Het laatste van Schriftelijke Vragen

februari 08, 2012
Werkgevers en inburgering (n.n.b)

februari 01, 2012
Subsidie Rotterdam Media Fonds (n.n.b)

februari 01, 2012
Effect campagne om wapens in te leveren (n.n.b)

januari 31, 2012
Knipperzebra (n.n.b)

januari 30, 2012
Zwakke en zeer zwakke scholen (n.n.b)

januari 25, 2012
Vervolgvragen BOOR (n.n.b)

januari 24, 2012
Stroomstoringen in Noord (n.n.b)

december 30, 2011
Problematiek skimmen bankpassen (n.n.b)

december 22, 2011
Terugbetalen onterecht betaalde ID-kaarten (n.n.b)

december 14, 2011
Bedrijfsreinigingsrecht bedrijven aan huis (n.n.b)

december 08, 2011
Bezuinigingen passend onderwijs (n.n.b)

november 28, 2011
Geld voor afval


Bezuinigen op brandweer

Rotterdam, 25 mei 2010.



Onderwerp:

Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid R. Buijt (Leefbaar Rotterdam) over bezuinigingen brandweer.


Aan de gemeenteraad.

Op 27 april 2010 stelde het raadslid de heer R. Buijt (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over bezuinigingen brandweer.

Inleidend wordt gesteld:

“Er liggen voorstellen in het verschiet om drastisch te bezuinigen op de brandweer binnen de Veiligheidsregio Rotterdam. De fractie van Leefbaar Rotterdam maakt zich ernstig zorgen over de mogelijke uitwerking hiervan op de veiligheid van de Rotterdammers. Wat ons bevreemdt is dat de bezuinigingen vooral plaatsvinden op het repressieve deel en niet op de bureaucratie. Gelet op de besluitvorming omtrent dit onderwerp zouden wij beantwoording graag tijdig tegemoet zien.

Onze vragen richten zich in hoofdzaak op een drietal punten: de sluiting van bepaalde kazernes, het opheffen van het duikteam Rotterdam en tot besluit de kosten van de huidige huisvesting, staf en beleidsambtenaren in het World Port Center en Montevideo.

Er is nu o.a. voorzien in sluiting van de centraal gelegen brandweerkazerne Laanslootseweg, de brandweerzorg in West komt hiermee onder druk te staan. Waarschijnlijk zullen in de toekomst de reddingsvoertuigen nu uit Schiedam moeten komen, maar hier bestaat geen duidelijkheid over. Daarbij zal er in dat geval niet langer een ladderwagen ingezet gaan worden maar een hoogwerker vanuit Schiedam. In het oude westen, met veel oude huizen en krappe straten is een hoogwerker veel trager inzetbaar (redding) en vele krappe straten zelfs niet bereikbaar.

De brandweerkazerne op Rotterdam Zuid, Pottumstraat staat eveneens op de nominatie samengevoegd te gaan worden, maar dan met een vrijwilligerspost uit Albrandswaard. Het gehele materieelspreidingsplan (MSP) is gebaseerd op 4 jaar historische incidenten i.p.v. het computersysteem, om de dekking te berekenen, te voeden op basis van risico inventarisatie. Alleen de gemeente Vlaardingen blijkt over de juiste gebouwgegevens te beschikken binnen de regio!
Door diverse sluitingen van kazernes rondom Rotterdam, de spilgemeente die nu zelf nog een minimaal aantal benodigde kazernes heeft, zal de uitrukfrequentie toenemen naar de buurgemeenten. Ook richting Lansingerland zullen deze effecten merkbaar worden vanuit de post Frobenstraat.

Dit zal absoluut ten koste gaan van de reguliere dekking bij brand en (technische)hulpverlening aan de burger binnen Rotterdam en de veiligheid van het personeel”.

Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:

Inleidend kan worden gesteld, dat door de gezamenlijke colleges van B&W in de regio aan de Veiligheidsregio, evenals aan andere gemeenschappelijke regelingen met ingang van 2011, een taakstelling is opgelegd van 5%. Voor de VRR betreft dit de taken die door de inwonersbijdrage en de dienstverleningsovereenkomst met de gemeenten gefinancierd worden. Het betreft een totaal bedrag van € 4,5 miljoen. In de ombuigingsvoorstellen en de separaat toegestuurde conceptbegroting VRR wordt de opgelegde 5% taakstelling gefaseerd behaald.


Vraag 1: Is de sluiting van de locatie Laanslootseweg al definitief? En welke besparing is met deze sluiting gemoeid?

