Hieronder volgen hun vragen, en onze beantwoording.
Vraag 1:
Hoe denkt het huidige bestuur over deze dienstverlening?
Antwoord:
Wij zijn van mening dat het uit oogpunt van openbare gezondheidszorg, een goede zaak is dat zorginstellingen zoeken naar innovatieve mogelijkheden om adequate (en efficiënte) zorg te verlenen. Bij navraag bij Riagg RNW en het zorgkantoor blijkt dat onderzoek aangetoond heeft dat het verlenen van zorg in het land van herkomst een positief effect had op het ziektebeeld van deze patiënten en kostenbesparend was. In de praktijk merkten wij dat dit een positief effect had op het aantal ‘in bewaringstellingen’ (IBS).
Continuïteit van behandeling tot in het buitenland is op zich niet nieuw; voor somatische aandoeningen zijn hier meer voorbeelden van, betaald op basis van de zorgverzekeringswet of de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Continuïteit van behandeling is bovendien zinvol om mensen te helpen beperkingen voor participatie in de maatschappij - zoals het bezoeken van ouders in het land van herkomst - weg te nemen.
Overigens is het Riagg deze vorm van hulpverlening gestopt na het verbod van minister Hoogervorst. In de casuïstiek vertaalt dit zich naar een verergering van de problematiek.
Om de deskundigheid van hulpverleners te vergroten is nu sprake van jobrotation, een jaarlijkse uitwisseling van twee medewerkers. De Nederlandse hulpverleners in Marokko behandelen daar alle voorkomende patiënten en dus niet alleen de Marokkaanse Nederlanders.
Inleidend stellen mevrouw Van den Anker en de heer Pastors verder:
“Ten tijde van deze kwestie was het stadsbestuur formeel niet het bevoegde gezag omdat Riagg-dienstverlening direct door het rijk werd geregeld. Het rijk heeft toen mede op verzoek van Rotterdam maatregelen genomen en het Riagg verboden deze dienstverlening te continueren. Inmiddels is de Wet Maatschappelijke Ondersteuning ingevoerd en heeft de gemeente meer bevoegdheden om dienstverleners in de eigen regio te sanctioneren, bijvoorbeeld door het niet vergoeden van verleende zorg en het niet ingaan op offertes voor deze en andere vormen van zorg.”
Vraag 2:
Welke relaties heeft de gemeente Rotterdam met het betreffende Riagg?
Antwoord:
De gemeente Rotterdam heeft vanuit de WMO wel een subsidierelatie met het betreffende Riagg, maar niet op het vlak van individuele verstrekkingen.
Vraag 3:
Welke mogelijkheden zijn er om het Riagg direct of indirect te weerhouden van deze Rif-dienstverlening en van welke mogelijkheden gaat u gebruik maken?
Antwoord:
Als college hebben we hier – afgezien van overtuiging – geen mogelijkheden voor. Genoemde vorm van hulpverlening door het Riagg blijft ook na invoering van de WMO onder de verantwoordelijkheid van het Zorgkantoor vallen. Zowel de controle van de kwaliteit van zorgverlening als het toezicht op rechtmatige besteding van AWBZ middelen is een rijkstaak.
Inleidend stellen mevrouw Van den Anker en de heer Pastors verder:
“Leefbaar Rotterdam is van mening dat een organisatie die zich niet houdt aan het beleid dat door het Rijk en de Gemeente diverse malen is vastgesteld en toegelicht, tegen de regels handelt en wellicht zelfs een strafbaar feit pleegt. Hierbij moet de directeur ook persoonlijk aansprakelijk gesteld worden, zeker omdat uit zijn zelfgenoegzame reactie blijkt dat hij zich ervan bewust is dat hij tegen de wens van het bevoegd gezag handelt: “De minister heeft geen verstand van zorg.” Wij zouden zeggen: “Dat is prima, dan ziet u het maar met hem eens te worden.” Het Riagg omzeilt bewust de regels door medewerkers bij Marokkaanse instellingen te detacheren. Het zorgkantoor, de toezichthouder in deze, keurt vervolgens de behandeling goed en misbruikt hiervoor het budget voor internationale zorgvernieuwing. Dit is flessentrekkerij omdat men hiermee op papier een rechtvaardiging vindt terwijl men feitelijk weet dat het verboden Rif-project
wordt voortgezet. Het geld dat na het verbod in het project is gestoken moet volgens ons dan ook worden teruggehaald.”
Vraag 4:
Welke acties gaat u, zelf en via het Rijk, tegen het Riagg RNW of het zorgkantoor ondernemen naar aanleiding van deze bewuste overtreding van rijksbeleid?
