Bron: Trouw, 15 november 2011 - door Adri Vermaat en Bart Zuidervaart’Kees, hoe heet die knakker van Leefbaar?’ Nog voordat haar man kan reageren, zegt Wil Janssen (65): “Ik weet het weer: Pim Fortuyn. Dat mannetje mocht ik niet. Een blufkikkertje.”
Het is een heldere, frisse zaterdag, eind oktober, als het campagneteam van Leefbaar Rotterdam neerstrijkt in deelgemeente Overschie. De politici discussiëren met voorbijgangers over de Angolese asielzoeker Manuel Mauro, over de euro en het naderende faillissement van Griekenland en - natuurlijk - over Fortuyn.
De volgende raadsverkiezingen zijn in 2014, nog ver weg dus. “Dat maakt ons niet uit, wij zijn altijd in de stad te vinden”, vertelt raadslid Ronald Buijt. “Dat is onze kracht.” Leefbaar brengt de gevoelens van de straat in het stadhuis, ‘als geen andere partij’, zegt hij. “Wij weten wat er onder de mensen leeft.” Dat komt onder meer, legt Buijt uit, door de achtergrond van de raadsleden. Dries Mosch, bijvoorbeeld, is loodgieter. Hennie van Schaik is koopman op de Afrikaandermarkt.
Wil Janssen stelt geen prijs op een folder van het campagneteam. Ze stemt weer PvdA, zegt ze, na ‘een kort uitstapje naar het CDA’. Haar kleinkind wil én krijgt een groene ballon met het logo van Leefbaar Rotterdam erop. Janssen kan sympathie opbrengen voor de Leefbaren. “Als er iets speelt in de stad, staat die partij vooraan. Dat is een kwaliteit.”
Leefbaar Rotterdam is jarig. Deze maand is het tien jaar geleden dat de partij werd opgericht. Het respect dat de PvdA-stemmer uit Overschie vandaag de dag voor Leefbaar kan opbrengen, was destijds ver te zoeken. Journalist Jan Booister herinnert in zijn boek ‘Clash aan de Coolsingel’ aan de Marokkaanse jongens die Fortuyn uitmaakten voor ‘vuile flikker’ en ‘smerige homo’. Aan de poederbrieven en vele dreigtelefoontjes. De tijden zijn veranderd. Leefbaar Rotterdam, de protestpartij van weleer, is veranderd. Lees verder...