Klik hier voor de beantwoording van de schriftelijke vragen (pdf)
Aan: Het college van Burgemeester en Wethouders
Stadhuis Rotterdam
Coolsingel 40
3011 AD Rotterdam
Rotterdam, 27 september 2011
Schriftelijke vragen ter schriftelijke beantwoording
Betreft: aanvullende vragen evaluatie rellen bij het Maasgebouw
Geacht college,
Op donderdag 22 september is er gedebatteerd over de rellen van zaterdagavond 17 september. Tijdens dit debat is er een motie aangenomen waarin gevraagd wordt het optreden van de politie te evalueren. Wij gaan er van uit dat de nog openstaande vragen uit het debat worden meegenomen, maar wij willen in deze evaluatie in ieder geval de volgende zaken specifiek verduidelijkt hebben:
1. Met betrekking tot het begin- en eindpunt van de aangekondigde demonstratie; wat was hieromtrent afgesproken, op welke data waren de eerdere demonstraties, wat waren toen de afgesproken begin- en eindpunten en wat gebeurde er op die data in de praktijk?
2. Wat was de verwachting over de vervolgbewegingen van de demonstranten vanaf het eindpunt van de demonstratie? Welke veiligheidsmaatregelen zijn daarvoor genomen?
3. Wat waren de afspraken die van toepassing zijn op wat er feitelijk gebeurde: het agressief belagen van het Maasgebouw? Waren deze afspraken met de kennis van nu voldoende en gaat u ze de volgende keer weer zo maken? Zo nee, wat gaat u anders doen?
4. Hoe kan het dat er bij de demonstratie bekende hooligans of andere personen met een overlastdossier zijn gesignaleerd en hoe zijn deze personen na afloop van de demonstratie vanaf de tramhalte gevolgd?
5. Waar kwamen de staven of andere voorwerpen die als (slag)wapen konden dienen vandaan? Waren mogelijke slagwapens al bij de demonstratie zichtbaar?
Een aanhoudingseenheid opereert tijdens rellen ter ondersteuning van de ME om snel de aanstichters en leiders achterover te trekken. Tijdens demonstraties of rellen opereert een aanhoudingseenheid, al dan niet in burger tussen de mensen, maar altijd onder bescherming van de ME. Volgens de burgemeester was de reden van plaatsing van aanhoudingseenheden in het Maasgebouw “ het verhinderen dat die lui zouden binnenkomen” bij een bestorming. Dit lijkt ons nu bij uitstek een taak voor de ME en niet voor een aanhoudingseenheid.
6. Waarom is niet de Mobiele Eenheid ingezet om te verhinderen dat hooligans het gebouw zouden binnendringen in plaats van aanhoudingseenheden?
7. Welke andere opties, behalve het trekken van het dienstwapen, hadden agenten in het Maasgebouw om te verhinderen dat hooligans zouden binnendringen? Is het trekken van het dienstwapen een onderdeel van de door u gevoerde tactiek? Welke meerwaarde heeft de plaatsing van een aanhoudingseenheid in een gebouw als de rellen zich buiten afspelen?
8. Waren er ook aanhoudingseenheden buiten het gebouw? Uit hoeveel mensen bestonden deze in totaal? Wie had de aanhoudingen buiten moeten verrichten als het tot ongeregeldheden kwam?
9. Wat was het bezwaar om direct tot arrestaties over te gaan, aanhoudingseenheden zijn toch juist getraind om dit in mensenmenigten te doen?
10. Onder welke omstandigheden kan volgens u een aanhoudingseenheid wel arrestaties verrichten in een menigte? Hoe moeten we in dat licht de uitvoerbaarheid van de door u en de raad overgenomen aanbevelingen van het COT zien? Betekent dit dat groepen die zich misdragen in mensenmassa’s op het moment zelf in de praktijk niet of nauwelijks aangehouden kunnen worden?
Met vriendelijke groet,
Robert Simons
Leefbaar Rotterdam