Antwoord:
De sluiting van de kazerne Laanslootseweg is nog niet definitief. Het besluit daarover zal genomen worden als het algemeen bestuur (AB) van de VRR definitief besluit tot vaststellen van de begroting 2011 in juni dit jaar. Door het AB is op 26 april 2010 een voorgenomen besluit genomen over de conceptbegroting. Op dit moment wordt de conceptbegroting in de procedure zienswijze aan de gemeenteraden voorgelegd. Het samenvoegen van de kazerne aan de Laanslootseweg met de kazerne Schiedam zal een besparing van € 2,2 miljoen opleveren.


Vraag 2: Hoe is de brandweerzorg in Rotterdam West verzekerd bij sluiting van de kazernelocatie aan de Laanslootseweg?

Antwoord:
Feitelijk worden de kazernes Laanslootseweg en de huidige kazerne van Schiedam op een nieuwe l ocatie samengevoegd, waardoor de brandweerzorg gewaarborgd blijft. Het realiseren van deze optie vereist wel de nodige voortvarendheid op het gebied van de ruimtelijke ordening.


Vraag 3:  Hoe gaat u de snelle inzet van ladderwagens in West garanderen, aangezien inzet van de hoogwerker vaak niet praktisch of onmogelijk is?

Antwoord:
Op basis van de Wet Veiligheidsregio’s en de leidraad basisbrandweerzorg wordt er geen onderscheid gemaakt tussen autoladders of hoogwerkers, men spreekt over het algehele voertuigtype “het redvoertuig (RV)”. Momenteel wordt voor voorkomende gevallen het dichtstbijzijnde redvoertuig gealarmeerd voor maatgevende incidenten, waarbij er geen onderscheid wordt gemaakt tussen welk type voertuig gaat rijden in combinatie met het gebied waarbinnen opgetreden wordt.
Een snelle inzet van een redvoertuig in Rotterdam West wordt gegarandeerd door het dichtstbijzijnde beschikbare redvoertuig.


Vraag 4: Als de ladderwagen van elders moet komen wat is dan de aanrijdtijd? En wat als deze reeds elders ingezet zijn?

Antwoord:
Wanneer het dichtstbijzijnde redvoertuig reeds elders ingezet is, zal volgens procedure de volgende kazerne waar een redvoertuig gestationeerd is gealarmeerd worden.
Ervan uitgaande dat het redvoertuig, dat op de kazerne Schiedam gepositioneerd is, is ingezet, zijn dit voor het betreffende gebied rondom de kazerne Laanslootseweg respectievelijk het redvoertuig uit de kazerne Bosland, de kazerne Frobenstraat of de kazerne Maassluis.
In bovenstaand geval, zal de opkomsttijd de uiterste grens van 18 minuten uit de Wet op de veiligheidsregio’s niet overschrijden.


Vraag 5: Worden de gevolgen van diverse sluitingen/samenvoegingen alleen vanuit het perspectief “brand” bekeken of ook daar waar de hulpverlening breder is, zoals auto ongevallen, opsluiting enz.?

Antwoord:
Daar de normen voor “brand”-situaties veel stringenter zijn dan daar waar de hulpverlening breder is, wordt er bij diverse sluitingen/samenvoegingen primair gekeken vanuit het perspectief “brand”.
Tevens hebben de diverse sluitingen/samenvoegingen geen impact op kazernes, die volgens het materieelspreidingsplan de technische hulpverlening hebben toebedeeld gekregen.
Voor deze, meer specialistische, technische hulpverlening komt er een specialistisch hulpverleningsteam, dat een verzorgingsgebied heeft met een bereikbaarheid van 15 minuten. Dit is overeenkomstig de landelijk geldende normen.


Vraag 6: Rookmelders bieden snellere reactietijd van de burger, maar alleen in relevante gevallen, hoe draagt u zorg voor voldoende respons vanuit de overgebleven kazernes?

Antwoord:
Rookmelders bieden inderdaad de mogelijkheid voor een snellere reactietijd in het geval van brand. Vanuit een kazerne in de buurt van de brand zal een tankautospuit aanrijden op het incident.


Vraag 7: Hoe wordt voorkomen dat druk op de Rotterdamse brandweer te hoog wordt bij gelijktijdige sluiting van omliggende brandweerposten van buurgemeenten?

Antwoord:
De brandweer is in de regio Rotterdam- Rijnmond regionaal georganiseerd, met aandacht voor alle regiogemeenten. Regionaal worden de verschillende posten optimaal gespreid. Er kan geen sprake van zijn dat buurgemeenten autonoom posten kunnen sluiten. De brandweerzorg is immers door alle gemeenten overgedragen aan de VRR. De spreiding van uitruklocaties is dus een verantwoordelijkheid van het bestuur van de VRR.