Antwoord:
Geen, hier heeft ons college geen rol in, en zoals uit het bovenstaande blijkt, zien wij geen aanleiding om de handelwijze van het Riagg ter discussie te stellen.
Vraag 5:
Welke acties gaat u, zelf of via het Rijk, tegen de directeur van het Riagg of het zorgkantoor ondernemen?
Antwoord:
Geen, zie ons antwoord op vraag 4.
Vraag 6:
Welke acties gaat u ondernemen, zelf of via het Rijk, om de vergoedingen voor deze ten onrechte vergoede zorg terug te vorderen?
Antwoord:
Geen, zie ons antwoord op vraag 4.
Vraag 7:
Welke acties gaat u nemen om te voorkomen dat AWBZ- dus gemeenschapsgeld in de toekomst aan deze ongewenste buitenlandse dienstverlening wordt uitgegeven?
Antwoord:
Geen, zie ons antwoord op vraag 4.
Inleidend stellen mevrouw Van den Anker en de heer Pastors verder:
“Leefbaar Rotterdam is van mening dat beter voorkomen kan worden dat mensen activiteiten ondernemen die hun behandeling niet ten goede komen. Het op reis gaan op zichzelf zorgt namelijk voor psychische druk, zo bleek uit een rapportage van Nova in 2004. Deze handelwijze belemmert dus genezing en integratie in de Nederlandse samenleving, een samenleving waar deze mensen vrijwillig voor hebben gekozen. Daarmee wordt ook de Gemeente verder op kosten gejaagd.
Ook vinden wij dat aan immigranten met dit project het verkeerde signaal wordt afgegeven omdat het mensen ontslaat van hun eigen verantwoordelijkheid om wel of niet op reis te gaan als zij psychisch instabiel zijn. Daarbij nemen ze dan op kosten van de samenleving of de zorgverzekering een begeleider mee om toe te zien op inname van medicijnen en geestelijke begeleiding.”
Vraag 8:
Welke acties gaat u ondernemen om er voor te zorgen dat zorgverleners niet aan hun eigen declaraties en marktposities denken maar aan wat werkelijk het beste is voor deze patiënten?
Antwoord:
Ons college heeft geen reden om er aan te twijfelen of het Riagg handelt in het gezondheidsbelang van zijn patiënten.
Inleidend wordt verder gesteld:
“Zeker omdat deze vorm van zorg in de toekomst volledig wordt geregeld via zorgverzekeraars, en de politiek daarmee buitenspel wordt gezet, is het van belang heldere afspraken te maken over de ruimte die verzekeraars hebben deze vorm van zorg te vergoeden.”
Vraag 9:
Zit deze zorg in het standaardpakket van de zorgverzekeraars of in de aanvullende verzekeringen?
Antwoord:
Deze zorg valt niet onder de ziektekostenverzekering, maar valt onder de AWBZ financiering, onder verantwoordelijkheid van zorgkantoren.
Vraag 10:
Indien in het standaardpakket: gaat u het rijk verzoeken deze zorg uit het standaardpakket te halen?
Antwoord:
Neen, zie ons antwoord op vraag 9.
Vraag 11:
Indien in het aanvullende pakket: gaat u het rijk verzoeken de zorgverzekeraars te bewegen aparte aanvullende pakketten aan te bieden aan mensen die deze zorg niet op prijs stellen en degenen die verwachten hier wel gebruik van te willen gaan maken?
Antwoord:
Neen, zie ons antwoord op vraag 9.
Inleidend wordt verder gesteld:
“Uit de berichtgeving in het AD blijkt ook dat thuiszorgorganisaties zich op deze groeimarkt willen gaan begeven. Thuiszorg valt onder de WMO en daarmee onder de gemeentelijke bevoegdheid. De Rotterdamse zich op de eerste generatie Turken en Marokkanen richtende Thuiszorgorganisatie AZ zegt bij monde van Ali Bourich: “Cliënten moet je helpen, ook al keurt de politiek dat af.” Wij zouden zeggen; “Dat is prima, maar niet van ons geld”.”
Vraag 12:
Verleent u vergoedingen aan deze of andere thuiszorgorganisaties voor het achterna reizen van cliënten, of bent u van plan dit te gaan doen? Zo ja: waarom denkt u dat dit de bedoeling is van het WMO-geld?
Antwoord:
Neen, alleen het onderdeel huishoudelijke verzorging is in het kader van de WMO overgeheveld naar de gemeente. Het betreft hier zeker geen huishoudelijke dienstverlening.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De Secretaris, De Burgemeester,
A.H.P. van Gils I.W. Opstelten