Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarričre Woonbron (n.n.b)


Benoeming nieuwe directeur Bibliotheek Rotterdam

Rotterdam, 17 februari 2012.

Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid M.J.W. Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) over benoeming van de nieuwe directeur Bibliotheek Rotterdam.

Aan de Gemeenteraad.

Op 23 november 2011 stelt het raadslid M.J.W. Struijvenberg (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over benoeming van de nieuwe directeur Bibliotheek Rotterdam.

Inleidend wordt gesteld:

Op 23 november 2011 heeft het lid van uw raad Struijvenberg, Leefbaar Rotterdam, schriftelijke vragen gesteld over de benoeming van de voormalige algemeen directeur van de dienst Sociale zaken en werkgelegenheid als de nieuwe directeur Bibliotheek Rotterdam. De door u gestelde vragen betreffen zowel inhoud als proces. In de beantwoording zal op beide aspecten worden ingegaan, echter met dien verstande dat de vraag of het nemen van maatregelen jegens individuele ambtenaren opportuun is, conform het ambtenarenrecht berust bij de werkgever, ons college, en als zodanig geen onderwerp van bespreking is in de Gemeenteraad.

Vraag 1:
Wat vindt u er van wanneer een gemeenteraadslid niet direct publiekelijk aandacht schenkt aan een zaak als deze, maar in plaats daarvan persoonlijk in contact treedt met het college om zich te laten informeren?

Antwoord:
Ten behoeve van de beantwoording van vragen over personen is door uw raad een gedragscode opgesteld. Het is de persoonlijke afweging van elk gemeenteraadslid om conform de eigen gedragscode te handelen.

Vraag 2:
In hoeverre begrijpt u dat gemeenteraadsleden geacht worden tekst en uitleg te kunnen geven over het beleid van de gemeente en het daarom van belang is om hen hierover te informeren, zeker wanneer daar expliciet om is gevraagd?

Antwoord:
Het is te waarderen dat raadsleden tekst en uitleg geven over het beleid van de gemeente en zich daartoe laten informeren.

Vraag 3:
Waarom heeft u niets van u laten horen voordat het persbericht is uitgestuurd?

Antwoord:
De benoeming van een directeur is een collegeaangelegenheid.

Vraag 4:
Waarom heeft u niets van u laten horen nadat het persbericht is uitgestuurd?

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 3 en vraag 5.

Vraag 5:
In hoeverre vindt u dat u de Gemeenteraad en haar leden serieus neemt als u in zo’n zaak niets van u laat horen, terwijl u weet dat er wordt gewacht op verdere informatie?

Antwoord:
Uiteraard neemt ons college informatieverzoeken van de gemeenteraad altijd serieus. Het was ons niet bekend dat er rond de benoeming van de directeur gewacht werd op verdere informatie. Kennelijk was er sprake van een verschil in verwachtingen op dit punt. Dat betreuren wij.

Vraag 6:
In hoeverre begrijpt u dat het vertrouwen van een gemeenteraadslid in het college wordt geschaad door uw handelswijze in deze zaak?

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 5.

Vraag 7:
In hoeverre zou u in een soortgelijke situatie in de toekomst hetzelfde handelen?

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 5.

Vraag 8:
In hoeverre acht u het wenselijk dat gemeenteraadsleden bij zo’n situatie in de toekomst eerst persoonlijk met u in contact treden alvorens publiekelijk aandacht aan zo’n zaak te schenken?

Antwoord:
Het is de individuele afweging van elk raadslid om persoonlijk met de bestuurders in contact te treden. Zie voorts ons antwoord op vraag 1.

Vraag 9:
In hoeverre kunt u zich voorstellen dat door uw handelswijze in deze zaak, het minder voor de hand ligt om een volgende keer opnieuw eerst persoonlijk met het college in overleg te treden alvorens publiekelijk aandacht te vragen voor een zaak als deze?

Antwoord:
Ons college hecht er aan om de drempel naar raadsleden voor het stellen van vragen zo laag mogelijk te houden en benadrukt het belang van zorgvuldigheid en respect in die gevallen waarin vragen over personen aan de orde zijn. Zie voorts ons antwoord op vraag 1 en op vraag 8.

Vraag 10:
Wat is er op hoofdlijnen uit het juridisch onderzoek gebleken?

Antwoord:
Naar aanleiding van de in de lopende begroting 2011 ontstane tekorten is een analyse gemaakt van de geldende mandaten en volmachten en van de jaarstukken en is bezien in hoeverre waar nodig is opgeschaald naar de ambtelijke en/of de politieke leiding. Hieruit is een omissie in de opschalingslijn naar voren gekomen. Inmiddels is een nadere uitwerking voor opschaling in de ambtelijke en politieke lijn in gang gezet.

Vraag 11:
Op welke termijn kunt u het hele juridisch onderzoek vertrouwelijk ter beschikking stellen aan de gemeenteraad?

Antwoord:
Na vaststelling van de nadere uitwerking voor opschaling zal deze ter informatie beschikbaar worden gesteld aan uw raad.

Vraag 12:
Heeft u enige disciplinaire maatregel opgelegd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom is deze maatregel volgens u voldoende?

Antwoord:
Op basis van het ambtenarenrecht berust het nemen van maatregelen jegens individuele ambtenaren bij de werkgever, ons college, en is derhalve geen onderwerp van bespreking is in de Gemeenteraad.

Vraag 13:
Zijn er nog andere stappen gezet of nagelaten waardoor een vergaande disciplinaire maatregel juridisch gezien beduidend minder kansrijk was of is geworden? Zo ja, welke allemaal?

Antwoord:
Nee.

Vraag 14:
Welke lessen heeft u geleerd uit het juridisch onderzoek?

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 10.

Vraag 15:
Welke acties heeft u ondernomen of gaat u ondernemen n.a.v. deze zaak?

Antwoord:
Zie ons antwoord op vraag 10 en 11.

Vraag 16:
Welk signaal zou u als college afgeven, zowel aan de buitenwereld als aan het eigen concern, wanneer dusdanig vergaand mismanagement met dusdanig vergaande financiële gevolgen voor de gemeente Rotterdam, niet zou leiden tot een vergaande disciplinaire maatregel?

Antwoord:
Ons college herkent zich niet in de in uw slotvraag geformuleerde suggestie.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

De secretaris,
A.H.P. van Gils

De burgemeester,
A. Aboutaleb