(Nog niet beantwoord)

Ernstige (dodelijke) incidenten met baby’s op Zuid


Aan het College van Burgemeester en Wethouders
Stadhuis Rotterdam
Coolsingel 40
3011 AD Rotterdam


Rotterdam, 14 juni 2019


Schriftelijke vragen ter schriftelijke beantwoording
Betreft: Ernstige (dodelijke) incidenten met baby’s op Zuid


Geacht college,


Zojuist verscheen in De Telegraaf een alarmerend artikel over het gruwelijke lot van drie baby’s op Zuid in de eerste maanden van dit jaar. Twee van deze kindjes kwamen onder ontluisterende omstandigheden om het leven. De ene zaak betrof twee ouders die hun baby ‘s ochtends dood aantroffen nadat zij de avond ervoor drugs hadden gebruikt. In het andere geval vond een baby’tje de dood in een zwaar vervuilde woning waarin mogelijk ook sprake was van prostitutie. Ondanks dat de omstandigheden rond hun dood zeer verdacht waren kon in beide gevallen geen misdrijf worden vastgesteld, onder andere doordat sectie op de lichaampjes geen duidelijkheid gaf over de toedracht rond het overlijden.


In het derde geval overleefde een meisje van slechts zes weken oud, na weken in kritieke toestand in het Sophia Kinderziekenhuis te hebben gelegen, ternauwernood de verwondingen die haar waren toegebracht. Haar Poolse ouders zijn hiervoor aangehouden op verdenking van doodslag. De politie heeft een Team Grootschalig Onderzoek op de zaak gezet. De gemeente zou inmiddels een onderzoek zijn gestart naar de rol van de hulpverlening.


Voor de communicatie over dergelijke schokkende incidenten (al dan niet met dodelijke afloop) hanteert de gemeente een speciaal incidenten- en crisesprotocol, waarin onder andere is vastgelegd wanneer en op welke wijze de commissie ZOCS op de hoogte wordt gesteld van incidenten en calamiteiten. Hierin staat dat de commissie ZOCS met inachtneming van privacywetgeving en beperkingen door strafrechtelijk onderzoek wordt geïnformeerd in gevallen van ‘overlijden van een minderjarige waarbij er sprake is van een relatie tussen het overlijden en de geboden c.q. ontbrekende zorg en/of bij incidenten en calamiteiten die breed in de samenleving bekend zijn en/of zullen worden, waarbij sprake is van een relatie tussen het incident en de geboden c.q. ontbrekende zorg en die kunnen leiden tot maatschappelijke onrust’.


Het lijkt er sterk op dat de drie afschuwelijke gebeurtenissen waarover de Telegraaf bericht door het college aan de commissie ZOCS gemeld hadden moeten worden. In tenminste één geval zou hulpverlening bij het gezin zijn betrokken en alle drie de gevallen zijn inmiddels bekend onder een breed publiek en leiden tot maatschappelijke onrust. 


Ik heb hierover de volgende vragen aan het college:

1. Bent u bekend met de drie genoemde gruwelijke, en in twee gevallen zelfs dodelijke, incidenten met baby’s?

2. Klopt het dat de gemeente inmiddels een onderzoek is gestart naar de rol van de hulpverlening omtrent het zwaargewonde zes weken oude meisje dat haar mishandeling ternauwernood overleefde? Zo nee, waarom niet?

3. Wordt dit onderzoek na afronding gedeeld met de raad? Zo nee, hoe kan de raad dan controleren of de conclusies en aanbevelingen die voortvloeiden uit het onderzoek naar de dodelijke mishandeling van een baby aan de Wolphaertsbocht in 2015 -een incident dat op zijn minst vergelijkbaar lijkt- adequaat zijn opgepakt en uitgevoerd?

4. Was er hulpverlening betrokken bij één of beide gezinnen waarin baby’s onder verdachte omstandigheden overleden?

5. Zijn of worden er gemeentelijke onderzoeken gestart naar deze twee zaken? Zo nee, waarom niet?

6. Deelt u onze conclusie dat deze drie gevallen te classificeren zijn als incident of calamiteit zoals omschreven in het gemeentelijke incidenten- en crisesprotocol? Zo nee, waarom niet?

7. Erkent u dat in alle drie de gevallen sprake lijkt van ‘overlijden van een minderjarige waarbij er sprake is van een relatie tussen het overlijden en de geboden c.q. ontbrekende zorg en/of bij incidenten en calamiteiten die breed in de samenleving bekend zijn en/of zullen worden, waarbij sprake is van een relatie tussen het incident en de geboden c.q. ontbrekende zorg en die kunnen leiden tot maatschappelijke onrust’? Zo nee, hoe kunt u dit ontkennen aangezien in tenminste één geval hulpverlening bij het gezin in kwestie zou zijn betrokken en alle zaken inmiddels breed bekend zijn in de samenleving en derhalve tot maatschappelijke onrust leiden?

8. Waarom heeft u de commissie ZOCS niet op de hoogte gebracht van deze zaken?

9. Wanneer wordt de commissie ZOCS alsnog geïnformeerd over deze zaken en de (eventuele) rol van de hulpverlening?

10. Zijn er tussen het afschuwelijke incident aan de Wolphaertsbocht -waarover een onderzoeksrapport is verschenen waarover in 2016 door commissie en raad is gesproken- en nu sprake geweest van incidenten die niet aan de raad zijn gemeld waarbij sprake was van geweld met (bijna) dodelijke afloop in gezinnen/huishoudens waarbij hulpverlening was betrokken? Zo ja, hoeveel en waarom zijn ook deze niet gemeld?


Met vriendelijke groet,

Tanya Hoogwerf

 

Meest recente schriftelijke vragen

24 september 2019
Sluiting rangeerterrein Waalhaven (n.n.b)
17 september 2019
Sluitingstijd terrassen Eurekaweek (n.n.b)
3 september 2019
Toename klanten voedselbank (n.n.b)
3 september 2019
Papierprikken (n.n.b)

Laatste nieuws