[Standaard Website]

Woensdag, februari 25, 2004

Tegen de decadentie, de democratische rechtstaat in verval

Cliteur tegen de 'weg met ons cultuur'.

De Europese beschaving is geworteld in de Griekse democratie en is thans druk doende haar eigen wortels te verwaarlozen, waardoor verval dreigt. Welke waarden zijn het verdedigen waard en welke niet? Wat is legitiem en wat is illegitiem.

Objectieve waarden en ongeschreven wetten.

Paul Cliteur begint zijn boek met de beroemde rede van Pericles, de Atheense staatsman die het democratische staatsmodel onomwonden superieur verklaarde aan andere eigentijdse staatsvormen. Pericles sprak over objectieve waarden. Immers: een democratie is in handen van velen en niet van enkelen, in persoonlijke geschillen verzekeren de wetten gelijk recht voor allen…,men onderscheidt zich door de waarde van zijn persoon…ongeacht klasse of bezit. Men tracht elkaar niet te kwetsen en houdt zich aan de wetten, in het bijzonder aan de ongeschreven wetten…waarvan overtreding in aller ogen schande brengt. Men gehoorzaamt aan hen die boven ons gesteld zijn, zo zei Pericles(1).


De publieke religie van deze tijd.
Deze klassieke opvattingen vinden enerzijds grote waardering in onze huidige ’democratische rechtstaat’, maar bij nader inzien zouden zij toch een aantal kritische wenkbrauwen doen fronsen. Want wie vast gelooft in objectieve waarden lijkt in ’moderne’ ogen meer op een fundamentalist dan op wat een ’democraat’ wordt geacht te zijn. Het thans heersende relativisme - de publieke religie van deze tijd(2) volgens Cliteur - zou ook bezwaar aantekenen tegen het onderscheiden van de waarde van iemands persoon. Wie zijn wij immers om ons subjectieve morele oordeel tot een algemeenheid te mogen verheffen? ’Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld, zien we in artikel 1 van onze Grondwet, discriminatie op welke grond dan ook is niet toegestaan.’ Zo maakt de Grondwet het al direct illegitiem om onderscheid te maken tussen een waardig en onwaardig persoon. Bovendien lijken criteria voor integriteit, rechtvaardigheid, deugdelijkheid, de juiste maat, etc… niet voorhanden. Kwetsen en satire moeten bovendien kunnen in onze tijd. Ongeschreven wetten zijn voor velen nog steeds niet erg duidelijk en geschreven wetten zijn opgesloten in het specialistische domein van juristen en onafhankelijke rechters. Dit alles maakt dat burgers - die in een democratie de eigenlijke wetgevers zijn - de eigen wetten niet goed genoeg kunnen kennen om te weten waaraan zij zich te houden hebben. Het gehoorzamen aan manifest incompetente meerderen geschiedt niet vrijwillig maar slechts door dwang en wekt diepe onvrede. Afgedwongen gehoorzaamheid vernietigt onderlinge eendracht… en…verjaagt de eendrachtscheppende ’bezieling’ uit de Staat.

Inherente spanningen binnen het democratisch model.

Dit soort inherente spanningen kende de democratische staatsvorm al vanaf haar kinderjaren.(3) Toch is het de vorm die zich met het meeste succes heeft verspreid en dit nog steeds doet(4). Over de inherente spanningen tussen ongeschreven wetten, grondwetten, deugdelijkheid van kiezers en gekozenen, humaan en rechtvaardig gedrag, inzicht in bovenindividuele belangen, vrije zelfmatiging en individuele rede, etc….. voelde Socrates reeds de Atheners na Pericles hevig aan de tand. Dit type spanningen liggen aan de basis van de Westerse civilisatie met haar wetgeving, religie en filosofie. Die spanningen bepalen nog steeds dat wat Cliteur het ’A.C.P.’ het Algemeen Constitutioneel Patroon..’ noemt(5) , een vorm waarin mensen door hun eigen verstand te gebruiken in staat zijn een politieke structuur te bedenken en te verwerkelijken en waarin de individuele mens het beste tot zelfontplooiing kan komen.(6) Door het geleidelijk opvoeren van de gebruikelijke democratische spanningen middels inpassing van niet-democratische normen, wordt in onze tijd de superioriteit van dit model (ACP) door velen betwijfeld en…… aan verval prijs gegeven.(7) Wie er nu nog durft te beweren dat er wel degelijk objectieve waarden bestaan en dan ook nog de euvele moed heeft om deze met gedegen argumenten te verdedigen tegen verval….moet of een hopeloze conservatief zijn of een door ’Goden’ gezonden horzel, zoals ooit Socrates in een lui en decadent wordend Athene werd genoemd.

Weg met ons.

