbanden passend onderwijs gevormd.
Hoek van Holland is voor het primair onderwijs ingedeeld bij een samenwerkingsverband passend onderwijs met schoolbesturen uit de gemeenten Westland en Midden-Delfland (exclusief Den Hoorn en Schipluiden). Rozenburg is zowel voor het primair als het voortgezet onderwijs ingedeeld bij een samenwerkingsverband met schoolbesturen uit de gemeenten Bernisse, Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne.
Wij hebben meermalen bij de minister aangedrongen op een coherente regio-indeling waarbij de gemeentegrenzen worden gerespecteerd. De minister houdt echter vast aan de huidige concept indeling, omdat dit de voorkeur zou hebben van de schoolbesturen. Ook hiervoor geldt dat wij geen zorg kunnen dragen voor een goede aansluiting tussen zorg in en zorg om de school als wordt bepaald dat voor een deel van onze stad voor wat betreft passend onderwijs buiten de gemeentegrenzen afspraken worden gemaakt.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

De secretaris,
A.H.P. van Gils

De burgemeester,
A. Aboutaleb