Het laatste van Schriftelijke Vragen

mei 10, 2012
Dierenopvangcentra Rijnmond (n.n.b)

mei 04, 2012
Criminelen op billboards (n.n.b)

mei 02, 2012
Vrijmarkt Coolsingel (n.n.b)

mei 01, 2012
Politiezorg Rozenburg (n.n.b)

april 25, 2012
Bedrijfsreinigingsrecht (n.n.b)

april 24, 2012
Subsidie Megastad FM

april 18, 2012
Naheffing belastingen (n.n.b)

april 18, 2012
Opvanghuis Nora Storm (n.n.b)

april 17, 2012
Hennepplantage in pand WOM (n.n.b)

maart 27, 2012
Rappende homohater (n.n.b)

maart 26, 2012
Vervallen volkstuincomplex Bosdreef (n.n.b)

maart 23, 2012
Wooncarričre Woonbron (n.n.b)


AIVD jaarverslag 2006

Aan de Gemeenteraad.

Op 1 mei 2007 stelde het lid van uw raad, de heer drs. ing. R.A.C.J. Simons (Leefbaar Rotterdam), ons college schriftelijke vragen naar aanleiding van het AIVD jaarverslag 2006.

Inleidend stelt de heer Simons:

“Vorige week heeft de AIVD het jaarverslag van 2006 gepubliceerd. De AIVD ziet een gestage groei van de radicalisering van moslimjongeren in Nederland, dit komt o.a. door de groei van het salafisme. Het salafisme is een ultraorthodoxe variant van de islam, die de Westerse democratische rechtstaat verwerpt en zeer intolerant staat tegen andersdenkenden, gelijke rechten voor vrouwen en mannen, homoseksualiteit, enz, enz. De AIVD constateert dat er een voortdurende aanwas is van (vooral lokale) jihadistische netwerken. Deze ontwikkeling kan uiteindelijk leiden tot ontwrichting van de Nederlandse democratische rechtstaat. Het betreft vooral Marokkaanse en in mindere mate Turkse jongeren die zich tot extremistische islamitische ideologieën aangetrokken voelen.

Tijdens de externe oriëntatie in het kader van het actieprogramma “Meedoen of Achterblijven’’ in het Oude noorden op 17 april jl. is er gesproken met vertegenwoordigers van de Marokkaanse en Turkse gemeenschap. Deze vertegenwoordigers vertelden dat er op geen enkele wijze sprake is van radicalisering van moslimjongeren in Rotterdam. De uitkomst van deze externe oriëntatie geeft dus een heel ander beeld van de radicalisering van moslimjongeren dan in het bovengenoemde jaarverslag van de AIVD.”

Hieronder volgen zijn vragen en onze beantwoording.

Vraag 1:
Wat gaat het college doen met de uitkomsten van het AIVD jaarverslag 2006?

Antwoord:
De uitkomsten van het AIVD jaarverslag 2006 onderstrepen het belang van het vroegtijdig signaleren en het tegengaan van radicalisering. Rotterdam loopt voorop in de ontwikkeling van een duurzame en structurele aanpak voor radicalisering. De aanpak en de doorontwikkeling daarvan is inmiddels een vast onderdeel van het gemeentelijk beleid. Het college zet deze lijn onverkort door.

Vraag 2:
Is er in Rotterdam ook sprake van een verder gaande radicalisering van moslimjongeren?

Antwoord:
Zoals blijkt uit de tweede rapportage Radicalisering in Rotterdam (april 2007), is het beeld met betrekking tot radicalisering van Rotterdamse moslimjongeren is in het algemeen rustig. Er hebben zich in dit verband geen bijzondere incidenten voorgedaan.

Vraag 3:
Wat is het beeld met betrekking tot de groei van het salafisme in Rotterdam?

Antwoord:
Het salafisme is een brede ideologische stroming binnen de islam, die terug wil naar de ‘zuivere islam’ uit de tijd van de Profeet. Het salafisme is vaak conservatief en ultraorthodox. Onder Rotterdamse moslimjongeren is in toenemende mate aandacht voor de vraag hoe zij hun – soms ook orthodoxe – geloofsbeleving kunnen combineren met hun leven in de westerse seculiere omgeving. Dit duidt meestal niet op een radicale beleving van het geloof.

Vraag 4:
Wordt het salafisme in Rotterdam ook actief en in georganiseerde vorm verspreid in moskeeën en islamitische jeugdcentra, zoals in het rapport van de AIVD te lezen valt?

Antwoord:
Er zijn geen signalen dat de verspreiding van het salafistische gedachtegoed zoals beschreven in het jaarverslag van de AIVD, zich ook voordoet in Rotterdam. Dat neemt niet weg dat niet kan worden uitgesloten dat rondreizende salafistische predikers van tijd tot tijd ook Rotterdam aan doen.

Vraag 5:
Wat gaat het college doen om verder radicalisering van moslimjongeren in Rotterdam te voorkomen?

Antwoord:
Rode draad in het voorkomen van radicalisering is weten wat er leeft onder de verschillende delen van de Rotterdamse bevolking, daar rekening mee te houden en op in te spelen: investeren in contacten en bouwen aan vertrouwen. Daarnaast is het van belang dat radicalisering tijdig wordt herkend. Om die reden wordt onverminderd geďnvesteerd in bewustwordingstrainingen die professionals, zoals leerkrachten en jongerenwerkers, helpen in het kunnen herkennen van gedrag dat duidt op mogelijke radicalisering en op het interveniëren daarin. Daarnaast wordt het debat gestimuleerd over onder meer de vraag hoe het moslim-zijn te combineren is met een succesvolle ontwikkeling in de Rotterdams seculiere samenleving.

Vraag 6:
Indien de radicalisering zich voortzet wat zijn dan de gevolgen voor het integratieproces?

Antwoord:
Verdergaande radicalisering staat op gespannen voet met integratie. Waar gestuit wordt op anti-integratieve en onverdraagzaam isolationistische opvattingen zal daartegen worden opgetreden door middel van gesprek en het nadrukkelijk laten horen van een ander geluid.

Vraag 7:
Welke maatregelen gaat het college nemen naar aanleiding van de bevindingen van de AIVD?

Antwoord:

Onder verwijzing naar het antwoord op vraag 1, zal het college met name investeren in de bewustwording van professionals in het herkennen van radicalisering en het interveniëren daarin. Daarnaast wordt geďnvesteerd in de professionalisering en verduurzaming van de contacten met bestaande en nieuwe allochtone organisaties, moskeebesturen en specifieke jongerenorganisaties.

Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,


De secretaris, De burgemeester,


A.H.P. van Gils I.W. Opstelten