We leven in de nadagen van het postmoderne nihilisme, hetgeen Prof. S.W. Couwenberg de ’weg met ons cultuur’ noemt. Alles moest kunnen en wie daar anders over dacht hoorde: Wie zijn wij dat we anderen onze democratische rechtsstaat en onze morele waarden willen opdringen? Dus werden de democratische waarden aangepast aan de cultuurnormen van diverse nieuwkomers. Door niet-democratische nieuwkomers met uiterste tolerantie tegemoet te treden zouden normale redelijke mensen vanzelf wel ontdekken welke punten hen binden in plaats van scheiden, dacht men optimistisch(8). Deze werkwijze was goed bedoeld maar was onkritisch jegens het handhaven van bestaande wetten. Erger nog de bestaande wetten werden gediscrimineerd om gewoonten en tradities uit diverse cultuurgebieden (diverse interpretatievormen van ’heilige geschriften en wetboeken’, uithuwelijking aan zakenvrienden en familie, onderdanigheid vrouw, gebedsvormen, eerwraak, homohaat, etc..) te vergoelijken en zelfs te legitimeren. Maar goedbedoeld of niet, deze wijze van besturen was en is geen teken van democratische competentie. Onder dwang en diepe onvrede werden vele burgers verplicht te gehoorzamen aan hun - vanuit wetsonzekerheid - gekozen bestuur. De onderbuik kreeg de schuld van deze onvrede terwijl een voor de mening van het eigen volk onverschillig - en dus democratisch incompetent - bestuur de kritiek van zich afschudde. De besturende elite huldigde een fundamenteel ’geloof’ in de flexibiliteit en relativiteit van normen, waarden en wetten en in de onbestaanbaarheid van objectieve waarden. Inmiddels zien we dat een zeer groot deel van de huidige wereldburgerij de Universele Mensenrechten onderschrijft. Hetgeen toch een overtuigend bewijs moet zijn dat de ’mensheid’ wel degelijk oog heeft voor het bestaan van objectieve waarden door welke redelijke wereldburgers (kosmopolieten/civis mundi) zich onderling verbonden weten.

In zijn ’Tegen de Decadentie, de democratische rechtstaat in verval.’ tracht Cliteur, net als destijds Socrates, velen aan te sporen oog te blijven houden voor objectieve waarden om zodoende een relativistische dommel te vermijden. Want een als humane tolerantie vermomde gemakzucht heeft in bestuurlijk Nederland, als gevolg van het waarden-en cultuurrelativisme - dat in de 70-er jaren onder de z.g. intelligentsia een modetrend werd - het gezonde verstand en het vrije woord voor tientallen jaren in de ban gedaan. De eens zo mondig geachte wereldburger werd de mond gesnoerd binnen …..een bijna tot heilig geloof verklaarde ’weg met ons cultuur’. Op de vraag naar de kernwaarden van de democratische rechtsstaat…blijft men tot op heden het antwoord schuldig, uit angst voor een stempel als oerburgelijk, spruitjeslucht, conservatief, xenofoob, of erger nog: politiek incorrect. De politieke mores eiste en eist nog: open staan voor alle culturen……en blind vertrouwen in verandering. Elke verandering bevat immers wel iets goeds in deze zorgeloze visie. Dit onberedeneerbare gevoel, dit blinde irrationele vertrouwen ’in het wollig amalgaam van overtuigingen in intuïties temidden van een wildgroei van rechten en grondrechten voor allerlei eisende actiegroepen…. noemt Cliteur het z.g. Algemeen Verlicht Gevoel… (AGV).(9)

Dat onze rechtsstaat is verval is, blijkt uit de pijnlijke verwarring over de status en de inhoud van onze Grondwet. De wet wordt zowel misbruikt om ministers te verbieden hun mening te geven en om tegelijkertijd topambtenaren het fiat te verlenen om hun meerderen te omzeilen en onafhankelijkheid af te dwingen. (Remkes/De Wijkerslooth/Jorritsma etc zie: p. 128/145) Onze huidige Grondwet is te mistig om aan een autochtoon publiek te verhelderen, dus zal deze ook mistig blijven voor nieuwkomers. Dit maakt dat de Grondwet door actiegroepen, juristen en media te hooi en te gras kan worden ingezet voor hun persoonlijke belangen. Herijking is nodig. Algemeen bekend zijn van een Grondwet is een vereiste in een staatsvorm die in handen is van velen en niet slechts in handen van een cluster partijgangers en juristen. Momenteel wordt de Nederlandse Grondwet omzeild door juristen door zich te beroepen op internationale verdragen. Zo heeft onze Grondwet dus geen kracht meer om als bindend kader de Staat en haar burgers bijeen te houden(10) . Onze democratie heeft geen krachtige eendrachtscheppend ziel…. dus verval is dreigende.

Geen pasklare oplossing.

