Rotterdam, 20 september 2011.
Onderwerp:
Beantwoording van de schriftelijke vragen van het raadslid mevrouw A.G. Fähmel-van der Werf (Leefbaar Rotterdam) over aangiftebereidheid homogerelateerd geweld.
Aan de Gemeenteraad.
Op 29 augustus 2011 stelt het raadslid mevrouw A.G. Fähmel-van der Werf (Leefbaar Rotterdam) ons schriftelijke vragen over aangiftebereidheid homogerelateerd geweld.
Inleidend wordt gesteld:
“Geweld tegen homo’s op homo-ontmoetingsplaatsen blijft voor het overgrote deel verborgen, omdat de mannen vaak geen aangifte doen uit angst dan uit de kast te moeten komen. Naar schatting tachtig procent van de bezoekers aan een homo-ontmoetingsplaats leidt een heteroleven”, zegt Marja Lust, van Roze in Blauw, het homonetwerk van de Amsterdamse politie, in het dagblad Metro van vandaag.
De meeste mannen kiezen bewust voor de anonimiteit van zo’n ontmoetingsplaats. De drempel om je bij de politie te melden als je er bent beroofd of in elkaar geslagen, is daardoor extra hoog. Je moet dan bekendmaken dat je homoseksuele contacten hebt, terwijl ze dat juist geheim willen houden.” Het maakt de mannen een makkelijk doelwit voor chantage. “Toch denken we dat het geweld tegen homo’s ook daadwerkelijk toeneemt.” Maar zolang veel slachtoffers zich niet melden, is het lastig te zeggen. Lust: “Het is lastig om de vinger erachter te krijgen wat daar gebeurt. Het zogeheten dark number is groot”.
Niettemin is het aantal meldingen van geweld tegen homo’s de afgelopen jaren fors gestegen. “De cijfers worden verzacht doordat de bereidheid tot het doen van aangifte is gestegen”, zegt directeur Koek van Dijk van COC Nederland. Ook in de gemeente Den Haag is het niet duidelijk hoe groot het probleem van geweld tegen homo’s is. “.”
Hieronder volgen de vragen en onze beantwoording:
Vraag 1:
Is het aantal meldingen in Rotterdam de afgelopen jaren ook fors gestegen? Of blijft het zogeheten dark number in Rotterdam net als in Amsterdam ook groot?
Antwoord:
Op 29 maart 2011 hebben wij antwoord gegeven op vragen van 1 maart 2011 van de raadsleden T. Kuzu en C.G. J. Verbrugge over geweld tegen homoseksuelen in Rotterdam. Daarin gaven wij aan dat het aantal aangiftes van geweldsincidenten waarbij sprake leek te zijn van een discriminatoir motief op grond van seksuele gerichtheid de afgelopen twee jaar nagenoeg gelijk is gebleven. In 2010 was in Rotterdam sprake van 4 geweldsincidenten, ten opzichte van 3 geweldsincidenten in 2009. Op 16 juni 2011 stuurde de wethouder Participatie een brief aan de commissie MVSP met een analyse van de omvang van homofoob geweld. Het college blijf bij de conclusie dat er geen reden is te veronderstellen dat het geweld waarbij de seksuele geaardheid een rol speelt toeneemt.
Vraag 2:
Op welke wijze denkt u de aangiftebereidheid onder slachtoffers van homogerelateerd geweld te kunnen verhogen?
Antwoord:
Zoals op 29 maart 2011 reeds aangegeven nemen wij gevallen van discriminatie uiterst serieus. De politie zet zich zoveel mogelijk in op het opsporen van daders en het voorkomen van herhaling van discriminatie of geweld. Het doen van aangifte is daarbij van groot belang. Slachtoffers worden aangemoedigd om altijd aangifte te doen, en wanneer het een incident betreft waarbij sprake is van discriminatie naar seksuele gerichtheid dit specifiek aan te geven. Tevens verleent de politie nazorg en biedt zij slachtofferhulp aan.
Inmiddels heeft Politie Rotterdam-Rijnmond naar het voorbeeld uit Amsterdam een netwerk ‘Roze in Blauw’ opgezet. Door het leggen van direct contact met homo’s, lesbiennes, biseksuelen en transgenders draagt dit netwerk ook bij aan het verlagen van de aangiftedrempel. Dit najaar zal het netwerk aan het publiek en belangenorganisaties kenbaar worden gemaakt.
De vragensteller vervolgt met:
“Onder homogerelateerd geweld wordt verstaan: bedreigen, beledigen en fysiek geweld plegen tegen homo’s, lesbiennes, biseksuelen of transgenders puur en alleen omdat zij niet heteroseksueel zijn. Minister Marja van Bijsterveld is nog steeds van mening dat voorlichting op scholen niet verplicht gesteld moet worden, maar dat dit onder de verantwoordelijkheid van de scholen zelf valt. Maar om dit grote probleem in onze samenleving aan te pakken is Leefbaar Rotterdam van mening dat voorlichting over gelijkwaardigheid van hetero en homoseksualiteit o.a. op scholen zo vroeg mogelijk moet beginnen.”
Vraag 3:
Bent u het met ons eens dat voorlichting over acceptatie van homoseksualiteit op scholen moet beginnen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord:
Ja. Wij zijn het ermee eens dat voorlichting op scholen over homoseksualiteit belangrijk is. Er wordt op scholen in Rotterdam al veel voorlichting gegeven. Rotterdamse organisaties met expertise op het gebied van homoseksualiteit, de Rotterdamse homoambassadeurs en het Rotterdamse Theater voor Kunst en Cultuur zijn op dit gebied dan ook zeer actief in de stad.
Vraag 4:
Is het College bereid om op dit onderwerp een voortrekkersrol te vervullen en er bij de Minister op aan te dringen dat verplichte voorlichting op scholen een begin is om later homogerelateerd geweld te doen verminderen c.q. op te heffen?
Antwoord:
Nee. We zien niet direct de meerwaarde van de voorgestelde verplichting voor Rotterdam. Zoals uit ons antwoord op vraag 3 blijkt, gebeurt er in Rotterdam al veel op het gebied van voorlichting op scholen, ondanks dat het niet verplicht is.
Door voorlichting over seksuele diversiteit verplicht te stellen, en dus op te nemen als een van de kerndoelen van het onderwijs, creëer je tolerantie op papier. Als college kiezen we er liever voor om door gericht beleid de bereikte resultaten op het gebied van voorlichting op scholen te bestendigen en verder uit te breiden.
Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,
De secretaris,
A.H.P. van Gils
De burgemeester,
A. Aboutaleb