Tevens wordt gesteld:
“In de jaren negentig werd, onder druk van de publieke opinie en ingrijpen vanuit de politiek na enkele fatale waterongelukken, waarbij men lang op duikteams van elders stond te wachten, opnieuw een duikteam van de Rotterdamse brandweer ingesteld met als standplaats de kazerne Mijnsherenlaan. Als het Rotterdamse duikteam weer opgeheven wordt, moet er als vanouds hulp vanuit Brielle, Schiedam of Capelle ingeroepen worden. Deze duikteams van de eilanden bestaan echter ook uit vrijwilligers (Brielle met Hellevoetsluis) die een langere opkomsttijd hebben. Daarnaast kunnen alle duikteams (= neventaak) ook opgeroepen worden voor andere brandweertaken en deze zullen dan dus niet inzetbaar zijn. Dit alles komt bij een evident langere aanrijdtijd”.


Vraag 8: Kan de grootste havenstad van Europa serieus zonder een duikteam van de brandweer?

Antwoord:
Er is geen sprake van dat er geen duikteam meer is. In de regio zijn thans vijf professionele en twee vrijwillige duikteams, die momenteel niet optimaal functioneren. De Arbeidsinspectie heeft daarover eerder als zodanig gerapporteerd. Het aantal duikteams wordt weliswaar teruggebracht naar drie, maar de kwaliteit van deze teams wordt versterkt door investeringen in personeel, materieel en opleidingen. Met deze drie teams wordt het grootste deel van de regio binnen de genormeerde opkomsttijd van 15 minuten gedekt. In Lansingerland en Hoek van Holland kan de opkomsttijd niet gehaald worden met eigen eenheden, hiervoor zullen eenheden van Haaglanden ingezet worden.


Vraag 9: Hoe vaak is dit team ingezet in 2009 en 2008, binnen en buiten Rotterdam?

Antwoord:
In 2008 zijn er 263 waterongevalleninzetten geweest in de regio Rotterdam-Rijnmond. In 2009 waren dit 248 inzetten. Het is niet exact te zeggen hoeveel inzetten er geweest zijn in de gemeente Rotterdam daar deze gegevens niet per gemeente maar per brandweerdistrict bijgehouden worden. Daarnaast zijn ook duikteams van posten buiten de gemeente Rotterdam ingezet bij waterongevallen op Rotterdams grondgebied.
Het duikteam dat momenteel binnen de gemeentegrenzen van Rotterdam gelokaliseerd is, bevindt zich op de Mijnsherenlaan in Rotterdam-Zuid. Dit team heeft in 2008 60 inzetten gehad en in 2009 waren er 61 inzetten.


Vraag 10: Welke besparing volgt e r uit opheffing van dit duikteam?

Antwoord:
Per saldo wordt er niet bespaard, maar juist extra geïnvesteerd in het duiken. Het opheffen van 4 duikteams levert een besparing op van € 460.000 per jaar. Daarnaast is er sprake van een extra investering van 0 ,9 miljoen euro voor de kwaliteitsverbetering van de duikfunctie van de overblijvende teams. Dit is noodzakelijk omdat er vanuit de wet- en regelgeving strengere veiligheidseisen worden gesteld. In de huidige situatie is het moeilijk om aan deze norm te voldoen, zo bleek ook uit onderzoeken die in deze regio gedaan zijn door de brandweer zelf en de Arbeidsinspectie.


Vraag 11: Is hierbij rekening gehouden met de ontwikkeling van de binnenstedelijke havengebieden tot woongebieden? Zo ja, op welke wijze?

Antwoord:
Op basis van de incidenthistorie en een spreiding over de regio zijn de locaties van de duikteams aangewezen. De ontwikkeling van binnenstedelijk havengebied tot woongebieden is daarin niet meegenomen, maar wijzigt in beginsel ook niets aan de te hanteren opkomsttijden en aan het aantal benodigde duikteams.

Afsluitend wordt gesteld:
“Wat veel brandweerlieden steekt is dat er al langer op de uitvoerende tak van dienst bespaard wordt terwijl de overhead toeneemt. Cijfers van het CBS tonen landelijk aan dat de kosten van het repressieve (brandbestrijdende) deel van de brandweer al jaren niet zijn gestegen. Door het sluiten van kazernes is de dagelijkse bezetting van de repressieve dienst de afgelopen jaren zelfs afgenomen van 98 tot 60 man rond de
klok. De explosieve toename van kosten moet dus geheel worden toegeschreven aan de overhead. De huidige bezuinigingsvoorstellen lijken vooral de echte brandweerlieden te treffen. De groei aan beleidsmedewerkers in de hogere salarisschalen is exemplarisch. Daar waar de brandweerlieden zelf hun kazernes runnen, zelf moeten schoonmaken en de was draaien, zit de staf geheel verzorgd op de duurste locatie van Rotterdam, hoog in het World Port Center en sinds kort ook in Montevideo. De locatie is te duur en in het geval van een echt grote calamiteit bijzonder onpraktisch”.