Natuurlijk heeft Cliteur geen directe oplossing tegen het verval, de problemen met de integratie, het subsidiëren van stemmen en strooien met meningen, de oncontroleerbaarheid van wetsuitvoering, etc.. Cliteur kan het kwaad niet concreet definiëren, en hij geeft ook geen oplossingen om de catastrofe af te wenden, zoals Jan Blokker in de Volkskrant van 23 april j.l. zuur en vilein opmerkte.(11)

Cliteur heeft inderdaad geen pasklare oplossing, wel is volgens hem het verval van onze rechtstaat te keren door: a. Haarfijn te onderzoeken welke trends zich nu werkelijk voordoen. b. Te onderzoeken of we die al die trends als voldongen feiten accepteren of niet. c. Ons te bezinnen op de wenselijke verhouding tussen wetgever, parlement en rechter. (p. 174)

Al met al is dit boek van Cliteur het zeer waard om het diverse malen zeer aandachtig te lezen. Het democratische model, het model waarin de staat niet in handen is van enkelen maar in handen van velen, zoals Pericles al zei, lijkt het meeste op het model dat een redelijke mate aan vrijheid biedt aan individuen, gericht is op humaniteit en rechtvaardigheid, het voorkomen van kwetsen, waardig gedrag weet te onderscheiden van onwaardig gedrag, begrip bevordert voor bovenindividuele belangen, redenen aanreikt tot vrije zelfmatiging en gebruik gezond en redelijk verstand stimuleert. Ooit was dit model zeer succesvol. .en het ziet er naar uit dat nog zo is…….. mits……
de gekozen leiders naast hun vereiste vakbekwaamheid tevens het oog gericht houden op objectieve waarden (ongeschreven of niet) door welke redelijke wereldburgers zich onderling verbonden weten.

Daarom kunnen in het democratische model kiezers en zeker de gekozenen niet vermoeid, onverschillig en verveeld achterover liggen……… zoals Cliteur schetst aan de hand van het schilderij De Romeinen van de decadentie van Thomas Couture op de omslag van dit boek. Beschaving is het waard om te worden verdedigd……. tegen decadentie.

Beschaving niet verwarren met cultuur.

Decadentie is een ander woord voor verval. Verval dus van beschaving.
Cliteur wijst de lezer erop dat we beschaving niet moeten verwarren met cultuur.
Beschaving, civilisation dus…is iets anders dan louter tradities en gewoonten, cultuur dus. Dit onderscheid is van groot belang, vooral in een sfeer waarin men op hoge toon recht op eigen cultuur eist. Want, zo zegt hij : Nazi-Duitsland was een cultuur maar geen beschaving, net zoals de mores van een straatbende een cultuur vormt ook als is men zo onbeschaafd om elkaar te doden en vrouwen te verkrachten.(12)

Decadentie van de democratische rechtsstaat betekent dus verval van beschaving… beschaving waarvan de wortels ons verbinden met de Griekse beschaving.

Die wortels leven nog steeds…..ondanks dat zij sedert 2500 jaar herhaaldelijk ten prooi vielen aan interne spanningen en overwoekerende culturen.

Wakker worden dus….ambtenaren, burgemeesters, gekozen politici….en kiezers…….
Kom uit jullie relativistische leunstoel en houdt de oude wortels van de beschaving in ere.

en geef deze keer de horzel geen gifbeker of kogel……...

drs. I.C.J. Lamers-Versteeg.(filosofe) Rotterdam. 11 mei 2004

 

(1) Pag. 13 rede Pericles door Thucydides
(2) pag. 17 cit. Clit.: Deze overtuiging is zo wijdverbreid dat men het relativisme wel de publieke religie van deze tijd zou kunnen noemen. Je moet tenslotte allemaal een beetje kunnen relativeren, is het niet? Als je niet meer kunt relativeren, dan gaat het serieus mis. Wat er dan misgaat wordt doorgaans niet verteld….
(3)Hierover gaat het oeuvre van o.a. Plato, dat op zijn beurt weer van grote invloed is geweest voor de laters Stoa, het Christendom en zelfs ook de Islam, de Humanistische Renaissance en de Universele Mensenrechten. (in het aanzicht van het ongeloof in objectieve waarden laat herlezing van het werk van Plato ons zien waaraan de kritiek van Popper na WO II voorbij gaat).
(4)par. 5 Wat is de democratische rechtstaat? Fukuyama, Gray, Fuller.. etc…
(5)pag. 106 term van Cliteur..
(6)pag. 107
(7)pag. 176 Cliteur meent dat de babyboomers-generatie wel het verval zien maar er niets aan doen.
(8)Par. 4 Over Job Cohen en Margreet de Boer die religie als integratie middel gebruiken, hetgeen volgens Cliteur juist des-integrerend werkt.
(9)Pag. 149 Het algemeen verlicht gevoel dat het model van Weber verouderd doet lijken en waarin men bang is om voor een gehoorzaam bevelenopvolgend massadier te worden gehouden (Eichmann). Volgens Cliteur is men niet bereid en in staat om onderscheid tussen en goed en verkeerd gezag te zoeken. De na-oorlogse generatie ziet het als heldendaad om elke vorm van gezag af te wijzen.
(10)Pag. 125/6Cti. Clit: Als de Grondwet kon spreken, zou zij zeggen tegen de verdragen: ik wordt gediscrimineerd en jullie worden ten onrechte voorgetrokken.
(11)Artikel in De Volkskrant vrijdag 23 april 2004 Jan Blokker: Filosofie of filosofietjes, Paul Cliteur stipt veel aan en laat nog meer onbeantwoord.
(12)Pag. 20



commentaar