Vraag 12: Waarom is er voor de alarmcentrale niet gekozen voor de veel betere uitvalsbasis aan de Boezembocht? Kan hier alsnog voor gekozen worden?

Antwoord:
De Boezembocht heeft reeds een (beperkte) alarmcentrale. Deze dient als back-up voor de huidig geplaatste alarmcentrale in het WPC-gebouw. In een havenstad als Rotterdam is het van groot belang bij een mogelijk incident de operationele inzet van de Veiligheidsregio en het Havenbedrijf op elkaar af te stemmen. Nu de meldkamers bij elkaar gepositioneerd zijn is dit geborgd. De keuze voor het WPC is overigens gebaseerd op nadere studies in 1997, waarbij deze locatie samen met het Havenbedrijf zowel op basis van kosten als vanuit operationaliteit als meest kosteneffectieve oplossing uit de bus is gekomen. Zowel de politie als ook de VRR hebben destijds fors geïnvesteerd in de bouw van de gezamenlijke meldkamer.
Overigens bevindt zich in het WPC niet slechts de alarmcentrale voor de brandweer, maar ook de ruimtes voor de meldkamers van de politie, ambulancediensten/GHOR en de zogenaamde actiecentra en crisisruimten voor o.a. de operationele leiding bij ernstige incidenten. De actiecentra en crisisruimten zijn normaliter in gebruik als kantoorruimte voor het personeel van de VRR. Daardoor wordt efficiënt gebruik gemaakt van de toch al benodigde ruimte.


Vraag 13: Welke kosten zijn er gemoeid met de huur van de prestigieuze locaties en faciliteiten in het WPC gebouw en Montevideo?

Antwoord:
Het klopt dat de huisvesting van de primaire taken zoals risico- en crisisbeheersing, de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen (GHOR) en de gemeenschappelijke meldkamer en de directie en staf op deze locatie een fors prijskaartje kent. De exacte kosten per jaar zijn € 2,4 miljoen. Deze huisvesting is destijds, eind 20ste eeuw, ingegeven door de noodzaak van co-huisvesting van de meldkamers en actiecentra die benodigd zijn bij grootschalige rampen en crises. Het onderbrengen van bepaalde strategische staffuncties in het WPC is door multifunctioneel gebruik mede ingegeven uit overwegingen van kostenbesparing.
Verhuizing naar elders zou, behalve vermindering van samenwerking met de partners in de veiligheidsketen zoals het Havenbedrijf (zie vraag 8), leiden tot enorme kapitaalvernietiging van de huidige faciliteiten en bovendien forse extra investeringen vragen op een nieuwe locatie. Eerste analyses wijzen uit dat verplaatsing eerder zal leiden tot structurele meerkosten van enige miljoenen in plaats van besparingen.


Vraag 14: Hoeveel gaat er bezuinigd worden op staf en beleidsondersteuning (overhead)?

Antwoord:
De VRR heeft reeds een lage overhead van 12%, de organisatie is dus reeds lean en mean georganiseerd. De formatiereductie heeft onder andere betrekking op overhead; de leidinggevende en beleidsmatige functies zullen teruggedrongen worden door middel van een vacaturestop en het niet invullen van de restformatie. Dit levert in de staf- en PIOFACH functies zoals juridisch, bestuurlijk en communicatie een besparing op van
€ 100.000 per jaar.

Ook zal er een stevige inzet worden gedaan op het beperken van bedrijfsvoeringkosten in de beleidsmatige kant van de organisatie. Meer dan 50% van de bezuinigingen wordt gevonden binnen de sfeer van bedrijfsvoering, uitmondend in een bezuiniging van
€ 1.620.000 in 2012.
Overigens zijn de taken die door de stafdirectie risico- en crisisbeheersing worden uitgevoerd, overwegend gefinancierd door bijdragen vanuit het Rijk. Deze kosten worden slechts gedeeltelijk door de gemeenten betaald. Ook op deze directie wordt bezuinigd, met een bedrag van € 90.000 in 2012.
Ook wordt, in verband met de wijziging van het sturingmodel van de VRR, het aantal directeursfuncties verminderd.


Vraag 15: Welke bezuinigingen, die niet de uitvoerende tak raken, zijn er verder bij de brandweer gepland ?

Antwoord:
De bezuinigingen voor de brandweer zijn zowel gericht op uitvoerende taken als ook op beheersmatige zaken en overhead. Dit betreft bijvoorbeeld het centraliseren van personeelszaken, financiën en control. Op die manier is regionaal efficiëntie te bereiken die zich zal v ertalen in besparingen. Naast besparingen levert dit ook een uniform beleid op en kwaliteitsverbetering in de advisering.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

De secretaris,
A.H.P. van Gils

De burgemeester,
A. Aboutaleb